Mr. Nico Meijering: “Het OM tracht de brisante Holleeder-passages graag te downplayen”

De verdediging van Dino Soerel, Ali Akgün en Sjaak Burger stelde maandag dat het zo langzamerhand tijd is om de balans op te maken na de brisante ontboezemingen rondom de Holleeder-passages. Nog niet zo zeer inhoudelijk, maar wel om de vraag of het openbaar ministerie de rechtbank en de verdediging nu optimaal van informatie heeft voorzien. Tijdens het verzoek opheffing voorlopige hechtenis in de zaak van Dino Soerel zal door de verdediging meer inhoudelijk ingegaan worden op de Holleeder-passages. (na nu H-passages)

De_Holleeder_Passages

Mr. Nico Meijering (samenvatting):
Zowel het zaaks-OM als voormalig CIE-officier van Justitie De Haas in zijn verhoren als getuige op zitting ademen uit dat thans alles op tafel ligt als het gaat om de H-passages en alles wat daar mee samenhangt indien we de verhoren van La Serpe uit 2006 bezien. Zoals we zullen zien is zulks echter bepaald nog niet het geval. Hoewel bij de onmetelijke grote belangen in deze langer zal worden stilgestaan bij het aangekondigde opheffingsverzoek, is het in dit verband toch goed iets te zeggen, al is het alleen reeds om te voorkomen dat het betoog van het OM van 1 november al te zeer een eigen leven gaat leiden.

Het OM stelt meteen al dat het een verkeerde weergave van de werkelijkheid zou zijn dat de verdediging op de voorgaande zittingen een beeld heeft geschetst ‘alsof het grootste deel van de verklaringen van La Serpe tot voor kort in de kluis is gebleven en het OM daarmee op ongeoorloofde wijze informatie heeft achtergehouden‘. Immers, vervolgt het OM, in ‘de eerste plaats gaat het niet om een groot deel van de verklaringen maar slechts om een enkel aspect dat maar een heel klein deel van het totaal uitmaakt’. De H-passages zouden verder in de ogen van het OM niet zien op onze cliënten en medeverdachten, “maar op een andere verdachte”. Verderop zou het OM zich nog uitputten in het herhalen van het standpunt dat de H-passages niet “ontlastend” zouden zijn voor cliënten.

Natuurlijk zijn alle procespartijen zich heel wel bewust van het feit dat de H-passages op het totaal van alle door La Serpe afgelegde verklaringen “een heel klein deel van het totaal uitmaakt”. Maar daar waar het OM nu juist stelt “het geschetste beeld” daarmee “sterk” te willen nuanceren, trekt men een dikke mist op waardoor afgeleid wordt van hetgeen waar het hier werkelijk om draait.

Zo geldt in de eerste plaats direct al dat de H-passages slechts “een heel klein deel van het totaal uitmaakt” omdat de in onze ogen onaanvaardbare afspraak is gemaakt om La Serpe toe te staan Holleeder buiten alle door hem af te leggen verklaringen te houden. Anders gezegd: was die afspraak niet gemaakt, dan was er uiteraard ruim aandacht besteed aan dit gegeven en was dat als een rode draad teruggekomen in alle verklaringen die hij tot nu toe heeft afgelegd.

Van veel groter belang is het feit dat het OM hier doet alsof het totaal aan de door La Serpe afgelegde verklaringen gaat over cliënten, en dan meer in het bijzonder over de thans in voorlopige hechtenis bevindende cliënt Soerel. Dat is nog eens“een verkeerde weergave van de werkelijkheid”.

Het OM is zich uiteraard heel wel bewust van het feit dat nu juist de verklaringen van La Serpe voor zoveel die Soerel betreffen “een heel klein deel van het totaal uitmaakt”.

Het is voor alle procesdeelnemers een fluitje van een cent om al hetgeen La Serpe over Soerel heeft verklaard in een notendop weer te geven. Afgezien van de Serpiaanse conclusies die de kroongetuige natuurlijk ook met betrekking tot Soerel heeft weten te trekken, komt La Serpe op de keeper beschouwd niet verder dan de Baja- en Diemen-ervaringen die hij zegt te hebben gehad inzake de tenlaste gelegde zaken Houtman en Van der Bijl. En dat dan ook nog eens van horen zeggen van Jesse Remmers, indien we La Serpe zouden moeten geloven. Dit zijn in essentie de enige “harde” beschuldigingen die La Serpe getuigend over cliënt Soerel heeft weten te verklaren.

En hoe verhoudt zich dit alles tot alle achtergehouden H-passages? Daarover zal de verdediging bij het opheffingsverzoek nog wel een boompje opzetten, maar ook het OM kan voor zichzelf al zien dat er toch wel iets meer aan de hand is als het gaat om die verhoudingen. Men zal niet meer durven spreken van “een heel klein deel” als men spreekt over de H-passages in relatie tot de Soerel-passages. En men zal die durf helemaal laten varen, als men zich ook nog eens bedenkt dat La Serpe wat betreft Holleeder niet in de auditu-termen heeft gesproken wat betreft het Gelderlandplein-moment. Niet alleen is daarmee jarenlang achtergehouden het gegeven dat La Serpe volgens eigen zeggen zelf direct in contact heeft gestaan met Holleeder. Daarmee is tevens achtergehouden het door La Serpe reeds vroeg verklaarde gegeven dat Jesse Remmers direct in contact stond met Holleeder als het gaat om (een) liquidatie(s).

Het OM tracht de brisante H-passages graag te “down-play-en”, door telkens in termen van “niet-ontlastend” te spreken daar waar het de H-passages betreft in relatie tot de positie van cliënten. Het OM weet natuurlijk veel beter, en ziet zeker indien we nog eens bedenken hoe het OM in de afgelopen jaren altijd het bezwarenlatje heeft gelegd, mischien wel als geen ander, dat de tot op heden door La Serpe afgelegde, voor cliënt(en) belastende verklaringen, in een totaal ander daglicht zijn komen te staan.

Ik noem alleen reeds het gegeven dat in al die jaren tot aan de openbaring van de H-passages, we uit de verklaringen van La Serpe hebben moeten opmaken dat in de zaken Houtman en Van der Bijl als opdrachtgever was aan te wijzen: Dino Soerel.

Soerel zou volgens de kroongetuige the one and only opdrachtgever zijn, althans zo wil hij het graag voorstellen als het gaat om zijn vermeende de-auditu-ervaringen. En we weten hoe er strafrechtelijk tegen de opdrachtgever in een liquidatiezaak wordt aangekeken. Als dat bewezen wordt, komt die het zwaarts aan de beurt.

Kan er dan alleen maar in termen van “niet ontlastend” worden gesproken als dan de verantwoordelijke CIE-officier met goedvinden van de parketleiding, ook de leiding van dit zaaks- en zittings-OM, de bewuste passages willens en wetens achterhoudt?

Het OM weet uiteraard wel beter. Of gaat men dan, in het kader van down-play, weer willen betogen dat het allemaal niets uitmaakt, want of er nu sprake is van één of twee opdrachtgevers? Maar dan heeft men mischien te weinig oog voor het feit dat La Serpe heel wel in staat gebleken is tot “in-de-plaats-stellingen”. Dat wisten we natuurlijk al een beetje, maar we wisten dat nog niet op basis van de openbaringen van officier De Haas, onder meer gedaan in zijn verbaal van 10 oktober jl.

Gelet op die openbaringen blijkt eens te meer hoe La Serpe als getuige in staat is om de waarheid geweld aan te doen en zonodig zulks te doen door anderen ten onechte te beschuldigen. Ook hier gaat het weer om een onnavolgbare Serpiaanse kronkel die ook door De Haas niet te ontwarren is gebleken: La Serpe durfde Holleeder niet te beschuldigen van zijn betrokkenheid bij de zaak Houtman, en daarom heeft La Serpe Holleeder maar beschuldigd van betrokkenheid bij de liquidatie van Cor van Hout. Wie het nog snapt mag het zeggen.

Wat daar ook van zij: met een kennelijk gemak doet La Serpe in zwaar belastende zin aan in-de-plaats-stellingen. De grote vraag is dan ook waar La serpe nog méér aan in-de-plaats-stellingen heeft gedaan. Er dan komen we uit bij de stapels verklaringen die La Serpe de afgelopen vijf jaren heeft afgelegd en waarin hij structureel zijn mond heeft gehouden over Holleeder daar waar het ging om liquidaties die volgens La Serpe zouden zijn uitgezet. Heeft La Serpe toen óók aan in-de-plaats-stellingen gedaan? Bijvoorbeeld omdat hij op basis van de horen-zeggen-ervaringen met Jesse Remmers of op basis van media “geconcludeerd” had dat Soerel ook wel een rol moet hebben gehad? Heeft La Serpe daarom Soerel ook maar “ingeschreven” in de zaken Houtman en Van der Bijl?

Voor een deel kunnen we het weten en voor een deel zullen we het nooit meer kunnen weten. Om met dat laatste deel te beginnen: we kennen La Serpe als getuige met mantra’s als: “als ik het zo verklaard heb, dan is het waar” of “alles wat ik verklaard heb, daar sta ik achter”. En La Serpe vecht al jaren met alles wat hij heeft om zich betrouwbaar te kunnen verkopen. De kans dat La Serpe dan volmondig zal willen erkennen dat hij Soerel in plaats gesteld heeft van derden is weinig hoopvol te noemen. Maar voor een goed deel weten we inmiddels dat La Serpe veel vaker aan in-de-plaats-stellingen heeft gedaan. Zonder hier al te zeer vooruit te lopen op het opheffingsverzoek, hebben we dat al kunnen zien gelet op de inhoud van de weglating W04-02 uit de kluisverklaring 04 van 16 oktober 2006. Daar waar La Serpe ogenschijnlijk jaren lang Soerel en Akgün in relatie tot het prioriteitenverhaal inzake Van der Bijl plaatste, zien we hier ineens in het kader van de prioriteit Willem Holleeder opduiken: “dat was de man”

En wat te denken van het prioriteitenverhaal inzake Houtman? Vijf jaar lang Soerel in dat verband – in overigens concluderende zin- noemen. Maar wat heeft La Serpe al die jaren achtergehouden? Het “Osdorp eerst”-verhaal: het verhaal waarin Holleeder zou hebben aangegeven dat Houtman prioriteit had. Wat zien we hier weer rondom de veelbesproken kroongetuige van het OM? La Serpe is in staat om, terwijl hij zegt te weten van het prioriteitenverhaal dat hij zelf direct van Holleeder zou hebben meegekregen, hier in concluderende zin zonder moeite vragen over prioriteit af te leiden naar Soerel. Na de veel besproken zekerheidjes nu ook de in-de-plaats-stellingkjes van La Serpe.

Met het voorgaande is het grote belang gegeven dat het OM met alles moet los komen. Het OM mag thans niets meer, geen woord, geen komma meer achterhouden.

Het OM zegt, althans probeert duidelijk te maken, dat men nu alles wat er nog was inzake de H-passages heeft vrijgegeven. Dat is echter bepaald nog niet het geval: een vlugge inventarisatie.

Er is een drietal (soorten) van verklaringen in deze te onderscheiden:
1 Kluisverklaringen 1 en 2 van 11 en 12 september 2006.
2 Kluisverklaringen 3 tot en met 15 van 10 oktober tm 2 november 2006.
3 Verklaring van 22 november 2006 tijdens “het overleg” van 22 november 2006 tussen La Serpe en De Haas.

Van alle kluisverklaringen (1 tm 15) stond al vast dat die op geluidsdrager zijn vastgelegd. Inmiddels is uit de verhoren van De Haas gebleken dat genoemde verklaring van 22 november jl. eveneens op geluidsdrager is vastgelegd.

Tot zover de inleiding tot de verzoeken van Mr. Nico Meijering maandag in de Bunker. Vervolgens gaf de raadsman nog wel vele voorbeelden van weglatingen (H-passages) waar (voormalig) CIE-officier Sander de Haas van dacht dat ze waren toegevoegd, wat toch niet het geval bleek te zijn en “andersoortige vergissingen”. Het OM lijkt zich te vergissen als het gaat om de vraag of alles inmiddels beschikbaar is gekomen.

Alle relevante uitlatingen moeten integraal op tafel hebben, aldus Meijering, en dat kan ook: ze staan immers op band. De Haas zou La Serpe, zo had de verdediging begrepen uit het verhoor van De Haas op zitting, gemaand hebben om toch vooral niet nog eens schuldig te maken aan, zoals Meijering is gaan noemen, in-de-plaats-stellingen als die inzake Van Hout/Houtman. Al met al reden om het gehele verhoor van De Haas van 22 november 2006 in een verbatim uitgewerkt proces-verbaal beschikbaar te laten komen.

De verzoeken:

A/
Toevoeging van:
1 Overige relevante weglatingen uit kluisverklaringen 3 t/m 15;
2 Alle relevante weglatingen (woordelijk uitgewerkt) uit de kluisverklaringen 01 en 02;
3 Een woordelijk uitgewerkt proces-verbaal van het verhoor van 22 november 2006 van De Haas.

B/
Aan de rechter-commissaris beschikbaar laten komen van alle woordelijk uitgewerkte kluisverklaringen opdat de RC controle kan uitoefenen op de weglatingen ten einde te bewaken dat al hetgeen La Serpe inhoudelijk relevant verklaard heeft (en de verbalisanten inhoudelijk relevant gezegd hebben tijdens die verhoren) zal worden toegevoegd aan het dossier.

(De verdediging vindt het broodnodig dat er een controle wordt uitgevoerd nu 4 en een half jaar uiterst belangrijke passages zijn achtergehouden. De procespartijen zijn meer dan genoeg getrakteerd op verrassingen die de essentie van de tenlaste gelegde feiten raken. Deze verrassingen moeten voor eens en voor altijd uit de wereld geholpen worden. Het is volgens Mr. Meijering onaanvaardbaar, gezien de extreem grote belangen voor cliënten, dat een controle van de RC achterwege zou blijven.)

C/
Tot slot verzoekt de verdediging om inlichtingen omtrent de wetenschap over de H-passages bij het College Procureurs-generaals en Minister.

De verdediging verzoekt de rechtbank het OM op te dragen inlichtingen te verstrekken. Inlichtingen, of liever gezegd, antwoord op de vraag:

Is het College van PG’s destijds op de hoogte gesteld van de afspraak met La Serpe dat hij niet over Holleeder behoefde te verklaren in relatie tot (de Passage) liquidaties en is het College ook op de hoogte gesteld van de inhoud van de Holleeder-weglatingen uit de kluisverklaringen?

Maandag gaat het liquidatieproces verder.

Bondtehond bij het liquidatieproces

Dit bericht werd geplaatst in Liquidatie proces en getagged met , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s