Meijering: ‘Heeft uw broer verder wat over de Neus verteld?’

De zittingen rond verdachte Dino Soerel zijn al enkele dagen bezig en hoewel er steeds iets tussen komt, zoals de laatste bekentenis van kroongetuige Peter La Serpe over de geheime kluisverklaring waarin hij Willem Holleeder linkt aan een liquidatie, zit er nu redelijk progressie in de zaak Soerel. Langzaam maar zeker, soms met kleine stapjes, of met toestemming van de verdediging in wat grotere stappen,behandelen de rechters de deeldossiers Agenda, Perugia, witwassen en de vermeende criminele organisatie waarbinnen dat zou hebben plaatsgevonden. (Art.140)

De meeste zaken zijn reeds lang en breed aan de orde geweest bij de andere verdachten, dus Mr. Nico Meijering is zeer goed op de hooge is van de inhoud van de meeste deeldossiers. Vandaar dat de rechtbank soms vraagt of het nodig is opnieuw van a tot z door de dossiers heen te gaan. Tenzij Soerel zelf wil dat de rechters de zaken verder uitdiepen, staat Mr. Meijering toe de wat grotere lijnen te volgen. Soerel heeft overigens een behoorlijk goede dossierkennis opgebouwd in de zeven maanden voorbreidingstijd die hij destijds kreeg. Je zit er soms van te kijken hoe goed hij in staat is details te benoemen of weet waar bepaalde zaken terug zijn te vinden binnen zijn dossier.

Vandaag stond een getuige op het programma op verzoek van de verdediging. Tijdens het kenbaar maken van de onderzoekswensen had de verdediging verzocht om de heer Jopie van der Bijl, de broer van Thomas van der Bijl, als getuige te mogen horen op zitting. De rechtbank wees dat verzoek toe. Dinsdag was het zover. Jopie zat al in de wachtkamer en was er helemaal klaar voor. Tegelijk met de raadslieden liep de getuige de bunker-rechtszaal in.

Voorzitter Mr. Lauwaars opende de zitting, maar een van de vrouwelijke rechters nam de eed af bij Johannes Gerardus van der Bijl en nadat zij had gevraagd of hij familie had in de zaal, wat hij ontkende, nam zij ook het eerste gedeelte van het verhoor voor haar rekening.

(Wat volgt is een samenvatting)
Rechter: U bent de broer van Thomas van der Bijl. U heeft al eerder contacten gehad met de politie. De verdediging heeft gevraagd u te mogen horen. Het OM kan u ook vragen stellen, en uiteraard de advocaten.

We beginnen met de moord op Kees Houtman.Op dat moment is uw broer gaan praten met Maria Houtman. Heeft uw broer verteld wat hij heeft besproken?
Jopie: Remmers en Burger hebben daar bijgehoord, vertelde hij. Dat stond ook op een briefje.
Rechter: U heeft dat briefje ook gegeven aan de politie. Wat werd er over gezegd?
Jopie: Er werd niet veel over gezegd. Hij was een beetje van slag af. En die minidisk gaf ik, zo’n Cd-rom met dat gesprekje. Ik heb er nooit naar gekeken. Het was een fotokopie.
Rechter: Een fotokopie?
Jopie: Ja.
Rechter: Wanneer was dat?
Jopie: In december of januari, dacht ik.
Rechter: Hij zei zomaar, ik heb een briefje?
Jopie: Ja, dat gaf ie aan me.
Rechter: Had u contact met Maria Houtman?
Jopie: Nee. Gewoon een bakkie drinken. Niet over de zaak praten.
Rechter: Dat lag nogal moeilijk?
Jopie: Ja.
Rechter: Is er over het lijstje gesproken?
Jopie: Niet met mij.
Rechter: Wat werd er wel gezegd?
Jopie: Die Neus pakt me.
Rechter: Zei ie dat?
Jopie: Hij zei dat ie vermoord zou worden. Hij had een kogelvrij vest aan en een pistool bij hem.
Rechter: En andere mensen?
Jopie: Nee, dat weet ik niet.

Rechter: Verteld u eens hoe u aan dat andere briefje kwam?
Jopie: Ik kreeg een briefje met namen erop in het café. Dino Soerel zou erachter zitten en Fred Ros. Die zou in Spanje zitten.
Rechter: Welk café?
Jopie: Dat weet ik niet meer.
Rechter: Kwam u daar vaker?
Jopie: Nee, ik kwam niet vaker.
Rechter: Hoe kwam u in dat café?
Jopie: Ik ben gewoon gegaan.
Rechter: Waarom dacht u dat u daar wat zou horen?
Jopie: Dat waren café’s waar mijn broer wel eens kwam.
Rechter: Welk café?
Jopie: Weet ik niet meer.
Rechter: Of wilt u dat niet zeggen?
Jopie: Iemand gaf me gewoon een briefje.
Rechter: Daar waren mensen die u vraagt of ze wat weten, keken ze niet raar toen u dat vroeg?
Jopie: Nee.
Rechter: Van wie kreeg u dat briefje?
Jopie: Weet ik niet.
Rechter: Dus u gaat naar een café, wat werd daar gezegd.
Jopie: Fred Ros heeft het uit laten voeren en die zit in Spanje.
Rechter: Heeft u er verder over gevraagd?
Jopie: Nee, ik was blij van wie ik het kreeg.
Rechter: Dus u kunt niet vertellen wie de bron was?
Jopie: Nee.
Rechter: Vlak na zijn dood?
Jopie: Ja, drie of vier weken daarna.
Rechter: U heeft op een gegeven moment contact gekregen met Gietema.
Jopie: Ja.
Rechter: Heeft u het toen verteld?
Jopie: Ja.
Rechter: Wat?
Jopie: Dat Dino Soerel de opdrachtgever was en Ros de uitvoerder was, toen we met de familie de eerste keer kwamen.
Rechter: Gietema vertelde dat u kwam en dat het toen al in de media was verschenen.
Jopie: Dat weet ik niet.
Rechter: Wat deed u met het briefje?
Jopie: Ik heb het weggegooit.
Rechter: Wilde Gietema het niet hebben.
Jopie: Nee.
Rechter: Hoe reageerde de heer Gietema?
Jopie: Weet ik niet.
Rechter: Heeft u Maria Houtman gesproken wie de opdrachtgevers waren?
Jopie: Nee.
Rechter: Waarom zo verschillend omgaan met de briefjes? Het ene briefje heeft u bewaard en het andere weggegooit.
Jopie: Weet ik niet meer.

OM: Mijnheer Van der Bijl, u heeft het briefje een dag later weggegooit. De dag nadat u het kreeg. Heeft u nog gedacht het briefje aan de heer Gietema te geven?
Jopie: Nee.
OM: U zei later dat u zei dat u niet wist van wie het briefje kwam. Kunt u nog bedenken, als u diep graaft in uw geheugen, waar dat briefje vandaan kwam?
Jopie: Nee.

Vervolgens kon Mr. Nico Meijering vragen stellen aan Jopie van der Bijl.

Mr. Nico Meijering: Waarom, u was natuurlijk op de hoogte van de geweldadige dood van uw broer, waarom bent u zelf op onderzoek uit gegaan?
Jopie: Ik wilde weten wie erachter zat en dat het opgelost wordt.
Mr. Meijering: Dat was de reden, om een bijdrage te leveren om de gruwelijke moord op te lossen?
Jopie: Ja.
Mr. Meijering: Heeft u nog iets anders gedaan?
Jopie: Nee.
Mr. Meijering: U heeft het al eerder verteld, over dat Thomas u een en ander heeft verteld: ‘Ik ben de volgende. De Neus pakt me’. Heeft uw broer verder wat over de Neus verteld?
Jopie: De Neus bedreigde Endstra. Flipper zou de Neus aanpakken.
Mr. Meijering: 2003 ‘Mij is ook verteld dat de Neus Flipper heeft doodgemaakt’. Heeft uw broer dat verteld bij leven van Flipper of daarvoor.
Jopie: Daarvoor ja.
Mr. Meijering: U heeft nog iets verteld. Dat Holleeder van Hout heeft vermoord. Hij verteld het voor die tijd. U zegt dat hij dat steeds heeft verteld. Heeft hij dat voor die tijd verteld?
Jopie: Voor die tijd.
Mr. Meijering: Heeft hij verteld hoe hij het wist?
Jopie: Nee.
Mr. Meijering: Ik weet hoe moeilijk het was voor u. U had een goede vertrouwensband met uw broer. Bepaalde dingen heeft hij met u gedeeld. Kunt u iets bedenken waarom hij dit met u deelde?
Jopie: Nee.
Mr. Meijering: Heeft Thomas wat verteld over afpersing?
Jopie: Over Endstra en Houtman heeft ie verteld.
Mr. Meijering: Kunt u de rechtbank vertellen wat u daarover weet?
Jopie: Ze kwamen in de Scheldestraat en toen moesten ze stoppen bij een winkeltje. Dat pand was van Mieremet. En ze wilden niet dat daar aangezeten werd. Toen moest Houtman betalen.
Mr. Meijering: Om hoeveel ging dat?
Jopie: 1,1 miljoen.
Mr. Meijering: En Endstra? Wat vertelde hij?
Jopie: Nou dat Endstra afgeperst werd door de Neus.
Mr. Meijering: Wanneer?
Jopie: Dat weet ik niet meer.
Mr. Meijering: Vriendschap, weet u daar iets van, tussen Cor van Hout en Endstra?
Jopie: Weet ik niet.
Mr. Meijering: Ik zie op pagina twee van uw verklaring: ‘Toen Flip nog leefde, ging hij Holleeder aanpakken omdat hij zijn vriend Endstra bedreigde’.
Jopie: Ja, dat vertelde mijn broer.
Mr. Meijering: Cor van Hout en Endstra waren bevriend, zegt u?
Jopie: Ja, ze zaten in het onderhoud van de panden. Flip en Endstra gingen toen goed met elkaar om. Mijn broer en Flip onderhielden de panden van Endstra.
Mr. Meijering: Maar dat is al lang geleden hè?
Jopie: Ja, hij had Holleeder wat aan willen doen. Had ie het maar gedaan, dan hadden ze alletwee nog geleefd.
Mr. Meijering: Ja goed, u zegt: ‘Ze wilden hem wat aandoen’
Jopie: Ja, ze stonden te stotteren en hij (Thomas) was helemaal van slag af. Hij was er ziek van.
Mr. Meijering: U begrijpt dat ‘ze’ wat wilden doen?
Jopie: Ja, Thomas wilde de Neus omleggen.
Mr. Meijering: Nu bedoelt u Holleeder ombrengen?
Jopie: Ja, hadden ze het maar gedaan.
Mr. Meijering: Wie zou het doen?
Jopie: Ja, hij. Of mischien zou ie het wel laten doen.
Mr. Meijering: Hoe kwam u tot de conclusie dat ze dat wilden doen?
Jopie: Ja, dat zag ik gewoon.
Mr. Meijering: Hoe dan?
Jopie: Aan hem.

Rechter: Waarom moesten deze punten aan de orde komen?
Mr. Meijering: Ik ben vanmorgen nog even door de verklaring heen gelopen. Ik zal nu komen aan de punten.
U bent verhoord bij de rechter-commissaris. U bent stellig dat u de naam Soerel bij de recherche heeft laten vallen. Nu bent u alle keren door de leider van het onderzoek de heer Gietema gehoord. Gietema is door ons gehoord en heeft verklaard dat u allerlei namen heeft laten vallen, maar nooit de naam van Soerel. Kunt u daar op reageren?
Jopie: Op het hoofdbureau kwam ik, daar was Teeven ook bij. Toen heb ik Soerel genoemd. Daar waren mijn broers en zusjes bij.
Mr. Meijering: Maar heeft u er een verklaring voor dat Gietema nimmer de naam Soerel heeft horen zeggen?
Jopie: Weet ik niet.
Mr. Meijering: U weet het niet. Ik denk dat u, heel graag deze moord wil oplossen. Ik heb moeten constateren dat de heer Gietema zegt dat u Soerel nooit heeft genoemd. Wij denken dat u de moord erg graag op wil lossen. U wilt daar graag aan bijdragen door de naam Soerel te noemen omdat u weet dat hij verdachte is.

Rechter: Er vielen veel namen, Ros, Remmers, Burger. Er staat mij bij dat hij zei: ‘Er werden veel namen genoemd’ ‘Volgens mij heeft Gietema niet verklaard dat hij zeker weet dat de naam Soerel niet is gevallen.
Mr. Meijering: U wijst mij terecht daarop. Maar ik kan u verklaren waarom ik dit zo durf te formuleren, aangezien ik er sterk op vertrouw dat de heer Gietema de naam wel genoteerd zou hebben als die genoemd zou zijn.
Jopie: Ik blijf erbij, de naam is genoemd. Teeven was er ook bij.
Mr. Meijering: U bent meerdere keren geweest hier op zitting in de bunker. Ook toen Maria Houtman heeft verklaard. U heeft dat gehoord. Kunt u dat herhalen wat zij verklaard heeft op zitting?
Jopie: Nee, dat weet ik niet meer.
Mr. Meijering: Dank u wel.

Mr. Leon van Kleef: Toen u bij de heer Gietema kwam, had u het briefje toen bij u?
Jopie: Nee, het zat in mijn hoofd.
Mr. Van Kleef: Heeft Thomas wel over Soerel gesproken?
Jopie: Nee.

Mr. Sander Janssen: Er is eerder over het briefje gesproken. U zegt het volgende: ‘Ik ben op onderzoek uitgegaan en heb van iemand een briefje gekregen met namen er op. Dat briefje zou u hebben weggegooid. Bij de politie verklaart u echter helemaal niet over een briefje. U zegt het van iemand te hebben gehoord, maar u noemt dat briefje niet.
Jopie: Dat zeg ik gewoon. Dat was ook zo.
Mr. Janssen: Kunt u aangeven waarom u het in die tijd niet over een briefje heeft ?
Jopie: Nee dat weet ik niet.
Mr. Janssen: U zegt bij de politie : ‘Ik heb het gehoord’ en hier zegt u: ‘Ik heb een briefje gekregen’. Heeft u een verklaring daarvoor?
Jopie: Nee.
Mr. Janssen: Dank u.

Peter La Serpe stelde ook een vraag.
La Serpe: Ik vroeg mij af, toen hij dat briefje kreeg of hij behoefte had om met iemand te bellen?
Jopie: Nee.
Rechter: Had u behoefte iemand te vertellen?
Jopie: Nee.
Rechter: Wilde u het niet delen?
Jopie: Ik heb het enkel aan mijn zusjes en broertjes verteld.

OM: U zegt:’Ik kreeg het briefje. Dino is de opdrachtgever, en Ros is de uitvoerder.’
Jopie: D. Soerel en Ed Ros.
OM: Wat werd erbij verteld?
Jopie: Niks.
OM: Geen vragen meer.

Rechter: Dank u wel, mijnheer Van der Bijl.
Jopie mocht gaan, en verliet de rechtszaal.

De rechtbank wil 10 oktober verder met Perugia, de organisatie, de professionaliteit, de telecomgegevens en met de kluisverklaring van Peter La Serpe.

Soerel krijgt dan nog gelegenheid vragen te stellen, voor zover het hemzelf betreft. De rechtbank wil maandag proberen alles af te ronden. Wel zal de verdediging vragen willen stellen over de kluisverklaring van kroongetuige La Serpe.

Bondtehond bij het liquidatieproces.

Dit bericht werd geplaatst in Liquidatie proces en getagged met , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s