‘Passageverdachten Sjaak Burger en Fred Ros blijven in voorarrest’

Sjaak Burger en Fred Ros blijven voorlopig nog in voorlopige hechtenis. Dat heeft de rechtbank bij monde van rechtbankvoorzitter Lauwaars donderdag bepaald tijdens een zitting zonder verdachten in de rechtbank aan de Parnassusweg. Fred Ros zit al vier jaar in voorlopige hechtenis. Peter Plasman, de raadsman van Ros vond tijdens de vorige zitting van 2 juli dat de redelijke termijn waarin hij berecht zou moeten worden, ruimschoots is overschreden. Daarom zou Fred Ros het resterende deel van het proces als vrij man moeten kunnen doorbrengen. Plasman tijdens de vorige zitting: Dhr. Ros moet in de gelegenheid gesteld worden de Sail 2010 te bezoeken……

De rechtbank vindt van niet. Wel zei Lauwaars te onderkennen dat het voorarrest van de verdachten uitzonderlijk lang duurt en hoogstwaarschijnlijk ook nog een tijd zal voortduren. De uitspraak in het liquidatieproces wordt nl pas verwacht in het voorjaar van 2011. Het rechtbank wees er op dat het gaat om een uitermate complex en daarom ook extreem langdurig strafproces. Het OM gaat intussen ogenschijnlijk onverstoorbaar door met het opsporingsonderzoek, terwijl de advocaten het ene na het andere verzoek tot nader onderzoek indienen. De meeste verzoeken worden tot nu toe echter afgewezen op verzoek van het OM. Naar het zich laat aanzien, zullen er nog diverse verzoeken volgen uit het kamp van de verdediging.

Hier volgt de beslissing van maandag door de Rechtbank inzake Baja Beach Club-getuigen:

Aan de Baja Beach Club gelieerde personen:
Volgens vaste jurisprudentie van het EHRM dient de verdediging op grond van artikel 6, eerste en derde lid, EVRM in het algemeen in de gelegenheid te worden gesteld om een belastend verklarende getuige in een rechtstreekse confrontatie te ondervragen. Waar echter het leven, de vrijheid of de veiligheid van een getuige op het spel zouden kunnen staan, rust op de verdagsstaten op grond van andere verdragsbepalingen (met name de artikelen 1 en 8 van het EVRM) de rechtsplicht om hun strafprocedures op zodanige wijze te organiseren dat de belangen van de getuigen niet ongerechtvaardigd in de waagschaal worden gesteld. De beginselen van een eerlijk proces vereisen dat in een dergelijk geval de belangen van de verdediging worden afgewogen tegen de belangen van de getuige en in het achterwege blijven van een rechtstreekse confrontatie met de verdediging, ziet de verdediging zich geconfronteerd met ongebruikelijke belemmeringen. In dat geval vereist artikel 6, eerste en derde lid, EVRM, dat deze belemmeringen procedureel voldoende worden gecompenseerd.

Q5 lijkt een verklaring te hebben afgelegd welke voor verdachte Akgün op een belangrijk punt van de beschuldiging als belastend zou kunnen worden opgevat en die mogelijk ook een rol zou kunnen spelen in de zaken van de verdachten aan wie deelname aan een criminele organisatie met onder anderen Akgún en Soerel ten laste is gelegd.

De rechtbank onderkent dat de rechters-commissarissen zich vanuit het afschermingsbelang van Q5 genoodzaakt hebben gezien om Q5 te verhoren en de resultaten van dit verhoor te verbaliseren op een wijze die de verdediging belemmert bij de toetsing van de betrouwbaarheid van Q5 en zijn verklaringen.

Elders in het proces Passage moet om die reden worden gezocht naar compenserende mogelijkheden om de verdediging in de gelegenheid te stellen, de betrouwbaarheid van Q5 en zijn verklaringen zoveel mogelijk te toetsen. De stelling van het openbaar ministerie dat de toetsing van de betrouwbaarheid van de anonieme bedreigde getuige onder uitsluiting van de verdediging aan de rechter-commissaris is voorbehouden, vindt naar het oordeel van de rechtbank geen steun in het recht. Waar van de door de rechter-commissaris toegewezen getuigen slechts twee werkzaam waren in de Baja Beach Club, heeft de verdediging naar het oordeel van de rechtbank wel degelijk belang bij het horen van andere personeelsleden uit de Baja Beach Club en meent de rechtbank dat dit met het oog op de hierboven omschreven compensatiegedachte ook in de rede ligt.

De te treffen compenserende maatregelen vinden evenwel hun begrenzing waar zij een onaanvaardbaar risico zouden opleveren voor het bekend worden van de identiteit van Q5. De verdediging heeft terecht opgemerkt dat artikel 226f, eerste lid, de toepasselijkheid van de reguliere bepalingen inzake de toe- of afwijzing van getuige niet uitsluit. Evenwel dienen deze bepalingen te worden toegepast op een wijze welke verenigbaar is met de artikelen 1 en 8 van het EVRM, zodat een toetsing op afschermingsaspecten aangewezen is.

Uit de brief van de rechter-commissaris van 3 juni 2010 aan de raadsman van Akgün blijkt niet dat de rechter-commissaris aan toetsing op het afschermingsaspect is toegekomen. Nu de rechter-commissaris op de hoogte is van de identiteit van Q5 en binnen het wettelijke systeem gehouden is om maatregelen te treffen die redelijkerwijs nodig zijn om de idetiteit van Q5 verborgen te houden, is zij echter wel de aangewezen instantie om deze toetsing te verrichten. De rechtbank zal het verzoek daarom terugverwijzen naar de rechter-commissaris teneinde de gevraagde Baja Beach Club gelieerde personen te horen, doch slechts indien en voor zover dit zonder onaanvaardbaar risico voor onthulling van de identiteit van Q5 mogelijk is.

De rechtbank gaat ervan uit dat de verdediging, het openbaar ministerie en de rechter-commissaris zullen samenwerken om de identificerende gegevens van mogelijke te horen getuigen te completeren. De verdediging heeft dan geen toereikend zelfstandig belang bij overlegging. van de personeelslijst van de Baja Beach Club. De rechtbank zal het daartoe strekkende verzoek dan ook afwijzen.

De rechtbank merkt nog op dat zij een uiteindelijk oordeel over de bruikbaarheid van de verklaringen van Q5 pas bij eindvonnis zal vellen in het kader van de beoordeling van de eerlijkheid van het volledige proces.
(De rechtbank)

Baja-getuigen:
We zien dus dat de bal inzake de Baja Beachclub-getuigen bij de RC wordt gelegd. Daar biedt volgens de raadslieden Strafvordering geen ruimte voor, maar volgens hen schijnt daar maar weer eens aan voorbij te worden gegaan. Ook zien we dat het belang, meer dan door het OM, wordt onderkend door de rechtbank.

F1 en F3:
Het beroep loopt tegen afwijzing van getuige F1 en F3. De raadslieden van Akgun, Burger en Remmers hebben maandag het beroep in raadkamer toegelicht. Het is nog totaal onbekend wanneer de rechtbank, een andere kamer van de rechtbank, uitspraak zal doen. De vorige uitspraak liet ruim drie weken op zich wachten en het is nu ook nog eens vakantie.

In augustus zal voortgegaan worden met de stand van zaken m.b.t. de anonieme getuigen Q5, F1 en F3. Voorts zal ook La Serpe verder gehoord worden over openstaande zaken.

Na de zomervakantie, op 23 Augustus, gaat het proces weer verder.

Bondtehond bij het liquidatieproces

Dit bericht werd geplaatst in Liquidatie proces en getagged met , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s