Mr. Stijn Franken: ‘Dan komt het met dat slotakkoord wel goed’

Het liquidatieproces Passage is maandag definitief de laatste fase ingegaan met de dupliek van de verdediging. Vijf raadslieden droegen ieder een kort maar krachtige visie voor aan de rechtbank op de repliek van het openbaar ministerie met betrekking tot de ’93-zaken. De advocaten Mrs. Menno van Gaalen, Jan Hein Kuijpers, Stijn Franken en P.J. Silvis waren aanwezig in de rechtszaal van de Bunker. Mr. Pelle Tuinenburg zou wat later komen. Jesse Remmers en Pinny Song, de enige aanwezige verdachten, zaten naast hun raadslieden, respectievelijk Mrs. Robert Malewicz en Stijn Franken.

De verdediging hield het vrij kort en kwamen op enkele puntjes uit de repliek terug. Voor het overige persisteerden de raadslieden hij hun eerdere standpunt(en).

Mr. Menno van Gaalen, de advocaat van Nanpaul de B. beet de spits af. Zonder op dit moment inhoudelijk in te gaan op de dupliek, blijft de raadsman erbij dat wettig en overtuigend bewijs ontbreekt van het daderschap (als pleger of medepleger) van Nanpaul de B. en dat vrijspraak de enige juridische maar ook historisch juiste conclusie is. Mr. Van Gaalen verzocht de rechtbank dan ook tot deze conclusie te komen.

Mr. Jan Hein Kuijpers, de advocaat van Mohammed Rasnabe, de verdachte die beter bekend is onder de bijnaam ‘Moppie’, idem. Mr. Kuijpers reageerde slechts op een select aantal puntjes.

Kuijpers kwam nog wel met enige toevoegingen op zijn pleidooi. Zo heeft de raadsman een briefwisseling overlegd met cyber- securitybedrijf Fox-IT. Kortweg komt het hier op neer dat zowel Rasnabe als Remmers stellen dat er gerommeld moet zijn met de inhoud van een harddisk die is gekopiëerd van een PC die reeds een keer in 2003 in beslag was genomen (en waarvan destijds een forensisch technische kopie van de hardeschijf was gemaakt) naar zo’n 3 PC’s die in 2007 wederom in beslag werden genomen. In ieder geval voor zover het een adresboekje betreft.

De verdediging van Rasnabe stelt dat er verschillen zijn tussen de in 2003 in beslag genomen PC en de 2007-PC’s. Aan bepaalde gelijkluidende telefoonnummers wordt bijvoorbeeld een andere naam gegeven in het adresboekje, terwijl overige gegevens hetzelfde blijken. Volgens Rasanabe, maar ook volgens Remmers is dit mogelijk vanwege het (door rechercheurs) manipuleren van gegevens in het adresboekje. Bepaalde voor Rasnabe en medeverdachte Remmers belastende telefoonnummers blijken aan het lijstje te zijn toegevoegd dan wel in belastende zin van een bepaalde naam voorzien. Volgens Rasnabe zou het gerommel met gegevens kunnen blijken vanwege de neerslag daarvan in digitaal document 011365, waarover de verdediging kan beschikken. De structuur van het document zou in het digitale atypisch (afwijkend van het normale) zijn. Daar komt bij dat er in 2003 wel forensisch technische kopiën zijn gemaakt, maar in 2007 niet.

Vervolgens vraagt de verdediging aan Fox-IT of dit bedrijf iets opvalt aan de werkwijze.

De manager van Fox-IT ‘Forensic Services’ valt op dat er voor zover hij heeft kunnen vaststellen geen maatregelen zijn genomen door rechercheur T-121 om te voorkomen dat onderzoeksmateriaal kan worden aangepast, wat wel gebruikelijk is bij digitaal bewijs- materiaal. Het is zeer gebruikelijk om digitaal sporenmateriaal te voorzien van een schrijfbeveiliging alvorens onderzoekshandelingen uit te voeren, om zo manipulatie te voorkomen. Voorts stelt de onderzoeker vast dat de werkwijze in kwestie in de hand werkt dat datamanipulatie mogelijk is. De integriteit van het digitaal bewijsmateriaal is daardoor niet meer gewaarborgd, terwijl dat zeer goed mogelijk is met de huidige stand van de techniek. Het is zeer eenvoudig om digitaal bewijsmateriaal, voorzien van schrijfbeveiliging, te onderzoeken zonder dat manipulatie van het bronmateriaal optreedt. Dat lijkt in dit geval niet gebeurd te zijn. Om die reden heeft de lezer geen zekerheid omtrent de vraag of de gegevens zoals weergeven in het rapport ook daadwerkelijk als zodanig in de forensische kopieën staan.

De verdediging van Mohammed ‘Moppie’ Rasnabe persisteert.

Mr. Stijn Franken stelde in zijn pleidooi dat het OM niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Het vertrekpunt van dat verweer is de constatering dat Pinny Song opnieuw is vervolgd nadat haar in de jaren ’90 een kennisgeving van niet verdere vervolging is betekend. Dat kan volgens art. 255 Sv alleen als sprake is van nieuwe bezwaren tegen de verdachte. Mr. Franken is van mening en heeft betoogd dat de tweede vervolging van Pinny Song niet is gebaseerd op nieuwe bezwaren en dat het OM dus niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

De repliek van het OM laat volgens Mr. Franken zien dat de nieuwe bezwaren uitsluitend kunnen worden gevonden in de verklaringen van kroongetuige Peter La Serpe. Naar aanleiding van zijn verklaringen, waarin hij overigens niet Pinny Song heeft genoemd, zag het OM aanleiding de telefoongegevens uit 1993 opnieuw onder de loep te nemen. Op die manier zouden een telefoongesprek in de middag voor de liquidatie van Tonnie van Maurik en in de ochtend na de liquidatie in beeld zijn gekomen.

Mr. Stijn Franken constateert echter dat de telefoongegevens in de jaren ’90, vóór de kennisgeving van verdere vervolging al beschikbaar waren. In de tweede plaats geeft het OM in de zijn repliek toe dat de verklaringen van La Serpe voor Pinny Song niet bezwarend zijn. Dat kan ook moeilijk anders, aldus Franken: La Serpe heeft Henk Rommy en niet Pinny Song als opdrachtgever genoemd. En dan is het volgens de raadsman tamelijk eenvoudig: omdat La Serpe niets heeft verklaard dat als bezwarend voor Pinny Song is aan te merken, kan onmogelijk worden volgehouden dat sprake is van nieuwe bezwaren. De raadsman persisteert bij zijn verweer dat het OM niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Voorts ging Mr. Franken in op enkele punten uit de repliek van het OM en persisteert de raadsman uiteraard ook bij zijn subsidiaire verweer, waarbij hij vrijspraak vraagt.

Mr. Stijn Franken tot slot: Toen ik de repliek nog eens doorlas en vervolgens mijn aantekeningen voor deze dupliek, kwam ik tot de conclusie dat het openbaar ministerie en ik tot niet meer dan een herhaling van zetten zijn gekomen. Dat is, vond ik aanvankelijk, toch enigszins onbevredigend voor een laatste ronde in een jarenlang arenlang slepend proces. Pas later besefte ik dat een passende afsluiting niet in handen van de procespartijen, maar in die van uw rechtbank ligt. Pinny Song en ik vertrouwen erop dat uw rechtbank de door het openbaar ministerie en de verdediging gepresenteerde argumenten zorgvuldig zult wegen. Dan komt het met dat slotakkoord wel goed.

*

Vervolgens voerde Mr. P.J. Silvis het woord tot de rechtbank betreffende zijn cliënt Siegfried Saez. De raadsman was in noodvaart naar de Bunker gereden omdat iedereen wat eerder klaar was en de rechtbank Mr. Silvis had gebeld of hij niet eerder kon komen. De raadsman hield het vrij kort.

Mr. Pelle Tuinenburg, de raadsman van Freek S., de enige verdachte voor wie het OM vrijspraak heeft gevraagd, was nog niet aanwezig toen iedereen z’n dupliek had voorgedragen. Hij zou na de lunchpauze komen, echter ’s middags had ik andere verplichtingen.

Wellicht kom ik later nog terug op de dupliek van Mrs. Silvis en Tuinenburg.

*

De zitting van donderdag is komen te vervallen. Vrijdag 2 november as. zal Mr. Nico Meijering zijn dupliek voordragen in de Bunker namens cliënten Dino Soerel en Ali Akgün. Niet speciaal in die volgorde.

Bondtehond bij het liquidatieproces

Dit bericht werd geplaatst in Liquidatie proces en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s