Mr. Nico Meijering: ‘Moord is verschrikkelijk, maar ten onrechte daarvoor veroordeeld worden ook’

Het eindpleidooi van Mr. Nico Meijering ten behoeve van zijn cliënten Dino Soerel en Ali Akgün beloofde al ten tijde van het opheffingsverzoek (1) van Soerel (2) een gigantisch betoog te worden, uitgaande van het destijds reeds 473 pagina’s tellende pleitnota. Die belofte bleek donderdagochtend uit te komen tijdens de voorbeschouwing van Mr. Meijering waarin hij tevens de opzet van zijn pleidooi aan de rechtbank kenbaar maakte in aanloop naar een lange bunkerdag.

De rechters, officieren van justitie en griffiers luisterden aandachtig in de verder lege rechtszaal. Als enige aanwezige verdachte zat Dino Soerel aan zijde van zijn raadsman. De immer oplettende parketwachters regelden het geluid en schonken regelmatig de bekertjes water vol bij alle procesdeelnemers in de zaal. De zitting kon beginnen.

In zijn voorbeschouwing zet Mr. Nico Meijering meteen de toon door al vrij vlot aan te geven dat hij aanstuurt op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Hoe verschrikkelijk moord ook is, het is ook verschrikkelijk om onschuldig daarvoor veroordeeld te worden, stelt de raadsman. Iedereen snapt dat moord staat voor de zwaartste strafbedreiging die het Nederlandse strafrechtsysteem kent. Niets is verschrikkelijker dan iemands leven willens en wetens te nemen om daarmee ook nog eens de levens van nabestaanden goeddeels kapot te maken. Het oplossen van moorden verdient derhalve ook de hoogste prioriteit, aldus Meijering.

Mr. Nico Meijering: ‘Het OM heeft hierin een ongekende grote verantwoordelijkheid, naar de nabestaanden en de samenleving, maar niet in de laatste plaats ook naar de verdachte(n) en de omgeving van die verdachte(n). De diverse belangen zijn torenhoog. Die verantwoordelijkheid is natuurlijk heel zwaar en ongetwijfeld niet altijd even gemakkelijk te hanteren. Immers: in welke zaken is het in het verleden gebleken mis gegaan?

In zaken waarvoor grote publicitaire aandacht was. Bepaald niet uitgesloten mag worden dat publicitaire druk in die zaken bijgedragen heeft tot een druk op het OM om koste wat kost die zaken te willen “oplossen”. Publicitaire druk in combinatie met eigen overtuiging de dader(s) te pakken te hebben, welke geleid heeft tot het buiten de oevers van strafvorderlijke regels te treden.

Het OM moet tegen dergelijke druk bestand zijn, anders kunnen er ongelukken gebeuren. De samenleving -met de media voorop- kan wel willen dat het OM koste wat kost een moordzaak tot een oplossing brengt, maar zulks is in iedere samenleving nu eenmaal niet altijd mogelijk. Zeker niet in een samenleving die rechtsstatelijk is ingericht. De prijs die een rechtsstaat noodzakelijk betaalt is het feit dat daders van misdrijven de dans kunnen ontspringen. Naar mate men minder bereid is een dergelijke prijs te betalen, zal het risico tot betaling van een veel grotere prijs evenredig toenemen: de prijs van vervolging en veroordeling van onschuldigen.

Niet alleen de samenleving kan van het OM verwachten koste wat kost ernstige misdrijven als moord op te lossen. Het OM mag dat ook niet van zichzelf verwachten. Laat staan daar naar handelen. Hoe zwaar die verantwoordelijkheid ook is: niet koste wat kost. Dan kan het teveel gaan kosten. Het OM mag evenmin van zichzelf verwachten te weten wie als dader is aan te merken. Het verleden heeft geleerd hoe gevaarlijk zulks kan zijn.

Het OM dient altijd voor zichzelf de mogelijkheid open te houden er wel eens naast te kunnen zitten met de gerezen verdenking. Het OM is helemaal niet gehouden om de eigen gerezen verdenking koste wat kost bekroond te krijgen met een veroordeling. Hoe groot de druk vanuit de samenleving ook is om tot een oplossing van ernstige misdrijven te komen. Hoe zwaar de verantwoordelijkheid van het OM bij de opsporing en vervolging van verdachten van dergelijke feiten ook is. Hoe vaak ook andere grote zaken in het verleden tot een vrijspraak of niet-ontvankelijkheid hebben geleid. Hoe moeilijk het ook is om uitvoering te geven aan die verantwoordelijkheid.

Maar hoe moeilijk is dat eigenlijk? Aan de ene kant natuurlijk verschrikkelijk moeilijk. Aan de andere kant op de keeper beschouwd in het geheel niet. Met die andere kant doel ik op het feit dat van het OM niet méér gevergd mag worden dat men met in achtneming van de regels de spreekwoordelijke stinkende best doet om de juiste perso(o)n(en) achter de tralies te krijgen.

Er mag nooit gevergd worden dat men buiten de regels gaat treden omdat er koste wat kost een veroordeling moet komen welke dan gelijk zou moeten staan aan een “oplossing” van een misdrijf. Hoe moeilijk zulks mischien ook is vanwege allerhande druk die er vanuit de samenleving komt.

Wat is er gemakkelijker dan je aan de regels te houden? Het wordt juist moeilijk indien men buiten de oevers van het opsporingsveld gaat treden. Per definitie al ongelukkig voor rechtshandhavers, maar vooral ook omdat men dan gemakkelijk in een mijnenveld terecht kan komen, waardoor onschuldige slachtoffers vallen.

Hoe veel gemakkelijker is het om binnen die oevers te blijven? Is het zo moeilijk omdat de vees overheerst dat de onderzochte misdrijven niet opgelost worden? Dan zal men troost moeten vinden in het feit dat de zaak door uw rechtbank hoe dan ook opgelost zal worden. Het specifieke misdrijf mogelijk niet, maar de zaak wel. Ook met vrijspraak is immers de zaak (in eerste aanleg) opgelost. De ernstige verdenkingen die ruim vijf jaar boven het hoofd van cliënten (tijdens jarenlange verblijf in de EBI) hebben gehangen, zouden daarmee eindelijk opgelost zijn.

Dat zou een magistratelijk OM in theorie evenzeer tevreden moeten stellen als bij een veroordeling. Dat heeft helemaal niets te maken met zaken “verliezen”. Het recht zegeviert immers ook bij vrijspraak.’

Mr. Meijering kwam aan het einde van zijn voorbeschouwing toe aan ‘de opzet’ van zijn pleidooi. Maar liefst 4 dagen heeft de rechtbank ingeruimd om de advocaat zijn woord te kunnen laten doen. ‘En dat is eigenlijk nog aan de korte kant’, zo zei de advocaat tijdens de eerste pauze tegen aanwezige journalisten.

De opzet van het eindpleidooi leidt Meijering in met een compliment aan de rechtbank, tevens ook direct gericht tot de griffiers. Hoewel de raadsman eigenlijk vindt dat het niet past om complimenten aan de rechtbank te maken, omdat je volgens hem al snel de verdenking op je kunt laden het eindoordeel oneigenlijk te willen beïnvloeden, hoewel hij weet dat dat al snel op een ondeugdelijke poging zal uitdraaien, maakt hij er toch één, aldus Meijering.

Om u een idee te geven van de opbouw van het eindpleidooi van Meijering leest u hier: Opzet Pleidooi

Er staat ons dus nog wat te wachten aankomende Meijering-dagen. Mr. Meijering verwijst evenals Mr. Van der Werf in zijn pleidooi naar het betoog dat Mr. Sander Janssen, de raadsman van Jesse Remmers, binnenkort zal voordragen in de bunker. Hij voegt alvast een overzicht bij zijn eigen pleidooi: Ingelast betoog Mr. Janssen. Het pleidooi van Mr. Janssen zal vooral de juridische kanten die kleven aan de deal met La Serpe behandelen. De (on)rechtmatigheid van) de overeenkomst die is gesloten met La Serpe komt uitgebreid aan de orde, zei Meijering: ‘Dat een dergelijke klus wel aan Mr. Janssen overgelaten kan worden is inmiddels genoegzaam bekend’.

De verdediging had gehoopt dat het OM zou stoppen, niet met Passage, maar met de kroongetuige. De kroongetuigeregeling is voor het eerst gebruikt tijdens Passage en er zal ongetwijfeld jurisprudentie geschreven gaan worden naar aanleiding van uitspraken in het Passage-proces. De verdediging vindt het maar een griezelig iets die kroongetuigeregeling en wat schetste hun verbazing, het OM komt in het requisitoir al op pagina 1 met verwijzingen naar het buitenland. Daar zou allemaal veel meer mogen. Dus, zo formuleert Meijering, kort en goed komt dat hier op neer: Het OM zegt eigenlijk tegen de rechtbank: “Edelachtbaar college, indien u tot de door ons gevreesde conclusie komt dat de deal geheel of op onderdelen onrechtmatig (tot stand gekomen) is, wilt u dan toch vooral voorbij gaan aan die onrechtmatigheid nu er immers in het buitenland veel meer mag en het eigenlijk bij ons ook zo zou moeten zijn”

“Toevallig” verscheen kort voor het requisitoir een artikel van criminoloog prof. Fijnaut. Het OM citeert daaruit in het requisitoir. Fijnaut is mischien wel de grootste aanhanger van de kroongetuigeregeling en pleitbezorger voor de uitbreiding/versoepeling van die enge regeling. De timing was meer dan helder, aldus Meijering, aan de vooravond van de eindbeslissing. Alleen kent Fijnaut de Passage-perikelen rondom deze uiterst onbetrouwbare kroongetuige niet eens, de prof. mist enige Passage-dossierkennis. Verder dan beschrijven wat er in het buitenland allemaal mogelijk is, komt hij niet, zonder overigens een woord te besteden aan de vraag of in dat buitenland het systeem aantoonbaar heeft gewerkt en ook daadwerkelijk de ware dader(s) achter de tralies gaan.

Dat Janssen straks met een juridisch doortimmerd pleidooi verschijnt, wil overigens niet zeggen dat Meijering niets te zeggen had over de kroongetuige, integendeel. Ook Meijering stond uitgebreid stil bij La Serpe. De raadsman ging daarnaast ook dieper in op andere thema’s als de Holleeder-weglatingsafspraak en de zaak Bethlehem. Eindconclusie telkens: Niet ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

Het is Meijering nog steeds een raadsel waarom Willem Holleeder niet vervolgd wordt en zijn cliënten Dino Soerel en Ali Akgün wel, terwijl er aan bezwaren minder ligt dan tegen de nog niet zo lang geleden in vrijheid gestelde Holleeder. De Holleeder-weglatingen die pas eind vorig jaar bij het Passagedossier werden gevoegd, geven een beeld dat La Serpe veel krachtiger heeft verklaard over Willem Holleeder dan over Soerel en Akgün.

Voorbeeld dat in het oog spingt: We zien dat La Serpe verklaard dat hij:
Holleeder 3 keer heeft ontmoet/gesproken en Holleeder in gezelschap heeft gezien van Jesse Remmers.
terwijl:
La Serpe cliënt Soerel nooit heeft ontmoet/gesproken en Soerel nooit heeft gezien in gezelschap van Jesse Remmers.

Reeds in 2006 sprak La Serpe over ontmoetingen met Holleeder waar er gesproken zou zijn over liquidaties. Proportioneel gezien zie je hier direct dat relatief gezien, ofwel in proporties bezien, de rol van Holleeder in verklaringen van La Serpe die van cliënt Soerel overstijgt.

Vervolgens bespreekt Meijering enkele belangrijke momenten uit de Holleeder-weglatingen.
– Gelderlandplein-moment (Houtman prioriteit, niet auditu maar direct)
– Naarden-Vesting-moment.
– Holeeder wacht in café-moment.
– Prioriteit-Van der Bijl-Ping-moment.
– ‘Als deze goed gaat, nog een ander’-moment.
– Het Avis-moment.
– Jesse Remmers werkt voor Holleeder.
– Mieremet stond op de lijst.
– ‘Holleeder had er genoeg’.
– Inzake Van der Bijl: ‘Holleeder was de man’.

Meijering: Zonder volledigheid na te streven zien we hier reeds dat genoemde weglatingen over Holleeder qua hoeveelheid en kracht hetgeen La Serpe over cliënten heeft verklaard in zeer aanzienlijke mate overstijgt, of liever gezegd volledig overschaduwt.

Kortom, de weglatingsafspraak had nooit gemaakt mogen worden volgens Meijering en is dus onrechtmatig. Alleen al op deze gronden moet volgens de raadsman tot de conclusie van niet-ontvankelijkheid worden gekomen. Ook in de niet-liquidatiezaken in de zaken van zowel Soerel, Akgün en Burger. De vruchten uit opsporing en vervolging voortkomend uit een onrechtmatige deal mogen immers niet tot bewijs meewerken.

Over kroongetuige La Serpe kun je een encyclopedie vullen, dat is inmiddels heel duidelijk geworden tijdens Passage, en één deel daarvan zou je makkelijk kunnen vullen met een poging tot het beantwoorden van de vraag wat het OM nou bezielde om nou in het bijzonder met deze kroongetuige in zee te gaan? Niet te volgen is volgens Mr. Meijering deze cryptische zinsnede in het requisitoir van het OM: “Zou La Serpe dus de verklaringen hebben afgelegd die hij heeft afgelegd, zonder dat met hem een deal zou zijn gesloten, dan zou het OM een eis van 16 jaren gevangenisstraf passend hebben gevonden”.

Waar het om gaat, aldus Meijering, is wat het OM zou hebben geëist indien La Serpe nu juist géén verklaringen zou hebben afgelegd. Wat zou het OM hebben geëist indien La Serpe tegen de lamp gelopen was, geen verklaringen had afgelegd voor al die zaken die aan de orde zijn: Houtman, Van der Bijl, Van Dijk, Adjoeba, Önder, Imaç, (Pels en Bosnie) en deelname aan een criminele organisatie? Meijering denkt, gelet op de geweldsantecedenten, zomaar geen 16 jaar, want anders kom je bij Ros, maar ook bij andere verdachten, niet tot een eis van levenslange gevangenisstraf. Dit alles nog los van het feit dat het OM gesteld heeft dat La Serpe te kennen zou hebben gegeven dat hij zijn leven te willen beteren.

Meijering: We weten dat zulks bepaald niet het geval is, daar waar La Serpe geen moment (tijdens Passage i.i.g. niet – red.) van spijt of berouw heeft getoond en kennelijk heeft aangegeven alleen met een smak geld zijn leven kan beteren, aangezien hij anders weer zou terugvallen in criminaliteit. En zoals we weten heeft het OM hem daarin gevolgd.

In een aantal gevallen is het OM op de stoel van de rechter gaan zitten, zo zien we in Passage. Ten onrechte wordt La Serpe niet vervolgd voor (minimaal) de liquidatiefeiten Adjoeba, Önder, Imaç, Pels en de 140-zaak.

Meijering: Het OM heeft met voorgaande in strijd met het gewone vervolgingsbeleid gehandeld en daarmee in strijd met de kroongetuigenregeling, die dergelijke toezeggingen tot niet vervolging ontoelaatbaar heeft gemaakt. Het OM heeft zaken aan uw volle beoordeling ontrokken. Uw rechbank had moeten oordelen over die zaken en ten volle moeten betrekken bij de door u te bepalen strafmaat. Hetzelfde zagen we in de zaak Bethlehem. Een en ander, tezamen met de andere reeds geconstateerde en nog te constateren vormverzuim, leiden tot niet-ontvankelijkheid van het OM.

De raadsman ging tot slot van deze zittingsdag in op de vrijlating van La Serpe.

Vrijlating La Serpe
Over de vrijlating van La Serpe is veel geschreven in de media, echter over de grote vraag of dit nou allemaal zomaar mag volgens de wet hebben we weinig kunnen teruglezen en dat is dan nog buiten het feit dat ik wel een aantal mensen heb horen afvragen: “of Lauwaars en zijn rechtbank zich niet gepasseerd zullen voelen?” Mischien zelfs wel geminacht door het OM door uit eigen initiatief zonder uitspraak van de rechtbank het lijdend voorwerp van de afgelopen 5 jaar vrij te laten en naar …?… te sturen. Je zou toch zeggen dat het nog helemaal niet vaststaat of de rechtbank wel meegaat met die overeenkomst of regeling of whatever als blijkt dat de verdediging goede argumenten aandraagt om die van tafel te krijgen. En daar ziet het vooralsnog wel naar uit, eerlijk gezegd.

Meijering besteedde ruim aandacht aan de vrijlating van de kroongetuige. Tot slot van het eerste deel van het pleidooi hetgeen Meijering hierover betoogt.

Lees hier: Vrijlating La Serpe

Als geen ander weet Meijering weer de vinger op de zere plekken te leggen.

Wordt maandag 25 juni vervolgd….

Bondtehond bij het liquidatieproces

Dit bericht werd geplaatst in Liquidatie proces en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s