‘Wij horen graag hoe het verschil zit van het OM’

De verdediging van Dino Soerel reageerde dinsdag in de Bunker op het betoog van het openbaar ministerie van 29 maart. De tweede termijn verzoeken tot nader onderzoek en toevoegen van stukken aan het procesdossier Passage werd besproken door Mrs. Nico Meijering en Leon van Kleef. Alleen de verzoeken waartegen het OM zich heeft verzet, kwamen aan de orde.

Het OM heeft zich niet verzet tegen het voorwaardelijke verzoek om een extra ronde verdedigingswensen.
Dino Soerel heeft sinds 14 maart beschikking over het totale digitale Kolbakdossier gekregen in zijn cel van de EBI te Vught. Soerel kan nog niet overzien wanneer hij zich door het dossier zal hebben geworsteld, maar hij benut zoveel mogelijk tijd.

Over de voeging van stukken heeft de verdediging wel enkele opmerkingen. Naar aanleiding van het betoog van het OM is de vraag gerezen of het nu aan de verdediging lag of aan het betoog van het OM zelf dat men het OM niet kan volgen.

Nalezing van het betoog deed bij de verdediging de associatie oproepen met een bestuurder die het stuur niet meer onder controle heeft en telkens van de linker tegen de rechter vangrail knalt. Of erger: Het lijkt er op dat het OM zelfs over de vangrail heen gegaan is, aangezien het betoog bij de verdediging grote vertwijfeling heeft achtergelaten over de kernvraag waar het strafproces tegen Dino Soerel thans om draait, of zoals rechtbankvoorzitter Lauwaars het verwoordde: “Waar heeft de verdediging zich op te richten?”

Mr. Nico Meijering: (samengevat) Één ding is wel duidelijk geworden: enerzijds wil men de tegen Soerel ingebrachte stukken (Endstra-tapes) en de opgenomen conclusies (afpersingen en connectie Holleeder-Soerel) links- of rechtsom gebruiken, maar anderzijds moet de verdediging geen, althans zo min mogelijk ruimte krijgen de inhoud van die stukken en conclusies te bestrijden.

Verder is er nog een en ander en dankzij doorvragen van uw rechtbank duidelijk geworden: Holleeder wordt door het OM gezien als een der “anderen” zoals ten laste gelegd in het 140-feit.

Het OM deed het voorkomen alsof dat “oud nieuws” was, nu immers Holleeder ook al de cautie had gekregen toen hij als getuige werd gehoord in de zaak van medeverdachten. Maar dat was toch echt even andere koek. De RC heeft bij gelegenheid van dat verhoor en op aangeven van de raadsman van Holleeder genoteerd:  Desgevraagd deelt de officier van justitie mee dat de getuige in een aantal Passage-zaken als verdachte wordt aangemerkt. Het betreft in elk geval de 4 liquidatiezaken waarover Q5 heeft verklaard, te weten de liquidatie Houtman, Van der Bijl, Hingst en Mieremet.

Een en ander in relatie tot de vraag of Holleeder al dan niet verschoningrecht toekwam. En dan komt de vraag van al dan niet verdachte zijn, net iets minder duidelijk uit de verf als nu op zitting n.a.v. vragen van uw voorzitter naar voren is gekomen. Holleeder wordt dus in de ogen van het OM als een van die “anderen” in de ten laste gelegde 140 Sr-zaak aangemerkt.

Kunnen we hetzelfde begrijpen voor de verweten zaken Perugia en Agenda? Mogen wij gelet op hetgeen het OM bij de rechter-commissaris heeft gezegd dus begrijpen dat Holleeder door het OM gezien wordt als een van de ten laste gelegde “anderen” in die zaken? Als dat zo is, dan wordt het mischien ook wel eens tijd dat het OM gaat uitleggen waarom Holleeder niet en waarom cliënt wel wordt vervolgd voor zaken waarin ze kennelijk beide als verdachte worden gezien. Niet dat wij zouden willen pleiten voor vervolging van Holleeder: daar is immers ons inziens net zomin reden toe als voor cliënt. Maar het verschil is opvallend en naar wij menen heeft cliënt wel recht op een verklaring voor het verschil in behandeling van deze twee verdachten. Wij horen graag van het OM hoe het verschil zit.

In het navolgende zullen wij zo veel mogelijk de lijn van het schriftelijk betoog van het OM aflopen en becommentariëren en plaatsen in het licht van hiervoor aangehaalde vertwijfeling.

(1)  Kolbakdossier.
De verdediging  persisteert bij het verzoek het totale Kolbakdossier toe te voegen aan het Passagedossier.

Lees HIER het gedeelte van de pleitnotitie van Mrs. Meijering en Van Kleef m.b.t het verzoek om toevoeging van het totale Kolbakdossier.  (vanwege de lengte nr 1 integraal geplaatst)

(2) Verklaringen van Mieremet
Mr. Meijering: Het OM wil kennelijk gebruik maken van de uitspraak van Endstra dat cliënt de baas zou zijn van de groepering die zich bezig houdt met afpersingen. Indien het OM en uw rechtbank bereid zouden zijn vast te stellen dat Endstra hier de waarheid geweld heeft aangedaan, dan horen we het graag. Zo niet, dan wenst cliënt zich tegen deze aantijgingen te kunnen verweren. Onder meer door de verklaringen door Mieremet afgelegd. Reeds kort voor de achterbankgesprekken zou Mieremet een boekje open hebben gedaan over afpersingspraktijken waarbij Holleeder en Endstra een rol zouden hebben gespeeld. Volgens Mieremet werd daar gebruik gemaakt van de methode van schermen met namen van anderen. Derhalve ligt hier een tweetal verdedigingsbelangen: toetsen van waarachtigheid verklaringen Endstra en het nader onderbouwen van genoemde methode.

Opmerkelijk is het gedeelte verderop in de pleitnota waar Mr. Nico Meijering de rechtbank wijst op de kennelijke argwaan die het OM jegens de verdediging koestert. Mr. Sander Janssen had een brief gestuurd aan de rechtbank en melding gemaakt van ‘het op lafhartige wijze tussen de regels door in twijfel trekken van integriteit en het uiten van ver gaande beschuldigingen aan het adres van de raadslieden.’

Het gaat hier met name om een stukje tekst in de pleitnota van het OM waar men zegt dat men ‘verzoeken als deze, naar onbekende verklaringen die van belang zouden kunnen zijn’ met argwaan en behoedzaamheid worden bezien. Het OM vindt het bepaald niet ondenkbaar dat er bij de verdachten uit het ‘Enclave-onderzoek’ (onderzoek Liquidatie Endstra), waarvan een van de verdachten drie dagen naar Thailand is gereisd ten tijde van de liquidatie van John Mieremet, grote belangstelling bestaat voor informatie afkomstig van Mieremet. Deze ene verdachte wordt bijgestaan door het kantoor van Mr. Meijering en de andere door kantoorgenoten van Mr. Janssen.

Mr. Meijering: Voor de goede orde: Wij hebben daar onze buik van vol. Het zou helpen indien het OM van de hier gedane suggestie dat wij er een dubbele agenda op nahouden in duidelijke bewoordingen afstand zou nemen. Indien het OM dat niet doet, dan is wat ons betreft de toon gezet. In ieder geval mag deze zware beschuldiging op geen enkele wijze enig gewicht in de schaal leggen als het gaat om de thans aan de orde zijnde belangen van cliënt en het verzoek dat hier gedaan is. Het verzoek om toevoegen van de verklaringen van Mieremet dient derhalve te worden toegewezen.

(3a) De bevindingen waaruit blijkt van frequent telefoonverkeer tussen Holleeder en Soerel.
(3b) De verklaring van Ad van Hout
(3c) De verklaringen van Nico H.

OM gaat akkoord met verzoeken 3a, b en c

(3d) De verklaring van anonieme getuige C.
Mr. Meijering: Het OM stelde in een schriftelijk stuk overlegd op 15 maart jl. dat het OM geen gebruik zal maken van de verklaring van anonieme getuige C, waarmee volgens het OM “het verdedigingsbelang bij dit verzoek” zou zijn vervallen. In het betoog van vorige week heeft het OM nog eens uitgelegd waarom: de RC in Kolbak is niet tot het oordeel gekomen dat C uiteindelijk een betrouwbare getuige is. In de visie van het OM zal uw rechtbank geen gebruik moeten maken van de C-verklaringen en dus ook niet van de ene belastende zin die in document 710 is opgenomen.

In de lijn van het kennelijke gemak waarmee onwaarheden in het verbaal zijn opgetekend, zien we hier weer het gemak waarmee eerst een kennelijk voor cliënt belastende getuige in stelling wordt gebracht en -zodra de verdediging begint te piepen- net zo makkelijk weer wordt afgevoerd. Maar dat afvoeren door het OM kan geen dooslaggevende reden zijn om de hier gevraagde stukken niet toe te staan. Immers het OM heeft nu eenmaal in het dossier laten optekenen de passage:  [ De anonieme getuige C verklaarde ondermeer het volgende in relatie met de zaak Houtman: “Houtman noemde ene Dino en een Stanley als de killers in dienst van Holleeder. Zij hadden ook een hoop joegoslaven achter zich, aldus Houtman.” ]

Dit betekent in de eerste plaats dat uw rechtbank derhalve vrij is in het waarderen van deze passage en het aan de verdediging is de onwaarde van deze passage zoveel mogelijk handen en voeten te geven.

In de tweede plaats acht de verdediging van belang dat deze getuige C een en ander in relatie brengt tot “een hoop Joegoslaven”. Dit zien we ook terugkomen in de achterbankgesprekken van Endstra, maar verdraagt zich nu juist geenszins met hetgeen in het voorgeleidingsdossier en het 140 Sr-dossier is opgetekend. Zoals we immers weten komen in de verklaringen van La Serpe geen Joegoslaven voor.

Wij menen dat alle verklaringen toegevoegd dienen te worden. Dat het OM niets met de verklaringen wil is een. Iets anders is dat wij wel iets met die verklaringen willen. De verdediging persisteert derhalve bij dit verzoek.

(4a t/m 5b) De verklaringen van De Boer en Habes.

(zie ‘blauw’ onder)

(6) De verklaringen van Stanley Karel Esser.

Bestaan niet.

(7 t/m 9) De verklaringen van Atilla Önder.

(zie ‘blauw’ onder)

(10) De verklaring van Hilligers indien beschikbaar.

Bestaan niet.

(11) De verklaring van Thomas van der Bijl.

(zie ‘blauw’ onder)

(12 en 13) De verklaring van Endstra waarin hij spreekt over de BBC en Bouterse.

(zie ‘blauw’ onder)

(14) De pv’s van tapgesprekken waaruit blijkt dat Soerel en Akgün met elkaar semafoneerden.

OM akkoord met toevoeging.

(15) Een overzicht van de periodes waarin Soerel gedetineerd heeft gezeten.

Mr. Meijering: Hier hebben we weer zo’n opmerkelijke weigering bij de kop: wat is het probleem om zo’n overzicht te verstrekken? Het antecedentenverleden wordt toch ook toegevoegd? Het gaat om de waarachtigheid van de verklaringen van Endstra waar het gaat om “de pillenperiode” begin jaren ’90 waar Endstra cliënt even met een kennelijk gemak in wenst te betrekken. Endstra zou we hebben kunnen aangeven dat cliënt “een wat mindere God” was in die periode, maar wij willen juist hardmaken dat cliënt helemaal geen God was in die periode.

(16) Een overzicht naar de reisbewegingen van Soerel.

Kennelijk heeft het OM hier geen onderzoek naar gedaan. Opmerkelijk, maar het zij zo, waarmee ons verzoek wordt ingetrokken.

(17) Observatie Holleeder/BBC

Reeds behandeld.

(18) De OVC-gesprekken tussen Mink Kok met partner Linda van S. en Ed M.

Mr. Meijering: Het wordt op prijs gesteld dat – ondanks ik natuurlijk het volledige OVC-gesprek nog uit de zaak Kok kan dromen- het OM dit toch wil toevoegen.

(19) Een letterlijke uitwerking van het verhoor van J.G. van der Bijl.

OM akkoord.

(20) Een aantal niet ingebrachte bevindingen inzake Bethlehem.

Zie pleitnota: HIER.

(21) Tapgesprek Esmeralda S.
Reeds gevonden op aanwijzing van OM.

BLAUW:  Gevraagde stukken 4a, 4b, 5a, 5b, 7, 8, 9, 11, 12 en 13 kwamen gezamelijk aan de orde. (samengevat)
Mr. Meijering: De tien gevraagde stukken zullen gezamelijk aan de orde komen, aangezien ze -gelet op het OM-betoog- allen één grote gemene deler hebben: ze bestaan niet. Daarmee is voor ons bepaald niet de kous af. En al helemaal niet gezien de wijze waarop het OM meent dit thema even te kunnen wegzetten.

De verdediging vindt dat deze verklaringen “in de herdershond-dossiers” in een ernstig belastende zin uit hun verband zijn samengevat. De verdediging kan zich dus absoluut niet vinden in de wijze waarop sommige onderdelen van de verklaringen van deze getuigen zijn weergeven. Feiten worden volstrekt fout weergeven in de voor Soerel nadelige zin. Het OM heeft een en ander samengevat “in een leesbaar geheel”, aldus het OM, maar is op meer dan tien plaatsen aanzienelijk meer belastend samengevat voor Dino Soerel.

Mr. Meijering: Daartoe is het wel van belang de opstellers van de verbalen waarin onwaarheden zijn opgetekend te kunnen horen. Het gaat hier in ieder geval om de verbalisanten T049 en T085. De verdediging wenst deze verbalisanten te bevragen over het hoe en het waarom van het optekenen van deze grote hoeveelheid onwaarheden; waarom er nimmer een herstelverbaal is gemaakt; waarom al die onwaarheden (al dan niet bij toeval) allemaal ongunstig voor cliënt uitvielen; of de verbalisanten zelf kennis hebben genomen van de inhoud van het dossier of dat hen opgedragen is die onwaarheden op te tekenen, en zo ja door wie, etc.

Tot slot:
Een gedeelte waar Mrs. Nico Meijering en Leon van Kleef verder in gingen op de verzoeken allerlei getuigen te horen staat HIER

Maandag 11 april gaat het proces verder.

Bondtehond bij het Liquidatieproces

Dit bericht werd geplaatst in Liquidatie proces en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s