Mr. Sander Janssen: ‘Ja, breekt u mij de bek niet open’

Getuige Harry W, die tijdens eerdere zittingen verklaarde over betrokkenheid van Moppie Rasnabe en Jesse Remmers bij diverse liquidaties, was donderdag wederom naar de bunker in Osdorp gekomen om vragen te beantwoorden op verzoek van de verdediging. Zijn verklaringen gingen over de moord op Tonny van Maurik bij het toenmalige Altea-Hotel in Amsterdam (onderzoek Opa), de barbecuemoorden bij de Ouderkerkerplas bij Ouderkerk aan de Amstel (onderzoek Tanta) en de dubbele moord op Henie Shamel en Anne de Witte in Antwerpen (onderzoek Cobra). De verdediging wilde Harry W. op enkele puntjes nog nader aan de tand voelen. Dat ging niet al te soepel.

 

*

Allereerst een woordje van medeleven richting mevrouw Pinny Song en haar familie. Mij is ter ore gekomen dat zij maandagavond na een weekendje Luxemburg een zwaar auto-ongeval heeft gehad. De gladheid door de ijzel van die dag was de oorzaak dat de Alfa Romeo van een kennis waarin zij ook zat van de weg gleed, waarna de auto in een ravijn stortte. Gelukkig bleef de auto hangen aan twee bomen, anders zou deze zo’n 20 meter dieper in het ravijn zijn gestort. Mevrouw Song is met ernstig nekletsel en diverse andere verwondingen door een trauma-helikopter naar een Belgisch ziekenhuis gevlogen, maar inmiddels is zijn reeds overgebracht naar het Universitair Medisch Centrum in Utrecht. Daar is zij nu herstellende van haar verwondingen. Bij deze wens ik Pinny Song en haar familieleden, die ik afgelopen jaren in de wachtkamer van de bunker heb leren kennen als zeer sympathieke mensen, maar natuurlijk ook de kennis, alle sterkte toe in de aankomende periode.

*

Getuige W. zat weer in vermomming klaar in het gepanserde getuigen hokje. Officier van justitie Mr. Betty Wind verzocht de aanwezige pers alleen initialen van Harry W. te gebruiken. Dat kan. Harry W. is een tijdje the talk of the town geweest, en heeft reeds op vele websites gestaan met volledige voor- en achternaam, dus of dit nu nog erg veel verschil zal uitmaken, durf ik dan ook te betwijfelen. Persoonlijk ben ik er op een gegeven moment maar mee gestopt na constatering dat de naam van W. reeds volop verscheen op meerdere websites. De zin om het nu nog te doen ontgaat me dan ook een beetje. W. zal hem gerust wel een beetje (veel) knijpen na alle verklaringen die hij heeft afgelegd over diverse lieden in het milieu. Wellicht heeft W. ook geklaagd bij het OM? Zou ie dan toch op internet hebben zitten neuzen?

Mr. Sander Janssen, had daar onder meer een vraag over, maar de raadsman van Jesse Remmers vroeg allereerst of W. op de hoogte was gebracht van stukken.

(samenvatting van enkele vragen)
Getuige W.: Hoe bedoelt u?
Mr. Janssen: Nou, we hebben stukken ontvangen, mijn vraag is of u die stukken ook onder ogen heeft gehad? Heeft u van uw advocaat die stukken gekregen?
Getuige W.: Nou eh, ik begrijp dat u daar nu vragen over gaat stellen, maar eh… tja… niet denk.
Mr. Janssen: Er is niet aan u of uw advocaat wat er in die aanvullende stukken zou staan?
Getuige W.: Eh… dat denk ik wel. Mijn advocaat heeft dat wel, ja. Die heeft die afgelegde verklaringen.
Mr. Janssen: Ja uw advocaat zal die stukken wel gekregen hebben, maar heeft u met uw advocaat overleg gehad over die stukken?
Mr. Betty Wind: Nou, daar hoeft op zich geen discussie over te ontstaan hoor, dat verificatieverbaal heeft de getuige gewoon van ons gehad.
Rechter: Laten we het zo vragen: Heeft u van uw advocaat iets gehoord over stukken die hier nog aan het dossier zijn toegevoegd?
Getuige W.: Ja uh, ik weet niet hoe dat juridisch allemaal heet. Verklaringen of zo, dacht ik.
Mr. Janssen: Ok, ik begrijp dat uw advocaat de beschikking heeft gehad over die verklaringen in die verdovende middelen zaak. Begrijp ik dat zo goed?
Getuige W.: Ja, nee, dat is zo.
Mr. Janssen: Ok. Daarnaast zijn er aanvullende stukken geweest. Er zijn nogal wat getuigen gehoord bij de RC over uw verklaringen, waaronder de politieagenten die u verhoord hebben en de officieren van justitie waar u contact mee heeft gehad. Ben u op de hoogte gebracht over die verhoren?
Getuige W.: Nee, dat weet ik niet. Ik weet helemaal niet dat er mensen verhoord zouden zijn.
Mr. Janssen: Ok, dan ga ik even terug naar die andere verklaringen, waarvan u wel weet dat uw advocaat die heeft, nl verklaringen van u in die andere zaak. Weet u hoe het ervoor staat met de door u afgelegde verklaringen in die andere zaak?
Getuige W.: Geen idee.

Mr. Janssen: Uit die getuigenverhoren die wij hebben afgenomen, is gebleken dat er door het OM in de loop van de contacten met u een onderscheid is gemaakt tussen de verklaringen die u al had afgelegd bij de politie in het kader van de verdovende middelen-zaak en de verklaringen die u zou hebben afgelegd in deze zaak. Als ik dat zo aan u voorhou, weet u dan wat ik bedoel?
Getuige W.: Ja, het zijn twee verschillende zaken. Zo denk ik dat u het bedoeld?
Mr. Janssen: Ja.
Getuige W.: Ja, daar ben ik me van bewust.
Mr. Janssen: Staat u ook iets bij dat u is uitgelegd dat er ook verschillend mee zou worden omgegaan, met de verklaringen in de verdovende middelen-zaak en de verklaringen in deze zaak anderzijds?
Getuige W.: Geen idee, daar hebben we het niet over gehad.
Mr. Janssen: Nee? Lijkt me logisch… U heeft in die verdovende middelen-zaak verklaringen afgelegd. Heeft u in uw beleving daar een volledige verklaringen afgelegd?
Getuige W.: Ja… ik dacht het wel.
Mr. Janssen: Ik meen me te kunnen herinneren dat u heeft aangegeven dat dat eerste contact met de politie van vrij korte duur was geweest en u niet zo’n uitvoerig gesprek heeft gehad?
Getuige W.: Tja, in mijn beleving is dat zo, maar ik weet niet meer hoe lang dat heeft geduurd.
Mr. Janssen: Bent u in die beginperiode erop gewezen dat er een en ander op papier gezet zou worden?
Getuige W.: Ja god, er is ergens ooit iets op papier gezet, maar hoe en waar precies, ja dat weet ik niet meer.
Mr. Janssen: U heeft twee gesprekken gehad. Kunt u deze nog uit elkaar halen?
Getuige W.: Ja god, als u zegt dat het er twee waren, wil ik dat aannemen, maar waar die over gingen, groeperingen, mensen, drugs, dat weet ik niet meer precies.

Mr. Janssen: Weet u of u die ondertekend heeft? Of u onder een van de twee, bijvoorbeeld onder het proces verbaal van bevindingen een handtekening hebt gezet?
Getuige W.: Ik kan ze allemaal heel slecht uit elkaar halen, dus ik weet het niet. Ik kan het u echt niet vertellen, omdat ik gewoon niet meer weet. Als ik zeg, ik had pijn in mijn hoofd met al die gesprekken, klinkt ook een beetje vervelend, maar…
Mr. Janssen: Ik begrijp het, maar ik zal het u zeggen. Er zijn twee vrij uitvoerige verklaringen ingebracht uit die periode, een van 17 januari 2011 en een van 7 april 2011. De eerste is een PV van bevindingen. De politiemensen hebben achteraf opgeschreven wat u daar gezegd zou hebben, en de tweede is een PV van verhoor van die dag waar u waarschijnlijk daadwerkelijk bij was en waarin is opgeschreven wat u verteld zou hebben. Is dat ook aan u voorgelegd en weet u nog of u daar een handtekening onder gezet heeft?
Getuige W.: Ja, als u mij dit zo voorlees, is dat ongetwijfeld waar en ben ik daar ongtwijfeld bij geweest. Ik heb het getekend, dus mijn handtekening zal ongetwijfeld zijn te herkennen.

Mr. Janssen: Ja. U heeft te kennen gegeven dat de aanleiding om te spreken over u verleden in relatie met de heer Rommy en alles daar omheen gelegen was in het feit dat u tegen de politie zei bij dat eerste verhoor: ‘Ik wil eigenlijk niet verklaren over wat ik weet over die 4500 kilo en de heer Proper, etc etc, want ik maak mij zorgen om mijn veiligheid’. En u heeft dat verder ook toegelicht, door te zeggen dat u in het verleden wel vaker te maken heeft gehad met criminele groeperingen en dus weet dat er veiligheidsrisico’s zouden kunnen zijn. U weet dat er veiligheidsaspecten kunnen kleven aan het afleggen van verklaringen.
Getuige W.: Dat geldt natuurlijk überhapt voor het afleggen van verklaringen in het milieu, zal ik maar zeggen.
Mr. Janssen: Ja. En ik begreep daaruiit dat u dan dus ook niet uitvoerig gesproken zou hebben met de politie, over die zaken die uw veiligheid zouden kunnen treffen, over die mijnheer Proper en over die verdovende middelen-zaak?
Getuige W.: Nee, volgens mij heb ik daar ook niet over gesproken.

Mr. Janssen: Als u dat nu terughaalt in uw beleving, u zegt nu van niet, heeft u helemaal niet willen verklaren over Proper en verdovende middelen en dat hele traject in die andere strafzaak?
Getuige W.: Tja, ik heb mischien we over mensen gesproken, want dat willen ze graag, dat je over mensen gaat verklaren, maar ik kan me dat gesprek niet meer precies voor de geest halen.
Mr. Janssen: Ik herinner mij wel de antwoorden van de vorige keer. Ik moet u zeggen, wat mij wel enigzins verbaast, wij hebben over dat eerste gesprek van 17 januari een PV van bevindingen gekregen van 4 pagina’s waarin u nogal uitvoerig verklaart over van alles en nog wat. Over uw eigen verleden, over de relatie met de heer Rommy, de contacten met de heer Bergsma, met mijnheer K., met mijnheer R., met Proper, met zijn bedrijf, dat autobedrijf wat ze hebben, Frits le B., de asielboot, de loods, nou noem het maar op. 4 Pagina’s lang een vrij uitvoerige verklaring over wat u allemaal wist, waarin u in ieder geval nogal belastend verklaart over Bergsma en Proper. Als ik u dit zo voorhou, kunt u mij dan uitleggen hoe het mogelijk is dat u enerzijds zegt, ik wilde niet over Proper en Bergsma praten, en ik heb dat uitgelegd omdat dat gevaar zou kunnen opleveren en ik heb daarbij verwezen naar mijn verleden met de heer Rommy en dat u volgens de politie wel degelijk heel uitvoerig is verteld over die mensen en alles wat u daarover weet?

Getuige W.: Wat is de vraag nu?
Mr. Janssen: Nou, ik constateer een tegenstelling over wat u hier op zitting vertelde: ‘Ik wilde eigenlijk niet verklaren, want ik weet dat dat gevaarlijk kan zijn’, en dat stuk wat wij hebben binnen gekregen van de politie waarin u uitvoerig verklaart over van alles en nog wat en ook belastend verklaart over een vrij groot aantal mensen? Ik vind dat moeilijk met elkaar in overeenstemming te brengen.
Getuige W.: Ja maar, als we nu kijken hè, we zijn nu ácht maanden verder, dan is voor mij echt lastig om aan te geven waar nou en of nou lang of kort gesproken is, of wat er besproken is, dat is wat ik bedoel te zeggen. Als ik nu terugga in de tijd, waar en of ik een lang gesprek heb gehad en of er veel mensen aanwezig zijn geweest. Ja, dat weet ik gewoon niet meer.

(later)
Mr. Janssen: Kunt u uitleggen waarom u op 7 april kennelijk minder bezorgd was over u veiligheidssituatie dat u toen wel bereid was zeer uitvoerige verklaringen op papier af te leggen?
Mr. Betty Wind: Dat is een klein beetje een invulling van u hè, dat hij niet meer zo bezorgd was.
Mr. Janssen: Nou ja goed, mischien kan de heer W. daar dan zelf een invulling aan geven?
Getuige W.: Tja… er zal mij ongetwijfeld getuigenbescherming aangeboden zijn.
Mr. Janssen: Pas op, dat lijkt op een conclusie achteraf. U lijkt nu achteraf te denken van: Ja, dat zal mij wel aangeboden zijn. Of weet u dat nog?
Getuige W.: Ik kan mij dat echt werkelijk niet meer herinneren.

(later)
Rechter: Waar wilt u naartoe?
Mr. Janssen: Nog één tussenstap.

Mr. Janssen ging verder: Ik heb u net een vraag gesteld of er een verschil is gemaakt tussen de status van de verdovende middelen-zaak enerzijds en de afgelegde verklaringen in Passage-zaak anderzijds. Dit in samenhang met de getuigenbescherming die u zojuist noemt. Kunt u zich herinneren of er iets is gezegd over de vraag of die getuigenbescherming afhankelijk zou kunnen zijn van de Passage-zaak, of van de verklaringen in de verdovende middelen-zaak en of dat aan elkaar gekoppeld is?
Mr. Betty Wind: Mijnheer Janssen, het zijn wel een beetje onmogelijke vragen.
Mr. Janssen: Welnee, het zijn helemaal geen onmogelijke vragen mevrouw, u weet precies over welke verklaringen ik het heb bij de rechter-commissaris die ik aanhaal. Gaat u mij nou niet zitten onderbreken.
Mr. Betty Wind: Het lijkt me voor de getuige wel lastig om te volgen wat u nou precies wilt weten. Dus zullen we proberen om de vragen iets korter en iets feitelijker te stellen? Dan komen we deze dag volgens mij beter door.

Rechter: Ik vat de vraag even samen. De vraag is of u voor de verklaring van 7 april 2011 te horen heeft gekregen dat getuigenbescherming mogelijk afhankelijk zou zijn van de vraag of u over liquidaties zou kunnen verklaren.
Getuige W.: Nee, dat staat mij niet bij.
Mr. Janssen: Staat u bij dat er aan de zijde van de CIE u duidelijk is gemaakt dat men dat getuigentraject wellicht zou opstarten, dat men daarvoor eerst wilde weten wat u te verklaren had in dit Passage-onderzoek en dat dat getuigentraject ook zou afhangen van die verklaringen in dit Passage-onderzoek en dat de verklaringen in de verdovende middelen-zaak als tactisch werden aangemerkt en hoe dan ook op enig moment gebruikt zouden gaan worden?
Rechter: Ik vind het een zeer wonderlijke vraag mijnheer Janssen. Ik snap hem zelf niet eens meer.
Mr. Janssen lacht: Ik probeer gewoon een getuige een vraag voor te leggen…
Rechter: Hahaha! Nee, zonder gekheid, mijnheer Janssen. Ik moet toch ook even letten op een heldere dossiersamenstelling.
Mr. Janssen: Ok, ok, dat is uw goed recht.
Rechter: Probeer de vragen is wat kortere versies te stellen. U stelt nu vaak meerdere vragen in één vraag.
Mr. Janssen: Nee, dat was er maar één.
Rechter: Ja maar, het verondersteld wel een antwoord van ja, ja, ja, en dat zijn het 4 antwoorden. Ik zou zeggen probeert u maximaal 15 woorden.
Mr. Janssen: Ik wou zeggen:  ‘Ik doe daar niet aan mee, aan die Twitter-generatie, van eh…’
Rechter: Maar ja, als u dat van iedereen te horen krijgt, mijnheer Janssen.
Mr. Janssen: Prima, prima, nee, als u dat allen vind, dan trek ik mij dat aan. Ik zal het proberen.
Getuige W.: Nou mijnheer Janssen, als u zegt de Twitter-generatie, dan kan ik in ieder geval niet meedoen.
Mr. Janssen: Ja, hehehe. Ik ga het simpel maken. Heeft u begrepen dat de verklaringen die u in de verdovende middelen-zaak heeft afgelegd, sowieso tactisch gebruikt zouden worden?
Getuige W.: Ik heb geen flauw idee. Ik weet niet eens wat het ene of het andere inhoudt.

Mr. Janssen: Officier van justitie Sander de Haas, heeft u daar een beeld bij?
Getuige W.: Ja.
Mr. Janssen: Die heeft verklaard bij de RC dat aan u duidelijk is gemaakt dat de verklaringen in de verdovende middelen-zaak tijdelijk onder de pet gehouden zouden worden, en dat die uiteindelijk tactisch gebruikt zouden gaan worden.
Getuige W.: Ik heb geen idee.
Mr. Janssen: Michiel Zwinkels, weet u nog wie dat is?
Getuige W.: Eh… ja.
Mr. Janssen: De andere officier.
Getuige W.: Eh ja, er zijn er heel veel.
Mr. Janssen: Wat zegt u? Veel officieren van justitie? Ja, breekt u mij de bek niet open! (hard gelach in de zaal en op de tribune)

(Janssen doelde op de 5 zaaks-officieren + TGB-officieren + CIE-officieren, een groot aantal in ieder geval.)

Mr. Janssen: Zwinkels heeft in feite hetzelfde gezegd. Die zegt: ‘Ik heb meneer W. duidelijk gemaakt dat de verdovende middelen-verklaringen tactische verklaringen waren en dat het getuigenbeschermimgstraject daar los van stond’.Getuige W.: Nou, dan zeggen hun in elk geval hetzelfde. Ik weet van niks.
Mr. Janssen: Het zegt u niks?
Getuige W.: Nee het zegt me niks.
Mr. Janssen: Nog een laatste vraag op dat punt. Is u verteld dat de afgelegde kluisverklaringen in deze zaak, dus over Rommy, Moppie, Jesse en die oude zaken van belang zouden zijn voor de vraag of er getuigenbescherming zou komen?
Getuige W.: Uh…tsjaa…eh… ik eh..

Mr. Betty Wind: Ik ga me wel zo langzamerhand steeds meer afvragen, mijnheer Janssen, waar u toch naartoe wilt?
Rechter: Nou ja, het is wel begrijpelijk waar mijnheer Janssen naartoe wil, de vraag is of mijnheer W. dat begrijpt?
Mr. Janssen: Nou ja, u hoeft hem geen uitleg te geven. Ik denk dat ik ermee klaar ben. Meer weet ie niet. Dus ik kan er van alles over vragen, maar mijnheer weet het niet. Ik kan er conclusies aan verbinden, en die ga ik u later zeker voorhouden.

(Tot zover Mr. Janssen)

(later) Over de media, en de mogelijkheid dat W. informatie over de oude liquidatie zaken in de media heeft gelezen.

Mr. Stijn Franken ging dieper in op de mogelijkheid dat getuige W. veel, zo niet alle informatie waarover hij heeft verklaard op internet of in andere media zou kunnen hebben gelezen.

Mr. Franken hield de getuige een stukje tekst voor uit een proces-verbaal van de heer Sander de Haas bij de rechter-commissaris: Er is aan de getuige wel gevraagd in hoeverre hij kennis droeg in het proces ‘Passage’. En daarop heeft de getuige geantwoord dat hij dat volgde, maar niet intensief, voor zover dat in de media aan hem voorbij trok. Dat heb ik volgens mij uit zijn eigen mond gehoord.
Dus mijnheer De Haas heeft uit uw mond gehoord dat u het Passage-proces volgde. Dat lijkt mij, mijnheer W. in strijd tot hetgeen u eerder heeft verklaard. Kunt u dat uitleggen?
Getuige W. mompelt: Nee, ik denk dat u dat moet vragen aan die andere meneer.
Rechter: Wat zegt u?
Getuige W.: Ik denk dat u dat moet vragen aan die andere meneer. Want ik… ja, ik weet het niet.
Mr. Franken: Klopt het dan niet wat mijnheer De Haas zegt?
Getuige W.: Ja, ik heb niet het Passage-proces gevolgd, zoals ik al zei. Ik wist niet eens dat het zo heette.

Mr. Franken: Nee, maar het gaat mij even niet om de naam Passage. Het gaat mij erom dat hier een aantal mensen terecht staan op beschuldigingen van een aantal liquidaties. Mijnheer De Haas zegt dat u zegt: ‘Ik volg dat een beetje in de media’. U heeft net de heer Janssen horen citeren uit een PV dat de politie heeft opgemaakt waar u zegt: ‘Ik volg de groep nog wel een beetje in de media, maar het gaat de verkeerde kant op. Ik lees wel es over Gilbert, de zoon van Rommy. Die zit ook in de criminaliteit. Of die andere, Jesse Remmers de huurmoordenaar’. Met andere woorden, dat u er over leest. Een officier van justitie zegt dat hij uit uw mond heeft opgetekend dat u zegt: ‘Ik lees daarover’ En nu vraag ik u opnieuw: Heeft u in de media berichten over liquidaties, die in dit proces aan de orde zijn, heeft u daar berichten over gehoord of gelezen?
Getuige W.: Ik kan me dat niet herinneren, omdat ik daar echt niet mee bezig was en omdat ik niet wist dat dat Passage was en liquidaties waren waar iedereen bij betrokken was. Ongetwijfeld heb ik mischien wel es wat voorbij zien gaan of in de krant gezien, whatever, maar ik hield me daar niet mee bezig en wist dus niet wat er in dat proces met wie, dat dat plaatsvond zoals ik dat nu zie en weet.
Mr. Franken: Heeft u sinds u de laatste keer hier bent geweest in de media het proces gevolgd? Heeft u nog eens teruggekeken wat er allemaal aan de orde is geweest in deze zaken?
Getuige W.: Ja, nadat ik de verklaringen heb afgelegd, werd ik er door mijn advocaat op gewezen dat er dus op Crimesite wel es wat staat, en vervolgens ben ik dan nu, omdat ik bij het proces betrokken ben en daarin zit, heb ik wel es wat gelezen ja.
Mr. Franken: Kunt u zich herinneren wanneer u dat voor het eerst heeft gedaan?
GetuigeW.: Nou, ik heb er geen data bij, maar het was na het afleggen van verklaringen en nadat er blijkbaar iets geschreven is en ik er door mijn advocaat op ben gewezen.
Mr. Franken: Nou, dan ga ik u verklappen…..

Mr. Betty Wind: Dit is wel in eerder verhoren aan de orde geweest. De getuige heeft gezegd dat hij pas na het afleggen van die kluisverklaringen….
Rechter Van Dale onderbrak de officier: Ik snap mijnheer Franken wel dat hij hier op doorvraagt.
Mr. Franken: Dank u wel. Nou, laat ik het anders zeggen. Kunt u zich herinneren dat u bij de politie heeft gezegd, ik volg de namen uit die groep, de groep Rommy, nog wel een beetje. Ik lees wel over Gilbert en Jesse. U zegt, zijn vader Greg Remmers ken ik ook. Kunt u zich herinneren dat u dat heeft gezegd bij de politie?
Getuige W.: Nee, dat kan ik me niet specifiek herinneren. Ik heb zoveel gesprekken gehad. Ik weet het niet meer.
Mr. Franken: Als hier staat, ‘ik lees wel eens over’, waar kunt u dat dan destijds hebben gelezen?
Getuige W.: Ik zou het u niet kunnen vertellen. Geen idee. Ik was daar niet echt mee bezig. Het is wel eens voorbij gegaan. Ik las dat soort dingen niet.
Mr. Franken: Kunt u zich herinneren dat u tegen De Haas heeft gezegd: ‘Ik volg het proces Passage, maar niet intensief. Wel voor zover dat in de media aan mij voorbij trekt’. Kunt u zich herinneren dat u dat heeft gezegd?
Getuige W.: Nee, eh..
Mr. Franken: Is dat onmogelijk dat u dat heeft gezegd tegen De Haas? Is het een verkeerde herinnering van De Haas, of kan het dat u dat wel heeft gezegd?
Getuige W.: Ik kan het me niet herinneren dat ik dat heb gezegd, dus dan weet ik het niet.

Het leek officier van justitie Nanette van Ditshuyzen goed om de getuige te bevragen op dit moment over wat hij zich herinnert en hoe hij dat ervaart en als daar discrepanties tussen zitten, kun je daar conclusies aan verbinden.

Mr. Stijn Franken antwoordde dat hij eerst probeert de feiten zo scherp mogelijk te krijgen, alvorens conclusies te trekken, omdat hij zijn conclusies graag wil baseren op feiten.

Mr. Franken: U kunt zich ongetwijfeld herinneren dat Mr. Janssen zijn verbazing heeft geuit over de haast bovenmenselijke prestatie dat hij geen media-kennis droeg over deze zaak. En kijk maar in het proces-verbaal, daarin staat dat de heer W. heeft gelezen over de Passage-zaak. We hebben een verhoor gehad van een officier van justitie die zegt dat hij van mijnheer W. heeft gehoord dat hij wél de media volgde over het Passage-proces. En over die discrepanties wil ik graag de getuige ondervragen. Ik vraag eerst, klopt het wat de verbalisant op papier heeft gezet en mijnheer De Haas heeft gezegd? W. kan zich dat niet herinneren. Als laatste vraag ik, hebben de heren dat nou verzonnen? Dan zegt hij, daar kan ik geen zinnig woord over zeggen. Daarmee is in ieder geval vastgesteld dat van een discrepantie sprake is, en welke conclusie wij daaraan verbinden, dat hoort u nog wel.

Tot zover Mr. Stijn Franken.

Één opvallende vraag nog van Mr. Sander Janssen: Of de getuige wel eens gebruik maakte van de vele doorklikmogelijkheden op Crimesite?

(De raadsman bedoelde ongetwijfeld onder meer naar ‘Bondtehond bij het liquidatieproces’, waar ik al sinds 4 maart 2008 van bijna iedere zitting een verslag heb gepubliceerd, dus ook tot in detail over de 3 genoemde liquidatiezaken uit 1993…)

Nee, dat wist getuige W. niet. Hij wist zelfs niet dat dat wel kon….

*

De volgende zitting is op 21 februari : Het verzoek tot opheffing voorlopige hechtenis van Dino Soerel, gedaan door Mr. Nico Meijering.

Bondtehond bij het liquidatieproces

Dit bericht werd geplaatst in Liquidatie proces en getagged met , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s