Mr. Nico Meijering: ‘Teeven heeft zich voorzeker vergist’

Het pleidooi van Mr. Nico Meijering in het grote liquidatieproces Passage kent vele opmerkelijke passages. Vandaag pik in er één tussenuit. Zo zou toenmalig officier van justitie/crimefighter Fred Teeven ooit een briefje van mevrouw Maria Houtman hebben ontvangen met daarop de namen “Jesi Remis en Sjakie Burgers” en informatie dat Willem Holleeder, Dino Soerel en Ali Akgün liquidatie-opdrachten zouden hebben verstrekt in de Baja Beach Club (BBC).

Maria Houtman zou dat briefje en bijbehorende informatie van Thomas van der Bijl hebben gekregen. Over het briefje is al veel te doen geweest tijdens het liquidatieproces, want het OM ziet hierin steunbewijs voor het BBC-verhaal van kroongetuige Peter La Serpe.

De verdediging heeft Maria Houtman hier op zitting over gehoord. Mr. Meijering stelt dat Maria Houtman niet verklaarde uit eigen wetenschap, maar na het lezen van onder meer een publicatie van Paul Vugts in het kwartaalblad ‘Koud Bloed’ dat verscheen op 27 mei 2008. Daarin bleken twee foutjes te staan en deze waren door Maria Houtman overgenomen…

Eerder had zij ook aangegeven nooit van Ali Akgün te hebben gehoord. De verdediging gaat er vanuit dat Maria Houtman “de waarheid” een handje heeft willen helpen om zo de moordenaars van haar man achter de tralies te krijgen. Mevrouw Houtman voelt zich hierbij echter gesteund door een verklaring van Fred Teeven die heeft verklaard dat Maria Houtman hem dit briefje en bijbehorende informatie reeds op 9 februari 2006 zou hebben overhandigd.

Mr. Nico Meijering denkt echter dat Fred Teeven zich, nogal voorzichtig uitgedrukt, hierin vergist. De raadsman onderbouwt dat met het volgende betoog (paragraaf) in zijn pleidooi:

‘Teeven heeft zich voor zeker vergist’

Mr. Nico Meijering:In dit verhoor kwam aan de orde het feit dat Teeven had aangegeven dat het veel besproken Jesi Remis-briefje – tegelijk met de Baja-informatie van mevrouw Houtman – zou zijn overhandigd op 9 februari 2006, terwijl er eerst drie maanden later – in mei van dat jaar – het onderzoek Leeuw zou zijn gestart. Dat was opmerkelijk nu Teeven die heftige Baja-informatie zou hebben gekregen-, vanwege vermeende afscherming van de toen nog anonieme getuige mevrouw Houtman niet op haar informatie een onderzoek zou hebben willen starten, en daarom is gaan zoeken naar andere criminele informatie om toch een onderzoek op Soerel en Akgün te kunnen starten. Die informatie zou dan gevonden zijn in hiervoor ingescande CIE-informatie, maar die was pas op 5 april beschikbaar gekomen aan de recherche, terwijI de recherche dan nog eens eerst in mei aan het onderzoeken sloeg. En dat ook nog eens naar drugs in plaats van liquidaties.

Dus Teeven gevraagd hoe dat nu zat. Vooral: als nu Mevrouw Houtman informatie heeft gekregen dat Holleeder, Soerel, en Akgün aan Remmers de opdracht hebben gegeven om Van der Bijl, Houtman en Önder te vermoorden en Houtman al vermoord was en Soerel, Akgün en Remmers nog vrij rondliepen en
Aldus Van der Bijl en Önder denkelijk zeer groot gevaar zouden lopen; Waarom laat Teeven het dan al die tijd zo lang duren voordat er een onderzoek (naar drugs) wordt opgestart?

Ik loop met een en ander nu vooruit op bespreking van de zaken Houtman, Van der Bijl en Önder omdat het zo van belang is in het kader van deze paragraaf om in perspectief te plaatsen de wijze waarop client(en) toen reeds in beeld kwam(en) voordat de zaak Passage daadwerkelijk in april 2007 klapte.

Dus de vraag aan Teeven: waarom zo lang gewacht?

Meijering: maar laat ik het dan iets anders … Dan heeft u op een gegeven moment meneer Öz
Getuige: ik denk vrij kort daama.
Meijering: goed. maar ondertussen gebeurt er maar niks.
Getuige: dat moet u niet zeggen. Dat andere team.. Je moet ook.. Gebeurt er maar niks, dat valt wel mee
Als u dat met die tapgesprekken rond Endstra zegt waar het hele jaar 2003 bijna niks mee gebeurt, dan hebt u een punt, denk ik. Maar als u dat rondom dit verhaal zegt, dat is niet waar. Ik denk dat de CIE zijn bestanden raadpleegt, die gaan misschien ook nog informeren bij andere CIE’s in het land. Die moeten naar Noord Holland Noord, die moeten vragen wat weten jullie van die cliënt. Nou, bla bla bla. Dat kost enige tijd. Het heeft niet heel veel tijd gekost als ik het bekijk tussen half februari en begin mei. Dus het valt allemaal nog wel erg mee voor een opstartend onderzoek.
Meijering: maar heeft u… Laat ik het dan nog anders zeggen.. U krijgt die heftige informatie, u kan er niet zo gek veel mee. Anders dan dat u datgene doet wat u heeft verklaard en waar ik het nu over heb. U vraagt om informatie om te kijken of die twee gasten in de gaten gehouden kunnen worden.
Getuige: Soerel was al in beeld natuurlijk, maar Akgün niet.
Meijering: Soerel en Akgün. En hoe je het wendt of keert, los van wanneer u dan precies die informatie heeft opgevraagd bij.. En misschien heeft u dal wel vrij snel gedaan, maar dan kan ik nu niet overzien. Voordat er uiteindelijk een onderzoek gestart wordt is het begin mei, dan zijn we bijna drie inaanden vender. En heeft u niet af en toe in de tussentijd gevraagd: verdomme jongens, ik zit met die heftige informatie, wordt het nu niet eens tijd dat er wat daadwerkelijk opgestart wordt op Akgün?
Getuige: nee, ik heb niet gezegd: ik zit met die heftige informatie. Dat heb ik u uitgelegd.
Meijering: ja. maar…
RC: zo is het wel…
Meijering: U heeft het wel in uw hoofd.
Getuige: Ja. Tuurlijk. U moet het zo zien. Ik wil heel graag dat een team van de Nationale Recherche dat op dat moment met de Hell’s bezig is, dat weer u ook wel uit anderen hoofde, dat dat team er op gaat werken. Dat was het team wat toen op dat moment de capaciteit had. Ik moet een team op iets zetten voor een onderzoek wat eigenlijk het Kolbak-onderzoek raakt. Althans die gaan werken op een verdachte die (…)

Mr. Meijering: Teeven legt dan uit dat “het wel mee valt” dat er niks gebeurd is. Hij denkt namelijk
“dat de CIE zijn bestanden raadpleegt, die gaan misschien ook nog informeren bij andere CIE’s in het land. Die moeten naar Noord Holland Noord, die moeten vragen wat weten jullie van die client. Nou, bla bla bla.”

En dan stuiten we op twee raadsels.

De eerst betreft de reeds hiervoor gestelde vraag, hoe het komt dat de NR kennelijk wel in staat is om Akgün te identificeren, en de Amsterdamse recherche niet. En we zagen dus zojuist al in de verklaring van Teeven dat het niet ongebruikelijk is om bij elkaar te gaan informeren bij andere CIE’s in het land of er iets bekend is over een “client”. Oke, misschien kan het antwoord op die vraag (deels) gevonden worden in het feit dat La Serpe kennelijk niet de achternaam van Ali heeft genoemd, en toegegeven, er zijn meerdere Ali’s op de wereld. Dan nog is het opmerkelijk aangezien in de informatie van La Serpe verwerkt was dat Ali deel zou uitmaken van de groepering van Soerel, terwijl Soerel en de “onbekende “Ali” volgens La Serpe de opdracht zouden hebben gegeven om de Turken te liquideren. Om met een van die twee Turken te spreken: “een en een is twee” zou je dan toch denken. Even navraag doen bij de collega’s van de NR en je bent er.

Het tweede raadsel komt voort uit de verklaring van Teeven, hoewel dit raadsel denken wij wel gemakkelijk op te lossen is.

Dat raadsel betreft dat als gezegd volgens Teeven de BBCinformatie van mevrouw Houtman afgeschermd moest worden, terwijl anderzijds er natuurlijk groot belang was bij het stoppen van de moordenaars en het redden van levens. Het komt ook terug in het RC-verhoor van Teeven van 23 januari 2009.
Wat we zien is dat Teeven eerst nog eens opmerkt dat hij voor een “dilemma” stond omdat het hier informatie betrof tot een anoniem bedreigde getuige herleidbaar was en dus niet tactisch kon worden uitgezet”.

lk laat hier even de veel door mij opgeworpen vraag waarom in hemelsnaam deze informatie ooit op mevrouw Houtman kon worden teruggebracht terzijde, maar daarom – zo vervolgt Teeven – heeft hij dan ook geen proces-verbaal opgemaakt.

Maar omdat er natuurlijk wel levens op het spel stonden en drie van de verdachten nog vrij rond liepen buiten, is zoals eerder besproken het onderzoek Leeuw gestart op basis van drugsinformatie. Teeven legt dan na herhaaldelijk daar naar te hebben gevraagd uit dat dat onderzoek weliswaar niet op basis was van het BBC-verhaal van mevrouw Houtman, maar dat dat wel de aanleiding was. Kort en goed volgens Teeven:

“Dus het briefje was de aanleiding om aan de slag te gaan, de CIE-info stelde ons in staat het onderzoek te starten.”

Gevraagd wat ik met de informatie op en bij het briefje heb gedaan, merk ik eerst op dat ik voor een dilemma stond omdat het hier informatie betrof die tot een anoniem bedreigde geruige herleidbaar was en dus niet tactisch kon worden ingezet. Ik heb over deze informatie dan ook geen verbaal opgemaakt. In die tijd liep een groot onderzoek tegen Holleeder en niet tegen Soerel. Begin mei 2006 is toen door team 1, een ander NR-team dan de Kolbakzaak draaide, onderzoek Leeuw gestart. Dat onderzoek richtte zich op Ali Akgün en Dino Soerel.Opmerking rechter-commissaris: de getuige wordt door drie keer toe door mr. Meijering gevraagd of en zo ja, welke rol de informatie van Houtman bij de start van onderzoek Leeuw heeft gespeeld. Op een nadere vraag van mij antwoordt de getuige:
Dat onderzoek werd nict gestart op basis van de informatie die Maria Houtman had gegeven, maar die was wel de aanleiding voor dat onderzoek. Wij wilden de relatie tussen Akgün en Soerel in beeld brengen, kijken of zij strafbare feiten pleegden. Daarnaast bleek CIE-info te bestaan over Ali Akgün, Dino Soerel en een zekere A. In dat onderzoek speelde heroine en cocaine een rol.
Dus: het briefje was de aanleiding om aan de slag te gaan, de CIE-info stelde ons in staat het onderzoek te starten.

Mr. Meijering: Nu ja: “het” onderzoek? Nee. Een drugsonderzoek wel, want er was niemand volgens Teeven – behalve hijzelf – die op de hoogte was van wat de daadwerkelijke bedoeling was van het onderzoek Leeuw.

Maar zie hier dan het tweede raadsel.

Immers Teeven zegt in de eerste plaats duidelijk dat de tijd tussen het vermeend verkrijgen van de BBC-informatie van mevrouw Houtman op 9 februari en het uiteindelijk opstarten van het drugsonderzoek benut zal zijn om informatie in den lande op te vragen van betrokken “clienten”.

En kennelijk is het niet anders dan dat het allemaal nu eenmaal lang heeft moeten duren totdat er eindelijk begin mei 2006 een onderzoek kon worden opgestart. Natuurlijk had Teeven het graag gezien dat er zo snel als mogelijk al direct na het verkrijgen op 9 februari 2006 van de BBC-informatie een onderzoek was opgestart, maar het heeft helaas nu eenmaal drie maanden moeten duren.

En natuurlijk had Teeven liever een liquidatieonderzoek opgestart in plaats van een drugsonderzoek. Je laat immers je rechercheurs liever gericht zoeken op liquidaties, in plaats van naar drugs zonder dat zij weten wat daadwerkelijk de bedoeling is van dat onderzoek.

Nog eens ander gezegd: jammer dat er in de zoektocht naar startinformatie t.b.v. een onderzoek op Soerel en Akgün niet eerder informatie beschikbaar was en jammer dat dat dan geen liquidatieinfo was.

Maar was dat alles nu het geval? Was er geen andere eerder bruikbare informatie voor handen.

Teeven – zelf ook CIE-officier geweest – wist natuurlijk ook als geen ander waar het best gezocht kon worden in het land naar informatie: in Amsterdam natuurlijk.

In de eerste plaats ging het immers om Amsterdamse ‘clienten’. In de tweede plaats wares de liquidaties in Amsterdam gepleegd en liep er in de hoofdstad immers al het onderzoek naar de liquidatie van Houtman. En Houtman stond volgens mevrouw Houtman ook op het BBClijstje dat zou zijn overhandigd door onder anderen Soerel en Akgün. Alle reden dus om bij de collega’s in Amsterdam to gaan informeren naar informatie na het vermeend verkrijgen van de BBCinformatie van mevrouw Houtman.

En dan zien we dat er toch wel wat informatie voorhanden was.
In de eerste plaats was daar al de eerder aangehaald informatie van La Serpe die op 1 februari 2005 bij de CIE Amsterdam was binnengekomen dat een zekere Ali een grote neger wilde vermoorden en dat Ali deel zou uitmaken van de groepering van Dino Soerel. Die informatie dus ruim een jaar voor het vermeend door Teeven verkrijgen van de BBCinformatie van mevrouw Houtman.

En om bij de CIE van Amsterdam te blijven: we hebben gezien dat in de maand juni van 2006 via La Serpe op 21 en 27 juni achter elkaar informatie was binnen gekomen dat Akgün en Soerel betrokken zouden zijn bij opdrachten om de Turken te vermoorden en – een heel belangrijke – (Soerel) bij de opdracht tot liquidatie van Van der BijI die inmiddels al vermoord was. Laatstgenoemde informatie is ook daadwerkelijk uitgegeven op 4 juli 2006. En wie was een van de Turken in die informatie? Jawel: Atilla Önder. Die was geïdentificeerd door de Amsterdamse recherche volgens het pvb van Van Brenk. En dat was precies degene waarvan mevrouw Houtman had gezegd dat die op het BBC-lijstje zou staan en dat was wat Teeven gehoord zou hebben van mevrouw Houtman. Alles zou dan bij elkaar moeten zijn gekomen. Tenminste: als het zo gelopen zou zijn als mevrouw Houtman en Teeven verklaard hebben.

Nu zal Teeven – zou hij al niet verschrikkelijk wakker zijn gemaakt op 9 februari 2006 toen hij de BBC-informatie van mevrouw Houtman zou hebben gekregen – verder ook klaar en klaarwakker zijn geworden toen op 20 april 2006 van der BijI werd vermoord. Het zou al het tweede slachtoffer van het vermeende BBC-lijstje van mevrouw Houtman dat te betreuren zou zijn geweest, terwijl nog steeds drie van de vier moordenaars buiten vrij rond liepen. Het zou een reden moeten zijn geweest voor Teeven om nu echt alles op alles te zetten. Niet alleen om de moordenaars uit te schakelen, maar ook om de laatste op het lijstje Onder het leven te kunnen redden. In de visie van Teeven dan toch met alles wat je hebt gaan zoeken naar goede startinformatie. En vooral de juist startinformatie, namelijk liquidatie-informatie. En daar waar dergelijke informatie er a] in Amsterdam was op 1 februari 2005, was die er ook in juni/juli 2006. En Teeven in die periode nog steeds bij het Landelijk Parket. Teeven verklaarde bij de RC op 23 januari 200979 dat hij in september pas vertrok naar de politiek, dus er was voor hem nog tijd genoeg geweest om de liquidatie-informatie die in juni/juli was binnengekomen te benutten om een daadwerkelijk onderzoek te stamen naar Akgün en Soerel.

Maar het raadsel wordt compleet indien we bedenken dat er a] in de maand april 2006 — niet in Amsterdam — maar bij het Landelijk Parket, althans de eigen Nationale Recherche liquidatie-informatie voor het oprapen lag. Verwezen kan worden naar het bewuste ClEverbaal waaruit blijkt dat “in de periode april 2006” bij de NR informatie is binnengekomen dat enkele weken voor de reeks liquidaties “in het criminele circuit bekend zou zijn geworden dat Dino Soerel en Willem Holleeder plannen hadden om drie man te liquideren”:

Ik Jeroen Cornelis de Wit, inspecteur van politie en chef van de Criminele Infichtingen Eenheid bij de Nationale Recherche, verklaar het volgende:
Bij de Criminele Inlichtingen Eenheid van de Nationale Recherche is in de periode april 2006 via een informant de navolgende informatie binnen gekomen:
“Enkele weken voor de reeks tiquidaties is in het Criminele circuit bekend geworden dat Dino Soerel en Willem Holleeder planner hadden om drie man te liquideren”.

Het is wel herkenbare informatie als het bijvoorbeeld gaat om het vermeende lijstje van drie waar La Serpe over heeft gesproken (en wie weet waar hij dit nog meet heeft rondgeroepen) en “een oordeel over de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie” kon clan wel niet worden gegeven, maar dat maakt niet uit.

Teeven had dus al in april van 2006 liquidatie-informatie bij zijn eigen team voor het oprapen. “April, de maand dat Van der Bijl werd vermoord zouden dan toch daadwerkelijk alle alarmbellen bij Teeven moeten zijn afgegaan. Liquidatie-informatie die Teeven had kunnen benutten om een gericht onderzoek te starten op — in ieder geval —Soerel. Teeven had dus helemaal niet hoeven wachten op de Leeuw-drugsinformatie waarmee eerst in met op gestart werd.

En natuurlijk zou Teeven ook allang en breed of de Amsterdamse 1 februari 2005-informatie hebben opgepakt, of genoemde april-2006-informatie uit de eigen gelederen, of de Amsterdamse juni/juli- informatie 2006 waar nota bene Önder in voorkwam.

Teeven — bekend staande als een krachtig optredend officier van justitie die met name natuurlijk moorden wil oplossen en vooral voorkomen — zou zonder de minste twijfel die informatie direct hebben opgepakt als hij daadwerkelijk de BBC-informatie van mevrouw Houtman zou hebben verkregen op die 9e februari 2006. En als al niet die informatie, dan had Teeven nog achterbank- gesprekken vol met informatie uit 2003 om aanleiding te hebben gevonden een groot onderzoek op Soerel op te starten.

Mr. Meijering: En ik ben nog niet klaar.
Wat dacht u van de mogelijkheid om aanleiding te zien in de overvloedige hoeveelheid belastend liquidatiemateriaal dat er lag tegen Holleeder. De grote hoeveelheid mensen die reeds in Kolbak aanleiding hadden gegeven voor een verdenking dat Holleeder achter de geweiddadige dood van Houtman zou zitten. Op Holleeder had Teeven probleemloos een liquidatie-onderzoek kunnen starten. Voeg daarbij nog de minste geringste aanwijzing dat Holleeder ook wel eens over de telefoon met Soerel kon komen (en volgens de recherche was het toch “algemeen bekend dat zij een zakelijke en/of vriendschappelijke band” zouden hebben), en ziedaar de tapmogelijkheden op Soerel. Al te veel creativiteit heb je daar als officier niet voor nodig, terwij] nu juist bij een topofficier als Teeven alle creativiteit juist wel aanwezig was.

En als ik nu toch bezig ben, pak ik maar gelijk door.

Wat heeft het OM immers in eindrequisitoir over dit thema betoogd en dan vooral m.b.t. de wijze waarop Teeven het onderzoek heeft opgepakt door uiteindelijk het Leeuwonderzoek op te starten?

Ik verwijs naar het eindrequisitoir Agenda.

Het OM ziet “bevestiging” voor de verklaringen van Teeven in het opstarten van het onderzoek Leeuw. Een der door de verdediging opgeworpen punten om te veronderstellen dat Teeven zich vergist heeft, namelijk dat het onderzoek pas in mei 2006 is opgestart, ziet het OM niet.

Sterker nog: het OM ziet juist “veeleer” in het “al” opstarten van het onderzoek in mei “en dat het gegeven dat het überhaupt is gestart veelzeggend is”.

Het OM legt uit: “Het ligt namelijk helemaal niet voor de hand dat de NR een onderzoeksteam formeert om onderzoek te doen op basis van slechts één CIE pv dat inhoudelijk slechts summiere informatie bevat over ‘slechts’ handel in verdovende middelen, waarbij niet uit de informatie blijkt dat het hier om iets grootschaligs ging”

Volgens het OM zou zo’n onderzoek “qua prioritering onder aan de stapel liggen, als het überhaupt al op de stapel komt” :

Bevestiging voor de verklaringen van Teeven kan worden gevonden in het opstarten van het onderzoek Leeuw door de Nationale Recherche. Teeven heeft toegelicht hoe hij in de situatie, waarin hij geen gebruik kon maken van de BBC-informatie op een andere manier heeft geprobeerd zicht op Soerel en Akgn te krijgen. Hij heeft de CIE gevraagd om operationeel te gebruiken informatie over hen en heeft die CIE-informatie ook gekregen. Die informatie is aanleiding voor de start van het onderzoek Leeuw. De raadsman ziet in het gegeven dat dit onderzoek pas begin mei 2006 is gestart aanleiding om te stellen dat de verklaring van Teeven ongeloofwaardig is. Maar die verklaring is helemaal niet ongeloofwaardig. Veeleer kan worden gesteld dat het onderzoek Leeuw al begin mei 2006 is gestart en dat het gegeven dat het überhaupt is gestart veelzeggend is. Het ligt namelijk helemaal niet voor de hand dat de Nationale Recherche een onderzoeksteam, formeert om onderzoek te doen op basis van slechts één CIE pv dat inhoudelijk slechts summiere informatie bevat over “slechts” handel in verdovende middelen, waarbij niet uit de, informatie blijkt dat het hier om iets grootschaligs ging. Zo’n mogelijk onderzoek zal bij de NR en het LP qua prioritering onderop de stapel liggen, als het überhaupt al op de stapel komt. Teeven heeft ook verklaard dat hij er bij de NR nogal op heeft moeten drukken om het voor elkaar te krijgen en dat dat moeilijk was nu hij zijn achterliggende redenen om dat onderzoek te willen op dat moment niet met de politie kon delen. Dat er toch al begin mei 2006 een onderzoeksteam is geformeerd en gestart is een bevestiging voor de betrouwbaarheid van de verklaring van Teeven.

Maar is dat nu zo wat het OM hier stelt? Is het juist dat op basis van slechts één CIE pv het onderzoek Leeuw/Leeuwin zou zijn gestart?

De stukken wijzen toch echt anders uit.

Daaruit blijkt dat er toch wel aanzienlijk méér CIE-verbalen voorhanden waren

Uit het onderzoek Leeuw/Leeuwin voeg ik kopieën van de navolgende stukken:

  • Een proces-verbaal van CIE informatie met betrekking tot het mobiele telefoonnummer van Sefer A.;
  • Een proces-verbaal van CIE informatie met betrekking tot de handel in verdovende middelen door Ali Akgün, Dino Soerel en Sefer A.;
  • Een proces-verbaal van CIE informatie met betrekking tot de verdovende middelen handel van een Turk genaamd “Hasan” en Ali Akgün.
  • Een proces-verbaal van CIE informatie met betrekking tot de handel in verdovende middelen door Sefer A.;
  • Proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het gebruik van het voertuig van Ali Akgün
  • Een proces-verbaal van CIE informatie met betrekking tot het nummer van de semafoon van 06-6x6x7x5x;
  • Een proces-verbaal van afgeschermde informatie met betrekking tot de mobiele telefoonnummers van Dino Soerel;

Waaronder twee verdovende middelen-verbalen die op 5 april 2006 ter beschikking zijn gesteld van de NR; één vedomi-verbaal op 20 april 2006 en één vedomi-verbaal op 26 april. Op basis daarvan is men op 1 mei het onderzoek gestart.

Vier verbalen die over handel in verdovende middelen gingen derhalve.

Waarom zegt het OM nu een en ander in eindrequisitoir? Het is namelijk niet op feiten gebaseerd.

En lezing van die stukken inspireerde nog wel om het volgende in dit verband onder de aandacht te brengen. Het bewuste proces proces-verbaal leert namelijk nog dat het onderzoek heeft gelopen van 1 mei tot 26 juni 2006:

Van 01 mei 2006 tot 26 juni 2006, werd door Dienst Nationale Recherche, Unit RandstadNoord, team 1, een onderzoek ingesteld naar de handel in verdovende middelen, onder de naam “Leeuw/Leeuwin”.
Dit onderzoek was gericht tegen een aantal personen, waaronder-
Sefer A., Geboren op xx november 19xx te A. (Turkije), wonende xxxxx xx te Amsterdam.
Dino Soerel, Geboren op 07 december 1960 te Amsterdam, wonende xxxxx xx ( te Purmerend.
Aliekber Akgun, Geboren op 18 januari 1974 te Alkmaar, wonende xxxxx xx te Alkmaar.

Mr. Meijering: En dat is natuurlijk bizar indien we weer bedenken dat Teeven – indien hij de vermeende BBC-informatie zou hebben gekregen – uiteraard veel aangelegen zou zijn geweest om de daders te pakken en levens te redden.

Nog geen twee maanden onderzoek en dan al ophouden. Kennelijk verder niets meer aan onderzoek gedaan op de nog steeds vrij rond lopende BBC-moordenaars. Dit terwijI Teeven nog steeds werkzaam was bij het Landelijk Parket.

Het klopt niet alleen wat het OM in eindrequisitoir heeft betoogd: daarnaast laten deze feiten des te meer zien dat Teeven zich moet hebben vergist.

Een andere conclusie dan dat Teeven zich heeft vergist en aldus in het geheel geen BBC-informatie van mevrouw Houtman heeft gekregen is niet mogelijk. Mogelijk is dat Teeven het bewuste Jesi Remis-briefje heeft gehad van mevrouw Houtman, maar van het vermeend begeleidende BBC-verhaal is nimmer sprake geweest. Ik kom daar later nog op terug.

En dat brengt mij weer terug bij de wijze waarop Soerel (en Akgün) eerder in beeld zijn gekomen bij justitie en de vraag in hoeverre nu binnengekomen informatie daadwerkelijk serieus is genomen.

Want ook al kan vastgesteld worden dat Teeven nimmer die besproken BBC-informatie heeft binnengekregen, er was natuurlijk wel sprake van andere informatie afkomstig van La Serpe.

En aangezien client Soerel eerst begin 2007 als verdachte is aangemerkt, vragen wij ons af hoe serieus die informatie nu eigenlijk is genomen. De ernst van de gepleegde feiten was immers toch al een reden genoeg om met alles wat men had door middel van de door La Serpe verstrekte informatie volop op Soerel te gaan zitten. En Akgün. lk gaf immers reeds aan dat de NR recherche “Ali” immers al geïdentificeerd had.

En clienten ondertussen gewoon vrij rond lopend zonder dat er justitiele liquidatie-onderzoeks-ogen op hen gericht waren.

Wij kunnen toch niet anders dan het er voor houden dat in die periode kennelijk de bestaande binnengekomen informatie te weinig serieuze houvast heeft geboden om een onderzoek op hen te gaan starten.

Tot zover de wijze waarop Soerel de voorbije jaren justitieel in beeld is gekomen en hoe serieus nu eigenlijk tegen hem ingekomen informatie is opgepakt, of liever gezegd: niet is opgepakt.

*
En daar heeft Meijering natuurlijk wel een punt.Later nog een verslag.

Bondtehond bij het liquidatieproces

Dit bericht werd geplaatst in Liquidatie proces en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s