Nico Meijering: ‘Ik zou bijna zeggen: Over mijn lijk!’

Maandagochtend verscheen er een bijzondere getuige in de Bunker te Osdorp om te getuigen voor de rechtbank over hetgeen hij allemaal weet over de moord op Gerrie Bethlehem. Advocaat Mr. Nico Meijering had de getuige aangekondigd in een brief aan de rechtbank van het liquidatieproces. De onverwachtte getuige wekte nogal wat weerstand op bij het openbaar ministerie en kroongetuige Peter La Serpe met zijn raadsman Mr. Jan Peter van Schaik. Het OM omdat zij pas vrijdagmiddag op de hoogte werden gesteld en zodoende geen tijd hadden gehad zich voor te bereiden op de komst van Peter S., ook wel bekend als ‘Peerke S.’ of  ‘de man uit Eersel’, de Brabantse xtc-producent/handelaar wiens huis was beschoten na diens vrijlating uit de gevangenis wegens grootschalige xtc-productie en handel.

Mr. Jan Peter van Schaik klaagde dat hij helemaal nog niet op de hoogte was gesteld van de komst van een getuige en geen kennis had kunnen nemen van de verklaring van Peter S. om zich enigzins voor te bereiden. Op de daaropvolgende mededeling van Mr. Meijering dat ook Jesse Remmers niet op de hoogte was van de inhoud van de verklaring schreeuwde Peter La Serpe door de microfoon: Dit meen je niet serieus! Rechtbankvoorzitter Lauwaars greep in en maande La Serpe tot rust. Deze hield verder zijn mond.

Officier van justitie Mr. Michiel IJzendoorm kwam vervolgens met een flink aantal redenen waarom de getuige niet op zitting maar bij de politie gehoord zou moeten worden.
Mr. IJzendoorn (samengevat):
– Kennelijk heeft de verdediging bewust gewacht tot vrijdagmiddag zodat het OM geen tijd heeft om zich voor te bereiden.
– Er waren de F-getuigen. De rompverklaringen waren op internet te lezen. Dhr. Remmers beriep zich op zijn zwijgrecht. Wel deed hij een oproep mensen zich te melden als men iets over Bethlehem zou kunnen vertellen. Jesse Remmers beriep zich steeds op zijn zwijgrecht omdat hij volgens Mr. IJzendoorn het effect eerst wil afwachten van hetgeen hij vertelde. Vervolgens verteld hij de locatie van de loods en als de politie vervolgens gaat kijken, blijkt de loods drie maanden daarvoor afgebroken te zijn.
(Het klonk alsof de officier suggereerde dat Jesse Remmers de loods heeft laten afbreken in de tussentijd….)
– In het verzoek rondom het Boedha-dossier was te lezen dat een stuk plastic was gevonden. Dat was onbekend. De verdediging meldt nu op zitting dat de getuige ineens op zitting komt vertellen over onder meer een stuk plastic zeil uit een wietkwekerij.
– De F-getuigen verklaarden over La Serpe. Wat wel gecontroleeerd had kunnen worden, kan nu niet meer omdat de loods is afgebroken.
– Pas na het bespreken komt deze getuige ineens met een detail wat in de Boedha-stukken staat. Ongetwijfeld zegt deze dat hij het op Crimesite of andere sites gelezen heeft.
– Er is geen objectieve reden te bedenken waarom de getuige niet naar de politie had kunnen gaan. Er is een beeld ontstaan dat de enige reden is om La Serpe in diskrediet te brengen.
– Wat is er op tegen dat wij weten wie de getuige is? Om niet door te gaan met dit schimmenspel, kan de man of vrouw prima gehoord worden bij de politie, door mensen die verstand van zaken hebben.
– Achtegrondinfo is onontbeerlijk om deze verklaring op waarde te schatten. Niet in het bijzijn van cliënten die al van te voren hebben gesproken.
– Mr. Meijering zou tijdens een getuigenverhoor een getuige hebben gestuurd. (geeft voorbeeldjes)
– Volgens Art. 270 Sv. kan de verdediging een getuige meenemen naar de zitting, maar nergens staat dat de getuige direct op zitting gehoord zou kunnen moeten worden.
– Een getuige kan niet meteen gehoord worden bij de rechter-commissaris. Bij de politie wel. Het OM vindt dat de getuige niet op zitting gehoord moet worden.

Rechtbankvoorzitter Mr. Lauwaars: Ik leid af van uw betoog dat u de getuige niet zo geloofwaardig vindt en dat de getuige bij de politie gehoord dient te worden?

Mr. Betty Wind gaf het antwoord: Daarmee wordt de schijn weggenomen. Het heeft een nogal curieuze bijsmaak.
Mr. Lauwaars: U vindt dat de waarheidsvinding daarmee gediend is?
Mr. Betty Wind: Dat zegt u heel goed, en ook het hele proces Passage.

Mr. Jan Peter van Schaik wilde ook even wat zeggen: We zijn niet voor het eerst overvallen in dit proces. Kennelijk is er een verzoek gedaan. Iedereen heeft daar mededeling van gekregen, behalve wij. Ik vind dit een zorgelijke situatie. Een andere punt wat we zien, de pijlen die op La Serpe worden afgeschoten. Ik ben vanaf 13:00u niet aanwezig. Mijn cliënt is dan alleen. Ik vind wel dat ik mijn cliënt terzijde moet staan. Ik vind dat het bij de politie plaats moet vinden. Mijn verzoek is: Geen getuige te horen.

Mr. Lauwaars: Mijnheer Meijering, wilt u iets zeggen?
Mr. Meijering (samengevat): Ik heb niet eerder zoveel emotie gezien bij het OM. Dit heeft geresulteerd in hele domme beschuldigingen. Het is zoals het is. Het is neergelegd zoals in het verslag van bevindingen. We waren al op weg naar beneden. Een cliënt vervoegde zich bij ons op kantoor. Hij stelde zich voor als de persoon in de stukken. Het is allemaal niet zo schimmig. We weten niet eens of deze cliënt wel zijn naam genoemd wil zien. We hebben de getuige gevraagd of we een band konden opnemen. Dat noopte ertoe dat ik een nieuwe afspraak maakte. Dhr. Waarts was bij de verhalen. We hebben gevraagd of hij er bij wilde blijven. Dit heeft geleid tot deze verklaring. Het OM denkt dat ik alleen met deze zaak bezig ben. De naam is niet meteen bekend gemaakt. We wilden voorkomen dat hij van de weg getrokken zou worden. Alsof de politie alleen aan waarheidsvinding doet. Nou, ik kan u vertellen in de 23 jaar ervaring die ik heb dat ik dat wel eens anders heb gezien. En, oh ja. Alsof de heer Remmers heeft gewacht tot hij die loods kon neerhalen.

Mr. Sander Janssen schoot in de lach: Ja, ha, ha, ha!
Mr. Meijering: Even kijken of ik nog iets vergeten ben. Meer zuiverder dan dit konden we het niet doen. U moest een weten wat er allemaal bij ons op kantoor komt. Ook over La Serpe.
Meijering in plat Amsterdams: We kunne La Serpe onderuithoale! Ja, zelfs over uw rechtbank.
Mr. Lauwaars grapte: Oh, haha, daar willen we wel eens een half uurtje voor inruimen……
Mr. Meijering: Maar…. Een schaakspel? Waar we mee bezig zijn om een getuige onderuit te halen? Dan doen we het niet goed. Ik wordt wel weer boos van deze verdachtmakingen door het OM.
Over dat zeil. Toevallig dit element zien we in de verklaring terug komen. Zou het OM niet kunnen denken: Mischien is het wel de waarheid wat de getuige zegt. En dan moeten wij nu naar de politie? Laat me niet professioneel lachen!

Mr. Sander Janssen: Overigens staat in het opsporingbericht van 6 Mei 2002 : Plastic blauw dekzeil.
Mr. Meijering: Voorzitter, neemt u van ons aan, wij kennen deze persoon niet. Wij zeggen, laat maar komen. Maar het voorstel van het OM om de getuige bij de politie te laten horen. Ik zou bijna zeggen: Over mijn lijk!

Mr. Lauwaars: Mijnheer Meijering zegt, over mijn lijk. Ja, dan zijn we in 2 minuten klaar. Is ie er intussen?
Parketwacht door de microfoon aan zijn ‘oortje’: Ja, hij zit op de tribune.
Mr. Janssen deed nog een laatste duit in het zakje: De Zen-houding van dhr. Meijering heb ik respect voor. Beste Jesse, de loods is weg, nu kun je hem noemen. Dit is echt te gek voor woorden. Het getuigt van zo weinig realiteitszin! Nou ja, ik hou er maar over op.

De rechtbank beraadde tijdens de eerste pauze over de nieuwe getuige Peerke S., of hij bij de politie of gewoon op zitting gehoord zou moeten worden. Men besloot het laatste.
Mr. Lauwaars: De getuige wordt ter zitting gehoord.  Het is mogelijk dat hij dingen zegt die van belang zijn in de zaak Bethlehem. Hij is meegenomen ter zitting. Bepaalde punten, zoals het tonen van foto’s, zou de politie dan over kunnen nemen. De bezwaren van de heer Van Schaik. We willen om 13:00u stoppen omdat we eerbiedigen dat dhr. Van Schaik niet aanwezig kan zijn.

Mr. Van Schaik: Ik kon geen vervanger vinden en ik wil er wel bij aanwezig zijn. Ik wil wel eerst het 18 pagina grote stuk kunnen lezen. (dat vrijdag door het kantoor van Meijering naar de rechtbank was gestuurd)
Mr. Lauwaars: Dat doen we niet. Dat heeft verder geen toegevoegde waarde. We willen graag doorgaan. De getuige kan binnen komen.

Getuige Peter ‘Peerke’ S. werd binnengebracht door de parketwacht. De rechtbankvoorzitter groette hem en legde in het kort uit dat het eerste verhoor maar een uurtje zou duren en dat hij waarschijnlijk later terug zou moeten komen.

Rechter: U bent Peter S.?
Peter S.: Klopt.
Rechter: Waar woont u?
Peter S.: Overal
Rechter: Domicilie bij een advocatenkantoor…. Beroep?
Peter S.: Ondernemer.  (gelach op de tribune)
Rechter: Wilt u eed afleggen of de belofte?
Peter S.: De eed.
Rechter: Zegt u mij maar na: Zo waarlijk helpe mij God almachtig.
Peter S.: Zo waarlijk helpe mij God almachtig.
Rechter: U moet de waarheid vertellen, anders bent u strafbaar.
Peter S.: Ok.
Rechter: Als eerste de vraag: Waarom bent u hier?
Peter S.: Ik las op Crimesite of in De Telegraaf dat er verzoeken waren gedaan. Hij (La Serpe) heeft tegen mij verteld dat hij het wel gedaan heeft.
Rechter: Daar komen we op. U bent samen met een persoon naar kantoor gekomen. Wie was dat?
Peter S.: Dat zeg ik liever niet.
Rechter: U wilt er geen antwoord op geven. We laten het even rusten. Het was 16 mei. U heeft een afspraak gemaakt met dhr. Meijering. De ontmoeting met dhr. Meijering, daar moeten we het maar over hebben. Wat heeft u verteld?
Peter S.: Ik heb een ontmoeting bij het AC-restaurant bij Utrecht gehad, de avond dat Bethlehem is doodgeschoten.

Rechter: Welk jaar?
Peter S.: 2002, denk ik.
Rechter: U heeft gedetineerd gezeten?
Peter S.: Van 2002 tot 2009.
Rechter: Wanneer was dat gesprek?
Peter S.: Voor die tijd.
Rechter: U kende de vader van dhr. Remmers? (Greg Remmers)
Peter S.: Die heb ik wel eens ontmoet.
Rechter: Kent u verder mensen hier in de zaal? Kijkt u eens rond.
Peter S.: Dino Soerel heb ik wel es gezien. Verder niet.
Rechter: U kwam, en de heer Remmers kwam. Vertel.
Peter S.: De heer Remmers kwam. Er was iets gebeurd. Ik bleef een beetje doorvragen. Er werd gezegd: Nou dat kun je beter niet weten. Ik bleef toch doorvragen.
Rechter: Met hoeveel personen waren ze?
Peter S.: Met z’n tweeën of met z’n drieën.
Rechter: Kende u ze?
Peter S.: Die kleinere had ik wel es bij Jessy gezien.
Rechter: De kleinste kende u wel?
Peter S.: Die heb ik van te voren wel es gezien. Het is 10 jaar geleden…

Rechter: Die andere?
Peter S.: Dat was La Serpe.
Rechter: U bent daar stellig in?
Peter S. Ik heb een foto gezien, daar leek ie een beetje op.
Rechter: Een foto gezien?
Peter S.: In de Panorama of Revu.
Rechter: Wanneer was dat?
Peter S.: Weet ik niet precies. Ik denk een half jaar geleden.
Rechter: Wat is er besproken?
Peter S.: Ik sprak Jesse. Hij maakte een aparte opmerking. Ik was een beetje nieuwsgierig en bleef een beetje doorvragen. En toen vertelde hij het.
Rechter: Wat?
Peter S.: Dat er een lijk in het water gegooit was.
Rechter: Wie vertelde dat?
Peter S.: Jesse, dacht ik.
Rechter: Wat vertelde hij?
Peter S.: Dat ze het lijk in plastic hadden gedaan van de wietkwekerij.
Rechter: Met wie?
Peter S.: Volgens mij de personen die er toen bij waren.

Rechter: Waar was dat?
Peter S.: Bij het viaduct bij het spoor.
Rechter: Waarom werd u dat verteld?
Peter S.: Gewoon, omdat ik er was.
Rechter: Maar u kende twee van de drie niet?
Peter S.: Ja, die kleinere had ik later nog gezien.
Rechter: Wat werd er verteld?
Peter S.: Hij had een Rolex om. Ze hebben de Rolex afgedaan of hij is er mee in het water gegooit.
Rechter: Wat nog meer?
Peter S.: Dat er in een loods was geschoten waar eerder een wietkwekerij zat.
Rechter: Allemaal in dat verhaal?
Peter S.: Ja, als je het snel verteld, is het zo klaar.
Rechter: Allemaal op die avond?
Peter S.: Ja, ik kan het herinneren omdat je dat niet iedere dag hoort.
Rechter: U heeft wel Passage gevolgd?
Peter S.: Nou ja, ik lees wel es op Crimesite, maar ik volg het proces niet expliciet.
Rechter: Maar ze hebben u niet eerst ingelicht?
Peter S.: Nee.
Rechter: Hoe kwam u erbij dat het Bethlehem was?
Peter S.: Nou ja, er was een lijk in het water gevonden. Als ik het achteraf lees dan weet je dat.
Rechter: Hoe bedoeld u dat?
Peter S.: Nou ja, ik had op Crimesite gelezen dat Jessy erbij was.
Rechter: Als u dat op Crimesite leest, weet u dat het Bethlehem betrof?
Peter S.: Ze hebben tegen mij gezegd op de avond dat ze hem net van te voren hadden vermoord.
Rechter: Dat het om Bethlehem zou gaan?
Peter S.: Dat heb ik nadien gehoord.
Rechter: Gehoord?
Peter S.: Nou ja…. gelezen.
Rechter: U heeft dhr. Remmers niet gesproken daarover nadien?
Peter S.: Nee, ik had het liever niet gehoord.
Rechter: Maar goed, u zit hier nu. U bent uit uzelf naar Meijering gegaan. Heeft u niet met dhr. Remmers gesproken nadien?
Peter S.: Jawel. Ze hadden het lijk gevonden.
Rechter:  Hoe weet u dat zo?
Peter S.: Hij zei: Ze hebben hem snel gevonden, en zo.
Rechter: Wanneer was dat precies?
Peter S.: Weet ik niet meer.
Rechter: Wat werd er letterlijk gezegd?
Peter S.: Dat er een lijk in het water was gelaten die kort daarvoor vermoord was.
Rechter: Hoe is het gebeurd?
Peter S.: Met een vuurwapen.
Rechter: Wat is er verder verteld?
Peter S.: Dat ie binnen kwam. Dat er dozen stonden en daar was La Serpe achter vandaan gekomen.
Rechter: Hoe weet u dat zo zeker?
Peter S.: Hij was er nogal trots op.

Rechter: De man herkende u als La Serpe later?
Peter S.: Ja.
Rechter: Kunt u die meneer nog es bespreken? Beschrijven?
Peter S.: Ik zag hem op de Revu met een sigaretje.
Rechter: U bent nogal stellig dat hij het was?
Peter S.: Ik kan er ook stellig in zijn. Ik heb het bewijs.
Rechter: Leg eens uit. Wat voor bewijs? Die tap?
Peter S.: Die tapgesprekken dat ik die avond een afspraak had met de heer Remmers.
Rechter: Een gesprek dat u die afspraak had?
Peter S.: Ja, ik had een afspraak. Ik denk, het zit erbij. Zonder afspraak ga je daar niet heen natuurlijk.
Rechter: Hoe weten we dat dit daar was?
Peter S.: Aan de plaatsbepaling kun je het zien. (zendmastgegevens)
Rechter: Ik weet niet of u heeft lopen bellen?
Peter S.: Jawel.

Andere rechter: Mijnheer S. ik ben even de draad kwijt.
Peter S.: De plaatsbepaling, tapgesprekken kun je terugzien in zendmastgegevens.
Rechter: In een stuk van dhr. Meijering heeft hij dat beschreven.
Rechter: Hoe kende u dhr. Remmers?
Peter S.: Via een vriend.
Rechter: Kunt u zeggen wat voor deel van de dag?
Peter S.: Ik denk ’s avonds, maar ik durf het niet met zekerheid te zeggen. Straks blijkt het weer anders te zijn.
Rechter: U zegt, ik weet het niet.
Peter S.: Ik weet alleen dat er een auto stond.
Rechter: Die waren u aan het achtervolgen?
Peter S.: Nee, nee, nee, zo’n Volvo stond er.
Rechter: Wat deed u met dhr. Remmers? U heeft er wel wat over verteld zeker?
Peter S.: Ik weet het niet precies. Mischien als ik de gesprekken zie dat ik het dan nog weet.
Rechter: Wanneer was dat?
Peter S.: Volgens mij heeft er niet zolang tussen gezeten. Dat kunnen ze ook zien in de taps.
Rechter: De mededeling was dat er een lijk in het water was gegooit. Waarom vertelde men dat aan u?
Peter S.: Dat weet ik niet. Het was net of er een zaakje gedaan werd. Ik zei, kan ik niks verdienen, of zo? Ze zeiden, nee je kunt er niks aan verdienen en je kan er ook beter niets van weten. Ik werd toen nog nieuwsgieriger.
Rechter: Wie zei dat?
Peter S.: Remmers. Dat er iemand doodgeschoten was en in plastic van de wietkwekerij in het water was gegooit.

Rechter: Wat is er precies verteld? U heeft het al verteld, maar…
Peter S.: Ze hadden iemand doodgeschoten. La Serpe. Hij was degene die had geschoten.
Rechter: Wat voor herinnering had u erbij?
Peter S.: Ik vond het maar een koele kikker.
Rechter: Hoezo?
Peter S.: Nou, ik had nog nooit iemand gesproken die iemand had doodgeschoten.
Rechter: Wat herinnert u zich?
Peter S.: Nou, als je net iemand doodgeschoten hebt kan ik me voorstellen dat zoiets indruk op je maakt. Ik merkte dat niet echt.
Rechter: En de heer Remmers?
Peter S.: Die was minder optimistisch als La Serpe.
Rechter: Hoe merkte u dat?
Peter S.: Hij was er minder door aangeslagen.
Rechter: En de 3e persoon?
Peter S.: Die was nog wel het meeste aangeslagen. Ik zit te twijfelen. Volgens mij waren ze met z’n drieën.
Rechter: U zegt, hij was mischien nog wel meer aangeslagen als de rest. Dan heeft u wel een idee hoe ie eruit zag? Kunt u de derde persoon beschrijven?
Peter S.: Blond, rossig, beetje stevig.
Rechter: Verder nog iets?
Peter S.: Nee.

Rechter: En de andere pesoon? Beschrijf die eens zoals u die in 2002 heeft gezien?
Peter S.: Ja, het is die man op de foto.
Rechter: Ja, dat heb ik net ook gevraagd.
Peter S.: Die ene heb ik maar één keer gezien.
Rechter: De persoon op de foto heeft u maar één keer gezien en naderhand niet meer?
Peter S.: Die persoon heb ik niet meer gezien, denk ik.
Rechter: Maar goed, de foto’s kunnen we u ook niet laten zien. Dat moet dan maar bij de politie.  Het gaat best goed. Wat is de reden dat u hier zit?
Peter S.: Ik kan niet begrijpen dat een persoon die twee keer niet wordt vervolgd. Ik heb zelf onschuldig gezeten. Ik heb het gevoel dat dit zaakje stinkt. Ik zit hier niet voor mijn plezier. Normaal is het zo dat als er twee personen hetzelfde zeggen dat je vervolgd wordt.
Rechter: Ik ben op de hoogte geraakt in Passage over wat er is gebeurd, en u zegt, ik wil dan ook mijn steentje bijdragen? Is er iemand die u heeft gevraagd te gaan getuigen?
Peter S.: Nee.
Rechter: U heeft dat zelf bedacht?
Peter S.: Ja precies, ik ben uit mezelf naar hier gekomen. Mijn verhaal is een bevestiging dat ik er geweest ben. Er zijn taps. Het was niet eens nodig geweest. Normaal als er twee getuigen zijn is het klaar. Ik ben zonder getuigen veroordeeld.

Rechter: De persoon waarmee u bent gekomen, heeft deze iets gezegd?
Peter S.: Nee. Ik had al gezegd dat ik er mee rondliep Ken je die Nico goed, vroeg ie toen. Ja zeg ik, die ken ik. Toen zei ie, dan rijden we er heen.
Rechter: Hij heeft u niet gevraagd?
Peter S.: Nee.
Rechter: Wat heeft u verteld?
Peter S.: Niks heb ik verteld.
Rechter: U komt hem tegen en u besluit om naar het kantoor te gaan?
Peter S.: Ja, we zijn er samen naartoe gereden.
Rechter: U zegt dat hij u niet heeft gevraagd?
Peter S: Ja.
Rechter: Familieleden? U kent de vader van dhr. Remmers.
Peter S.: Nee, ik heb hem 10 jaar niet gezien. Ik zat vast. Wel es een briefje geschreven.
Rechter: Wanneer kwam u vrij?
Peter S.: 2010.
Rechter: Anderen nog vragen of opmerkingen?
Mr. Lauwaars: Ja, mischien het tijdstip. Ze hadden dat lijk te water gelaten in de avond. Dan zou je denken dat het ’s avonds was?
Peter S.: Ja, maar het is 10 jaar geleden.
Mr. Lauwaars: U zegt, mijnheer Remmers was niet zo koel. Maar ze maken een afspraak met u bij een AC-restaurant. Dat is toch behoorlijk koel.
Peter S. zwijgt.
Rechter: Even uw verhouding tot dhr. Remmers. Hoe kent u hem? Deed u wel eens zaken met hem?
Peter S.: Ja, we hebben wel eens biertjes gedronken en gegeten.
Rechter: Biertjes gedronken? Wat had u gezamelijk dan dat u deed?
Peter S.: Dat weet ik niet meer. Niks.
Rechter: U had niks met dhr. Remmers. U spreekt af onder een viaduct en dan verteld hij zoiets? Waarom had u de afspraak?
Rechter: Ik weet het niet.

Rechter: Wat voor relatie had u met hem? Mischien als u zegt wat u deed dat u het zich herinnert.
Peter S.: Mischien de tapgesprekken, als ik ze hoor.
Rechter: U draait het nu om. Het is de bedoeling dat u verteld wat er gebeurd uit uzelf.
Peter S.: Jawel, maar ik bedoel, dan weet ik mischien weer waarom we hadden afgesproken.
Rechter: Ik begrijp dat niet goed in uw verklaring: ‘Volgens mij waren ze met z’n drieën.’ U zegt dat u niet weet of ze er waren, maar u kunt wel zijn gemoedstoestand vertellen. Hoe rijm ik dat met elkaar?
Peter S.: Ja, ja, ja, hij was erbij!
Rechter: Maar u kunt niet vertellen of het overdag of ’s avonds was?
Mr. Betty Wind merkt op: In de rompverklaring zegt hij het wel. De getuige zegt dan dat het ’s avonds was.
Rechter: Wat was de licht-gesteldheid? Kunt u daar iets over zeggen?
Peter S.: Het was wel licht genoeg om te kunnen zien.
Rechter: U heeft wel herinneringen aan de derde persoon. Hij was blond, rossig, stevig.
Peter S.: Ja, maar die had ik eerder gezien.
Rechter: Hij was langer als dhr Remmers? Hoeveel groter?
Peter S.: Ja, als u me na 10 jaar vraagt….
Rechter: Haardracht?
Peter S.: Meer als ik nu heb in ieder geval.  (Peter S. is kortgeknipt en kalend.)
Rechter: Zijn gezicht?
Peter S.: De man van de foto.
Rechter: En dat is?
Peter S.: Nou, anders zou ik de foto beschrijven.
Rechter: Wat voor bijzonderheden kunt u noemen?
Peter S.: Onverzorgd type…
Rechter: Een onverzorgd type? Dan leg ik de vraag toch maar op tafel. Hoe weet u dat zo zeker?
Peter S.: Omdat ik hem gezien heb.
Rechter: U weet hem niet te beschrijven, maar u weet wel: Tjakkaa!! Dat is hem! Hoe weet u dat zo zeker?
Peter S.: Ik herkende hem later op de foto als de man die erbij was.

De andere rechter onderbrak de vragensessie.
Rechter: Zoals gezegd, het was tot 13:00u, mijnheer Van Schaik moet nu weg. De gedachte is dat we 7 juni verder gaan.
Mr. Betty Wind had tot slot nog een verzoek aan de rechtbank: Ik zou wel willen dat de getuige intussen niet met andere mensen spreekt. Ik zie mensen, waaronder dhr Sjaak Kist driftig aantekeningen maken.

(Deze laatste opmerking klonk wederom als een verkapte beschuldiging richting de verdediging. Alsof oud-agent Sjaak Kist, of andere personen die op zich wel vaker op de tribune zitten, aantekeningen zouden maken om de getuige straks op zwakheden of onvolkomenheidjes in zijn verklaring zouden kunnen wijzen.)

Ik denk echter dat getuige Peter ‘Peerke’ S. dat niet nodig zou hebben, nog buiten het feit of de verdediging een getuige zou beïnvloeden. Die gedachte klonk deze zittingsdag meerdere keren door in het betoog van het OM. Is dat niet een vorm van smaad?, vraag je je soms af, maar kennelijk hakt de verdediging vaker met dit bijltje en laat zij zich daar niet 1,2,3 door dit soort insinuaties uit het veld slaan.

De getuige kwam mischien iets minder vlot gebekt over als getuige Rob de W., maar kwam zeker niet over als een beïnvloedde getuige. Integendeel. Als dat het geval zou zijn geweest, had de getuige in sommige gevallen wel een ander of duidelijker antwoord kunnen geven. Aan de andere kant, het is ook wel al 10 jaar geleden.

Nee, het gaat met name om de inhoud van de verklaring. Die was zo duidelijk als wat en liet niet veel aan de verbeelding over. Het lijkt wederom een bevestiging dat La Serpe meer op z’n geweten heeft dan enkel de liquidatie op Kees Houtman.

Dinsdag 7 juni gaat het proces verder.

Bondtehond bij het Liquidatieproces

Dit bericht werd geplaatst in Liquidatie proces en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s