Pleidooi Mr. Marnix van der Werf: ‘Sjaak kan alles leveren’

Het liquidatieproces gaat gestaag verder met de pleidooien. Vandaag was het de beurt aan Mr. Marnix van der Werf, de advocaat van Sjaak Burger, inzake de vermeende wapenhandel. Dossier ‘Bilbao’, de vondst van een grote partij wapens in de villa van Katja Schuurman en de zaak ‘Wapenhandel’ vormden twee pijlpunten in het requisitoir van het OM in de poging om Sjaak Burger veroordeeld te krijgen. Volgens Mr. Van der Werf blijft er echter weinig over van het gepresenteerde bewijs en zou Burger op alle punten moeten worden vrijgesproken.

Sjaak Burger was dit keer aanwezig. Verderop zat Jesse Remmers, die samen met zijn raadsman Mr. Sander Janssen het betoog van Mr. Marnix van der Werf als belangstellenden volgden. Van der Werf begon meteen aan zijn pleidooi nadat rechtbankvoorzitter Lauwaars zich eerst verontschuldigde voor het iets later beginnen van de zitting. ‘De rechtbank moest even bijkomen van het mislukken van het EK’, grapte Lauwaars.

De raadsman van Sjaak Burger trapte af met de inleiding van zijn pleidooi, genaamd: “Sjaak kan alles leveren”

Mr. Marnix van der Werf:  Sjaak Burger was volgens het OM een groot aantal jaren de spin in het web in de Amsterdamse wapenhandel. Hij kon alles leveren, van eenvoudige wapens tot stingerraketten en semtex. Op bestelling en uit voorraad.

Het is deze mythe die in het hele dossier wordt uitgeademd. De voorraden zijn nooit gevonden. Burger is nog nooit verdachte geweest in een groot wapenonderzoek. De stingerraketten en de semtex zijn onder water gebleven en niemand, behalve La Serpe en Jesse Remmers, heeft hem ooit een wapenhandelaar genoemd, laat staan dat daar iets concreets van bewezen is.

Burger moet een hele grote geweest zijn in de wapenhandel, want als je stingerraketten kunt leveren ben je een machtig man. Met een stingerraket kan iedere aap een Boeing uit de lucht halen. En u mag mij daarin op mijn woord geloven. Ik heb ermee geschoten en een jaar mee geoefend in levensechte simulatoren, een “Award of Achievement” verdiend en de “Standard of Excellence” bereikt, voor wat het waard is. Voor het eerst van mijn leven heb ik er spijt van dat ik mijn Defensiediploma’s heb vernietigd zodra dat kon, anders had ik ze aan uw Rechtbank laten zien. Maar wat ik bedoel te zeggen is: als je dit soort wapens kunt leveren krijg je echt niet alleen de Amsterdamse recherche achter je aan, je bent dan een gevaar voor de Staatsveiligheid. Dan komen er hele andere krachten los.

Alle zaaksdossiers tegen Burger impliceren de vooronderstelling dat hij een wapenhandelaar is. Wie de dossiers leest met die gedachte in het achterhoofd vindt daarvan telkens bevestiging. Maar die bevestiging is gekleurd door interpretatie van de feiten vanuit die gedachte.

Hoezo gaat het gesprek tussen Peter T. en Burger over wapens? Omdat Burger een wapenhandelaar is.

Hoezo ligt het voor de hand dat La Serpe de waarheid spreekt als hij Burger noemt als leverancier van de Glock en de Star? Omdat Burger een wapenhandelaar is.

Hoezo legt de bivakmuts met Burgers DNA een directe relatie met de wapens in de kist? Omdat Burger een wapenhandelaar is.

Wie deze vooronderstelling laat varen en objectief kijkt naar de gepresenteerde bewijsmiddelen zal tot een heel ander oordeel komen. Het Openbaar Ministerie is dat niet gelukt en dat is jammer.

Die vooronderstelling levert onnavolgbare bewijsconstructies op. Bewijsconstructies, waarbij dat wat bewezen moet worden, bewezen wordt met behulp van bewijsmiddelen die alleen maar kunnen bestaan doordat datgene dat bewezen moest worden als bewezen wordt beschouwd. En dat is met opzet een cryptische zin, maar hij klopt wel.

Ik geef een voorbeeld: In de zaken Houtman en Van der Bijl wordt expliciet betoogd dat het dossier Wapenhandel ondersteunend schakelbewijs is voor het bewijs in de zaken Houtman en Van der Bijl. In de zaak Wapenhandel daarentegen wordt expliciet betoogd dat het feit dat Burger de Glock en de Star geleverd zou hebben in de zaken Houtman en Van der Bijl ondersteunend schakelbewijs is voor het bewijs in de zaak Wapenhandel.

Het bewijs trekt zichzelf over en weer als het ware aan zijn eigen haren uit het moeras. Het bewijs veroorzaakt zichzelf. A kan bewezen worden door B en C; maar voor het bewijs van B en C is A nodig. Of beeldender: de trappen van Escher, zoals deze op de voorpagina zijn weergegeven. Als een trap omhoog de te bewijzen zaaksdossiers voorstellen merk je dat je bij het verzamelen van bewijs voor een feit telkens de bocht om wordt geleid, terug naar waar je begonnen bent, terug naar af. Het is een val waar je niet meer uitkomt.

Deze twee mechanismen, de vooronderstelling dat Burger een wapenhandelaar is en de val van de Eschertrappen, heeft het OM niet onderkend, of wel onderkend, maar daaraan geen conclusies verbonden.

Uw Rechtbank heeft mij één dag gegund voor pleidooi. Dat was een volledig terechte inschatting. Inmiddels is deze inschatting zelfs ruimschoots aan de ruime kant.

In de afgelopen vijf jaren is veel tijd besteed aan de kroongetuige. Hij is een geslepen boef en beantwoordt vragen nooit onbevangen; uiteraard niet, want hij is een kroongetuige. Van verschillende kanten zijn getuigen opgedoken om de betrouwbaarheid van zijn verklaringen te bevestigen of te ontkrachten. Getuigen met illustere namen als F1, F3, Q5, NN1-Hollowpoint, met allemaal hun eigen eigenaardigheden en juridische perikelen. Er is ook veel tijd gaan zitten in getuigen die eert trieste betrokkenheid hebben bij deze zaak, zoals mevrouw Houtman en haar familie, of een professionele, zoals Mr. Teeven en Mr. De Haas. Een andere tijdvreter is de zaak Bethlehem geweest, een nogal belangrijk onderdeel van de beoordeling van de verklaringen La Serpe.

Alle verklaringen van La Serpe, alle andere getuigen, de dossiers die door de recherche zijn afgescheiden en alle gebeurtenissen op de vele zittingen zou je kunnen zien als een grote dikke soep die in een enorme heksenketel.wordt rondgeroerd, met als draaikolkje in het midden die ene vraag: “Wat is er nou waar van wat die kroongetuige allemaal zegt?”

Tot zover de inleiding.

La Serpe
Er is volgens de raadsman alle reden om de verklaringen van La Serpe inhoudelijk minutieus te bespreken, ook voor zover het de directe belangen van Burger voorbijgaat. Van der Werf doet dat echter niet. Kantoorgenoot Mr. Nico Meijering heeft zich de afgelopen jaren bijzonder verdiept in deze materie en zal opnieuw, ook ten behoeve van Burger, de betrouwbaarheid van La Serpe onder de loep nemen. Ook wat betreft mevrouw Houtman en andere getuigen. Van der Werf sluit zich aan bij Mr. Meijering.

Binnen het kantoor was afgesproken dat Mr. Van der Werf het pleidooi over de totstandkoming en de rechtmatigheid van de overeenkomst met La Serpe voor zijn rekening zou nemen. Echter, gebleken is de afgelopen tijd dat Mr. Sander Janssen zich al geruime tijd in hetzelfde onderwerp verdiepte en al vergevorderd was met zijn betoog. Besloten is, ook om de rechtbank twee versies van dat verhaal te besparen, maar ook omdat ‘wij tegen Mr. Janssen op dat gebied toch niet op kunnen’, aldus Van der Werf, dat Mr. Janssen daarover zal gaan spreken. In de zaken Soerel, Akgün en Burger sluit de verdediging zich aan bij het betoog van Mr. Janssen.

Mr. Van der Werf ging vervolgens toch nog vrij uitgebreid in op de kroongetuige. Vele bladzijden lang bespreekt de raadsman de kroongetuige. Aan bod kwamen: Kroongetuige, Typering, Gevaarlijke ontwikkeling en Beloning van La Serpe. Zoals gezegd, later meer over La Serpe door de andere raadslieden.

Vervolgens gaat Van der Werf inhoudelijk in op de tenlastegelegde zaken ‘Houtman en Van der Bijl’,  ‘Vinkeveen’ en ‘Wapenhandel’. Uiteraard kan ik die niet alle zaken van a tot z weegeven. Ik zal deze eruit pikken: Wapenhandel

Mr. Marnix van der Werf: Burger is het middelpunt van de Amsterdamse wapenhandel aldus het dossier. Het wapenhandeldossier is een allegaartje van in andere zaaksdossiers verzamelde feiten en omstandigheden, aangevuld met bevindingen uit wapenzaken tegen derden die niet voorkomen in het Passageproces.

De brij aan gegevens wordt in dit dossier op allerlei (suggestieve) manieren aan elkaar geknoopt. Daarbij wordt telkens uitgegaan van de veronderstelling dat Burger een wapenhandelaar is, terwijl dat nu juist hetgeen is dat bewezen moet worden.

Zo’n dossier is moeilijk te bespreken zonder telkens in herhaling te vallen en obligate argumenten te noteren. Nu het OM deze zaak zo serieus lijkt te nemen is dat tot op zekere hoogte echter wel nodig.

In het requisitoir wordt een reeks aan mogelijke bewijsmiddelen gepresenteerd voor de betrokkenheid van Burger bij beroepsmatige wapenhandel.

  • Het OM beroept zich op de verklaringen van La Serpe, Jesse Remmers, Francis K. en Arien Kaale.
  • Er wordt waarde gehecht aan de lijstjes met wapengegevens, aan foto’s in de telefoon van Burger.
  • Het OM wijst op mogelijke relaties tussen Burger en B., T., Van den B., E. en Van L.
  • Daarnaast wijst het OM op tapgesprekken tussen Burger en T. en Burger en De J. de H.
  • En er wordt verwezen naar de bij Burger aangetroffen (gedeeltelijke) P22 Walther en de DVD waarop Burger kennelijk een gas- / alarmpistool afschiet.


Mr. Marnix van der Werf : Die opsomming lijkt indrukwekkend, maar is bij nadere beschouwing een stuk minder indrukwekkend. Allereerst kan worden vastgesteld dat elk van de gepresenteerde bewijsmiddelen op zichzelf niets tot zeer weinig toevoegt aan het bewijs van wapenhandel. Direct bewijs is er niet.

Het OM beroept zich er op dat de opgevoerde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang moet worden bezien. De onderlinge samenhang is een term die vaak gebruikt wordt als juridische toverformule. Soms is de onderlinge samenhang van wezenlijke betekenis, maar dan moet er wel een samenhang zijn die die betekenis rechtvaardigt. Het OM heeft in het requisitoir geen samenhang benoemd en alleen maar gesteld dat die er zou zijn. Maar dat is niet zo. Het gaat om allemaal van elkaar losstaande gegevens.

Voor zover er een samenhang is, zegt die samenhang niet meer dan dat Burger kennelijk erg geïnteresseerd is in wapens en dat hij kennelijk mensen kent die (veel) wapens bezitten of erin handelen. Er is geen onderlinge samenhang te construeren op basis waarvan moet worden aangenomen dat Burger in wapens handelt.

Anders gezegd, u kunt mij aantreffen op een fiets. En volgend jaar op een andere fiets. En bij mij thuis vindt u nog meer fietsen. In ieder geval één van de fietsen waar ik op rijd is een redelijk uniek object, waarvan er maar weinig zijn in Nederland. Ik heb thuis folders, literatuur en tijdschriften over fietsen. Ik bezit ook aantekeningen over onderhoud en onderdelen. Ik ken veel mensen die fietsen en ik ken ook fietsenmakers en fietshandelaren. Maar ik handel niet in fietsen; nooit gedaan. En als u mij o.g.v. deze feiten en omstandigheden daarvan zou beschuldigen, zou ik niets meer kunnen doen dan zeggen dat het niet zo is.

Mr. Van der Werf loopt aansluitend de bewijsmiddelen langs. Aan de orde kwamen verklaringen van La Serpe, Jesse R., Francis K., Arien K., wapenlijstjes en foto’s, relaties met anderen en telefoontaps. Daarna komen we aan bij: De positie van Burger. De raadsman stelt hier enkele belangrijke vragen. Tot slot ga ik meteen verder met de conclusie van de raadsman.

Mr. Marnix van der Werf: Als het waar is dat Burger het middelpunt is van de Amsterdamse wapenhandel en alles kan leveren is een aantal zaken bijzonder opmerkelijk:

1. Waarom worden er wapens geregeld bij anderen?
Volgens La Serpe is er een kalashnikov opgehaald bij Peter van Dijk in Limburg. Dat is toch niet zo’n bijzonder wapen. Waarom kon Sjaak dat dan niet leveren?

Volgens La Serpe moest hij ivm de geplande moord op George van Dijk een UZI ophalen in Scheveningen. Waarom niet bij Sjaak?

Volgens La Serpe is er een wapen opgehaald bij Gilbert Rommy. Waarom niet bij Sjaak?

2. Waar zijn de voorraden?
Een wapenhandelaar van het kaliber dat aan Burger wordt toegeschreven houdt een voorraad aan. Maar waar zijn de voorraden van Burger dan?

Jesse Remmers heeft gezegd dat de Vinkveenpartij van Burger was. Dat wordt betwist. Voor die partij zijn betere gegagdigden. Ik heb daar al het nodige over gezegd. Bovendien was dat in 2003. Waar zijn dan de voorraden voor de rest van de telastegelegde periode?

Volgens de Remmersverklaring uit Marokko had Sjaak ergens een partij liggen, maar daar bleek een oud vrouwtje te wonen.

La Serpe verklaarde dat Sjaak een tas vol thuis had en dat hij die heeft gezien in bijzijn van De J. de H., maar daarvan is nooit iets gebleken.

Onder andere op aanwijzing van La Serpe is er naar wapens gezocht op meerdere locaties die met Burger in verband gebracht zouden kunnen worden. Onder andere in een opslagruimte aan de Oderweg te Amsterdam, maar daar was niets.?? En in een loods aan de Spaklerweg, maar daar waren alleen motorfietsen en hennep (van een ander).

3. Wapenonderzoeken?
Er zijn in Amsterdam voortdurend langlopende onderzoeken naar wapenhandel. Daarin wordt getapt, geobserveerd, er worden verdachten aangehouden en veroordeeld. Maar waarom komt Burger daar dan nooit in voor?

Het dossier komt niet verder dan dat hij in een paar van die onderzoeken een enkeling zou kennen, of dat zijn telefoonnummer op een simkaart staat. Burger komt nooit op verdachte wijze in zo’n dossier voor. Of is hij geniaal en onzichtbaar?

4. Winkel
En waar is de winkel van Sjaak? Ik zeg het wat gekscherend, maar er zal toch ingekocht moeten worden, en verkocht. Waarom komen de leveranciers en de klanten dan niet in beeld? Waar haalde Burger die wapens vandaan? Al die unieke wapens en collectorsitems, als we het dossier mogen geloven? En waar zijn de daarmee gepaard gaande geldstromen? Burgers financiën worden in het dossier nauwelijks aan de orde, maar wat daarvan blijkt past eerder bij een kwakkelende tweedehands autohandelaar dan bij het middelpunt van de Amsterdamse wapenhandel.

Conclusie: Vrijspraak.

-Walther P22 en gas/alarmpistolen.
Het gedeeltelijke wapen en de patroonhouders en munitie die bij Burger zijn aangetroffen bij zijn aanhouding in 2007 zijn te laste gelegd onder feit 1 op dagvaarding.

Ten aanzien van de patroonhouders en de munitie refereer ik mij aan het oordeel van uw rechtbank.

Ten aanzien van het gedeeltelijke wapen kan het volgende worden opgemerkt.

Een vuurwapen is:
“Een voorwerp bestemd of geschikt om projectielen of stoffen door een loop af te schieten …”

Zo is bepaaldartikel 1 sub 3 Wet Wapens en Munitie

Ik stel mij op het standpunt dat de in beslag genomen Walther geen vuurwapen is in de zin van de Wet Wapens en Munitie. Het betreft een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, waarvan een vuurwapen gemaakt zou kunnen worden als er een loop in aangebracht zou worden. In de staat waarin het bij Burger is aangetroffen was de Walther niet geschikt om projectielen mee af te schieten. Evenmin kan gesteld worden dat hij daartoe bestemd was, omdat een essentieel onderdeel voor die bestemming ontbreekt. Voor zover relevant is een bijpassende loop ook nooit aangetroffen.

Conclusie: Vrijspraak voor de Walther P22

-Gas/alarmpistolen
Onder feit 3 op telastelegging 13/529176-06 wordt Burger het bezit van 2 gas/alarmpistolen verweten in de periode januari 2004 tot en met 13 februari 2007.

Het bewijs is gegrond op DVD-opnames waarop Burger dit soort gas/alarmpistolen afschiet en de verklaring van De J. de H., waaruit blijkt dat zij dit heeft gefilmd.

Daarnaast is er een NFI-rapport d.d.19 november 2008, waarin als conclusie is opgenomen dat het vermoedelijk gaat om gas/alarmpistolen.79

Het NFI kan niet vaststellen of het om één of twee wapens gaat. 80 De discussie over één of twee wapens is daarmee, denk ik, beslecht in het voordeel van één.

Belangrijker is dat niet bewezen kan worden dat de DVD­opname is gemaakt in de te laste gelegde periode. Uit het feit dat vuurwerk te zien is op de opname en er blijkens het NFI­rapport vuurwerk wordt afgeschoten, kan worden afgeleid dat het een opname betreft die vermoedelijk op of omstreeks oudejaarsavond is gemaakt. Niet staat echter vast in welke jaar dit is geweest. Het NFI-rapport zegt hierover niets.
Burger zegt hierover niets. De getuige De J. de H. verklaart desgevraagd dat zij niet meer weet wanneer het was. Zij kan niet zeggen welk jaar.81

Conclusie:
-Primair: Niet bewijsbaar is dat het voorhanden hebben van dit wapens of deze wapens valt binnen de telastegelegde periode. Vrijspraak.
-Subsidiair: Slechts het voorhanden hebben van één wapen is bewijsbaar.

Criminele organisatie
Het dossier in verband met de criminele organisatie is opnieuw een compilatie van feiten en omstandigheden uit de andere zaaksdossiers. Het dossier bevat geen wezenlijk nieuwe elementen.

Opvallend was destijds dat het 140-verwijt werd toegevoegd en dat de gevangenneming voor die feiten werd gevraagd in een periode, waarin zowel de voorlopige hechtenis van Burger als die van Akgün op een einde dreigden te lopen. De voorlopige hechtenis van Burger was destijds immers alleen nog gegrond op de Vinkeveen-zaak en daarvoor dreigde de voorlopige hechtenis te lang te gaan duren.

De gevangenneming werd gelast en uiteindelijk heeft het Gerechtshof later op 12 oktober 2010 de voorlopige hechtenis van Burger in zowel de Vinkeveen-zaak als de 140-zaak opgeheven met het oog op artikel 67a lid 3 Sv.

De bespreking van de feiten kan bijzonder kort zijn.
Het OM heeft ten aanzien van Burger opnieuw herhaald dat La Serpe belastende verklaringen over hem aflegt en dat hij een wapenleverancier zou zijn. Daaraan heeft het OM aan toegevoegd dat Burger en Remmers versluierd met elkaar praten over de telefoon en dat zij één op één telefoons zouden hebben gehad. Het OM meent dat de gesprekken tussen Remmers en Burger voor een buitenstaander niet te volgen zijn en dat er blijkbaar gesproken wordt over zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. Burger wordt tevens in verband gebracht met het gebruik van de code “powerflush”. En Burger wordt verweten dat hij over “broekhoest” praat als het gaat over geld. Ook bezit Burger een lijst met kanalen die door de politie worden gebruikt bij portofoonverkeer. Hij verbleef af en toe bij Reggie Remmers en hij maakte wel eens geld over naar het buitenland.

De waarde van de verklaringen van La Serpe over Burger en de waarde van de wapenhandelbeschuldigingen heb ik al besproken. De daarnaast genoemde feiten en omstandigheden geven wel aan dat er zaken zijn die de recherche niet begrijpt en die het Openbaar Ministerie als dubieus kwalificeert, maar uit die feiten en omstandigheden blijkt niet waarover het gaat, terwijl dat voor een veroordeling wel nodig is.

Burger wordt verdacht van deelneming aan organisatie gericht op het vermoorden van mensen. De omstandigheden die door het Openbaar Ministerie genoemd worden gaan over het maken van afspraken, het betalen van geld en het versluierd praten over de telefoon. Daaruit blijkt niet een relatie met deelneming aan een organisatie die moord tot oogmerk heeft. In het dossier blijkt genoegzaam van diverse andere activiteiten die Burger ertoe gebracht kunnen hebben om op deze manier met Remmers en anderen om te gaan en over de telefoon te spreken.

Conclusie:
Als een organisatie, gericht op het plegen van moord, heeft bestaan tussen één of meer in de telastelegging genoemde personen, kan niet bewezen worden dat Burger daaraan heeft deelgenomen.

Voor eventuele andere activiteiten van Burger die in het kader van een criminele organisatie benoemd zouden kunnen worden, ontbreekt dat deze gericht zouden zijn op het plegen van moord.

Eindconclusie:
Na meer dan 5 jaar kan worden vastgesteld dat de verwijten aan Burger in de kern nog altijd bijna geheel gebaseerd zijn op de verklaringen van La Serpe.

De verklaringen van La Serpe zijn op de meeste punten van iedere steun ontbloot en moeten bovendien met extra behoedzaamheid worden bezien. Daarbij kan ik het woord extra niet hard genoeg benadrukken.

Technisch en ander bewijsmateriaal is er niet.

Ondersteunende verklaringen zijn er ook nauwelijks. De verklaringen van Maria Houtman zijn evident onjuist en de Marokkoverklaring van Jesse Remmers is algemeen, ongemotiveerd en op relevante punten nooit bevestigd.

De verklaringen van La Serpe vormen telkens de basis voor verdere zaaksdossiers, waarop telkens een nieuw juridisch etiketje wordt geplakt, zoals vuurwapenhandel of deelname aan een criminele organisatie.

De bewijzen worden door het OM in zaken over en weer ingezet in Escheriaanse redeneringen, waardoor er in feite telkens sprake is van dubbeltelling van bewijsmiddelen.

Eindconclusie is dat ik Uw Rechtbank verzoek Burger vrij te spreken ten aanzien van de feiten in verband met Van der Bijl, Houtman, Vinkeveen, wapenhandel, criminele organisatie, de Walther P22 en de gas/alarmpistolen.

*

Mr. Lauwaars bedankte Mr. Van der Werf voor zijn degelijke, maar wel op luchtige wijze gebrachte betoog. Het was nog vroeg in de middag en verder stond er niets meer op het programma vandaag, dus iedereen kon huiswaarts. Sjaak Burger en zijn raadsman liepen nog wat na te babbelen. Buiten scheen de zon.

*
Donderdag 21 juni komen Mrs. Nico Meijering en Leon van Kleef pleiten voor cliënten Ali Akgün en Dino Soerel.
 

Bondtehond bij het liquidatieproces

Dit bericht werd geplaatst in Liquidatie proces en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s