OM: ‘Holleeder zal op een ander moment veroordeeld moeten worden’

Hooggespannen verwachtingen in de bunker donderdagmiddag. Het was weer eens ouderwets druk, wat al maanden niet is voorgekomen. De onthulling door de NOS dat kroongetuige Peter La Serpe 1,4 miljoen gaat ontvangen in ruil voor zijn verklaringen heeft voor de nodige beroering gezorgd. Ik kom er nog wel op terug, maar ga het er nu (nog) niet over hebben. Tijdens de afgelopen twee zittingen is er namelijk veel tijd besteed aan de reactie van het OM op het opheffingsverzoek voorlopige hechtenis van Dino Soerel. Dinsdag kon u hier al lezen wat officier van justitie Mr. Betty Wind vertelde over het feit dat Willem Holleeder niet is gearresteerd en men zich van deze twee vermeende opdrachtgevers vooralsnog alleen op een veroordeling van Dino Soerel lijkt te richten. Holleeder wordt immers nog wel steeds als verdachte gezien volgens Mr. Wind, maar op dit moment is het ‘iets technisch’ dat de heer Holleeder nog niet is aangehouden.

 

Mr. Betty Wind sloot de reactie af met de mededeling dat het korte tijdsbestek waarin deze reactie tot stand is gekomen het OM wel een beetje parten heeft gespeeld. Er waren allerlei andere dingen op het pad gekomen op allerlei fronten, maar daarvan wilde de officier de rechtbank en ook haarzelf de details liever besparen. Een volledige reactie te geven op het opheffingsverzoek van Mr. Nico Meijering is naar het gevoel van Mr. Wind ook niet helemaal goed gelukt, want om het goede midden te vinden tussen een reactie op het opheffingsverzoek en het hele requisitoir, waar nu kleine stukjes uit zijn geplukt en ook nog stukken uit andere dossiers zijn bij gekomen, was een hels karwei. Het OM is ook nog niet klaar met het volledige requisitoir, in tegenstelling wat de rechtbank waarschijnlijk zal denken, en men denkt bij het OM zelfs dat er nog extra bezwaren bij zullen komen. Voor nu heeft het OM de focus gericht op de belangrijkste getuigen in dit dossier en de verweren van de verdediging en daarmee hoopt het OM dat de rechtbank tot een verstandige beslissing zal komen, aldus Wind.

Mr. Wind: Wat ons betreft is die beslissing dat er meer dan voldoende ernstige bezwaren zijn tegen de heer Soerel en die rechtvaardigen in alle 5 de zaken de voorlopige hechtenis.

Voorzitter Mr. Lauwaars bedankte de officier en stelde voor om maandag hiermee verder te gaan. Dus met repliek, en als het kan ook dupliek. De 1,4 miljoen-problematiek zou volgens Lauwaars wel eens wat energie kunnen gaan kosten, dus de rechtbank wilde daar zoals gepland echt na de pauze om 13:00 mee beginnen.  (later nog een stukje over de 1,4 miljoen)

Mr. Nico Meijering wilde eerst graag nog even weten of de vragen die hij maandag had gesteld over Holleeder nog beantwoord zouden worden door het OM.
Mr. Meijering: Begrijp ik het goed dat we de antwoorden dus kunnen terugvinden in de visie die het OM vandaag heeft gesteld?
Mr. Wind: Ik begrijp niet helemaal wat u bedoeld.
Mr. Meijering: Nou, er zijn maandag vragen gesteld voor de rechtbank.
Mr. Lauwaars: Ja, dat was wel een belangrijk punt.

(Even terug naar maandag, Meijering had eerder op de dag aangegeven nog twee vragen te hebben.)
Mr. Lauwaars: Dan geef ik nu het woord aan de heer Meijering voor zijn twee vragen.
Mr. Meijering: Ja voorzitter, dat betrof alleen het stuk over Holleeder, want ik heb snel mee zitten schrijven en daarbij viel mij het volgende op. Er werd gesteld door het openbaar ministerie dat ik impliciet, of zelfs expliciet, zou hebben gesteld dat er sprake zou zijn van rechtsongelijkheid. Volgens mij heb ik dat niet gedaan in mijn pleitnota. Ik heb mij wel op iets anders gericht. Ik heb mij met name op de bezwaren gericht.
En ik heb twee dingen snel meegeschreven, dat ik inderdaad zou hebben gesteld dat er tegen Holleeder meer bezwaren zijn ingebracht dan tegen cliënt. Toen heeft het OM gezegd: Nee, dat is niet zo. En mijn vraag is hier expliciet aan het OM: Huldigt het OM nu het standpunt dat er tegen Holleeder dus minder bezwaren zijn dan tegen cliënt? En of het OM dat dan wil toelichten, want dat lijkt zich dan weer op gespannen voet te verhouden met het andere betoog waarin het OM ook dacht ik heeft gezegd, nou ‘dacht ik’, dat heeft het OM gezegd: ‘Hadden we in oktober 2011 Holleeder ook vervolgd dan waren we 3 jaar verder geweest’. En dat lijkt elkaar enigzins te bijten, want dat lijkt te impliceren, als het OM zegt: Er zijn eigenlijk, of mischien nog wel meer, in ieder geval genoeg ernstige bezwaren om Holleeder ook te vervolgen, maar we hebben dat niet gedaan omdat anders het proces weer zou zijn vertraagd. En dat is iets wat ik expliciet nog even naar voren wil brengen en zou u kunnen toelichten hoe dat precies zit?

Ovj Mr. Wind: We gaan daar graag even donderdag op terugkomen. Overigens was het niet ‘dat we dan 3 jaar verder waren geweest’. Ik zei: ‘Dan waren we niet over 3 weken aan het requisitoir toegekomen’.
Mr. Meijering: Nee, sorry, dát was het ja. Maar goed, dat is dus het probleem met snel meeschrijven.
Mr. Lauwaars: Ok, u gaat er dus donderdag op in, dan wachten we dat rustig af. Dan laten we het allemaal even bezinken. Ik zou zeggen, bedankt voor uw uitputtende betoog, in alle opzichten.

Dat was dus maandag, maar Mr. Meijering lichtte de vragen nu nog wat toe.
Mr. Meijering: Er was nog een ander punt wat u heeft aangehaald, Naarden-vesting, kort samengevat.
Ovj Mr. Wind: Ja, daar hadden we al over gesproken bij de eerste ronde, maar vandaag opnieuw, dus ja wij menen dat alles wat de rechtbank aangestipt heeft wel van belang is geweest, daar hoeft u zich geen zorgen over te maken.
Mr. Meijering: Nou ja, als dat uw antwoord is, dan kan ik daar verder mee aan de slag. En verder heb ik nog vragen gesteld over Holleeder. Heb ik daar ook de antwoorden op moeten vinden in wat u vandaag heeft….
Ovj Mr. Wind: Eh, nee, u heeft ons gevraagd of we bereid waren om de ernstige bezwaren tegen Holleeder hier nog eens op een rij te zetten.

Mr. Meijering: Nee, dat heb ik niet gevraagd. Dat is een misverstand. U heeft gezegd in reactie op wat ik heb gezegd in mijn betoog dat het niet zo is dat er tegen Holleeder meer bezwaren liggen dan tegen Soerel. Dat is wat u gezegd heeft. In de tweede plaats heeft u gezegd dat u niet bent gaan vervolgen, toen La Serpe met zijn Holleeder-onthullingen is gekomen omdat u daardoor voorzag dat er dan meer dan een jaar vertraging zou komen. En verder, overigens dat zullen we hebben uit de media, naar aanleiding van de invrijheidstelling van Holleeder heb ik begrepen dat het OM zich op het standpunt zou hebben gesteld dat er onvoldoende was tegen Holleeder. Dat er geen vingerafdrukken waren, etc. En later hebben we nog aangetroffen in de media dat hij nog wel verdachte zou zijn. Nou is het een van de twee, u ziet of dat er voldoende bezwaren zijn om te kunnen vervolgen en dat u vervolgens heeft afgezien van vervolging omdat dat vertraging zou geven, of u ziet onvoldoende bezwaren waardoor je ook niet aan de vraag kunt toekomen en afzien van vervolging omdat het vertraging op zou leveren? Dat was de vraag die ik dacht ik had neergelegd. U zou daar nog even met uw collega’s over praten en daar zou antwoord op komen vandaag, wat ik niet helemaal beluisterd heb in het betoog van vandaag tot nu toe.

Ovj Mr. Wind: Eh nee, dat is ook het laatste wat we erover gezegd hebben. Meneer Holleeder staat hier ook niet terecht. Het is daarom ook niet akkoord om de ernstige bezwaren tegen hem uit de doeken te doen, want dat vraagt u toch een beetje. Of er op dit moment meer is tegen Soerel, of dat er op dit moment meer is tegen Holleeder, doet op dit moment volstrekt niet terzake. Holleeder wordt nu niet vervolgd in dit proces en meneer Soerel wel. Uitsluitend aan de orde is of er tegen de heer Soerel voldoende ernstige bezwaren bestaan. En waar al helemaal niet op willen reageren eigenlijk, is wat er in de media allemaal verschijnt in dit verband. We willen het laten bij de reactie die we tot nu toe hebben gegeven.

Mr. Meijering: De media verwoordde wat het OM gezegd zou hebben. En ook de rechtbank heeft u gevraagd te reageren op het betoog van mij, van vier weken geleden al weer geloof ik. Maar als u zegt, dit is mijn antwoord, meer willen we er niet over zeggen, ja, ik kan u niet dwingen vrees ik, maar dan kan ik daar weer op in spelen met mijn reactie. Dank u wel.

Mr. Lauwaars: Akkoord. Wilt u nog wat vragen? (richting andere rechters)
Rechter Mr. Van Dale: Nou, toch nog niet helemaal akkoord. Ik ga toch nog één vraag stellen; Moeten we de beslissing van het OM ten opzichte van Holleeder maar zo begrijpen dat alleen is besloten hem niet op dit proces te dagvaarden, of moeten we het ook zo begrijpen dat is besloten hem bij de huidige stand van zaken niet te dagvaarden?
Ovj Mr. Wind: Uitsluitend niet in dit proces. En wat we verder gaan doen in die zaak, wel of niet tegen hem hebben, dat hoort volstrekt niet in het openbare terecht te komen. Dat willen we echt voor ons houden. En we hebben uitsluitend besloten dat hij niet nu in dit proces wordt vervolgd.

Rechter Mr.Van Dale: En kunt u dan verklaren hoe dan toch die veel ruimere berichtgeving in de media terecht is gekomen? Want het was toch wel een fors stuk onduidelijkheid en ook de reactie van het openbaar ministerie daarop, dat werd veel scherper geformuleerd dan dat dat nu hier wordt geformuleerd.
Mr. Wind: Ja, laat ik daar heel duidelijk over zijn. Ik zeg het niet graag, maar we distantiëren ons van mededelingen. Het zijn ook mededelingen van OMers uit Den Haag. Het zijn allemaal prachtige media-strategieën, maar het ging om onze zaken, waarvan wij de dossiers hebben en over moeten beslissen, laat dat duidelijk zijn voor wat betreft mededelingen in de media.

Mr. Nico Meijering: Verstond ik dat goed: “Dat waren OMers uit Den Haag” ?!
Ovj Mr. Hans Oppe: Ik denk dat we in ieder geval onderscheid moeten maken, en ik denk dat de rechtbank dat ook doet in haar vraagstelling, althans zo begreep ik het, tussen de officiële persberichten en wat er anderzijds of anderzins over in de media naar voren komt. Ik ga niet in op wat er anderzins in de media wordt medegedeeld en over officiële persberichten, daar ligt het wellicht anders, maar wat er allemaal verder in de media wordt gesmeten en verteld, daar gaan wij zeker niet op in.

Mr. Lauwaars: Ik dacht nu dat er door het antwoord op de vraag van de jongste rechter in zoverre duidelijkheid is geschapen. En dat is de gehele gedachtegang geweest, ook achter de vraagstelling van mijnheer Meijering en ook die van de rechtbank. We hebben dat voorzichtig gedaan, zoals dat de rechtbank past, ook omdat de heer Holleeder inderdaad hier niet terechtstaat. Wij krabten ons wel even achter het oor toen we in de media lazen dat meneer Holleeder niet vervolgd zou worden. Want de media zei namelijk: ‘Kennelijk is er niet genoeg bewijs’, kennelijk is dat zo naar buiten gekomen en wat je allemaal nog meer in de media voorbij hoort komen…

Nou ja, het verbaasde ons enigzins deze beslissing. We hebben er verder niets mee te maken, zeg ik nogmaals, maar waarom we er toch nog naar gevraagd hebben en dat zult u ook wel zien, is omdat de overtuiging waarmee de ernstige bezwaren tegen mijnheer Soerel voorstaat, ‘voordraagt’ zal ik maar zeggen, ook zou kunnen gelden, als je het dossier goed leest, als ernstige bezwaren tegen de heer Holleeder. Ik bedoel, laat ik het heel neutraal zeggen. En dat is wel van belang. Als u zegt, nou ja de ernstige bezwaren tegen de heer Soerel zijn zoals we die hier gehoord hebben, en die zijn volstrekt voldoende, nu al voor de voorlopige hechtenis, maar naar ik mag aannemen ook binnenkort voor het requisitoir, dan is de overtuiging waarmee u dat zegt niet zo goed te rijmen met eh… maar daar heeft u nu een antwoord op gegeven, ik wou het alleen maar samenvatten door te zeggen: ‘Daar ligt het niet aan, maar niet in dit proces?’
(OMers schudden ja)
Mr. Lauwaars: Ok. Omdat u zegt: Dat zou dus danig vertraging en moeilijkheden opleveren dat we dat op die manier niet hebben gedaan, en hoe we dat anders gaan doen, daar heeft u op dit moment niets mee te maken?

Ovj Mr. Wind: Nou, ik wil er nog wel iets aan toevoegen, maar niet helemaal uit de doeken doen hoe we nou de zaak tegen Holleeder zien. Alleen aan de orde is, hoe zit het nou met Soerel, Holleeder zal op een ander moment veroordeeld moeten worden. Het enige wat van belang zou moeten zijn voor de rechtbank is: Hij is verdachte. Hij staat nu niet terecht. Dat hij verdachte is mag duidelijk zijn op basis van dit dossier, maar die ernstige bezwaren zijn niet 1 op 1 hetzelfde, er zit ook nog wel verschil in, maar we willen er nochtans niet op ingaan hoe dat dan in de zaak van de heer Holleeder zit nu hij hier niet terechtstaat.

Het enige moment, de enige situatie waarin het feit dat hij hier niet terechtstaat en de heer Soerel wel een rol zou mogen, kunnen en moeten spelen voor de leden van de rechtbank, is wanneer het zo zou zijn dat Soerel wel terechtstaat en dat ten aanzien van de rol van Holleeder zou worden besloten dat hij in deze zaak niet zou worden vervolgd, dan wel zou worden geseponeerd of op de plank worden gelegd. Maar die situatie is helemaal niet aan de orde. Als zou er sprake zou zijn van rechtsongelijkheid waarmee wij bij het toekennen van de straftoemeting rekening zouden moeten houden, maar die situatie speelt niet. Dus de simpelste antwoorden zouden zijn: ‘Ja, hij is verdachte’, en: ‘Nee, hij staat nu niet terecht’.

Mr. Meijering: Het was niet opportuun om ‘nu’…
Mr. Wind: Ja, ‘nu’
Mr. Lauwaars: Nu. Als u dat erbij zegt. Dat zei u ook, dan…
Mr. Meijering: Ja, sorry, ik begrijp dat uit het betoog van het OM, dat is wel intressant.
Ovj Mr. Oppe: Nou, u gaat nu wat te snel. We hebben ook toegelicht waarom. Het gaat niet alleen om het woord opportuun. Het gaat natuurlijk ook om de motivering waarom het niet gelegd was om hem bij dit proces erbij te betrekken.
Mr. Wind: Opportuun dat zijn de woorden van meneer Meijering.

Mr. Lauwaars: Maar nog even. Ja, het één haalt het andere uit, maar dan weet ik het ook en dan hebben we ook rust, zeg maar. In de criminele organisatie die u de heer Soerel ten laste heeft gelegd speelde na enige navraag van de rechtbank de heer Holleeder een rol, en anderen. Anderen speelden meer een ondergeschikte rol en als ik u nu de ernstige bezwaren tegen de heer Soerel hoor optuigen, was meneer Holleeder toch wel op een heel ander niveau bezig, en anderen, dan over het algemeen verstaan wordt. Dus daarom wil ik heel graag weten wat het openbaar minis…
Mr. Wind onderbrak de voorzitter: Ja, dat is anders dan hoe wij het zien, maar daar kan mijn collega wel het een en ander over zeggen.
Mr. Lauwaars: Ja, ok.

Ovj Mr. Michiel van IJzendoorn: Ja, er is nog een opmerking over maken. Daar is al één opmerking sowieso al over te maken omdat u die vraag destijds stelde. Dat was nog voor de verklaringen van de heer La Serpe bekend waren. Het is ook een mooi voorbeeld van hoe zich dingen kunnen ontwikkelen. En als u de vraag stelt aan de hand van de dossiers, de moord op Houtman en de moord op Van der Bijl, kun je uit die informatie afleiden dat Holleeder een rol speelde in de 140 (criminele organisatie). Uit wat La Serpe heeft verteld, zou je kunnen denken dat Holleeder een wat prominente, wat meer leidinggevende rol had in de 140, maar dat is wat dat betreft iets waar nog over geoordeeld zal moeten worden. Zijn verdenking is er in ieder geval niet minder op. Dat sowieso niet. Maar dat was ook het antwoord van toen, even afgezet tegen de evaluatie over wat er toen over bekend was.

Mr. Wind: Ik wil er een ding aan toevoegen. Dat Holleeder en anderen daartoe gerekend worden, wil ook niet zeggen dat hij een leidinggevende rol toebedacht krijgt van ons. Het is eigenlijk een technisch ding op de 140-tenlastelegging, het stukje van de organisatie welke er nou feitelijk leiding heeft gegeven, dat is eigenlijk net zo’n stukje waar je ook medeplegen in omschrijft. Tenminste, zo gebeurt dat meestal. Dus ik durf hier wel te zeggen, als Holleeder een rol toebedeeld krijgt in een criminele organisatie, dan is het geen ondergeschikte.
Mr. Lauwaars: Ok, nou ehm..

Mr. Wind: Ja, weet u, ik wil graag één ding… Ik hoop ter afsluiting hier, de reden waarom wij, telkens als de rechtbank hier vragen over stelt dat eigenlijk heel vervelend vinden en er eigenlijk niets over willen zeggen, is dat we eigenlijk vinden dat het totaal niet gepast is om op een openbare zitting, die ook nog eens ongelovelijk veel media-aandacht trekt, bij tijd en wijle, te gaan zitten discussiëren met partijen en het OM allerlei informatie te ontlokken over de verdenkingen tegen een verdachte die niet terechtstaat, die niet aangehouden is en die verdachte moet dat dan toch allemaal maar in de media lezen.

Mr. Lauwaars: Maar mevrouw, sorry hoor, maar dat kan wel zo zijn, maar ik vind het ook vervelend, ‘collateral damage’ zou ik het bijna willen noemen, dat het dan over meneer Holleeder gaat, maar het is voor het beeld dat het OM, want dat wil de rechtbank weten, wat het beeld is bij het OM van die criminele organisatie en de rol van de heer Soerel daarin. En daarbij kunt u zich toch wel voorstellen dat de naam van Holleeder die hier en daar toch vrij prominent naar voren komt eigenlijk niet los gezien kan worden. En in uw opsomming van de ernstige bezwaren hebben we dat eigenlijk nu vanochtend bevestigd gehoord, officiëel bevestigd gehoord, want dat was het statement van het openbaar ministerie. En dan is het toch bijna niet anders te doen dan, ja, wil je de positie van mijnheer Soerel inschatten en de organisatie inschatten en wat de motieven zijn, en ja daar hebben we veel over gelezen, daar komt de naam van de heer Holleeder… nou ja, die valt niet te vermijden. En dat we het dan hebben over iemand die hier niet terechtstaat, zeg ik dan nogmaals, is in mijn ogen collateral damage. Het is te betreuren, maar het valt niet te vermijden.

Ovj Mr. Wind: Ja, dat begrijp ik, en ik begrijp ook dat de rechtbank duidelijkheid wil over die vragen, en die hebben we ook zoveel mogelijk gegeven, maar probeer ook een beetje begrip te hebben waarom wij…

Mr. Lauwaars: Uiteraard, uiteraard, dat hebben we ook wel, we zien dat ook wel. Maar aan de andere kant, voor een rechtvaardige beoordeling van de tenlastelegging en de verdachte in de zaal, zullen we toch in hoeverre het van belang is daar naar moeten vragen. En dat hebben we ook gedaan.

Mr. Nico Meijering: Dat is overigens, voorzitter, vanuit de positie van uw rechtbank. Maar waar het openbaar ministerie volstrekt langsheen gaat, is dat hier ook nog een verdachte zit die natuurlijk door geen rechtskundige meer valt uit te leggen en tot nu toe ook niet uit te leggen is geweest waarom hij wel vervolgd wordt, terwijl als we dit dossier bezien en wij hebben het eigenlijk allemaal bezien, en u vervolgens Holleeder niet gaat vervolgen. Hij is er later in gekomen, Holleeder had er later in kunnen komen, en dat is een vraag die bij Soerel, zijn familie, zijn naasten, maar ik denk ook wel bij anderen die dit proces volgen speelt, en dan beantwoord u die vraag met: Die vraag kan ik niet beantwoorden want we vervolgen niet. Waarom wordt hij niet vervolgd, Holleeder? Die vraag kan ik niet beantwoorden, want ik vervolg niet. Nou ja, daar moeten we het dus mee doen…

Mr. Lauwaars: Akkoord. Iedereen heeft zo’n beetje z’n gevoelens erover laten zien, als niemand meer wat te vragen heeft, stel ik voor te pauzeren tot 13.00 uur.

Wordt vervolgd…

Bondtehond bij het liquidatieproces

Dit bericht werd geplaatst in Liquidatie proces en getagged met , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s