‘Vertrouwen is goed, maar zekerheid is beter’ I

In het grote liquidatieproces hebben we te maken met een aantal
briljante advocaten. De jonge raadsman Mr. Sander Janssen is daar een
van. Samen met Mr. Paul Waarts verdedigt hij een van
de hoofdverdachten,  Jesse Remmers. In de rechtszaal kenmerkt de
raadsman zich dmv vlammende betogen. Iedereen is het er over eens in de
wandelgangen van de bunker, Sander Janssen is een goeie. Gistermiddag,
kort na de middagpauze, kwam de financiële zijde van de deal welke de
kroongetuige Peter La Serpe volgens zijn verklaring zou hebben bedongen
in de besproken
intentieverklaring
alvorens tot een deal te komen . Zo’n financiële
vergoeding voor verklaringen is in de wet niet toegestaan. Geen wonder
dat de raadsman van Jesse zich hierin vastbijt als een pittbull in zijn
prooi en de onderste steen boven wil krijgen. Of deze vergoeding nou is
om La Serpe’s eigen veiligheid te regelen, of om op een tropisch eiland
te kunnen gaan wonen, doet er niet zoveel toe. Maw geld is geld. Hier
het samengevatte betoog van Mr. Sander Janssen:

Mr. Sander Janssen: Uiteindelijk zal het in deze zaak met name gaan om
de vraag hoe Uw rechtbank de term “beloning” zoals deze genoemd wordt in
de wetgeschiedenis en in de Aanwijzing waardeert. Het gaat er in deze
zaak om wat nu het onderscheid is tussen die beloning enerzijds, die
volgens het Openbaar Ministerie niet aan de heer La Serpe is toegezegd,
en de financiële consequenties van de getuigenbescherming anderzijds.
Daarover zal de rechtbank een oordeel moeten geven en ten behoeve van
dat oordeel is het noodzakelijk dat de rechtbank er van op de hoogte is
welke bedrag onder welke voorwaarden nu aan de heer La Serpe is
toegezegd. Immers hoe kan de rechtbank een beslissing nemen over dit
punt wanneer zij inhoudelijk niet op de hoogte is gesteld?

Daarbij moet worden benadrukt, dat uit de wetsgeschiedenis en uit de
genoemde Aanwijzing overduidelijk blijkt dat de Officier van Justitie
geacht wordt volledige openheid van zaken te geven over hetgeen aan de
kroongetuige is toegezegd. Zie de memorie van toelichting bij het
wetsvoorstel, pagina 7, waar gesproken wordt over het moeten verstrekken
van volledige openheid over de inhoud van de gemaakte afspraak. Zie ook
de reactie van de Minister op de Nota naar aanleiding van het verslag,
waarin staat te lezen dat er van uit werd gegaan dat “alle afspraken in
detail worden vastgelegd en dat het verzwijgen van onderdelen daarvan
onder omstandigheden tot niet ontvankelijkheid van het Openbaar
Ministerie kan leiden.” Zie tot slot ook punt 7.8 van de Aanwijzing,
waarin deze wetsgeschiedenis wordt bevestigd en waarin eveneens staat
dat de Officier van Justitie ter terechtzitting “volledige opening van
zaken met betrekking tot de feiten en omstandigheden die van belang zijn
geweest voor de totstandkoming van de overeenkomst” geeft.

In het licht van deze wetsgeschiedenis is evident dat de contacten die
La Serpe zegt te hebben gehad met de CIE-officier De Haas en de daarbij
gemaakte afspraken transparant gemaakt moeten worden ten behoeve van het
op een juiste wijze kunnen beoordelen van de tot stand gekomen
overeenkomst. In zijn proces-verbaal sluit De Haas ook niet
ondubbelzinnig uit dat er geen financiële zaken aan de orde zouden zijn
gesteld, zoals La Serpe dat beweert. Hij sluit slechts uit dat hij een
financiële overeenkomst met La Serpe heeft gesloten, maar dat is
natuurlijk ook niet gebeurd. De Haas heeft de wensen van La Serpe, ook
volgens zijn eigen proces-verbaal, doorgegeven aan Van der Bel (waarbij
overigens niet blijkt hoe hij dat gedaan heeft of wanneer, op welke
wijze, of daarbij schriftelijke stukken zijn verstrekt, etc.) en Van der
Bel is vervolgens tot de schriftelijke intentieverklaring met La Serpe
gekomen. Dat De Haas vervolgens niets gedaan zou hebben met de met La
Serpe gemaakte afspraken is natuurlijk volstrekt ondenkbaar, waarbij
vooral niet vergeten moet worden dat diezelfde De Haas ná het tot stand
brengen van de intentieverklaring tussen Van der Bel en La Serpe de
OM-deal met La Serpe heeft gesloten. Daarbij is het ook bepaald
verbazend dat de Haas hier nooit eerder openheid van zaken over heeft
gegeven, dit terwijl hij niet minder dan 4 keer uitgebreid is gehoord
bij de rechter-commissaris.

Als u op die wijze de volgorde der dingen beschouwt is volstrekt helder
dat de intentieverklaring van het TGB en de gesloten OM-deal niet los
van elkaar gezien kunnen worden, zoals La Serpe ook steeds verklaard
heeft dat deze voor hem één en hetzelfde pakket waren. Eerst is er het
gesprek begin december tussen De Haas en La Serpe, waarbij De Haas
volgens zijn eigen proces-verbaal overeenstemming bereikt met La Serpe
over een aantal voorwaarden waaronder deze zou willen verklaren.
Vervolgens wordt die informatie doorgespeeld naar Van der Bel, die op 23
januari 2007 de goedkeuring van de Minister krijgt en de afspraken
neerlegt in een intentieverklaring waar La Serpe mee akkoord gaat.
Daarna volgt dan de OM-deal welke door De Haas namens het Openbaar
Ministerie wordt getekend en welke op 31 januari door het College van
Procureurs-Generaal wordt goedgekeurd. Overigens heeft de verdediging
van de heer Remmers in de stukken ook nog andere aanwijzingen gevonden
dat die OM-deal wel degelijk aangevuld of gewijzigd of beïnvloed is door
de intentieverklaring die met het TGB is gesloten, maar dat houd ik op
dit moment nog even voor me.

In ieder geval is op basis van al het voorgaande helder, dat het door
het Openbaar Ministerie steeds gemaakte onderscheid tussen de
intentieverklaring waarin met La Serpe bepaalde afspraken zijn gemaakt
enerzijds en de kort daarop gesloten OM-deal anderzijds, volstrekt
fictief is. Het hoort onlosmakelijk bij elkaar, en zonder die
intentieverklaring zou La Serpe nooit de OM-deal hebben gesloten, zoals
La Serpe zelf ook telkens zegt en zoals de Officier van Justitie hier
vandaag ter zitting ook erkent. Daarbij moet bedacht worden dat er in
dit geval sprake was van een uitzonderlijke situatie waarin de heer La
Serpe voorafgaand aan het tekenen van de OM-deal duidelijkheid en
zekerheid eiste ten aanzien van de maatregelen die na afloop van zijn
zaak voor hem zouden worden getroffen, en de voorwaarden waaronder hij
zijn verdere leven kon inrichten. Zoals hij het vorig jaar op zitting
verwoorde: “vertrouwen is goed, maar zekerheid is beter”. In dat licht
is het ook niet vreemd dat La Serpe zich nu zo belazerd voelt, nu de in
januari 2007 gedane toezeggingen niet worden nagekomen.

Dit bericht werd geplaatst in Liquidatie proces en getagged met , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s