‘Aan de orde is het vierde wrakingsverzoek in het onderzoek Passage’ II

De rechtbank is vervolgens tot de conclusie gekomen dat de verschillende verzoeken moeten worden afgewezen omdat -kort samengevat en zakelijk weergeven- hetgeen is aangevoerd ofwel buiten het voor de strafzaak van belang zijnde kader van 359a Sv valt, ofwel omdat geen sprake is van het begin van aannemelijkheid van het onrechtmatig gebruik van informatie of onrechtmatige beïnvloeding van de kroongetuige ofwel omdat van de vereiste zwaarwegende omstandigheden niet is gebleken. Het namens Rasnabe gedane beroep op de Karman-doctrine kan volgens de rechtbank geen doel treffen, omdat het hier om een heel andere situatie gaat dan waar het Karman-arrest op zag.

Goede lezing leert dat de rechtbank heeft aangenomen dat hetgeen door La Serpe is aangevoerd ofwel niet relevant is voor de rechtbank in de strafzaak te nemen beslissingen ofwel dat hij onvoldoende heeft aangevoerd om aannemelijk te maken dat sprake is geweest van ontoelaatbare toezeggingen, het onrechtmatig gebruik van informatie of onrechtmatige beïnvloeding. Over de betrouwbaarheid van La Serpe en zijn zaaksinhoudelijke verklaringen heeft de rechtbank zich in deze tussenbeslissing in het geheel niet uitgelaten. Ook in eerdere beslissingen heeft de rechtbank daaromtrent nog geen standpunt ingenomen. Integendeel. De rechtbank heeft juist telkens uitdrukkelijk overwogen daarover pas na afloop van het totale onderzoek ter zitting een standpunt te willen innemen en heeft er telkens blijk van gegeven dit uitgangspunt ten volle te hanteren. Opmerking verdient in dit verband nog dat de ernstige bezwaren die de rechtbank telkens hebben gebracht tot de beslissing van de voorlopige hechtenis van Rasnabe ook bepaald niet uitsluitend gestoeld zijn op de verklaringen van La Serpe. In de zaak Tanta (dubbele liquidatie Ouderkerkerplas, 1993) zijn deze beslissingen zelfs uitsluitend gebaseerd op andere bewijsmiddelen.

De conclusie moet zijn dat -in de bewoordingen van de jurisprudentie- geen sprake is van zwaarwegende omstandigheden die maken dat aan de onpartijdigheid van de rechtbank getwijfeld moet worden. Zo Rasnabe vreest voor vooringenomenheid, is die vrees niet objectief gerechtvaardigd. Onze conclusie is daarnaast dat de rechtbank het bepaald niet heeft verdiend om vanwege de laatste tussenbeslissing opnieuw tegenover een wrakingskamer te zitten, Integendeel. Het is een tussenbeslissing die vanwege haar grondige opbouw en onderbouwing de boeken in kan gaan en waaruit niets maar dan ook niets blijkt van vooringenomenheid. Wij adviseren tot afwijzing van het wrakingsverzoek.

De uitspraak van wrakingkamer volgt op Dinsdag 25 Mei.

Bondtehond

Dit bericht werd geplaatst in Liquidatie proces en getagged met , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s