Voorzitter Passage-rechtbank Mr. Lauwaars: ‘Dat waren de beslissingen van de rechtbank’

De inhoudelijke feitenbehandeling van liquidatieproces Passage is dinsdagmiddag 17 april in de gerechtsbunker in Amsterdam-Osdorp formeel afgesloten door de rechtbank. Vanaf 14 mei begint aan het openbaar ministerie aan het requisitoir. Het requisitoir zal 6 dagen in beslag nemen. Daarna volgen de pleidooien van de advocaten. Het vonnis van de rechtbank wordt pas na de zomer verwacht. Het OM zal zijn visie op het bewijs uiteenzetten en zal per verdachte de straffen eisen. Er klonken dinsdag woorden als ‘Dit is een historisch moment’. Officier van justitie Betty Wind zei zelfs: ‘Ik weet niet of dit gebouw een vlag heeft, maar als dat zo is, mag hij van mij uit.’

De laatste inhoudelijke behandeling van strafzaken werd gevuld met een reeks aanvullende vragen aan kroongetuige La Serpe nadat hij maandagochtend aangaf weer te zullen verklaren na een geruime tijd geweigerd te hebben verder te verklaren. De nieuwe problemen die waren gerezen over zijn afspraken met justitie over zijn bescherming leken als sneeuw voor de zon verdwenen.

Dat de kroongetuige vorige week alsnog mee is gaan werken, heeft te maken met ‘dreigementen van het OM’. La Serpe ‘staat met zijn rug tegen de muur’, aldus zijn civiele advocaat Richard Korver. De advocaat bevestigde dat er nog steeds geen definitieve beschermingsovereenkomst is gesloten met La Serpe over het lot wat La Serpe en zijn aanverwante(n) te wachten staat in de toekomst.

De kroongetuige zei het zelf al eens tijdens een debat daarover in de rechtszaal: ‘Eigenlijk zijn we aan het bakkeleien over iets wat er nog niet eens is’. Dit naar aanleiding van een verzoek van advocaat Mr. Sander Janssen om desnoods te financiële afspraken in de berschermingsovereenkomst te laten toetsen door de rechter-commissaris. Het intresseert de advocaten niet welk huis, wat voor hond, welk bankstel, waar ter wereld en ook niet wat voor bedrijf La Serpe op gaat bouwen na zijn detentie en wanneer ook het eventuele Hoger beroep achter de rug is. Nee, het gaat puur en alleen om de juiste hoogte van het bedrag en op welke wijze La Serpe financiëel wordt beloond voor het afleggen van zijn verklaringen. Maar de advocaten kónden die uitgekleede versie, dus de van geheime details ontdane overeenkomst, zoals Mr. Janssen eerder opperde, niet eens inzien omdat er alleen nog maar een ‘overeenkomst op hoofdlijnen’ bestaat, aldus La Serpe. Dat was alleen nog maar een concept en had hij tot nu toe afgewezen, dus bestond het niet.

Is dat iets waar de kroongetuige nu geen enorme spijt van heeft? Hoe sterk is je onderhandelingspositie als je de verklaringen waar het het openbaar ministerie om te doen was, al hebt aflgelegd voor de inkt op je beveiligingscontract amper droog is, laat staan dat het getekend is? Hoe slim ben je dan? Nou kan ik me wel voorstellen dat je op basis van goed vertrouwen in staat bent iets te doen wat je beter niet had kunnen doen, daar zijn wel meer mensen ooit de boot mee ingegaan, incluis mezelf, maar dat lost zich ooit wel op, echter tegen een organisatie als het openbaar ministerie doe je in zo’n kwestbare positie als La Serpe nu zit weinig meer achteraf. Je kunt dreigen, hoogspringen, laagspringen, maar je trekt als eenling aan het koste end. Na zijn grote woorden van 29 maart jl. klonk La Serpe maandag jl. eerder als een mak lammetje dat richting de slachtbank liep, dan als de strijdlustige afperser van de Staat die uit is op financiëel gewin, zoals hij keer op keer wel overkwam tijdens dit 4-jarige proces. En zo is ie ook vaak zat genoemd door advocaten.

Aan de verdediging heeft het in ieder geval niet gelegen gezien alle pogingen om helderheid en inzicht te krijgen in de financiële aspecten rondom de beschermingsovereenkomst met het TGB en de toelaatbaarheid daarvan. Dat die pogingen zelfs na de NOS-berichtgeving over de 1,4 miljoen vruchteloos bleven, is dus niet zo zeer te wijten aan de verdediging als wel aan de kennelijke onaantastbare geheimhoudingsplicht waar het zaaks- en TGB-OM steeds mee schermden tijdens het proces. Mr. Sander Janssen heeft een wetenschappelijke verhandeling aangekondigd die hij tijdens zijn pleidooi naar voren zal brengen. In de laatste fase van het proces werden er sowieso nauwelijks nog onderzoekswensen en/of verzoeken toegestaan omdat de rechtbank sinds 13 december strenge criterium hanteerde. De rechtbank verwees telkens naar een tussenbesslissing van 27 april 2010voorzitter Mr. Lauwaars zei dan dat deze beslissing nog steeds van kracht was.

In tegenstelling tot wat ik in mijn vorige verslag min of meer beloofde, heb ik besloten de gespreksverslagen, voor zover ik deze laatste gesprekken heb kunnen noteren, voor nu even te laten voor wat ze zijn. Ik heb reeds vele uren aan gesprekken en vele uren van debat, verhoren en getuigenissen gepubliceerd en dat was zelfs nog maar een fractie van hetgeen ik heb gehoord, gezien en ook buiten de zittingszaal heb meegekregen van dit grote en onverminderd spannende liquidatieproces in de Bunker te Osdorp. Wel zal ik hieronder de waarschijnlijk allerlaatste tussenbeslissing van de rechtbank die ik grotendeels heb kunnen noteren samenvatten. De verzoeken van de verdediging zijn gedaan tijdens de laatste zittingen, onder andere deze door Mr. Sander Janssen na de 1,4 miljoen-berichten van de NOS waar de andere raadslieden zich bij aansloten.

Passage leek 29 maart in veler ogen af te stuiven op een regelrechte blamage voor het openbaar ministerie. La Serpe heeft er tijdens de vele incidenten-La Serpe geen doekjes omheen gewonden en beschuldigde de officieren van het zaaks-OM, maar voornamelijk TGB-officieren van ontoelaatbare toezeggingen en andere onoorbare zaken. Als het aan La Serpe lag, zou het OM zelfs niet-ontvankelijk verklaard worden indien de rechtbank zou komen te weten wat zich precies heeft afgespeeld achter de schermen. Hij doelde met name op besprekingen tussen hem en TGBers waar La Serpe stiekem opnames van had gemaakt, wel 7 uur in totaal. Je zou zeggen dat een rechtbank na zo’n uitspraak van de meest omstreden kroongetuige van Nederland op z’n minst de inhoud van díe opnames zou willen weten. Niet voor niets dat de verdediging daar nog eens op hamerde tijdens de laatste zittingen. De rechtbank hamerde echter anders.

Hier volgt de de uitspraak van de rechtbank van wellicht de allerlaatste tussenbeslissing in het grote liquidatieproces Passage. Rechtbankvoorzitter Mr. Lauwaars las de beslissing maandagmiddag voor.
(Samenvatting) Mr. Lauwaars: De 1,4 miljoen

De verdediging van de verdachten Remmers, Akgün en Burger heeft tijdens de zittingen van 22 en 29 maart 2012 de rechtbank verzocht nader onderzoek te gelasten naar de afspraken die zijn gemaakt over de financiële afhandeling van de rol van La Serpe als getuige in deze zaak. Dit nav het NOS-bericht van 18 maart 2012 waarin is gezegd dat La Serpe in de hoofdlijnenovereenkomst van 2 juli 2009 een bedrag van 1,4 miljoen euro voor na zijn detentie is toegezegd. Dit bedrag bestaat aldus de NOS uit een renteloze lening van 6 ton voor bewoning en het bedrijf, met een aflossingsverplichting na 25 jaar. De overige 8 ton wordt in 10 jaar uitgekeerd ter vergoeding voor beveiliging en het verwerven van een garantie-inkomen. Voorts omvat de NOS berichtgeving dat La Serpe in december 2010 een schadevergoeding van 2,3 miljoen euro heeft geëist van de Staat. (lees de details zoals vermeld in het NOS-bericht)

Het openbaar ministerie heeft gevorderd dat de verzoeken worden afgewezen. Het heeft betoogd kort samengevat dat de Staat geen getuigen koopt en dat de financiële regeling past binnen de beleidsvrijheid die het heeft binnen de inrichting van de getuigenbescherming en dat in ieder geval zwaarwegende aanwijzingen van ontoelaatbare toezeggingen zoals vereist voor nader onderzoek geen sprake is.

Na aanvankelijke terughoudendheid heeft het OM op 10 april 2012 oa door een onder ambtseed opgemaakt proces verbaal van de officieren van justie De Haas, Verwiel en Maan meer openheid gegeven over de gang van zaken over de aspecten van de getuigenbescherming van La Serpe. Het openbaar ministerie heeft betoogd dat het niet verantwoord is om meer informatie in de openbaarheid te brengen dan in hiervoor genoemd PV en op zitting gedaan is.

De rechtbank overweegt als volgt: De rechtbank stelt voorop dat het juridische toetsingskader voor verzoeken als de onderhavige zoals dat is neegelegd in de tussenbeslissing van 27 april 2010 nog onverkort van kracht is met dien verstande dat de rechtbank nader van oordeel is dat ook de toelaatbaarheid van toezeggingen die zijn gedaan na het sluiten van de OM-deal eventueel ter beoordeling aan de rechtbank zijn omdat daarmee feitelijk de voortduring van de verklaringsbereidheid van de getuigen worden veiliggesteld. Voorts geldt dat nader onderzoek ook nog in dit stadium van het proces aangewezen kan zijn omdat in geval van zwaarwegende aanwijzingen van ontoelaatbare financiële toezeggingen met het achterwege laten van dat onderzoek het recht op een eerlijk proces van de medeverdachten in het geding komt te staan.

In genoemde tussenbeslissing heeft de rechtbank onder meer de volgende kernoverwegingen opgenomen die zij hier voor de duidelijkheid herhaald:
1 – Het getuigenbeschermingstraject is een van de OM-deal afgezonderd traject, waarvan de toetsing berust bij het College van Procureurs-Generaal en/of de Minister van Justitie.
2 – De inhoud van het getuigenbeschermingstraject valt in beginsel buiten toetsing door de rechtbank.
3- Dit kan anders zijn bijvoorbeeld als er onder het mom van getuigenbeschermings- maatregelen een ontoelaatbare toezegging in het kader van de OM-deal is gedaan.
4- Om dat te onderzoeken moeten er zwaarwegende aanwijzingen zijn.
5 – De rechtbank kan de omvang van het getuigenbeschermingsprogramma slecht marginaal toetsen, gezien de zeer ruime beoordelingsvrijheid van het openbaar minsterie bij het inrichten daarvan.
6 – De regelgeving biedt ook nauwelijks concrete aanknopingspunten voor een zinvolle rechterlijke toetsing. Er is slechts in opgenomen dat er geen financiële beloningen mogen worden gegeven, permanente voorzieningen zijn uitgesloten en dat de maatregelen in beginsel niet zijn bedoeld om in het volledige levensonderhoud van de getuige te voozien.
7 – Een zinvolle toetsing kan voorts nauwelijks plaatsvinden zonder kennis te nemen van het totaal van maatregelen en de redenen die tot het gekozen pakket voor zover al bekend hebben geleid en het onderwerp getuigenbescherming verzet zich uiteraard tegen een dergelijke kennisname van de overeenkomst tijdens het proces en verzet zich dus des te meer tegen een openbare behandeling hiervan.
8 – Onder een ontoelaatbare financiële toezegging moet worden verstaan een excessief geachte dan wel volstrekt niet te onderbouwen voorziening of toezegging hiertoe, waartoe geen redelijk handelend officier van justitie met oog op de gerechtvaardigde veiligheidsbelangen van de kroongetuige had kunnen komen.
9 – Daar komt bij dat ook een verstrekkende financiële voorziening, bedoeld om de getuige zo snel mogelijk economisch zelfstandig te laten worden, onder omstandigheden, binnen redelijke grenzen van getuigenbescherming kan vallen en in een dergelijk geval geen verboden beloning is voor het afleggen van verklaringen.
10 – Bij de beoordeling van verzoeken in dit kader dient het veiligheidsbelang van de getuige, evenals het belang van het getuigenbeschermingstraject in zijn algemeenheid en het daarmee gepaard gaande opsporingsbelang, een zwaarwegende rol te spelen.

Dit is allemaal geen nieuws voor deze beschikking, het stond al in de beschikking van 27 april 2010. Even voor de duidelijkheid. De rechtbank constateert dat het OM de feiten uit de NOS-berichtgeving heeft bevestigd, noch ontkend, maar wel nieuwe feitelijke informatie heeft verschaft over wat tot nu toe is voorgevallen en is overeengekomen in het kader van de getuigenbescherming van La Serpe. In het bijzonder ook wat de in de onderhandelingen gelezen peilpunten zijn.

In genoemd proces-verbaal van Verwiel, De Haas en Maan staat het volgende gerelateerde over zogenaamde hoofdlijnenovereenkomst op 2 juni 2009.
In deze overeenkomst zijn in maart 2009 door het college van procureurs-generaal vastgestelde financiële kaders gehanteerd. In deze overeenkomst wordt voorzien in een financiële ondersteuning, deels in de vorm van een lening die gefaseerd plaatsvind over een periode van tien jaar en gebonden is aan voorwaarden teneinde te verzekeren dat de gelden besteed worden aan genoemde doelen als beveiliging, wonen, werken en leven. Bij het vaststellen van deze ondersteuning is rekening gehouden met een zeer hoog dreigingsniveau en de lange duur waar beschermingsmaatregelen noodzakelijk zijn. Deze overeenkomst was op hoofdlijnen gesloten omdat afhankelijk van onzekere toekomstige factoren een deel van de voorwaarden zoals die waaronder financiële ondersteuning uitgekeerd zou kunnen worden en overige afspraken nader uitgewerkt dienden te worden.

Nadien is door de staat, zowel in juli 2009 als in januari 2012 aan de getuige een uitwerking van deze hoofdlijnenovereenkomst voorgelegd waarbij de Staat genoemde kaders van het College is blijven hanteren. Deze uitwerking ziet toe op nadere hantering van de verstrekkingsvoorwaarden waaronder een financiële ondersteuning door de Staat tot de mogelijkheden zou behoren. Zo worden de leningen enkel verstrekt indienen zover, ook kwa omvang, dat naar oordeel van de Staat niet onredelijk is met oog op de benodigde investeringen en indien de voorgenomen investeringen en activiteiten als rechtmatig kunnen worden aangemerkt.

Daarnaast verschaft de getuige aan de Staat alle naar het oordeel van de Staat relevante gegevens ter beoordeling of aan de hiervoor genoemde criteria is voldaan. Daartoe zal de getuige in elk geval een concreet en onderbouwd voorstel aan de Staat dienen over te leggen. De Staat behoud zich de mogelijkheid voor de eventueel benodigde koopsom(men) rechtstreeks aan de verkopers te voldoen.


Indien de getuige binnen 3 jaar na het uitzitten van zijn detentie geen beroep heeft gedaan op de eventueel te verstrekken leningen zullen deze komen te vervallen. Behalve de leningdelen is er een financiële voorziening die bestaat uit een inkomenscomponenen een veiligheidskostencomponent. De getuige is terzake belastingplichtig. Of uiteindelijk geheel of gedeeltelijk tot uitkering van de gemaximeerde financiële voorziening wordt overgegaan, is afhankelijk van gestelde voorwaarden en gedragsverplichtingen.


Het is uitgesloten dat de Staat een meerjarige financiële voorziening voor de getuige zal treffen indien er geen overeenstemming bereikt kan worden over controle op besteding daarvan. Indien de getuige dergelijke controle blijft weigeren, zal de Staatovergaan tot een eenzijdige en uiterst beperkte invulling van de zorgplicht jegens getuige.

Er is tot op heden, aldus het proces-verbaal, geen overeenstemming bereikt omtrent de nadere uitwerking van de hoofdlijnenovereenkomst omdat de getuige niet kan of wil aanvaarden dat de Staat aan te treffen veiligheidsmaatregelen ook gedragvoorwaarden stelt. Over de eis van La Serpe van 2,3 miljoen euro is tot slot verwoord in het proces-verbaal dat La Serpe dit bedrag heeft gevorderd in rechte, maar nadien weer heeft ingetrokken zonder dat hier namens de Staat op was gereageerd.

Dan kom ik toe aan het oordeel van de rechtbank: De rechtbank gaat uit van de juistheid van de in het proces-verbaal genoemde feiten. Deze zijn door La Serpe ook niet gemotiveerd betwist. De rechtbank constateert dat daarmee het NOS-bericht voor een belangrijk deel defacto is bevestigd, namelijk voor zover er melding wordt gemaakt voor het aan La Serpe in 2009 toegezegde financiële voorziening, welke voorziening is verdeeld in een lening voor woning en bedrijf, alsmede een lening voor 10 jaar in verband met inkomen en beveiliging.

Nu is hier door het OM ook nadere toelichting op gegeven. Met die nadere toelichting zijn naar het oordeel van de rechtbank de vragen die het NOS-bericht logischerwijs opriep over de voorwaarden waarop gelden ter beschikking worden gesteld en de controle op de besteding daarvan, vragen die ook door de verdediging zijn gesteld, genoegzaam door het OM beantwoord. De rechtbank concludeert dat tegen de achtergrond van de hiervoor aangehaalde kernoverwegingen uit de tussenbeslissing van april 2010 het NOS-bericht in samenhang met nadien verstrekte informatie geen zwaarwegende aanwijzingen opleveren dat het OM ontoelaatbare financiële toezeggingen bedoeld zoals in de tussenbeslissing aan La Serpe zou hebben gedaan voor diens nadere verklaren. Dat door het OM geen uitsluitsel is gegeven over een aantal andere onderdelen van het NOS-bericht, zoals bijvoorbeeld de exacte geldbedragen die met de getuigenbescherming gemoeid zijn en of die al dan niet rentedragend zijn voor een lening maakt dit niet anders.

Het betoog van Mr. Janssen dat door de Staat in de hoofdlijnenovereenkomst aanvaardde uitgangspunt dat de getuige na vrijkomst uit detentie zelf in zijn veiligheid kan voorzien op zichzelf al onrechtmatig is, kan bij pleidooi verder uitgediept worden maar noopt niet tot gevraagd nader onderzoek. Dit alles maakt dat nader onderzoek in het belang van medeverdachten niet is aangewezen. De rechtbank wijst dan ook de verzoeken van de verdediging af.

De voorzitter zei dat de rechtbank had gemeend deze tussenbeslissing zo uitgebreidt en gedetailleerd te moeten motiveren omdat er nogal wat ophef over is geweest in de media en de rechtbank daar ook zelf op gewezen heeft tijdens een eerdere openbare zitting.

Dan puntsgewijs de motivering en de beslissing over de verzoeken. Van Mr. Janssen over het horen van De Haas over de side-deal, betreffende de gratietoezegging. Dat wordt, mijnheer Janssen, aan de strenge criteria getoetst afgewezen. De standpunten over dit onderwerp zijn tot nog toe wel duidelijking geworden.


De verzoeken van meneer La Serpe van 29 maart 2012, daar komt de rechtbank nu aan toe.
Meneer La Serpe, u heeft lang gewacht met de verzoeken en thans gelden de strenge criterium. Ik voeg daar nog bij dat wij u daar ook voor gewaarschuwd hebben. U wist daarvan, zeg maar. Dat maakt onder andere dat strengere eisen worden gesteld aan de motivering van de onderzoekswensen.


La Serpe heeft op zitting aangegeven dat zijn verzoeken mede waren ingegeven om zijn positie in de civiele procedure tegen het TGB met stukken te verbeteren. Bovendien heeft hij geen repliek gevoerd en dus niet gereageerd op het antwoord van het OM dat heeft gesteld dat La Serpe valse beschuldigingen heeft geuit. Desgevraagd heeft La Serpe verklaard dat waar hij sprak van beïnvloeding hij niet doelde op de inhoud van zijn verklaringen in de strafzaken over liquidaties. Het totaal van de verzoeken van La Serpe is vaag, onsamenhangend en onvoldoende onderbouwd en daarom worden de verzoeken afgewezen.


De verzoeken van Mr. Meijering en de wens tot het horen van La Serpe als getuige naar aanleiding van zijn verklaring van 29 maart. Dat wordt ook getoetst aan het nieuwe criterium, want het verzoek is gedaan in verband met de mogelijke …… gevolgen. (woord niet goed verstaan, iemand hoeste op de tribune) Dan zegt de rechtbank, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, naar aanleiding van het verzoek La Serpe alsmede het gegeven dat de thema’s die La Serpe heeft aangesneden in zijn stuk van 29 maart al vele malen eerder voorwerp van onderzoek zijn geweest, geeft wat La Serpe op 29 maart heeft aangevoerd onvoldoende aanleiding de getuige daarover vragen te stellen. De verzoeken worden afgewezen.


Dat waren de beslissingen van de rechtbank.


Bondtehond bij het liquidatieproces

Dit bericht werd geplaatst in Liquidatie proces en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s