‘Betrouwbaarheid La Serpe nader uitgediept’

Over de betrouwbaarheid van kroongetuige Peter La Serpe zullen de advocaten van de verdachten zolang het liquidatieproces Passage zal voortduren nooit uitgesproken raken. Dat stelt Mr. Nico Meijering, de raadsman van zowel Ali Akgün als Dino Soerel. Maar de suggestie gedaan door het openbaar ministerie, dat zijn cliënten boos zouden zijn op La Serpe, wil Mr. Meijering op de vierde dag van zijn pleidooi meteen bij de kop nemen. Het is voor zijn cliënten natuurlijk niet niets om ten onrechte beschuldigd te worden van de meest afschuwelijke dingen, maar de verontwaardiging richting La Serpe heeft in de loop van het proces plaatsgemaakt voor veront- waardiging in de richting van het OM.

Fotobron: I shoot people – Ferry de Kok

Wat volgt is de samenvatting van de verdere inleiding van deel 4 van het pleidooi van Mr. Nico Meijering waarin de raadsman zeer uitgebreid ingaat op vooral de (on)betrouwbaarheid van de Passage-kroongetuige Peter La Serpe. Helaas is het niet mogelijk integraal te publiceren wat is betoogd, echter in de inleidende paragraaf laat Meijering de rechtbank reeds zien wat La Serpe aan uitspraken heeft gedaan die er volgens Meijering zodanig illustratief zijn voor La Serpe dat ze verder geen nadere toelichting behoeven. (zie onder)

De advocaat van La Serpe, Mr. Jan Peter van Schaik, zette donderdag jl. in zijn pleidooi, zie ‘Half werk zou niet goed genoeg zijn’,  nog uiteen wat nu ook weer de motieven van La Serpe waren om kroongetuige te worden en La Serpe zelf gaf een overzicht van de zaken waarover hij zijn licht zou hebben laten schijnen in de duisternis die vele jaren vooral heerste in de beslotenheid van de Amsterdamse onderwereld, met name als het gaat om de gepleegde liquidaties.

Op die motieven is echter veel af te dingen, volgens Mr. Meijering. En over de betrouwbaarheid van La Serpe’s verklaringen is het laatste woord dus nog lang niet gesproken.

Maandag zat Dino Soerel als enige aanwezige verdachte naast zijn raadsman die weer een hele dag nodig zou hebben. En daarmee was de raadsman nog niet aan het einde van zijn pleitnota toe, die grofweg zo’n 360 pagina’s besloeg op de 4e dag van zijn gigantische pleidooi.

Mr. Nico Meijering vervolgens: Immers, La Serpe is een man met een zeker psychologisch profiel. Een man die je het vanuit zijn positie – en met dus een dergelijk profiel – in zekere zin niet of nauwelijks kwalijk kunt nemen dat hij gedaan heeft wat hij gedaan heeft.

Een man bij wie de gewetensfunctie niet of nauwelijks functioneert (geen moment spijt/berouw getoond); alles externaliseert (“verkeerde vrienden!”) en voor wie de wereld om slechts een iemand draait.

Een man die zijn hele leven nog niet of nauwelijks een gulden of een euro eerlijk heeft verdiend en wiens leven in het teken stond van zware misdrijven plegen en op de zakken van anderen leven.

Een man die van verre zag aankomen dat hij – na de arrestatie van Ros – mogelijk de sigaar zou zijn en vervolgens de spreekwoordelijke eieren voor zijn geld heeft gekozen. Of geld voor zijn windeieren gekozen heeft.

En een man die vervolgens in de omgang met recherche, OM, het GBTeam en het GB-OM weer op dezelfde voet verder is gegaan als zijn voorgaande leven: onder druk zetten; liegen manipuleren, bedriegen en bedreigen.

Mr. Meijering: Dat is La Serpe, en zo is La Serpe ook altijd geweest. La Serpe pakt, hij pakt de ruimte die hij krijgt, hij pakt wat hij pakken kan. En in je leven kun je onder een tram komen of je kunt getroffen worden door een akelige ziekte en zo kan het ook gebeuren dat La Serpe ineens je pad kruist. Op de keeper beschouwd gewoon domme pech.

Veel erger is het dan ook dat het OM met deze man is blijven doorgaan. Ik heb daar op mijn eerste pleitdag al het een en ander over gezegd, evenals ik gezegd heb er wel degelijk iets bij te kunnen voorstellen dat op het eerste gezicht men kan hebben gedacht met een serieuze getuige van doen te hebben. Maar dat eerste gezicht zou toch al snel plaats hebben moeten maken voor een meer realistisch zicht op deze getuige en dan vooral zijn belastende verklaringen.

Een meer realistische kijk op de verklaringen van La Serpe zou op alle mogelijke manieren moeten zijn voortgevloeid zowel uit de verklaringen van La Serpe, als A zijn proceshouding die door de jaren heen een stormachtige ontwikkeling heeft doorgemaakt.

Vooral uit zijn verklaringen hebben we — en dus het OM ook en misschien wel des te meer — onnoemelijk veel kunnen opmaken.

Mr. Meijering: Zo hebben we de vele wisselingen in zijn verklaringen kunnen zien. Wisselingen in al zijn varianten. We hebben kunnen zien dat hij in staat is om te verklaren dat Akgün in Motel Akersloot uitgebreid aan La Serpe verteld zou hebben dat de grote neger vermoord moest worden en waarom. Later blijkt dat in het geheel niet waar te zijn geweest. Maar we hebben ook gezien — en zullen hierna nog zien — dat hij ook bepaalde mensen beschuldigt van betrokkenheid, maar daarna weer verklaart dat dat niet zo is. We hebben gezien clat hij zich bepaalde beschuldigingen ook totaal niet meer kan herinneren en we zagen dat hij zijn beschuldigingen — die hij later weer intrekt — ook heel beeldend kan brengen alsof hij de toehoorder nog eens mee terugneemt in zijn herinneringen. Niet in de laatste plaats waren daar natuurlijk zijn conclusies, logica’s en overtuigingen die gebleken door hem zijn omgezet in “feiten” alsof hij die uit eigen waarneming heeft opgedaan.

Maar daar waren natuurlijk ook nog de wisselingen naar aanleiding van harde feiten waarmee La Serpe werd geconfronteerd. Ik zal het daar met name bij bespreking van de zaak Houtman wat betreft de plaats delict over hebben. Wisselend verklaren na vernomen te hebben dat er kogelgaten in de combo zaten tot en met verklaringen over rapen van hulzen. Maar niet alleen over de plaats delict inzake Houtman. Natuurlijk over tal van andere zaken varierend van de .38-special in de zaak Tanta tot en met Birbye in de zaak Imaç

Als we inhoudelijk kijken naar de vijf liquidatiezaken die clienten worden verweten, dan is het waarlijk niet te geloven hoe extreem wisselend hij heeft verklaard.

Ik ergerde mij wel aan het feit dat het OM onze verweren en standpunten ten aanzien van de betrouwbaarheid hebben vertaald tot een standpunt dat La Serpe “een grote leugen” zou hebben verklaard. Die ergernis kwam dan voort uit het feit dat wij dat nooit gesteld hebben — zeker niet daar waar wij altijd betoogd hebben dat La Serpe een man is die zoveel mogelijk probeert aan te haken bij dingen die daadwerkelijk gebeurd zijn. Ik noem maar een dwarsstraat: het cafe-tegenover-het-station-in-Alkmaar-verhaal. Een verhaal waarvan inmiddels mogelijk kan worden vastgesteld dat er inderdaad een ontmoeting in Alkmaar heeft plaatsgevonden met Jesse Remmers, Akgün en Miquel, maar waarvan vooral kan worden vastgesteld dat La Serpe daar niet bij aanwezig is geweest. Wat La Serpe zoveel mogelijk doet is aanhaken bij gebeurtenissen en daar “een heel verhaal van makend zonder horten en stoten” en daarbij zijn verhalen ook nog eens op basis van “logica” doende:

(voorbeeld)
La Serpe:
Dat is prima. Voor mij is het makkelijk…. of makkelijk… Als ik alleen vertel wat ik zeker weet…. Wat ik terug zie…. laat ik het zo zeggen…. Dan wordt de verklaring een hortende stotende verklaring Dat kan niet anders.

Zo gebeurt dat met de meeste dingen denk ik. Met de meeste verklaringen,
Op de een of andere manier ben je geneigd …. Dat weet ik van mijzelf…. Om er een heel verhaal van te maken. Dus als er vragen gesteld worden…. Sommige dingen doe je op logica.

Mr. Meijering: Maar ik moet toch eerlijk gezegd wel erkennen dat al hetgeen La Serpe over clienten heeft gezegd toch heel erg dicht in de buurt komt van “een grote leugen”. Niet wat betreft zijn eigen activiteiten om mensen te vermoorden, maar wel als het gaat om clienten. Ik moet het OM toch nageven dat men de verweren en standpunten van de verdediging toch niet zo heel gek heeft samengevat. Want als je alles bij elkaar optelt, komen we behoorlijk in de richting van een grote leugen.

Want weer teruggaande naar de vijf liquidatiezaken, dan kom je toch na analyse tot onthutsende conclusies.

In de zaken Bosnie en Adjoeba meen ik toch – aan de hand van zijn eigen verklaringen – meer dan aannemelijk te hebben gemaakt dat La Serpe client Akgon in het geheel niet ontmoet heeft. Daarmee komen – gelet op wat La Serpe aan die ontmoetingen heeft opgehangen – zijn beschuldigingen in die zaken geheel te vervallen.

En wat de zaken Önder, Houtman en Van der BijI betreft hielden we alleen het Oude Baja/Diemen-verhaal en het Kerst-Ping-verhaal over, maar daar heeft La Serpe – zeker gelet op wat er dadelijk nog over te zeggen is – zwaar wisselend over verklaard.

En dan kom je – wat clienten betreft – dan inderdaad verdacht dicht bij de kwalificatie “een grote leugen”.

Maar niet alleen wat betreft clienten. Zie de immers nog na te bespreken voorbeelden uit andere zaken en natuurlijk de plaats delict in de zaak Houtman en de zaak Bethlehem.

Het is daadwerkelijk allemaal te veel om op te noemen.
Ik heb de ambitie gehad in pleidooi wel degelijke alles te gaan benoemen, maar die ambitie heb ik toch moeten laten varen. Dat zou nog een aantal dagen pleiten vergen.

Neem nou ook zijn proceshouding.

Als hij bijvoorbeeld geconfronteerd werd met twee tegenover elkaar staande, maar ook elkaar uitsluitende “waarheden” die uit zijn mond waren opgetekend.

Het gemak waarmee hij dat meende te kunnen wegpoetsen met opmerkingen als “ik heb altijd naar waarheid verklaard — ook toen” of “het geheugen werkt zoals het werkt” of “het geheugen is geen exacte wetenschap” of Ik weet niet wat mijn overwegingen (of “berekeningen”) toen waren” of “heb ik dat zo stellig gezegd?” of “Ik kan mij niet voorstellen dat ik dat zo gezegd heb”. En uiteraard waren daar zijn “zekerheidjes” en “stelligheidjes” waarmee hij zijn onwaarheden trachtte weg te masseren. Het heeft ook geleid tot typisch Serpiaanse uitspraken die zo op een tegeltje zouden kunnen.

‘Ik kan mij niet herinneren dat ik dat zo heb verklaard, maar ik heb toen en nu wel naar waarheid verklaard. Als sprake is van een discrepantie dan is dit in de loop der jaren gebeurd. Ik heb beide keren naar waarheid verklaard’.

De vindplaatsen in het dossier dat de afgelopen vijf jaar is opgebouwd van dergelijke uitspraken zijn niet te tellen en voeren te ver om allemaal in dit pleidooi mee te nemen.

En dat geldt ook al voor de vindplaatsen van uitspraken van La Serpe waaruit blijkt dat zo’n beetje iedereen liegt behalve La Serpe zelf.

Uiteraard hebben de verdachten gelogen.

Maar daarnaast natuurlijk de getuigen F1, F3, Schoofs, De W. en NN-Hollowpoint.

En Peter R. de Vries, Officier De Haas, de TGB-officieren en het TGB-team

La Serpe is natuurlijk door de jaren heen ook steeds gemakkelijker gaan verklaren, zijn onwaarheden gemakkelijker gaan wegwuiven en anderen gaan beschuldigen van leugens etc. Hij pakte de ruimte die hij van het OM kreeg. Ook als hij zich volstrekt ten onrechte beriep op verschoningsrecht.

Misschien heeft het ook te maken gehad met het ontbreken van een daadwerkelijke “natuurlijke vijand”. Een gorilla heeft evenmin een natuurlijke vijand (behalve de mens) en kan in beginsel zijn leven lang achterover tegen een boom leunen en bananen eten.

Ik denk dat La Serpe zich ook steeds meer zo is gaan voelen. Zijn “natuurlijke” vijand zou immers het OM moeten zijn. Het OM dat hem als eerste direct zou moeten corrigeren zodra hij de waarheid geweld aan deed of dreigde aan te doen. Zowel wat betreft zijn verplichtingen voortvIoeiende uit Strafvordering als uit de overeenkomst. Of hem als eerste zou hebben moeten wijzen op het ontbreken van verschoningsrecht. We weten dat het nooit gebeurde. La Serpe kon doen en laten wat hij wilde, inclusief het OM zelf beschuldigen. Veel meer dan een ontkenning van laatstgenoemde beschuldigingen hebben we van het OM eigenlijk niet gezien.

En sterker nog: in plaats van dat La Serpe natuurlijke tegenstand kreeg, kreeg hij kennelijk juist coaching. We hebben immers gezien dat La Serpe heeft laten weten dat hij het eerste jaar bezoek kreeg van Henk, Karel en Van Brenk en zij dan de getuigenverklaringen bij de RC doorspraken, hoe het ging, wat te verwachten en “hoe te reageren op aanvallen van de verdediging”. Zulks gebeurde ook nog in de Bunker voor en na RCverhoren wat er komen ging, wat er langs was gekomen, wat te verwachten, “hoe te antwoorden als ik het moeilijk kreeg of wat wel te benoemen en wat niet”.

Zo’n getuige gaat dan natuurlijk steeds lekkerder in zijn vel zitten en ziet dat zijn “natuurlijke tegenstander” het wat betreft enige tegenstand volledig laat afweten. Hij kon ongehinderd doorgaan op de wijze waarop hij meende te kunnen verklaren in dit proces. En niet alleen dat. Hij kon steeds hardere verbale klappen uitdelen als het hem maar even niet beviel wat er gebeurde. En uiteraard maakte hij meer en meer gebruik van “verschoningsrecht” zodra hem dat ook maar even te pas kwam.

Geen natuurlijke tegenstander. Een “tegenstander” die hem zelfs zonder rechtelijke uitspraak uiteindelijk voortijdig laat lopen. En mogelijk zit hij nu inderdaad ook tegen een boom achterover geleund bananen te peuzelen….

In de navolgende paragrafen van zijn pleidooi zou Meijering de rest van deze zittingsdag als gezegd de betrouwbaarheid en de bruikbaarheid van de verklaringen van La Serpe nader uitdiepen. De raadsman deed dat met name aan de hand van La Serpe’s eigen verklaringen, maar ook aan de hand van harde neutrale feiten en verklaringen van getuigen. Maar ook zou door Meijering nog kort de status van de getuige La Serpe in herinnering geroepen worden. Verder stond Meijering nog stil bij het requisitoir wat betreft de (on)betrouwbaarheid van La Serpe.

Mr. Nico Meijering: Ik wil deze inleiding echter wel afsluiten met enkele uitspraken van La Serpe die zodanig illustratief zijn voor La Serpe dat ze vender geen nadere toelichting behoeven. Het was een niet gemakkelijk te maken keuze uit de grote veelheid van tekenende uitspraken. Ik heb toch een keuze moeten maken en heb gekozen voor een reeks uitspraken die hij kort achter elkaar — eigenlijk in een adem – gedaan heeft en waaruit heel veel te halen is m.b.t. de persoon van La Serpe en de door hem afgelegde verklaringen. lk verwijs voor die reeks naar de zitting van uw rechtbank van 2 februari jl. Ik verzoek u daarbij telkens zelf te bedenken wat zijn uitspraken te betekenen hebben voor • de waarde van zijn van verklaringen; • de wijze waarop hij zijn verklaringen rubriceert; • de verschillende categorieën verklaringen die hij zelf meent te kunnen onderscheiden • wat het betekent voor de persoon La Serpe (hoe hij, zoals hij het zelf noemt: “in elkaar zit”); • de wijze waarop hij antwoordt als getuige meent te kunnen geven; • etc..,

De raadsman van Akgün/Soerel gaf vervolgens een reeks voorbeelden van uitspraken van La Serpe:

Mr. Meijering:
La Serpe: U vraagt mij wie Mieremet dood wilde hebben.

Dat heb ik op dit moment niet paraat. Mijn hele systeem zegt dat ik daar geen antwoord op geef.

U vraagt mij wat ik na het stopzetten van de opnameapparatuur na afloop van kluisverklaring 15 nu heb gezegd wat Holleeder had gezegd op het Gelderlandplein.

Ik blijf bij mijn verklaring.

U zegt mij dat ik daar twee verschillende versies van heb gegeven. U houdt mij voor dat ik eerst heb verklaard: als deze goed gaat heb ik nog een ander voor jullie.

lk heb daar al iets over gezegd op zitting. Ik blijf bij de tweede versie. Ik heb gezegd dot ik me de eerste verklarinq niet kan herinneren. De tweede verklarinq herinner ik mij wel. Die was: Osdorp eerst.

U vraagt mij of ik mij kan herinneren of er ooit tegen mij iets is gezegd in de trant van: “als deze goed gaat krijgen jullie er nog een”.

Ik heb al gezegd dat ik mij dat niet kan herinneren.

U houdt mij voor dat in de letterlijke uitwerking van het gesprek van 22 november 2006, p. 5 onderaan, staat dat ik heb bevestigd dat Holleeder had gezegd: “als jullie met deze klaar zijn, heb ik er nog een voor je”.

Zoals ik al zei, daar verklaar ik niet over. Ik wil er wel iets over zeggen. Op 22 november 2006 was ik geen verklaring aan het afleggen. Ik herinner mij waar het was. Er stond opnameapparatuur op de schoorsteenmantel. Het zijn gewoon gesprekken die worden gevoerd. En dat wordt allemaal uitgewerkt en hier als verklaringen gepresenteerd, maar het waren geen verklaringen. Wat ik hier voor de rechtbank zeg, is een verklaring, maar dat waren gesprekken. Het is niet zo dat ik afdoe aan wat ik daar heb gezegd, maar de vorm was anders.

Op vragen van de rechtbank verklaart getuige La Serpe, zakelijk weergegeven:

U vraagt mij hoe u die laatste opmerking moet duiden, en wat dat betekent voor het waarheidsgehalte van hetgeen ik op 22 november 2006 heb gezegd.

lk wil niet inhoudelijk over Holleeder praten. Ik kan alleen zeggen dat het een gesprek was, en geen verklaring.

U vraagt mij nogmaals wat dat zegt over het waarheidsgehalte van mijn gesprek met mr. De Haas op 22 november 2006.

lk probeer aan to geven dat de waardering wat anders moet liggen dan bij een formele verklaring. Hoe dan, vraagt u? Ik kan alleen zeggen hoe ik in elkaar zit. In een formele verhoorsetting denk ik na over mijn antwoorden. In een minder formele setting ben ik wat losser in mijn bewoordingen. Op dit moment wordt mijn ontspannen gesprek van toen als een hele formele verklaring neergelegd. Het was ouwe-jongens-krentebrood.

U vaagt mij waar dat ouwe-jongens-krentebroodgehalte iets over zegt, en of dat dan mogelijk over stelligheid, of over waarheidsgehalte gaat.

Het zegt iets over de volledigheid. Als ik iemand iets duidelijk wil maken dan vertel ik het verhaal van A naar B, in een rechte lijn, maar in een ontspannen setting kan het voorkomen dat ik iets zeg waarmee ik aanduid wat het is, maar waarmee ik het verhaal niet vertel. Mr. Meijering houdt mij dingen voor uit dot gesprek, en dan hoot ik gewoon dot ik niet formeel aan het verklaren ben. Het is meer dat ik of en toe een soort hint geef, waardoor mensen begrijpen wat ik bedoel, maar waarmee ik niet het hele verhaal vertel.

U vraagt mij wat ik ten opzichte van dit gesprek nog meer over Mieremet zou hebben gezegd, als het om een formele verklaring zou zijn gegaan.

Dan had ik alles verteld hebben wat ik wist. Op dit moment heb ik niet zoveel paraat over Mieremet. Ik herinner me een idee om een taart met gif bij hem te laten bezorgen, of een vliegtuig met een bom over te sturen. Dat was allemaal speculerenderwijs.

U houdt mij voor dat ik op twee verschillende momenten, in twee vormen (kluisverklaringen 15 op 2 november 2006 en het gesprek met mr. De Haas op 22 november 2006) iets heb gezegd over de ontmoeting met Holleeder op het Gelderlandplein. U zegt mij dat eerder de vraag is gesteld of ik op het verschil wil reageren tussen “Osdorp eerst” en “als deze goed gaat, heb ik er nog een voor jullie”.

Op dat moment in mijn traject had ik nog tactische overwegingen. Of ik mij nog kan herinneren dot ik die dingen zo heb gezegd? Nee, maar het wordt mij zo voorgehouden, dus kennelijk heb ik het zo gezegd. ik had in die periode nog tactische overwegingen. Dot komt ook we] een beetje Haar voren in dat stuk.

U vraagt mij of die tactische overwegingen ook maken dat de waarheid wat minder precies wordt weergegeven.

Ik maak andere tactische overwegingen. Als je iemand van de politie wilt laten weten dat je iets kan vertellen, maar je wilt de inhoud niet prijsgeven, dan kun je iets zeggen over de waarde van wat je te zeggen hebt, zonder dat je het dan zelf vertelt.

U vraagt mij of ik Holleeder als worst aan mr. De Haas heb voorgehouden.

Nee, dat moet u iets anders zien. Ik had de angst dat als je zoiets tegen de politie vertelt, die er mee aan de loop gaat. Als je alleen de waarde ervan aangeeft en niet met het volledige verhaal komt, dan kan politie dat niet doen.

U houdt mij voor dat ik kennelijk een verband leg tussen de opmerking van Holleeder “als deze goed gaat heb ik er nog een voorjullie”, en Van der Bijl, en vraagt wat er dan voor tactische overweging aan ten grondslag heeft gelegen om het zo te vertellen.

Ik heb al gezegd dat ik me niet kan herinneren dat dat zo is gezegd. Hoe moet ik er dan op reageren?

Ik hoor de jongste rechter vragen of ik nu wel of niet weet of Willem Holleeder achter de liquidaties van Houtman en Van der Bijl zat.

lk verwijs naar mijn eerdere verklaringen. lk heb verklaard dat ik naar het cafe moest waar Holleeder zat, en over het Gelderlandplein. Ik zie niet in wat ik nog meer zou kunnen verklaren.

Ik hoor mr. Meijering vragen of alles wat ik over Holleeder en Soerel heb verklaard, van kluisverklaring 1 tot op heden, de waarheid is geweest.

lk kan die vraag op die manier niet beantwoorden. Ik heb in kluisverklaringen 1 en niet het achterste van mijn tong laten zien. Wat mij betreft is er een onderscheid tussen die kluisverklaringen en de kluisverklaringen 3 t/m 15. Daarnaast is er nog een onderscheid te maken tussen de kluisverklaringen en het gesprek van november 2006. En er is nog een verschil tussen hetgeen ik over Holleeder heb verklaard wat al in het dossier zat en het deel wat in de Holleederweglatingen stond. Als u uw vraag specificeert, kan ik duidelijker zijn. Ik hoor u zeggen dat u het hierbij laat voor wat betreft deze vraag.

U vraagt mij of het felt dat ik niet het achterste van mijn tong liet zien in de eerste gesprekken het ouwe-jongens-krentebroodgehalte nog anders maakte, terwijl toch alles is opgetypt wat er is gezegd.

Ik zat met de CIE aan tafel, en dacht nooit dat die gesprekken Überhaupt in dit proces terecht zouden komen. Dat de CIE dingen opneemt, snap ik nog wel. Ze hebben zo hun eigen methodes. Ik had niet verwacht dat deze gesprekken in dit proces zouden worden gebruikt. Het maakt misschien een klein verschil dater dingen worden opgetypt, maar ik had gewoon niet de indruk dat ik daar een verklaring zat of te leggen. 1k dacht dat ze notities maakten voor intern gebruik.

U houdt mij voor dat bij de rechter-commissaris op 16 maart 2007 onder ede heb verklaard dat ik in de gesprekken die tot mijn kluisverklaringen hebben geleid naar waarheid heb verklaard. U vraagt mij of ik daar nog steeds achter sta.

Ik kan me dat niet meer herinneren maar ik heb altijd naar beste vermogen, mijn eigen belangen in ogenschouw nemend, verklaard. Ik ben namelijk ook verdachte.

*

Tot zover de inleiding van Mr. Nico Meijering op de 4e dag van zijn enorme pleidooi.

Gedurende de dag behandelde de raadsman deze volgende onderwerpen. (paragrafen)

I. Betrouwbaarheid La Serpe nader uitgediept 786

VII.1 Inleidend 786
VII.2 Het requisitoir en de betrouwbaarheid van La Serpe 798
VII.3 Kenmerken (verklaringen van) La Serpe 816
a. Unus testis, kroongetuige, de auditu en gestuurd 817
b. Verklaringen La Serpe onbetrouwbaar 828
-Psychologisch profiel La Serpe 828
-Redenen om kroongetuige to worden 833
-La Serpe niet consistent 834
-Aanwijsbaar niet naar waarheid 868
-La Serpe erkent onwaarheden 870
-La Serpe gelooft in zijn eigen onwaarheden? 895
-Gevolgen weglatingsafspraak 900
-Schakelaanwijzingen onbetrouwbaarheid 946
VII.4 De rol van La Serpe bij liquidatie Bethlehem 948
Inleidend 948
Bethlehem en getuigen in Passage 951
Requisitoir OM 1083
Het bewijs tegen La serpe en weigering vervolging OM 1136
-Bijlagen inzake Bethlehem 1140

Bethlehem
Aan dossier Bethelem besteedde Meijering ruim aandacht. De raadsman vindt het verbijsterend hoe het OM hier mee om is gesprongen tijdens het liquidatieproces en ging uitgebreid in op de proceshoudingen en – handelingen waartegen de vedediging is aangelopen ten behoeve van La Serpe’s “waarheid”. Hij nam in zijn bespreking van dit dossier alle incidenten mee bij de bespreking van het requisitoir van het OM in de kwestie Bethlehem. Aan bod kwamen onder meer alle getuigen die La Serpe als dader van deze moord aanwijzen, F1, F3, NN1-Hollowpoint, Rob de W. en Peter ‘Peerke’ Schoofs.

Volgens Meijering is het niet voor niets dat het OM deze zaak niet heeft willen voegen. In ogen van de verdediging klopt dit voor geen meter als je uitgaat van het gegeven dat het openbaar ministerie waarheidsvinding zou moeten nastreven.

Meijering passerde intussen pagina 1000 van zijn pleidooi en merkte terloop grappend op: Voorzitter, ik had taart moeten meenemen, ik ben op pagina 1000…

De raadsman was nog niet toe aan zijn conclusie, echter het zal lezers duidelijk zijn dat een conclusie zal luiden dat La Serpe niet naar waarheid heeft gesproken over de moord op Gerrie Bethlehem en daar zal de verdediging vooruitlopend op de laatste zitting van dit Passage-seizoen aankomende maandag een conclusie aan verbinden die reeds een aantal malen eerder heeft geklonken in de Bunker-rechtszaal. U mag het zelf zeggen…

Een uurtje later om 17:00 besloot de rechtbank echter te stoppen voor deze dag. Volgende week maandag zal Meijering verdergaan met zijn pleidooi.

Later kom ik uitgebreider terug op hetgeen allemaal is gezegd tijdens het pleidooi op deze zittingsdag.

Dinsdag waren Mrs. Menno van Gaalen en P.J. Silvis in de Bunker om te pleiten namens (respectievelijk) cliënten Nanpaul de B. en Siegfried Saez. Later volgt een verslag.

Donderdag komt Mr. Sander Janssen weer pleiten namens zijn cliënt Jesse Remmers.

Bondtehond bij het liquidatieproces

Dit bericht werd geplaatst in Liquidatie proces en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s