Mr. Nico Meijering: ‘Dat u hulzen in uw handen heeft gehad, is voor mij een volstrekt ongeloofwaardig verhaal’

De getuigenverhoren van kroongetuige Peter La Serpe strekten zich uit over 6 dagen, waarvan twee dagdelen achter gesloten deuren. Donderdagmiddag 12 juni was het wederom de beurt aan Mr. Nico Meijering om de kroongetuige tijdens een openbare zitting aan een kritisch verhoor te onderwerpen. Op momenten stelde het Hof daarbij aanvullende vragen. Voorzitter Mr. Ruud Veldhuisen excuseerde zich daar een keer voor, maar Mr. Meijering vond dat totaal geen probleem. ‘Sterker nog, graag zelfs’, zei de raadsman. Dus zo geschiedde en dat leverde een paar opmerkelijke momenten op.

Foto Peter La Serpe: Hendrik Jan Korterink

Peter La Serpe zat naast zijn raadsman Mr. Jan Peter van Schaik uit Veenendaal in het gepantserde beschermde getuigenkamertje. (zie foto vorige verslag) Mr. Meijering en z’n cliënt Dino Soerel hadden midden voorin de rechtszaal plaatsgenomen, op tafel voor hen stonden twee laptops en lagen allerlei dossierstukken verspreid. Soerel assisteerde zijn raadsman soms even, min of meer.

Mr. Nico Meijering: Meneer La Serpe, ik wil graag u een paar vragen gaan stellen over de verklaringen die u heeft afgelegd en dan, voor zover daar sprake van is geweest, de gradaties van waarheid. En laat ik dan beginnen met de vraag, als we alle verklaringen bezien, van de kluisverklaringen tot de verklaringen vandaag hier bij het Gerechtshof, en dat is dus veel, want dan hebben we het ook over de verklaringen bij de rechter-commissaris, die ook wel de toetsverklaringen zijn genoemd, verklaringen waarbij de andere raadslieden u hebben ondervraagd bij de rechtbank, bij de recherche, bij de tactische recherche, het is een hele hoop geweest. Ik wil u nog een keer vragen of daar gradaties zaten in waarheid, als het ging om het beantwoorden door u van vragen?
La Serpe: Dat is de vraag?!
Meijering: Ja.
La Serpe: Dan uh.. uh.. ik ben het vanaf het moment dat u het zei al niet eens met uw vaststelling dat er gradaties van waarheid zijn. Dus ik heb nooit in die termen gedacht en de vragen zijn steeds verder en dieper en wijder geworden en ik heb steeds geprobeerd zo volledig mogelijk te antwoorden. En dat is dan vanaf het moment, zeg maar, van de RC-verklaringen. In de kluisverklaringen heb ik op enig moment voorbehouden gehad. Daar heb ik niet het achterste van mijn tong laten zien, zeg maar. De vraagstelling was ook niet heel diep toen, dat is pas later gekomen. Het werd steeds uitgebreider.
Meijering: Nee maar, je kunt dingen nog… als ik denk aan het achterste van mijn tong dan denk ik: nou, ik vertel nog niet alles, ik vertel alleen nog maar het voorste van mijn tong bij wijze van spreken, dat is één mogelijkheid. Maar de andere mogelijkheid is, dat je wel iets verklaard, maar dat je gewoon simpelweg weet dat dat niet naar waarheid is. Of dat dat aangezet is, of aangedikt is, of dat het ingevuld is, nou, dat soort dingen. Daar ziet mijn vraag op.

Voorzitter: Expres bedoelt u, hè?
Meijering: Ja… ja.
Voorzitter: Want je kunt ook iets aanzetten zonder dat je dat expres doet, maar u zegt: willens en wetens? Met het ook op het geweld aandoen van de waarheid…
Meijering: Eh… ja.
La Serpe: Ik heb in de kluisverklaringen vele malen verklaard, ik dacht met name in kluisverklaring 13 of zo, uh… dat ik daar het voorbehoud had van ja… en dacht uh, als ik uh… ik realiseerde me dat ik het risico liep, als er niet overééngekomen werd (met TGB/OM) bijvoorbeeld, dat ik dan schade aan mezelf gedaan zou hebben door die verklaringen af te leggen. Dus ja, ik heb daar dingen veranderd. Één van de dingen, heb ik ook over verklaard, is de looprichting.
Meijering: Het is natuurlijk al meer aan de orde geweest, maar kunt u zich meer dingen herinneren in die gigantische bups verklaringen van u dat u zegt, ja daarin heb ik ook de waarheid geweld aangedaan?
La Serpe: Uh… ik kan me niet herinneren.
Meijering: Ehm…ik formuleer het even als volgt: Heeft u wel eens bij de beantwoording van vragen door de diverse vragenstellers in deze zaak uw herinneringen ingevuld?
La Serpe: Wat is dat nou voor een vraag?! Niet bewust.
Meijering: Nou, ik kom er zoidadelijk wel op terug, u heeft die bewoordingen wel eens gebruikt, dat u herinneringen heeft ingevuld. Zegt dit u iets?
La Serpe: Het zegt me niets, maar als ik dat zo gezegd heb, dan is het dat ik de omgeving, de mensen die de vragen stellen, daar zelf op attent op maak. Dus… dan heb ik dat in ieder geval proberen te ‘ontvullen’.

Meijering: Maar herkent u zich daar zelf in, dat u herinneringen invult?
La Serpe: Nou uh..gehehehe..herkent u zich erin? Nou, in het dossier, de afgelopen 7 jaar, ik heb heel veel gesproken, dus uh…
Voorzitter: Even voor het begrip van het Hof, misschien kunnen we eerst even verkennen wat bedoeld wordt met ‘herinneringen invullen’? Ja ehm… laten we daar een vraag van maken. Kent u het begrip: invullen van herinneringen?
La Serpe: Uh… nou ja, ik heb hier aan uw Hof ook verklaringen afgelegd, waar ik op een gegeven moment wel herinneringen bij kan bovenhalen, omdat het lang geleden is en dat de tussenstappen dan meer op logica gebaseerd zijn. Dus i.p.v een echte herinnering. Maar dat heb ik ook aangegeven, althans geprobeerd, want ja, ik zei al, ik heb zoveel verklaard in de laatste 5 jaar, maar ik heb nooit bewust, dat ik daarmee bezig ben geweest.

Voorzitter: Nee, daar gaan we eerst even… dat goed begrepen wordt wat nu bedoeld wordt met het invullen van herinneringen. U zegt: “Als u me dat voorhoud, dan heb ik soms een herinnering, maar dan is er een tussenstap die ik zelf invul op basis van gezond verstand en logica?” Dat is wat u begrijpt onder…
La Serpe: Ja, dat is wat ik eronder begrijp en nu is dat natuurlijk, omdat de herinneringen veel verder weg liggen uh… ja, zou dat veel eerder aan de orde zijn dan 7 jaar geleden.
Voorzitter: Ik begrijp wat u zegt, nu is even de vraag waarin u (Meijering) niet de getuige bent: Is dat wat u bedoelt ook met het invullen van herinneringen? Of heeft u iets anders voor ogen dan de getuige onder die woorden begrijpt?
Meijering: Ja, laat ik het wat dat betreft ook ietsje concreter maken. Dan verwijs ik naar een verklaring van meneer, ik denk kluisverklaring 15, en dan citeer ik… dan wordt er gesproken over de Kalashnikov, of de Glock in de zaak van meneer Houtman, en dan zie ik hier het volgende: ‘Toen ik probeerde de herinnering terug te halen, dat doe je door ze in te vullen’, en dan zegt hij verderop: ‘Zo ben ik ook achter de hulzen gekomen, waar die hulzen liggen’. En dat is eigenlijk wat ik u… ik was geïnspireerd door die opmerking, kunt u dat eens uitleggen? Heeft u bijvoorbeeld ook… dat is een vervolgvraag, als het mag?Voorzitter: Eerst deze eventjes.
Meijering: Ja?
La Serpe: Oké, daar heb ik dat uh..uh.. anders bedoeld, dan dat ik dat net verwoord, zeg maar, want met die hulzen kan ik mij herinneren, dat ik op bed ben gaan liggen, in je cel heb je, ja zoveel meubilair heb je niet gehehe.. op bed ben gaan liggen en ben in mijn herinneringen proberen terug te gaan naar waar die dingen kunnen liggen. En dat doe je door na te denken: ben ik daar geweest?, heb ik daar gestaan?, dan bedenk je dingen en kijk je… probeer je te kijken, als je überhaupt wat ziet, want dingen… het is vervelend donker daar, moet ik zeggen gehehe… dan probeer je te kijken of je jezelf zo ziet en dan uh… hoop je zeg maar iets te ‘restibuleren’ wat de herinneringen wakker maakt, of dat uh… zo wordt dat, zoals ik het nu hoor, denk ik bedoeld.

Meijering: En weet u nog welke beelden, om bij dit voorbeeld te blijven als het gaat om die hulzen, toen is teruggekomen?
La Serpe: Nou… helemaal niet…
Meijering: Sorry?
La Serpe: Helemaal niet. Ik weet het niet meer.
Meijering: Nu komt er niets meer los?
La Serpe: Uh nee, het is te lang geleden en het is een uh..te uh… slechte herinnering.
Meijering: Hm hm…
La Serpe: Ik bedoel ook slecht kwa kwaliteit…
Raadsheer: Dat was overigens de verklaring van meneer La Serpe van 15 augustus 2007. Dat was een verklaring bij de recherche.
Meijering: Aha, een tactische verklaring. Neem me niet kwalijk. Ja.
Meijering: Ehm, er is nog een andere opmerking die ik uit uw mond heb zien opgetekend worden. En hier weet ik wel zeker wat de vindplaats is: dat is uw recherche-verklaring van 4 oktober 2007, en op de papieren pagina 14 heeft u gezegd dat u ‘geneigd bent er vaak een heel verhaal van te maken’. Kunt u zich een dergelijke opmerking herinneren?

La Serpe: Ik kan mijn verklaringen per definitie niet meer herinneren, ik denk niet in verklaringen, maar als ik het op die manier gezegd heb dan uh… bedoel ik daarmee dat ik probeer zo volledig mogelijk te zijn en dan wordt het al snel een heel verhaal, omdat dingen allemaal aan elkaar vastzitten en geliëerd zijn, dus er komen… en ja, dus dan wordt het al snel een heel verhaal.
Meijering: Ja ja, op die manier bedoelt u dat. Heeft u…
AG Mr. De Jong: Zou u dan… ja, ik vind het heel vervelend om u te onderbreken hoor, maar zou u, als u een verklaring benoemd, willen zeggen of het een verbatim verklaring betreft of de…
Meijering: De papieren.
AG: Ja, maar er zijn twee soorten papieren verklaringen, je hebt de verbatim papieren verklaringen en je hebt de doorlopende verklaringen, zeg maar.
Meijering: Ik zeg, ik doe mijn best. Maar dat wordt echt… dan vraagt u denk ik teveel, maar voor zover mogelijk doe ik dat natuurlijk wel. Dit komen we misschien verderop ook nog wel tegen.
Meijering: Ehm, heel vaak hè, is door de bevragingen, door de voorzitter ook nog afgelopen week, is naar voren gekomen als er vragen gesteld worden, dat u dan wel eens hoort van, nou: ga nog eens terug in uw herinneringen en probeer dat beeld nog eens op te roepen, je herinnering terug te halen. Nou wilde ik u vragen: Heeft u bij uzelf wel eens bemerkt dat u iets heeft verklaard dat niet waar is, maar daarbij beelden bent gaan oproepen en vervolgens later bent gaan denken van: hé, ik denk echt, in alle oprechtheid dat het zo is gegaan? Heeft u dat wel eens bij…
La Serpe: Hoe kan ik dat überhaupt weten? Want dan zou ik me toch bewust moeten zijn van het feit dat het niet klopt? Ik begrijp de hele vraag niet.
Meijering: Nou ik kan… nee, maar goed, uw antwoord is voor mij al een antwoord.
Voorzitter: Maar als de vraag niet goed begrepen wordt, is dat risicovol, als het gaat om het antwoord.
Meijering: Nou, dat je jezelf erop betrapt… ik heb mezelf er bijvoorbeeld een keer op betrapt, dat was bij een familiefilm, ik kreeg een familiefilm te zien en later dacht ik er zelf bij aanwezig te zijn geweest. Dus je krijgt die beelden en die ga je overzetten. En zo zou je bijvoorbeeld ook, dat is in de wetenschap ook wel teruggekomen, dat je jezelf kunt verplaatsten, bijvoorbeeld op de Dam en dan zet ik niet mijn partner daar neer, maar dan zet ik u daar neer, en dat ga ik dan maar vaak genoeg herhalen dat u dat bent geweest en op een gegeven moment geloof je daarin. Heeft u dat wel eens bij uzelf bemerkt?

La Serpe: Meneer Meijering, uh…ik heb uh…uh, als ik uh.. in mijn herinneringen, of in de dingen die ik verteld heb in de rechtbank, dingen überhaupt tegenkom, bijvoorbeeld in de vraagstelling, waardoor ik dacht van: nou, dat zou wel eens anders kunnen zitten of misschien heb ik me daar vergist, heb ik dat altijd proberen te melden en altijd geprobeerd daar duidelijkheid in te scheppen. De theorie… of theorie, hetgeen u mij nu voorhoudt, dat eh..is eigenlijk de verklaring die op mijn laptop gevonden is, zeg maar, en dat geeft u nu in iets andere bewoordingen weer. Dat is uh… die verklaring die klopt niet.

Voorzitter: Maar de vraag is, laten we nog even daarvan wegblijven, want dat (de verklaring op de laptop) is nog niet aangestipt, maar de vraag is dat u een herinnering heeft aan iets en dat door iets anders blijkt van, nou ja: dat kan niet waar zijn. Dat je bijna schrikt van jezelf, zal ik maar zeggen. Heeft u zo’n ervaring wel eens gehad? Dat is eigenlijk de kern van de vraag. En dat heeft dus niet te maken met dat u als getuige uw best doet en dat u door het geven van context dingen duidelijk probeert te maken, maar heb je wel eens meegemaakt dat je zegt “Ik heb dit gezien” en later blijkt dat het niet waar kan zijn, terwijl je er stellig in gelooft?
La Serpe: Niet in het proces.
Voorzitter: En daarbuiten?
La Serpe: Ja, ik heb drugs gebruikt, dus ik heb wel eens een roze olifant gezien… dus.
Voorzitter: Ja..ok..maar toen wist u eigenlijk al gelijk dat die er niet was?
La Serpe: Ja, nou ja, zelfs dan weet je gelijk: dat kan niet kloppen.
Meijering: Nee ik eh… de aanleiding zit hem bij meerdere thema’s die naar voren zijn gekomen, bijvoorbeeld ook het hulzen-verhaal. Ik kom daar later ook nog wel over te spreken als ik specifiek over de zaak Houtman nog vragen wil gaan stellen. Maar bijvoorbeeld het hulzen-verhaal… ehm, ik houd u maar gewoon even voor zoals wij er tegenaan kijken, daar komen de vragen uit naar voren. Dat is over: dat u hulzen in uw handen heeft gehad, is voor mij een volstrekt ongeloofwaardig verhaal. Ik hou het u even voor. Aan de andere kant, moet ik u gewoon wel eerlijk zeggen, dat zo beeldend als u dat kunt vertellen, en ook heeft verteld en ik dacht dat dat laatst ook even bij het Hof al aan de orde kwam, dan twijfel ik echt over, want ik ga dan uit van mijn perceptie dat u niet de waarheid vertelt, of u dat nou opzettelijk doet of dat u denkt dat nou echt te hebben gezien. Daar komt het uit voort mijn vraag. En wilt u daar nog op reageren? En dan nu voor wat betreft dit specifieke hulzen-verhaal.

Voorzitter: Dus de vraag is: Wilt u nog eens vertellen wat er met de hulzen is gebeurd? Want anders is het zo’n erg open vraag, laat ik maar zeggen. Zo, zo… het kan alle kanten op.
Meijering: Ja, ik kom er later aan toe, maar dat kan nu ook.
Voorzitter: Ik vind het goed. Meneer La Serpe, wilt u teruggaand naar de bron, voor zover benaderbaar voor u, vertellen wat u zich nog kunt herinneren van de hulzen op de plaats-delict Houtman?
La Serpe: (zeer diepe zucht) Uhhhm, ik kan mij niet herinneren dat ze geraapt zijn en dan moet ik zeggen, het proces en alles wat erin gezegd is, zeg maar, is van invloed op mijn huidige uh…uh…respons, zeg maar…
Voorzitter: Maar toch terug gaan naar de bron.
La Serpe: Ja nou, de bron uh… wat ik mij kan herinneren is uh… dat ik uh…de deur van uh..de auto, of het contactslot, ik weet niet meer, ik had in elk geval hulzen in mijn handen waardoor ik een handeling niet kon uitvoeren, en ik heb de hulzen aan Jes gegeven en die heeft ze voor de RAI, of zo, ergens uit de auto gegooid. En dat is, zeg maar, de de de stukjes hulzen die ik voor me zie, als ik me richt op de hulzen.
Voorzitter: Als u dit zo vertelt, vertelt dat niets over hoe de hulzen in uw handen zijn gekomen.
La Serpe: Nee, dat weet ik niet meer. Ik uh… nee…
Meijering: Nou is het ook nog eens zo, ik pak nog even op dit punt door, nou is het ook nog eens zo, ik weet niet of u dat nog weet, dan gaat misschien de AG me naar de vindplaats vragen, dat kan ik dan nu even niet vinden, maar u heeft in u eerste… of..ja, in uw kluisverklaring, heeft u aangegeven, er is toen gevraagd: Joh, wat hebben jullie met de hulzen gedaan? Dan zegt u: ‘Joh, die hebben we laten liggen, want dat hebben we zelfs nog van te voren doorgesproken en de hulzen waren schoon’, ik parafraseer dat even, maar kunt u zich dat herinneren, dat u dat zo verklaard heeft?
La Serpe: Ik kan me niet herinneren… ik kan verklaringen niet herinneren.
Voorzitter: Goed… Ik heb, en nu praat ik ook uit mijn herinneringen, dat is het risicovolle aan deze zaak, ik meen me te herinneren dat dat een veronderstelling van meneer is geweest, dat daarom ervoor gekozen en dat het dus niet iets is van: ‘dit hebben we zo besproken’, maar dat het een conclusie van u is geweest?
Meijering: Ja, dat klopt wel, zei ik het anders?
Voorzitter: Nou ja, je zou het ook zo kunnen begrijpen dat dat het gevolg is van een beredeneerde beslissing, zal ik maar zeggen, in overleg met anderen, en zo heb ik het niet helemaal begrepen.
Meijering: Nee maar, jawel, meneer heeft van te voren overlegd met Jesse Remmers, ze hebben overlegd van: wat gaan we nou met die hulzen doen? En die hebben we toen gewoon uit de machine laten lopen, daar komt het kort en goed op neer.
AG Mr. De Jong: Nee, meneer zegt: ‘we hebben ons daar niet druk om gemaakt’. Dat is dan weer een volgende conclusie van u, denk ik.
Voorzitter: Nou, vooral als we gaan teruggrijpen op eerdere verklaringen, is het wel… als het even kan handig om het dan gortdroog houden.
Meijering: Ik eh… weet u, ik hou toch maar weer gewoon mijn lijn aan, denk ik.
Voorzitter: Ik weet niet wat uw lijn is?
Meijering: Nee, ik zei daarnet: ik ga even met u mee, van de lijn af…
Voorzitter: Oh ok.. ja, ja.

Meijering: Ik kom er zodadelijk wel op terug en dan pak ik dit er gewoon bij.
Voorzitter: Maar wij zijn nog aan het kijken hoor.
Meijering: Nou graag.
Voorzitter: Als we het hebben, laten we het u weten. Anders wachten we maar…
Tijdje later komt één van de raadsheren op de hulzen terug.
Raadsheer: Er was wat discussie over wat er nou precies stond over die hulzen. In de kluisverklaring, nummer 13 staat erbij, daar staat: ‘Hebben jullie je druk gemaakt om de hulzen?’ ‘Nee, de weken daarvoor hadden wij alles doorgesproken, ook de hulzen. Wij vonden daar geen gevaar aan kleven. De hulzen uit de Kalashnikov waren nieuw uit de doos en de Glock kwam van Sjaak. Jesse had er veel vertrouwen in dat dat wapen schoon zou zijn’. Dat is het fragment waar u op doelde.
Meijering: Ja, dat is kluisverklaring 15. De vindplaats is, wordt ik net gesouffleerd (door Soerel): op pagina 80 van 98009079.
Voorzitter: Er is ook nog een ander verhoor waar er iets over hulzen is gezegd, maar… ik stel het maar vast… 24 mei 2007.
Meijering: Ja.
Voorzitter (citeert): ‘Of ik de hulzen geraapt heb of niet en of Jesse die hulzen geraapt heeft of niet, het enige dat ik me echt van die hulzen kan herinneren, is dat ik ze in mijn handen had, inmijn linkerhand had toen we de auto in stapten. Ik kan me niet herinneren dat ik die hulzen geraapt heb, maar ik heb wel hulzen in mijn handen gehad. En op zich is het niet heel raar dat Jesse of ik hulzen rapen. Dat past wel bij mij als persoon en Jesse als persoon. Als ik het al geraapt heb, ik denk het wel, dat kan bijna niet anders…
La Serpe: Conclusie!
Voorzitter: Als we dit stukje voorlezen dan zien we iets wat we wel vaker gezien hebben, dat u de behoefte heeft om dingen toe te lichten en in te kaderen…
La Serpe: Ik probeerde duidelijk te zijn.
Voorzitter: Zeker, maar…
La Serpe: Nee, maar ook omdat die herinneringen zo uh… beetje vertroebeld zijn…
Voorzitter: Nee, maar wat ik hier zo voorlees, daar kan iedereen beluisteren dat u dingen toelicht en beredeneert en de vraag is: Wat weet u nou nog?
Meijering: Ja, en ik zou daar zelf nog aan willen toevoegen dat tussen die kluisverklaring, die 2 november 2006 heeft plaatsgevonden, uit mijn hoofd gezegd, en deze verklaring die de voorzitter zojuist voorhoudt, uit mei 2007, ehm… staat u bij dat u toen op de hoogte bent gesteld… op de hoogte bent gekomen dat de Kalashnikov-hulzen gevonden waren op de plaats-delict?
Voorzitter: Die waren nog niet gevonden toen.
Meijering: Ja maar mijn vraag is, of meneer dat nog bij staat?
Voorzitter: (n.t.v)
Meijering: Nee, dat geeft niet…
La Serpe Uh… nee, ik weet dat het besproken is hier en dat in de kranten dingen gestaan hebben, maar ik kan het niet meer op één punt brengen.
Meijering: Kijk, en dan kom ik weer op het punt, en dat houdt ik u voor, ehm… dat is dat u dus vrij duidelijk zegt, de oudste raadsheer heeft het u nog voorgelezen: ‘Hebben jullie je druk gemaakt om de hulzen? Nee…etc… Ja, en dan komt er een toelichting die zojuist is gegeven: ‘die hulzen bleven liggen’ enerzijds en anderzijds, veel later, als u dan op de hoogte bent gesteld dat er geen hulzen zijn gevonden, dan komt er ineens een beeld bij u boven, dat u die hulzen in uw hand heeft gehad. En dat heeft u nooit eerder in uw kluisverklaringen verklaard.
La Serpe: (diep zuchtend) Meneer Meijering, uw eh… vertaling van hetgeen wat uh… (stopt met praten)

Voorzitter: Gaat u maar verder hoor.
La Serpe: De vertaling van hetgeen de voorzitter net voorlas, met andere woorden: ‘die hulzen bleven liggen’, is volgens mij niet de correcte vertaling. En verder is het zo dat in de kluisverklaringen, daar werden geen dieptevragen gesteld. Dat is met de CIE, dat is toch een beetje anders dan in de rechtbank praten, bijvoorbeeld. Daar is globaal dingen op papier gekomen. In de zaak Houtman bijvoorbeeld heb ik voorbehouden gehad en uh… o.a. de looprichting veranderd… ja, dat niet alles op papier gekomen is, lijkt me logisch.
Voorzitter: Goed, maar u heeft gereageerd op wat de raadsman u voorgehouden heeft.
Meijering: Ja hoor, dat was de bedoeling.

Tot zover het verhoor. Er zijn natuurlijk veel meer interessante zaken aan de orde gekomen en ooit kom ik daar nog wel terug. Voor nu hoop ik dat al een beetje over is gekomen hoe het getuigenverhoor met kroongetuige Peter La Serpe verliep.

De middag was op dit moment overigens nog vrij jong, maar de kroongetuige vertoonde wel reeds tekenen van vermoeidheid, klonk op momenten geïrriteerd, zuchtte regelmatig en een paar keer viel La Serpe zelfs ineens even stil. Kennelijk wachtte hij op die momenten op de aandacht van de voorzitter, die even niet zijn richting uitkeek, en hem dan verzocht maar gewoon door te gaan met praten.

Soms klonk de stem van La Serpe lijzig traag en viel het een aantal toeschouwers op de tribune, incluis mezelf, op dat La Serpe op momenten zelfs een beetje met een dubbele tong leek te praten, vergelijkbaar met iemand die onder invloed is van alcohol, maar daar kun/mag je wel van aannemen dat dit niet het geval was. Eerder valt te denken aan (wellicht tóch) een kalmerend middel. Maar dat is verder pure speculatie. Ik weet niet eens of het überhaupt wel is toegestaan, of juist niet, om onder invloed van kalmerende medicatie te getuigen. Het was me al een keer eerder opgevallen vorige week. En toen werd daar tijdens de zitting door Mr. Ficq toevallig (of juist niet omdat het dus niet alleen mij was opgevallen) een vraag over gesteld. Wellicht was het toch enkel de vermoeidheid die soms toesloeg, maar dit leek anders. Het viel gewoon op, meer kan, wil en zal ik er ook niet over zeggen.

De geestelijke toestand van La Serpe gaat de raadsheren, AG’s en verdediging aan, niet mij. De indruk die ik van hem had afgelopen dagen was sowieso wisselend. Die laat ik nu in het midden. Gelukkig hoef ik ook geen beslissingen te nemen. Het lijkt me een bijzonder moeilijke opgave aan de ene kant, aan de andere kant kreeg ik toch wel de indruk dat de raadsheren van het Hof niet alles voor zoete koek slikken wat de kroongetuige allemaal te berde bracht afgelopen dagen. En uiteindelijk gaat het daar om. Hoger beroep wordt niet voor niets ingesteld, zal ik maar zeggen.

Voor maandag 23 juni is misdaadjournalist Hendrik Jan Korterink opgeroepen als getuige.

Bondtehond bij het liquidatieproces

Dit bericht werd geplaatst in Liquidatie proces en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s