OM: ‘Waarom staan wij hier met deze zaak?’

Na enkele jaren van inhoudelijke behandeling was het maandag    14 mei dan zover. Het openbaar ministerie kon eindelijk een begin maken met het requisitoir dat zo’n 6 dagen in beslag zal nemen. Aansluitend op de laatste dag, om precies te zijn op 25 mei, worden de strafeisen bekend gemaakt. Op deze eerste dag van het requisitoir waren er meer journalisten aanwezig dan anders en de rechtszaal van de Bunker zat sinds tijden weer eens afgeladen vol procesdeelnemers en andere direct bij het proces betrokkenen.

De meeste raadslieden waren aanwezig, alle officieren van justitie en achterin de rechtszaal zaten ook een aantal OM- en TGB-leden. Zelfs hoofdofficier Mr. Theo Hofstee was aanwezig, en ook herkende ik Mr. Sander de Haas, die eerder eens getuigde op zitting. Van de verdachten waren alleen Jesse Remmers, Dino Soerel en Nampaul de B. aanwezig en natuurlijk ook kroongetuige en tevens verdachte Peter La Serpe.
De rechters, onder leiding van voorzitter Mr. Frits Lauwaars, hadden zich voorgenomen zo min mogelijk met de zitting te bemoeien, aldus Lauwaars. Hij gaf meteen het woord aan officier van justitie Mr. Betty Wind.

Het OM had het requisitoir van maandag verdeeld in 5 delen:
Deel 1: De introductie;
Deel 2: De overeenkomst met La Serpe;
Deel 2 (bijlage): Het standpunt van het OM (zoals verwoord ter zitting van 19 maart 2012); Deel 3a: De betrouwbaarheid van de verklaringen van La Serpe.
A: De bevindingen van het OM en de bevestigingen van de verklaringen;
Deel 3b: De betrouwbaarheid van de verklaringen van La Serpe.
B: De beschuldigingen aan het adres van La Serpe.

Mr. Wind leidde de introductie van het requisitoir in met een citaat afkomstig uit de slachtofferverklaring van de ouders van de in 1993 bij de Ouderkerkerplas vermoordde Joegoslaaf Sonny Hadziselimovic, een verklaring die zij eerder ter zitting hebben afgelegd, ruim 16 jaar na zijn dood. Het verdriet van de ouders is nog altijd intens aanwezig. Zo ook bij Maria Houtman, de weduwe van Kees Houtman, die afgelopen vrijdag belde met de officier om haar sucses te wensen met een stem vol van emoties. Ook de broers en zussen van Thomas van der Bijl zijn nog iedere dag bezig met het verlies van hun broer. Dochter April van der Bijl probeert een goede vrolijke moeder te zijn voor haar kinderen, maar dat is moeilijk, zelfs op hun verjaardagen, omdat Opa er niet is… Een greep uit de mededelingen van nabestaanden. De toon was daarmee gezet, volgens de verdediging.

Ovj Mr. Wind: Een ieder die zich afvraagt waarom we ons druk zouden moeten maken om afrekeningen in het criminele milieu, moet zich realiseren dat dit ook een aspect van die afrekeningen is. De slachtoffers laten intens verdrietige ouders, broers en zussen, echtgenotes en kinderen achter.

In de introductie vertelde officier Mr. Wind dat Passage een bijzondere zaak is. Niet alleen door de lange duur van dit proces, maar ook omdat er belangrijke vragen beantwoord moeten worden over het gebruik van de kroongetuige. Het is het eerste proces na de nieuwe wettelijke kroongetuigeregeling. Er zal door de rechtbank jurisprudentie worden geschreven, die bepalend zal zijn in volgende zaken.

Ovj Mr. Wind: Het requisitoir gaat over tien liquidatiezaken: vijf voltooide liquidaties met zeven dodelijke slachtoffers en vijf pogingen of voorbereidingen van liquidaties. Het gaat ook over wapenhandel, over een criminele organisatie gericht op liquidaties en wapendelicten, over witwassen en over het bezit van valse paspoorten. Er staan elf verdachten terecht op verdenking van deze feiten.

Het requisitoir is opgebouwd uit deelonderwerpen. Vandaag laten wij een aantal algemene thema’s de revue passeren. Dat zijn thema’s die van belang zijn voor alle of voor meerdere zaken en verdachten. In de komende dagen zullen de verschillende deelonderzoeken worden behandeld. Het programma zal ik u zo tonen. Pas op de zesde en laatste dag zullen we toekomen aan het formuleren van de eis tegen de verdachten.
Het openbaar ministerie liet vervolgens het programma zien op beeldschermen in de Bunker-rechtszaal.

Lees hier: De indeling van het requisitoir

In de algemene inleiding stelt Ovj Mr. Wind een aantal vragen die bij velen zullen zijn opgekomen. Vragen die vandaag aan de orde zullen komen en waar het OM in deze inleiding en in andere requisitoir-onderdelen antwoord op zal geven.
Waarom staan wij hier met deze zaak? Waarom is er zo een langdurig en kostbaar opsporingsonderzoek verricht? Waarom duurt dit proces zo verschrikkelijk lang? Waarom moeten daar vijf officieren van justitie, vier rechters, twee griffiers en zo veel advocaten aan te pas komen? Waarom is dit proces zo complex? Gaat het eigenlijk nog wel over die liquidaties? Waarom zijn al die zaken en al die verdachten tegelijk voor de rechter gebracht? Is het wel een goed idee om in zee te gaan met een kroongetuige? Heeft die kroongetuige nu wel of niet de waarheid verteld? Wat is dat voor een gedoe met die anonieme getuigen die achter gesloten deuren worden gehoord?

(Overigens, niet dat ik die antwoorden van het OM hier allemaal kan reproduceren in één verslag, helaas, daar is het requisitoir eenvoudigweg te uitgebreid voor. – red.)

Om deze vragen te beantwoorden begon officier Mr. Wind met een terugblik op de historie. De voorgeschiedenis is dat Nederland, in het bijzonder Amsterdam, de afgelopen 30 jaar is geconfronteerd met een lange reeks afrekeningen in het criminele milieu, met een trieste piek in 2005. Er vonden in ruim een week vier liquidaties plaats. Het ging om de liquidaties van Cees Houtman, John Mieremet, Evert Hingst en George van Kleef. De gebeurtenissen in de eerste novemberdagen van 2005 brachten zelfs de Minister er toe vragen te stellen aan het Parket Amsterdam.

Ondanks grondig en soms langdurig opsporingsonderzoek was het zo dat de politie bij de lange reeks liquidaties in de achterliggende jaren in vrijwel alle gevallen niet voldoende materiaal kon verzamelen om verdachten veroordeeld te kunnen krijgen.

OvJ. Mr. Betty Wind (samengevat): De oorzaken van dit gebrek zijn divers:
– Van veel van de slachtoffers kan gesteld worden dat zij zelf actief waren in het criminele milieu, waarbij zij met verschillende criminele tegenspelers van doen hadden en met even zovele in conflict konden raken over grote (uiteindelijk veelal financiële) belangen. Er zijn soms zo veel mogelijke onderzoeksrichtingen dat de opsporing stagneert.

– De afrekeningen in het criminele milieu worden doorgaans zo professioneel uitgevoerd dat op de plaats delict nauwelijks bruikbare sporen achter blijven. Er worden zelden foutjes gemaakt.

– Het is bijna vanzelfsprekend dat de zeldzame getuigen die werkelijk iets zinvols kunnen verklaren over de toedracht dat meestal niet willen. Hetzij uit loyaliteit met de dader, hetzij uit angst voor represailles, hetzij omdat ze daarmee zelf strafvervolging riskeren of vanwege een combinatie van deze factoren. Wat ook nog wel eens meespeelt is dat de kring rond een slachtoffer meer geneigd is ‘het probleem zelf op te lossen’ of zelf voor vergelding te zorgen dan met de politie te praten en het aan hen over te laten. Niet zelden weet men in die kring heel goed uit welke hoek het komt, maar deelt men die informatie niet met politie en justitie.

– Ten slotte is het milieu waarbinnen opsporing moet plaatsvinden vaak uitstekend op de hoogte van de mogelijkheden en beperkingen van de Nederlandse opsporingsbevoegdheden. Daarom leveren reguliere opsporingsmiddelen als telefoontaps, observaties, onderzoeken naar historisch telecomverkeer of financiële bevragingen vrijwel nooit iets wezenlijks voor de opsporing op. Verdergaande bevoegdheden zoals stelselmatige informatie-inwinning of infiltratie lijken uitgesloten in het hoog professionele milieu waar het om gaat. De kring waar het om gaat is veelal zo ‘gesloten als een oester’. Informatie en communicatie worden afgeschermd. En voordat iemand zodanig wordt vertrouwd dat hij dicht bij een verdachte persoon of groep kan komen, zal hij veelal eerst, zoals dat heet, ‘zelf vuile handen gemaakt moeten hebben’. Dat het niet lukte zaken “op te lossen” is niet alleen onbevredigend voor de politie en Openbaar Ministerie en uitermate teleurstellend voor nabestaanden, maar ook maatschappelijk ongewenst. Was de tijdsgeest in het verleden lange tijd zo geweest dat het ook niet zo erg was dat liquidatiezaken niet werden opgelost, daar is in het afgelopen decennium verandering in gekomen. Liquidatie vonden soms plaats te midden van onschuldig publiek, waarbij het vaak een godswonder was dat er niet meer onschuldige slachtoffers waren gevallen. Gaandeweg onstond het beeld van een politie- en justitie-apparaat dat machteloos was in deze zaken. De verantwoordelijken konden ongestraft hun conflicten oplossen en verwierven gaandeweg meer en meer de status van onaantastbaarheid. Daar kwam nog bij dat einde van de jaren ’90 politieke aandacht kwam voor het fenomeen dat (de top van) “de onderwereld” verweven leek te gaan raken of geraakt was met “de bovenwereld”, met name in de vastgoedsector. Deze combinatie van factoren werd breed gezien als maatschappelijk zeer onwenselijk. De tijd was rijp om op grotere schaal politiecapaciteit in te zetten voor criminele afrekeningen en dat is ook gebeurd.

Maar zaken willen oplossen geeft nog geen garantie, dat dat ook lukt. De hiervoor genoemde oorzaken die in de weg stonden aan goede resultaten neem je, ook met een groot en professioneel politieteam dat de tijd krijgt, niet zo maar weg. Ik kan dan ook stellen dat het feit dat La Serpe zich meldde bijzonder welkom was. Zijn bereidheid onder voorwaarden opening van zaken te geven, bood kansen die er daarvoor niet waren. Zonder overdrijven kan ik zeggen dat het in de meeste gevallen zonder kroongetuige nooit was gelukt voldoende inzicht in de achtergronden te krijgen en verdachten kansrijk voor de rechter te brengen.

OvJ. Mr. Betty Wind: Een uitzondering vormt de zaak Van der Bijl. In deze zaak was de Amsterdamse recherche al een heel eind gekomen in de oplossing van de zaak. Het begin lag bij een foutje van de berokkenen. Op het gebruikte en weggegooide wapen werd. nadat het twee dagen in het water had gelegen, dankzij een vasthoudende forensisch rechercheur, toch nog DNA aangetroffen. Snel en grondig recherche-onderzoek daarna heeft goede resultaten opgeleverd, die inmiddels tot een aantal veroordelingen hebben geleid. De bevindingen in de zaak Van der Bijl vormden in een vroeg stadium ook een goed toetsingskader voor de betrouwbaarheid van de verklaringen van La Serpe. De tactische bevindingen in deze zaak pasten feilloos bij wat La Serpe over deze zaak vertelde. Maar La Serpe sprak ook over aspecten in deze zaak die nog niet bekend waren. Zijn verklaringen konden dus ook bijdragen aan de verdere opsporing in deze moordzaak.

Wij zijn ons er van bewust dat er ethische bezwaren kleven aan een deal met een kroongetuige, die zelf van moord wordt verdacht. Maar gedurende het opsporingsonderzoek van de afgelopen jaren zijn we er meer en meer van doordrongen geraakt dat het gebruik van kroongetuigen en andere bijzondere getuigentrajecten onontbeerlijk is voor een sucsesvolle opsporing en vervolging in zaken als deze. Domweg omdat andere opsporingsmogelijkheden in de praktijk ontoereikend zijn.
De verklaringen van La Serpe vormden de directe aanleiding voor het opstarten van het onderzoek Passage. De hoogste prioriteit lag bij het voorkomen van nog meer afrekeningen. La Serpe had niet alleen verteld over liquidaties uit het recente verleden, maar ook over op handen zijnde liquidaties waarvoor al opdrachten in het milieu waren uitgezet. Personen die volgens La Serpe op de nominatie stonden te worden vermoord waren Atilla Önder, Nedim Imaç, August Adjoeba, Leendert Bosnie en Ruud Hilligers.
Het was dus van belang dat er na het afleggen van de kluisverklaringen snel een deal werd gesloten en dat die kon worden voorgelegd aan de rechter-commissaris. Tot die tijd waren immers de verklaringen van La Serpe tactisch niet bruikbaar en kon er, behalve het CIE-matig waarschuwen van potentiële slachtoffers, helemaal niets gedaan worden om liquidaties te voorkomen. Toch heeft de fase van het advies van het CTC (Centrale Toetsings-Commissie) en de goedkeuring van het College en de Minister nog geruime tijd in beslag genomen vanwege de morele en etische dilemma’s waarover grondig nagedacht moest worden en het feit dat de kroongetuigeregeling een vrij nieuwe regeling was. Dat die fase tijd kostte, was noodzakelijk en begrijpelijk, maar heeft wel tot enige frustratie geleid. Met name toen op 20 februari 2007, kort voor de RC-toetsing, alsnog Nedim Imaç werd geliquideerd. Dat hij door de CIE was gewaarschuwd heeft zijn vroegtijdige, geweldadige dood helaas niet kunnen voorkomen.

OvJ. Mr. Betty Wind: Deze moord was voor ons een grote schok en een dramatische bevestiging van het feit dat wat La Serpe vertelde serieus genomen moest worden. Wij waren er daarmee van doordrongen dat we snel moesten schakelen en zijn, zodra dat mogelijk was, overgegaan tot aanhoudingen van de verdachten. Het opsporingsonderzoek ging eind maart 2007, direct na de RC-toetsing van start.
La Serpe heeft verklaringen afgelegd in 14 liquidatiezaken, acht voltooide liquidaties met 11 dodelijke slachtoffers en in zes gevallen van pogingen of voorbereidingshandelingen. De zaken waren zo enstig dat, nu er aanknopignspunten waren, móesten worden onderzocht. Er konden geen zaken buiten het onderzoek blijven. Maar deze zaken konden echter niet allemaal tegelijk onderzocht worden. Er moesten keuzes gemaakt worden in de prioritering van onderzoeken: welke eerst en welke later.

OvJ. Mr. Betty Wind: De keuze om zoveel zaken ineens aan de rechtbank voor te leggen, is genomen om de volgende twee redenen: (A + B) A De samenhang en verwevenheid van het geheel van zaken en verdachten.

Die samenhang en verwevenheid zit hem in dat verdachten in meerdere liquidatiezaken als verdachte naar voren komen. Jesse Remmers is, hoewel hij niet overal voor wordt vervolgd, in dertien van de veertien liquidatiezaken als verdachte aangemerkt. Hij wordt vervolgd voor zes liquidatiezaken. Ali Akgün wordt vervolgd voor vijf liquidatiezaken, Mohammed Rasnabe voor vier, Fred Ros en Peter La Serpe voor drie en Sjaak Burger en Dino Soerel voor twee. Een logische splitsing was niet mogelijk omdat de verdenkingen zien op wisselende samenstellingen van verdachten. Voor de verdachten die maar voor één zaak worden vervolgd, Siegfried Saez, Pinny Song, Nan Paul de B. en Freek S., geldt dat in hun zaken ook Remmers en Rasnabe worden vervolgd en dat er dus via die verdachten een grote samenhang is met het geheel. Afsplitsing van die zaken heeft dan ook grote nadelen en verzoeken van de verdediging tot afsplitsing zijn door de rechtbank om die reden afgewezen.

De verklaringen van La Serpe zijn niet in veertien mootjes op te delen. Het één hangt zodanig met het ander samen dat het als geheel moet worden bekeken. Ook verklaringen van andere getuigen en andere onderzoeksresultaten zijn vaak in meerdere zaken van belang en kunnen pas goed op waarde worden geschat als de rechtbank ze in totaal beschouwt.

B De omstandigheden dat met La Serpe, die over al deze zaken verklaart, een deal is gesloten.

De tweede reden die maakt dat de zaken niet separaat aan de rechtbank konden worden voorgelegd, is gelegen in de overeenkomst met La Serpe. De rechtbank kan de rechtmatigheid van de overeenkomst, de betrouwbaarheid van de verklaringen en de bruikbaarheid daarvan voor het bewijs slechts ten volle toetsen als ze het totale onderzoek zo breed mogelijk beschouwt. Het is ondenkbaar dat telkens weer een nieuwe rechterscombinatie opnieuw over deze factoren zou moeten oordelen.

Officier van justitie Mr. Wind geeft ons op een briefje dat indien alle zaken seperaat of in clusters na elkaar aangebracht zouden worden, zoals een aantal raadslieden blijkbaar had gewenst, de totale berechting vele malen langer had geduurd. Ook geeft de officier ons op een briefje dat een dergelijke aanpak het OM nog veel meer verwijten van de verdediging zou opleveren. De stelling dat het OM de zaak niet in zijn totaliteit had moeten aanbrengen, is naar het oordeel van het OM een gelegenheidsstelling. Als het OM het anders had gedaan, hadden de raadslieden vast en zeker om voeging gevraagd, aldus Wind.

OvJ. Mr. Wind: Ja, het proces duurt lang. Maar het kan dus niet anders dan zoals de zaak nu is aangebracht. De verdachten hebben de lange duur en een lange voorlopige hechtenis voor lief te nemen. De ernst van de feiten waarvan zij verdacht worden, maakt dat zonder meer gerechtvaardigd.

De cijfers op een rijtje:

  • 49 Gerechtelijke Vooronderzoeken
  • ca. 300 getuigen en 30 verdachten gehoord door de politie
  • ca. 500 getapte telefoonlijnen
  • ca. 170.000 tapgesprekken
  • ca. 168 getuigenverhoren bij de RC (vele over meerdere dagen)
  • ca. 12.200 processen-verbaal en andere processtukken
  • ca. 300 ordners dossier
  • ca. 32 zittingsdagen pro forma
  • ca. 151 zittingsdagen inhoudelijke behandeling tot nu toe
  • ca. 40 dagen verhoren van La Serpe ter zitting (ruwe schatting)
  • ca. 24 verzoeken opheffing van de voorlopige hechtenis
  • 4 wrakingsverzoeken
  • ca. 3200 pagina’s proces verbaal van terechtzitting

OvJ. Mr. Wind: Dit proces duurt lang; voor de verdachten, voor de rechtbank, voor de raadslieden, voor een aantal zeer trouwe journalisten en voor ons. 32 Pro Forma zittingsdagen, 151 inhoudelijke zittingsdagen tot nu toe en daarnaast al het tussentijdse werk aan voorbereidingen en het schrijven van teksten en tussenbeslissingen. Dat is niet niks. De rechtbank heeft vaak terecht zorgen over de voortgang geuit en heeft telkens weer het zittingsschema moeten aanpassen.

Af en toe is er sprake geweest van grote spanningen tussen verschillende procesdeelnemers, die soms niet en soms ook wel werden uitgesproken. Af en toe zelfs via de media. Soms was het begrip respect voor elkaar professionele positie ver te zoeken. Dat is ons vaak een doorn in het oog geweest en moet wat ons betreft geen trend in de Amsterdamse rechtspraktijk worden. Van professionele procesdeelnemers mag een zakelijke, professionele opstelling worden verwacht.

Een tussentijdse beschouwing.
Is het nu nodig geweest en, op dt moment bezien, de moeite waard geweest een zo grootschalig onderzoek te verrichten en een zo kostbaar en langdurig proces te voeren? Ons antwoord op die vraag is absoluut: JA.
De extreem gewelddadige groepering waar het hier om gaat, die straffeloos tegenstanders uit de weg kon ruimen, die zich in steeds verdergaande mate onaantastbaar kon gaan voelen, die een plat contact bij de politie had en die doende was zich in de vastgoedsector met de bovenwereld te vermengen en aldus steeds machtiger werd, móest een halt worden toegeroepen. Het was maatschappelijk niet langer verantwoord daar niets aan te doen. Het Openbaar Ministerie, dat tot primaire taak heeft strafbare feiten op te lossen en waar mogelijk te verhinderen, wilde de geboden kans dan ook aangrijpen.

Is het dan ook gelukt die groepering een halt toe te roepen? Tot op zekere hoogte zeker. Kort na de aanhoudingen van verdachten is er een, in de gevangenis, tussen twee zware criminelen gevoerd gesprek afgeluisterd, waarin de ene crimineel tegen de andere over de dodenlijst zegt ‘dat alles is stopgezet’. Ik durf te stellen dat er een reële kans is dat een aantal, zo niet alle potentiële slachtoffers die op de nominatie stonden, niet meer zou hebben geleefd als er niet was ingegrepen en dat de groepering mogelijk nog meer slachtoffers zou hebben gemaakt.

Is met dit onderzoek het probleem dan opgelost en het werk klaar? Nee, zeker niet. De zaken in dit proces dekken niet de hele lading. Een aantal verdachten in dit proces wordt verdacht van betrokkenheid bij meer liquidaties dan waarvoor zij nu worden vervolgd. En er zijn in en rond deze groepering personen die nog niet aangepakt konden worden. Maar wij zijn nog niet klaar. De politie en het OM gaan gewoon door en zullen de volle aandacht blijven richten op zaken als deze.

Natuurlijk is de groepering die terechtstraat niet verantwoor- delijk voor alle liquidaties van de afgelopen jaren. er zijn dus ook nog andere zaken en andere verdachten die aangepakt moeten worden. De politie en het OM zullen nooit werkloos worden in de hoek van de zware criminaliteit. Er blijven altijd nieuwe criminelen komen die in een machtsvacuüm proberen te duiken of die zelfstandig een imperium proberen op te bouwen. Een ieder die aldus meent koning in een eigen koningkrijk te moeten spelen, kan op de volle aandacht van politie en justitie rekenen. De tijd dat afrekeningen in het criminele milieu en samenleving-ontwrichtende criminaliteit geen prioriteit hadden is echt voorbij.

Maar worden alle verdachten die nu terechtstaan dan ook veroordeeld? Dat is natuurlijk de vraag. De verklaringen van La Serpe alleen zijn niet voldoende. Als alle getuigen die door de politie, de RC en ter zitting zijn gehoord, naar waarheid zouden hebben verteld wat zij weten, zou het eenvoudig zjn geweest de waarheid te achterhalen. Maar in zaken als deze moeten we het doen met de verklaringen van de enkeling die wil en durft mee te werken en met brokken van informatie. Dat is inherent aan zaken als deze. Wij zijn ook geconfronteerd met getuigen die weldoordachte leugens hebben verteld om de verdachten te helpen, zonder dat daar een vinger achter te krijgen was.

Voor een aantal verdachten zal het er om spannen. Bijna anderhalf jaar geleden heeft de rechtbank de voorlopige hechtenis van Akgün na ruim drie-en-een-half jaar opgeheven. De reden was, dat voor de feiten waarvoor de voorlopige hechtenis was bevolen, de 67a lid 3 situatie was bereikt. En onlangs heeft de rechtbank na 18 maanden de voorlopige hechtenis van Soerel opgeheven, omdat er naar het oordeel van de rechtbank tegen hem voor een deel niet voldoende ernstige bezwaren (meer) waren en overigens de 67a lid 3 situatie was bereikt. Ik kondig nu alvast aan dat wij van mening zijn dat er voldoende bewijs is om ook deze verdachten te veroordelen. Dat zullen we in de komende dagen in verschillende deelrequisitoiren toelichten.

Mr. Wind kwam nog even terug op de nabestaanden van de slachtoffers. Er is de afgelopen jaren relatief weinig aandacht besteed aan het leed van de nabestaanden van geliquideerde personen. Aan hen wil de officier van justitie aan het slot van deze inleiding nog enkele woorden wijden.

OvJ. Mr. Betty Wind: Voor veel nabestaanden geldt dat hun leven kapot is gemaakt. Dat geldt niet alleen voor de nabestaanden van wie recent een dierbare is vermoord. Het geldt evenzeer voor de nabestaanden die daarmee al in 1993 zijn geconfronteerd. U bent op zitting getuige geweest van het nog allesovereheersende hartverscheurende verdriet van de ouders van Sonny Hadziselimovic. Een aantal nabestaanden is andere zaken kon het niet aan de zitting bij te wonen. Dat wil niet zeggen dat hun verdriet over is. Integendeel. Dat verdriet is bij deze mensen, en denk met name ook aan de kinderen van de slachtoffers, nog dagelijks aanwezig en een aantal kampt als gevolg van het gebeurde met psychische problemen. Over het leed van al deze nabestaanden en over alle potentiële slachtoffers is een verhaal te vertellen. daar zullen we in de verschillende deelonderzoeken telkens aandacht aan besteden.

Tot zover het (begrijpelijke) verdriet van de nabestaanden…. De requisitoiren in de deelonderzoeken Tanta, Opa en Cobra zijn maandag reeds behandeld. Daar kom ik nog op terug met een verslag.

De officier benoemde tot slot van haar inleiding en vanuit haar standpunt de koelbloedigheid van de verdachten die gedurende dit proces niet getuigd hebben van enig medeleven of inlevingsvermogen. Hun opstelling zou volledig zijn bepaald door eigenbelang.

Mr. Wind: Opdrachtgevers en uitvoerders hebben in alle gevallen getuigd van een totaal gebrek aan respect voor het leven en een volledige desintresse in het leed dat aan de nabestaanden werd berokkend. Zij hebben uitsluitend eigen belangen voor ogen gehad. Oninvoelbaar en schokkend.

Dit laatste is natuurlijk wel invoelbaar dat een officier van justitie belast met deze zaken dit zegt. Niet veel mensen zullen de ogen sluiten voor het verdriet van nabestaanden. Maar wat kun je verwachten van ontkennende, dus in hun eigen ogen en die van hun verdediging, niet verantwoordelijke verdachten? Hoe moeten zij zich dán gedragen? Dat blijft natuurlijk altijd moeilijk zoiets.

Voor het OM is het bewijs rond, voor de verdachten en verdediging allerminst. En daar gaat dit proces ook over…

*

De betrouwbaarheid van de verklaringen van La Serpe is reeds vele zittingen over gedebatteerd. Het OM is van oordeel dat de verklaringen van La Serpe als betrouwbaar beoordeeld kunnen worden en gebruikt kunnen worden voor het bewijs in de diverse tenlastegelegde zaken.

*

Wordt binnenkort vervolgd met een verslag van de requisitoiren in de deelonderzoeken Tanta, Opa en Cobra.

Bondtehond bij het Liquidatieproces 

Dit bericht werd geplaatst in Liquidatie proces en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s