Advocaat La Serpe: ‘Cliënt verbiedt mij het verweer te voeren’

Kroongetuige Peter La Serpe en zijn advocaat Mr. Jan Peter van Schaik gaven tijdens de zitting van donderdag zoveel mogelijk duidelijkheid over de herinneringen van La Serpe. Rechtbankvoorzitter Mr. Frits Lauwaars leidde de zitting in met een korte samenvatting over wat er zoal gaande is. Er loopt op dit moment veel door elkaar in Passage, aldus Lauwaars. Vandaag staat op het programma: Het incident La Serpe. De voorzitter sprak over het 5e incident met Peter La Serpe.

De heer van Schaik gaf aan dat hij een verweer wilde voeren. Dat zou moeten kunnen omdat dat te maken had met beschermings- maatregelen. Alles is verstuurd naar mevrouw Verwiel van het TGB (Team Getuigen Bescherming) met de vraag of zij preciezer kon kijken waarover gesproken mocht worden. Dat heeft ze gedaan.

Het OM vindt dat La Serpe zijn verweer zou moeten kunnen voeren. Twee elementen, oa geluidsopnamen, vielen onder de punten waar niet over gesproken kon worden. Het risico zou dan voor eigen rekening zijn. Mr. Van Schaik zou het er nog met de civiele advocaat over hebben waar wél over gesproken kon worden.

De voorzitter gaf het woord aan La Serpe en zijn raadsman.
Peter La Serpe: ‘Ik zou willen beginnen. Ik ben het niet eens met u inleiding. U zei het 5e incident. Het is het 1e incident dat nog steeds niet is opgelost.’

Alleerst ging La Serpe in op een vraag die de voorzitter tijdens een eerdere zitting stelde aan de kroongetuige: Hoe het inbouwen van ‘zekerheidjes’ in La Serpe’s verklaringen in zijn voordeel zouden kunnen werken als hij af zou wijken van wat daadwerkelijk was voorgevallen?

La Serpe (samengevat):
Ik heb al eens eerder verklaard dat het nogal naief is om te veronderstellen dat verwacht wordt dat iemand in mijn positie, zoals 5 jaar geleden, vanaf het begin het achterste van zijn tong laat zien. Ik ken niet al mijn overwegingen meer, maar wil nog wel de meest voor de hand liggende benadrukken waarom ik op punten ben afgeweken. Van mij werd verwacht dat ik zou gaan verklaren waardoor ik volledig controle zou kwijt raken over hetgeen ik vertelde. Stel dat er geen deal gesloten zou zijn met de staat, zou de staat nog wel beschikken over mijn kluisverklaringen. Het feit dat deze in de kluis zouden moeten blijven, overtuigde mij er niet van dat dit ook daadwerkelijk zou gebeuren, Hoe zou men omgaan met de wetenschap dat er mensen op de lijst stonden die op korte termijn geliquideerd zouden worden? Ik heb er rekening mee gehouden dat de inhoud van mijn verklaringen op andere wijze tegen mijn zou kunnen worden gebruikt. Ook is het zo dat de verhorende rechercheurs mijn bekentenissen hebben gehoord. Dat zijn dezelfde rechercheurs die in het milieu dezelfde moorden pogen op te lossen. Om dan te geloven dat deze rechercheurs zich niet laten leiden door hetgeen zij hebben aangehoord is nogal naief.

Ik leefde in de veronderstelling dat als ik afweek en zij zouden met foute gegevens door
rechercheren dat dan de discrepantie tussen wat ik had verteld en wat zij zouden vinden bij hun onderzoek alleen maar groter zou worden. Door op bepaalde punten af te wijken heb ik gepoogd nog enige controle te houden over hetgeen ik verklaarde voor het geval het ooit tegen mij gebruikt zou worden als wij niet overeen kwamen.

Vervolgens ging de kroongetuige in op de herinneringen en zijn verklaring van 27 A4’tjes. Hij had de rechtbank en de verdediging beloofd daar donderdag op terug te komen. Het was hem vorige week duidelijk geworden hoe groot het belang voor de verdediging is, maar ook voor de rechtbank om duidelijkheid te verkrijgen over zijn gedane uitspraken en dan met name met betrekking tot het zaaksoverschrijdende karakter ervan. Hij had na
overleg met beide advocaten besloten om de rechtbank en de verdediging zoveel mogelijk tegemoet te komen. De zaken die hij in acht moet nemen en die beperkend werken, zijn het verbod van het TGB om over TGB-gerelateerde zaken te spreken, hijzelf en derden in relatie tot TGB waar ook een spreekverbod voor is afgegeven en zijn eigen belangen in de strafzaak.

Peter La Serpe: Ik ben vanaf september 2006 begonnen met het documenteren van wat is voorgevallen en ik ben begin dit jaar begonnen met het doornemen van deze aantekeningen. In deze aantekeningen ben ik de door mij genoemde 3 herinneringen tegengekomen. Het waren geen herinneringen over strafbare feiten, maar aantekeningen die ik heb gemaakt op de dag dat ze zich voordeden. Veel van de aantekeningen zijn TGB-gerelateerd, bijvoorbeeld over de deal, of hebben een persoonlijk karakter doordat het korte memo’s aan mezelf zijn. Na het doorlezen van mijn
aantekeningen heb ik een advocaat gevraagd deze voor mij te bewaren zonder zich op de hoogte te stellen van de inhoud.

Met mijn opmerking over meineed van verschillende overheidsmensen heb ik de inhoud van de eerste 3 herinneringen bedoeld. Ik vond dit zaaksoverschrijdend en realiseerde mij dat het relevant kon zijn voor de waarheidsvinding. Ik heb mijn verklaringen naar
waarheid afgelegd en vanuit mijn eigen geheugen. De voorgevallen zaken zijn wel gebeurd, maar hebben geen invloed gehad op hetgeen ik heb verklaard. Vervolgens
is er een hoop lawaai ontstaan door de door mij genoemde 8 andere herinneringen en de lijst met krachttermen over de inhoud daarvan. Ook hier zal ik, met inachtneming van alle partijen en belangen, zoveel mogelijk openheid over betrachten.

Herinnering 1 tm 3 leest u HIER

Herinnering 4:
In de periode dat ik door de CIE was ondergebracht, november 2006 tot febriari 2007, heb ik iedere week tegen de verveling hasj gekocht in de coffeeshop, voor de gehele week. Deze periode volgde op de periode waarin ik de kluisverklaringen heb afgelegd. Tot begin oktober ben ik ervan uitgegaan dat dit onder het verbod in de OM-deal viel waar staat dat ik niet over de totstandkoming van de OM-deal mag praten. Dat
veranderde pas toen Mr. Betty Wind begin oktober liet weten dat ik over deze periode vrij mag praten. Ik ben er toendertijd niet op aangesproken. In deze ondergebrachte periode sprak ik met TGB en ben tot de intentieovereenkomst gekomen. Dit is wel altijd onderwerp van gesprek geweest met mijn civiele advocaat. Ik zie dit als mogelijk zaaksoverschrijdend en heb met mijn opmerkingen dat ik op ontoelaatbare wijze door de CIE ben bewogen om kroongetuige te worden, dit bedoeld.

Herinnering 5:
In diezelfde periode heb ik iedere week tegen de verveling een fles Whisky
gekocht.
Deze periode volgde op de periode waarin ik de kluisverklaringen heb afgelegd. Tot begin oktober ben ik ervan uitgegaan dat dit onder het verbod in de OM-deal viel waar staat dat ik niet over de totstandkoming van de OM-deal mag praten. Dat veranderde pas toen Mr. Betty Wind begin oktober liet weten dat ik over deze periode vrij mag praten. Ik ben er toendertijd niet op aangesproken. In deze ondergebrachte periode sprak ik met TGB en ben tot de intentieovereenkomst gekomen. Ik kan en mag hier verder niet teveel over zeggen omdat dit over de inhoud zou gaan, maar ik kan wel zeggen dat dit wel altijd onderwerp van gesprek is geweest met mijn civiele advocaat. Ik
zie dit als mogelijk zaaksoverschrijdend en heb met mijn opmerkingen dat ik op ontoelaatbare wijze door de CIE ben bewogen om kroongetuige te worden, dit bedoeld.

Herinnering 6:
Over de verklaring over Holleeder heb ik met Sander de Haas de afspraak gemaakt om dit achter te houden. Officier Wind heeft in haar schrijven, ik dacht op 10 oktober, terecht opgemerkt dat de met een magistraat gemaakte afspraak betrekking had op Sander de Haas en de Holleeder-verklaring. Ik realiseerde mij dat die ter zake doende was en in de voortgang van het proces heb ik beter begrepen dat ook deze verklaring relevant zou kunnen zijn voor de waarheidsvinding. Ik vond dit zaaksoverschrijdend en in dat kader heb ik melding gemaakt van de door mij gemaakte afspraak met een magistraat en dat bedoeld met de verwijzing ernaar.

Herinnering 7:
Net na mijn aanhouding hoorde ik van mijn toenmalige strafrechtadvocaat dat hij met de CIE op stap is geweest. Hij heeft mij ook verteld dat hij op deze stapavond in café ‘The Corner’ is geweest. Dit is het café van Ruud H., één van de mensen op de liquidatielijst. Naar aanleiding hiervan heb ik afstand genomen van mijn voormalig strafrechtadvocaat. Ik vond dit zaaksoverschrijdend en vraag
mij af wanneer deze relatie is ontstaan en/of , en in welke mate, er invloed op hem is uitgeoefend om mij te bewegen te verklaren en/of om mij te bewegen kroongetuige te worden. Hij was immers ook mijn civiel advocaat. Ik heb hieraan gerefereerd met mijn opmerking over het bewust achterhouden van relevante informatie over de totstandkoming van kluisverklaringen door overheidsmedewerkers en mogelijk beïnvloeding van mijn strafrechtadvocaat om mij te bewegen mijzelf en anderen te belasten.

Herinnering 8:
Mijn voormalige civiele advocaat heeft vanaf 26 april 2010 tot 2 juli 2010 contact gehad met iemand die mij, door middel van mijn civiel advocaat, toezeggingen heeft gedaan om mij te bewegen door te gaan met getuigen. Hierover heb ik al een opmerking gemaakt in beschuldigende zin naar Betty Wind. De door mij op officier Wind gebruikte overval-techniek heb ik opgepikt van Mrs. Sander Janssen en Nico Meijering, die dit verschillende keren op mij hebben toegepast. Ik wist dat mijn voormalig civiel advocaat contact had met verondersteld iemand van het OM. Ik wist niet wie, maar ben gaan strepen met de gevens die ik had. Dit contact heeft gezegd dat ik Sander de Haas moest sparen in de rechtbank, dat ik niet moest wraken en geen nieuwe verzoeken moest indienen.

Verder zei dit contact dat mijn wensen geen probleem waren en de TGB-deal zou worden als ik door zou gaan met getuigen. Op instigatie van dit contact en de gedane toezeggingen heb ik mijn beslissingen in de rechtbank aangepast. Ik voelde me hierdoor aangestuurd. Nadat ik tot de conclusie ben gekomen dat ook deze toezeggingen niet werde waargemaakt ben ik nagegaan wie dit contact zou kunnen zijn. Ik hield voor mogelijk dat Mr. Betty Wind dit contact was. Mijn voormalig civiele advocaat wilde niet zeggen wie de persoon was waar hij contact mee had en wie de toezeggingen had gedaan. Om deze reden heb ik afstand genomen van deze civiele advocaat, omdat hij mijn belang niet voorop had staan. Op dit moment overweeg ik om hem te dagvaarden om hem te dwingen de naam bekend te maken.

Herinnering 9:
Mijn opmerkingen over aansturing van de tactische verhoren bij de politie en in de rechtbank zijn ook gebaseerd op de vele toezeggingen die aan mij vanaf april 2007 tot nu zijn gedaan, maar die niet zijn waargemaakt. Ik heb verschillende malen het bijltje erbij neer willen gooien waarna mij valse toezeggingen zijn gedaan, door een partij waar ik niet over mag praten, om mij weer aan het getuigen te krijgen. Daardoor hebben zij invloed gehad op mijn vrije wil om door te gaan met getuigen. Als laatste wil ik zeggen
dat ik de term zaaksoverschrijdend ook heb gebruikt omdat ik het gevoel heb dat al mijn grieven aan dovemansoren zijn gericht. Door de term zaaksoverschrijdend te gebruiken wist ik dat Mr. Meijering en anderen ervoor zouden zorgen dat mijn woorden wel zouden worden gehoord.

Ik heb het gevoel dat mijn rechten worden geofferd voor het algemeen belang zoals ik zelfs nu nog steeds geen eigen gekozen verdediging kan voeren. Ik word gedwongen mijn verdediging te voeren met een gemuilkorfde advocaat, daar heb ik niet voor getekend. Ik dacht dat het kader van de wet het speelveld was waar men zich aan moest houden, maar naar nu blijkt, geldt de wet niet voor de wijze waarop het openbaar ministerie
met getuigen omgaat.

Als men van mijn als getuige afgelegde belastende verklaringen wil profiteren, dan zou men toch op z’n minst mijn recht mijzelf te mogen verdedigen moeten respecteren.
Ik begrijp hier werkelijk niets van.

De andere herinneringen of delen van mijn verklaring die ik niet heb toegevoegd zijn niet zaaksoverschrijdend of niet in mijn strafrechtelijk belang om zonder de TGB-context te vertellen, of gedeeltelijk of volledig TGB-gerelateerd.

Ik begrijp dat hetgeen ik vertel de nodige reacties teweg zal brengen, maar het is niet anders. Ik heb geprobeerd om voor alle partijen zoveel mogelijk duidelijkheid te creëren en tegemoet te komen aan de belangen van de verdediging van de andere verdachten. Ik denk dat ik met deze verklaring duidelijk heb gemaakt wat ik als zaaksoverschrijdend heb gezien en waarom ik die krachttermen heb gebruikt om dit aan te geven.  Dank u
wel,
Peter La Serpe

Vervolgens droeg La Serpe’s raadsman Mr. Jan Peter van Schaik een pleitnota voor. De raadsman betoogte dat het onmogelijk is deze zaak te voldoen zonder in een levensbedreigende situatie te komen. Het ‘duivelse dilemma’, zoals hij het steeds heeft genoemd, is nog steeds niet veranderd volgens de advocaat.

Mr. Van Schaik: De strafrechtelijke verdediging van La Serpe is volledig afhankelijk van TGB-gerelateerde punten. TGB-officier Mr.Verwiel heeft laten weten dat La Serpe vrij is in het verweer, maar dat dit wat haar betreft geheel op eigen risico is. Dit is een
schijnsituatie. Voeren van het verweer leidt namelijk tot een zeer levensbedreigende situatie. De beschermingsovereenkomst kan namelijk opgeheven worden, met alle gevolgen van dien. Cliënt kan niet gemotiveerd reageren. Cliënt verbiedt mij het verweer te voeren. Dit stelt mij voor het duivelse dilemma. Kan ik zijn belangen nog wel naar behoren behartigen? Ik denk van niet.

Mr. Van Schaik stelde als uiterste middel voor om maar een zitting achter gesloten deuren te houden waar La Serpe zijn verweer zou kunnen voeren.

De raadsman deed vervolgens ook nog een ander nogal opmerkelijk verzoek: Zo’n 8 maanden voordat de (halve) strafmaat van La Serper sowieso zal aflopen, verzocht de raadsman de voorlopige hechtenis van zijn cliënt op te heffen. Daarbij zou de rechtbank volgens Van Schaik rekening moeten houden met het zwaartst mogelijke detentieregime dat La Serpe zou ondergaan, zonder bezoek, geen ander contact met de buitenwereld, disproportionele toestanden, de vermoeiende transporten en het schenden van geheimhoudersinformatie. (Later gaf hij aan dit verzoek aan te willen houden tot een later moment.)

De raadsman meent tot slot dat hij de verdediging voor zijn cliënt niet goed meer kan voeren als hij het niet over de TGB-zaken mag hebben.
Mr. Van Schaik: Ik zal als advocaat het volledige palet naar voren moeten kunnen brengen. Het totale verweer van 27 pagina’s.

La Serpe merkte aansluitend nog op: Voor mij is het doodsimpel, ik wil gewoon mijn strafrechtelijk verweer kunnen voeren. Ik kan me voorstellen dat het verweer van 27 kantjes door de TGB gelezen, kan leiden dat de andere zaken niet meer gevoerd kunnen worden. Doelt de kroongetuige hier nou op niet-ontvankelijkheid van het OM? Heftige uitspraak. La Serpe lijkt opnieuw met vuur te spelen.

De volledige inhoud van de 27 kantjes en de inhoud van de geheime opnames wil iedere procesdeelnemer inmiddels natuurlijk heel erg graag weten. Ik neem aan de rechters ook….  toch?

*

Mr. Betty Wind reageerde namens het OM.
Het OM vond het hele betoog min of meer een herhaling van zetten.

De 2 genoemde punten waar La Serpe niet over zou mogen spreken betreft:
Punt 1 : Opnames door La Serpe van gesprekken met TGB-officieren.
Punt 2 : Is onbekend, maar Verwiel heeft dat wel aan Van Schaik laten weten.

Mr. Wind: Het zijn slechts 2 aspecten en klinkt niet als een heel groot deel van het verweer.

Stelling La Serpe: TGB- + OM-traject(en) zijn één. Rechtbank heeft destijds uitspraak gedaan dat La Serpe het wel zo kan voelen, maar dat dat dan nog niet zo is. De gesloten deuren situatie: Het OM voelt daar helemaal niets voor.

De opmerking dat La Serpe in een levensbedreigende situatie zou kunnen komen, wilde Mr. Wind nuanceren. Allereerst heeft de staat een zorgplicht en al zou de beschermingovereenkomst komen te vervallen, laat de staat La Serpe echt niet zomaar de straat op lopen als schietschijf van het milieu. La Serpe zou echter wel kans lopen dat de invulling van het traject er heel anders uit zou kunnen komen te zien.

La Serpe zelf trok deze laatste opmerking in het belachelijke. Hij gaf als voorbeeld dat hij best veilig zou zijn ‘in een gat in de grond in de Sahel’, echter zo heeft ie zijn leven na het
liquidatieproces niet voorgesteld. Het enige voordeel zou zijn dat ‘de jongens hier’ hem daar niet zo gauw zouden komen zoeken.

Het is absoluut moeilijk voor hem, zo zegt Peter. Men moet vooral beseffen dat zijn hele leven hierna weg is. Dat hij de overeenkomst kwijt zou raken, is dus absoluut geen optie.

Het laatste woord is hier nog niet over gesproken.

Maandag gaat het proces verder.

Bondtehond

Dit bericht werd geplaatst in Liquidatie proces en getagged met , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s