Mr. Nico Meijering: ‘Niets wijst erop dat cliënt bij die verdomde liquidaties betrokken was!’

Aangezien ik wat achter loop met zittingen, vandaag nog een verslag van afgelopen donderdag 11 en vrijdag 12 juni. Het Openbaar Ministerie verzocht vrijdag 29 mei de gevangeneming van verdachte Dino Soerel. Dit omdat het OM vreest dat Soerel in aanmerking zou kunnen komen voor detentie-fasering met de daarbij horende verlofregeling, wat doorgaans gebeurt in de laatste fase van je detentie, waardoor hij mogelijk op vrije voeten zou kunnen komen. Soerel zit nu nog gedetineerd voor de zaak ‘Zuil’. Eind 2009 veroordeelde de rechtbank Soerel tot 7 jaar cel voor deze zaak. Soerel was toen nog voortvluchtig. Zuil draait om een reeks internationale drugstransporten, waarin Soerel een sleutelrol zou hebben gespeeld. Volgens het OM zou de detentie onder de titel van Zuil niet voldoende zijn en zou Soerel reeds een verlof-aanvraag hebben gedaan. Dit laatste wordt echter bestreden door Soerel met zijn raadslieden Mrs. Nico Meijering en Christiaan Flokstra, die konden reageren op de vordering.


Soerel zelf zei dat hij de vordering een grote teleurstelling vond omdat hij eigenlijk alleen had geïnformeerd of hij wel in aanmerking zou komen voor detentiefasering en daaruit bleek al dat het vrijwel geen zin had om het aan te vragen. Het OM is tegen, het GRIP is tegen en de directie van de Schie sluit zich aan bij het OM, dus in de praktijk komt hij toch niet in aanmerking voor verlof en blijft hij sowieso in detentie voor de zaak Zuil. Mocht Soerel echter opnieuw gevangen worden genomen en in voorarrest komen voor de Passage-zaak, zou hij zo’n 3 jaar verliezen, zo redeneert hij. Passage duurt misschien nog wel zo’n 2 jaar en hij moet in geval van vrijspraak, waar hij wel vanuit gaat, dan nog wel het restant van meer dan een jaar uitzitten voor de zaak Zuil. Dus je verliest al met al toch gauw zo’n 3 jaar, aldus Soerel.

Het Openbaar Ministerie had kort hiervoor de reeks ernstige bezwaren geformuleerd die er tot nu toe reeds lag en een aantal aanvullende ernstige bezwaren. Die laatste zouden erbij zijn gekomen sinds Fred Ros kroongetuige is geworden. Daarnaast werd er driftig geciteerd uit de verklaringen van de zussen Astrid en Sonja Holleeder en Sam Klepper’s weduwe Sandra den Hartog, maar ook en de Turk Hidr Korkmaz, getuige in de zaak ivm de liquidatie van Willem Endstra, kwam voorbij. Verder werden de reeks ernstige bezwaren herhaald die Soerel in eerste aanleg reeds ten laste werden gelegd en die nu het Hof moest overtuigen dat de vordering gevangenneming terecht zou zijn. Om dat te onderbouwen klonk opnieuw de reeks getuigen die in eerste aanleg veelvuldig te horen waren. Onder meer (anonieme bedreigde getuige) Q5, (bedreigde getuige) Alex de Boer, Fred Teeven, Maria Houtman Sander Hulsman, Arjen Kaale jr., Willie Lemoine, Lydia van der Hulst, een Baja Beachclub-getuige, een BED-getuige, Willem Endstra (de achterbankgesprekken), Rene van Deene, Maruf ‘Paja’ Mrzic, Ariën Kaale sr., Jan Brouwer (van Auto Brouwer) passeerden de revue.
Die ga ik nu niet allemaal herhalen. Ik denk dat de meeste lezers wel weten waar deze ernstige bezwaren uit bestaan.

De reden waarom het OM de gevangenneming van Soerel vordert is de volgende:
Advocaat-generaal Mr. Cynthia de Jong: De verwarring die is ontstaan over het feit dat de verklaringen van La Serpe die Holleeder aanwezen als opdrachtgever buiten Passage waren gehouden, bracht de rechtbank ertoe de lat voor de ernstige bezwaren hoger te leggen dan gebruikelijk en Soerel te onslaan uit voorlopige hechtenis. De rechtbank overweegt immers dat er naast de verklaringen van Peter la Serpe nog substantieel ander bezwarend materiaal moest zijn. De ernstige bezwaren uit de verklaringen van Q5, Alex de Boer, Fred Teeven, Maria Houtman en Willem Endstra (de achterbankgesprekken) zijn destijds gewogen en de rechtbank acht de genoemde bezwarende in onderlinge samenhang beschouwd van onvoldoende gewicht. Daartoe weegt mee dat het bezwarende materiaal deels van horen zeggen is, deels berust op een anonieme bron, deels het risico in zich draagt van overlap en deels teveel speculatieve stappen bevat. Vervolgens heeft de rechtbank de voorlopige hechtenis van Soerel opgeheven. Soerel zit op dit moment dus vast voor Zuil. Op 6 februari heeft Soerel een verzoek tot detentiefasering gedaan. Wij hebben begrepen dat Soerel ervoor gekozen heeft het verzoek tot detentiefasering uit te stellen. Niet uitgesloten kan worden dat Soerel alsnog in een inrichting zal worden geplaatst met regimair verlof, dan wel dat enig verlof zou worden toegestaan. (kortom: dat wil men dus niet bij het OM)

Aanvullende ernstige bezwaren:
Hierna vertelde AG mr. De Jong dat in september 2014 de kluisverklaringen van Fred Ros zijn overlegd en dat de inhoud van die verklaringen nieuw bezwarend materiaal is waar Ros diverse keren uitgebreid op zitting over is gehoord: In november 2014, januari 2015, februari 2015 en op 28 + 29 mei jl.. De meeste getuigenverhoren n.a.v de kluisverklaringen zijn afgerond. Gelet op de de stand van zaken t.a.v de detentie van Soerel en ook gelet op het feit dat het onderzoek i.v.m de kluisverklaringen van Ros grotendeels is afgerond, is naar oordeel van het OM nu het moment gekomen waarop Soerel opnieuw in hechtenis moet gaan voor Passage.

De nieuwe ernstige bezwaren vormen volgens het OM een belangrijke aanvulling op de reeds bestaande ernstige bezwaren en dienen daarmee in onderling verband in samenhang beschouwd te worden. Dat Soerel werd vrijgesproken had voor een belangrijke mate te maken met de bewijsuisluiting omdat de rechtbank in verwarring was gebracht nadat bleek dat La Serpe over Holleeder had verklaard dat hij opdrachtgever zou zijn. In de visie van de rechtbank kon Soerel het daarom niet zijn. In de visie van het OM echter, afgeleid uit de verklaringen van Fred Ros en Hidr Korkmaz kan volgens het OM worden afgeleid dat er geen sprake was van één statische organisatie met één opdrachtgever aan het hoofd, maar van een crimineel samenwerkingsverband tussen Holleeder, Hillis en Soerel, waarbij gezamelijk over beoogde moorden werd gesproken en waarbij in overleg opdrachten tot liquidaties werden verstrekt. Uit nadere verhoren en nader onderzoek zou zijn gebleken dat Holleeder en Soerel ook na de zomer van 2005 contacten met elkaar hebben onderhouden en dat die hebben voortgeduurd tot in elk geval 2011. Dit vormt een belangrijke weerlegging van de kern van het door Soerel gevoerde verweer, namelijk de door Soerel beweerde breuk tussen hem en Holleeder van vóór 2005.

Vervolgens werden de ernstige bezwaren voorgedragen door het OM met onder meer de hierboven genoemde getuigen. Er werd volop geciteerd uit verklaringen waaruit bewijs voor die ernstige bezwaren zou moeten blijken.

Hierna was de verdediging aan bod. De advocaten van Soerel, Mrs. Meijering en Flokstra, maar ook Soerel zelf, zijn veelvuldig aan het woord geweest om die ernstige bezwaren punt voor punt te fileren en te weerspreken. Soms bekroop mij daarbij even het gevoel dat we getuige waren van een klein procesje dat gevoerd werd binnen het enorme overkoepelende Passage-proces (in Hoger beroep). Als je het zo bekijkt was dus nu de verdediging aan zet met een tussentijds pleidooitje.

Mr. Nico Meijering was er wegens omstandigheden niet toegekomen om het in een pleitnota te zetten en had slechts aantekeningen gemaakt van waaruit hij zijn betoog gestalte gaf. E.e.a had te maken met het bestuderen van de verklaringen van dossier Viool dat het OM één dag voor deze zitting pas had toegevoegd aan het dossier, dus 28 mei. Dat waren 5 ordners in totaal, maar het bleek volgens Meijering ruim meer te zijn dan verwacht. Ook de verklaringen van Hidr Korkmaz, de zusters Astrid en Sonja Holleeder en Sandra den Hartog had het OM toegevoegd. Er kwam dus nogal wat op de verdediging af, aldus Meijering.

Over het niet op schrift stellen in een pleitnota onstond overigens later even een discussie, omdat het Hof vroeg of Meijering niet toch zijn aantekeningen ter beschikking wilde stellen aan het Hof. Dat wilde de raadsman liever niet omdat er nogal wat persoonlijke opmerkingen tussen de teksten waren gekrabbeld en hij vond het eigenlijk ‘Meijering-onwaardig’ om deze slordige aantekeningen aan het Passage-dossier toe te voegen, maar hij wilde het Hof echter wel tegemoetkomen. Hij verzocht het Hof daarom de tekst niet als officieel stuk toe te voegen, maar alleen als geheugensteuntje voor de raadsheren. Het Hof stemde daarmee in. Later bleek dat het OM de aantekeningen wilde inscannen en toch als officieel dossierstuk toe wilde voegen. Meijering was daar woedend over toen hij dat hoorde en verzocht op hoge poten het Hof het OM te verbieden het “stuk”, dat dus puur bedoeld was als geheugensteuntje, niet als offieel stuk toe te voegen. Meijering zag de bui al weer hangen, zei hij, want er stonden bepaalde eigen aantekeningen in en die zouden wellicht na toevoeging aan het dossier weer een geheel eigen gaan leven, aldus Meijering, en dat wilde hij absoluut niet. Uiteindelijk werd voor een tussenweg gekozen, dat Meijering op een later moment alsnog een gekuisde versie van zijn aantekeningen zou inleveren zodat het stuk in het dossier kan worden gevoegd.

Dit was nadat Meijering en Flokstra al de hele ochtend hadden staan pleiten. De advocaten van Soerel namen ieder enkele thema’s voor hun rekening. Mr. Flokstra nam bv. La Serpe voor zijn rekening, Hidr Korkmaz en de zussen Holleeder. Mr. Meijering het thema ‘brouillering’ (tussen Soerel en Holleeder o.a. vanwege naamsmisbruik door Holleeder), kroongetuige Fred Ros (onder meer over de z.g. ‘rondjes lopen’, waarbij Soerel en Ros volgens Ros over moordopdrachten zouden hebben gesproken), witwassen en de (vermeende) moordopdrachten op Kees Houtman en Thomas van der Bijl.

Over wat de raadslieden te berde brachten in de extra-beveiligde rechtszaal van het JCS op Schiphol kom ik zeker nog een keer uitgebreid op terug. Ik kan nu onmogelijk alles terughalen, maar enkele puntjes die me opvielen, kan ik er wel uitpikken. Interessant was ook dat Dino Soerel zelf behoorlijk lang aan het woord was. En ook de vragen van de voorzitter van het Hof die daaruit voortkwamen.

Enkele punten:

-Verdediging ziet de verklaringen van de dames Holleeder als ontlastend voor Soerel. Daar zou het naamsmisbruik van Soerel ook uit naar naar voren komen. B.v. dat Holleeder tegen zijn zus Astrid zegt: ‘Dat Dino hem in zijn melik krijgt’, en daar dan nog om lacht ook, dat zegt toch al behoorlijk wat, aldus Meijering, want waarom zou je daar om moeten lachen als het wel zo was? Zo moet je dit volgens mij ook lezen.

– Het OM vindt het opmerkelijk dat er ineens allemaal getuigen melden melden die zeggen wat te weten over Viool, de liquidatie van Cor van Hout. En dat deze zich bijna allemaal via het kantoor van Meijering meldden om erover te verklaren.
Meijering ontkent dat en begrijpt niet hoe het OM bij dat ‘bijna allemaal’ komt, want van deze getuigen: Martin Kok van Vlinderscrime, Scarlett Francini – oud cliënte van het kantoor, Danny Kuiters, Piet Schneider, Jesse Remmers en Ariën Kaale sr. hebben alleen Martin Kok zich bij Meijering gemeld (pas nadat hij dat reeds had getwitterd) en Francini, de weduwe van Charles Zwolsman, zijn via Meijering gaan verklaren. En volgens de raadsman is het niet zo vreemd dat mensen die meer te weten zijn gekomen gedurende het proces (of via een boek als De Ros Tapes bv.), en nu duidelijk werd dat Ros zichzelf kennelijk schoonpraat, terwijl deze getuigen (tot nu toe) zeggen het anders te weten of te hebben gehoord, dat die pas later naar voren komen. ‘En er gaan er nog wel meer komen ook’, denkt Meijering.

– Een belangrijk thema is de brouillering die ontstond tussen Soerel en Holleeder vanwege het naamsmisbruik door Holleeder. Zo vertelde Soerel dat die brouillering is ontstaan nadat hij van Ariën Kaale sr. had gehoord op een kampje bij Velsen dat Holleeder 100.000 eiste van Kaale.
Soerel: Ja, Holleeder claimde dat hij een ton van Kaale tegoed had. Dat had nog te maken met oude zaken van Cor van Hout. Kaale vertelde me dat Holleeder mijn naam had gebruikt.
Later had hij met Holleeder afgesproken op de Nieuwmarkt, waar een verhitte discussie over het naamsmisbruik zou zijn onstaan. Het begin van de verwijdering tussen Soerel en Holleeder.

– Meijering gaat verder: We zien dus in die verklaringen van de zussen Holleeder dat er niet van een samenwerkingsverband sprake is geweest, maar het OM legt het wel zo uit. Marco Proper, Danny Kuiters en Marcel Kaatee waren ook personen waarbij de naam van Soerel werd misbruikt, Ariën Kaale en Willie Lemoine vertelden dat aan cliënt. Ad van Hout (broer Cor van Hout zegt: ‘Tevens was duidelijk dat Soerel niet bij de groep of whatever van Holleeder hoorde’. Niets wijst erop dat cliënt bij die verdomde liquidaties betrokken was!

De advocaten van Soerel fileerden thema voor thema de ernstige bezwaren en wezen het Hof op tekortkomingen in de bewijskracht daarvan, naar mening van de raadslieden. In elk geval klonk in hun betoog door dat zij het bewijs onvoldoende vinden om Soerel opnieuw gevangen te nemen voor de Passage-zaak. Soerel blijft natuurlijk gewoon in detentie voor de zaak Zuil, dus er veranderd in principe weinig, maar Meijering noemde het wel ‘een belangrijk momentum’. Er hangt veel vanaf voor Soerel.

Over het naamsmisbruik wilde de voorzitter Mr. Ruud Veldhuisen wel wat vragen stellen aan Soerel zelf:

Voorzitter: Dat naamsmisbruik, dat Holleeder uw naam misbruikte. Je zou denken dat als mensen de naam van Holleeder horen wel even nadenken dat je moet oppassen. Mijn vraag is: Waarom denkt u dat Holleeder juist uw naam heeft misbruikt?
Soerel: Tja, ik denk misschien met fysieke verschijning, of vechtsport, of beruchtheid. Ik ben in het verleden veroordeeld in een zaak die ook ruchtmakend was. (De vechtpartij in Volendam met dodelijke afloop na klap met barkruk samen met mededader Martin Kok – red.) En zo kan het zijn dat men mij gebruikte als persoon waar je mee uit moet kijken.

Ook vraagt de voorzitter kort hierna aan Soerel of hij wetenschap heeft wie er achter de moord op Cor van Hout zit. De vraag kwam twee keer terug op een iets andere wijze, maar kwam op hetzelfde neer. Het had te maken met het naamsmisbruik door Holleeder en dat Soerel terughoudend is geweest in het noemen van namen van andere personen.
Soerel: Dat was ook mijn hapering om wat te verklaren over Van der Bijl. Ik wil niet mezelf vrijgesproken krijgen door naar andere te wijzen. Ik zit hier als verdachte en ik wil niet naar anderen wijzen.
Voorzitter: Dus als u wordt beschuldigd en veroordeling dreigt, gaat u niet vertellen hoe het wel zit, als u het wel weet?
Soerel: Nou, daar heb ik nog nooit bij stilgestaan. Het komt gewoon niet bij mij op.
Voorzitter: Als ik u nu vraag: Weet u wat van Cor van Hout, wie dat feitelijk hebben gedaan en wie de opdracht hebben gegeven?
(lange stilte)
Soerel: Ik wil er wel op antwoorden, maar ik doe het niet nu. Ik wil erover nadenken.
Voorzitter: Waarom? Is het niet uw burgerplicht om een afschuwelijk misdrijf op te lossen?
Soerel: Ja ik weet niet, misschien wel, maar ik zal nooit over anderen praten. Ik zal u een voorbeeld geven: Ik zat in de zaal Zuil en werd beschuldigd van iets wat ik niet had gedaan, maar een persoon die op mij leek. Toen heb ik het ook niet gedaan. Ik weet niet, het zit niet in me. De verklaringen van de zussen Holleeder en Sandra den Hartog spreken al voor zich. Ik denk dat het zo al duidelijk wordt. Maar het is nooit in mij opgekomen om anderen te misbruiken door geld te vragen om te verklaren. Ik wil het puur juridisch oplossen
Raadsheer: Duidelijk.

Dit was donderdag. Vrijdag vroeg de voorzitter het nog explicieter. Hij vroeg naar de achtergrond waarom Soerel niet wilde praten over andere mensen.
Het was als reactie op een zin in de vordering gevangenneming van het OM over de reden die Soerel genoemd heeft dat hij niet of nauwelijks uit eigen wetenschap kan of wil verklaren over de feiten, overtuigend of niet, ter verduidelijking over bv. de zaken Houtman en Van der Bijl.
Soerel: Volgens mij heb ik gisteren niet meer of minder gezegd dat ik vanaf het begin al bij de rechtbank, niet over andere mensen, noch over Holleeder, noch of andere verdachten, wil praten, maar alleen over mezelf.
Voorzitter: Ja… wat was ook weer de achtegrond daarvan?
Soerel: Omdat ik dat niet wil, ik weet niet…
Voorzitter: Is dat een soort achterliggend principe, of wat is dat?
Soerel: Nee, ik heb dat ook wel eens gehoord, daar ging het gisteren ook over, over principiëel enzo, ja u vroeg aan mij: is het wel eens in u opgekomen, of heeft u erover nagedacht? Nee, het is nooit bij me opgekomen, om over anderen te gaan praten. Ik heb dat niet gedaan bij Zuil, ik heb dat in andere zaken ook niet gedaan, het is niet bij me opgekomen, laat staan dat ik erover na heb gedacht….
Voorzitter: U beschrijft nu wat er allemaal wel en niet gebeurd is, maar mijn vraag is: Wat is de reden om deze houding te kiezen? … Dat is een keuze.
Soerel: Ja.
Voorzitter: U maakt een keuze.
Soerel: Ja.
Voorzitter: Je kunt namelijk zeggen ik ga over alles en iedereen iets vertellen als ik het weet, dat is de ene kant van het spectrum, de andere kant van het spectrum is: ik zeg alles, maar alleen over mezelf, niks over een ander. De vraag is waarom u die keuze zo maakt? Op welke overweging doet u dat?
Soerel: Eh… het zit er misschien gewoon in, ik weet niet of daar een principe of..of..
Voorzitter: Nee, maar ik heb het u gisteren ook gevraagd, het is niet iets uit een reflex, want het is iets waar je over nadenkt, of misschien heeft u er nooit over nagedacht. Een tijdje terug zei u, nee ik heb het nooit gedaan, maar ik vraag het u niet voor het eerst: Waarom doet u dat zo?
Soerel: Ja, dat is een houding van mij.
Voorzitter: Ja, en waarom heeft u die houding?
Soerel: Omdat ik niet over andere mensen wil verklaren.
Voorzitter: Ik heb het u gisteren nog gezegd, ik zei het met andere woorden: als iemand nou…
(Meijering zei wat tegen Soerel)
Voorzitter: Even niet er doorheen, even niet…
Meijering: Ja, sorry voorzitter, ik adviseer hem wat.
Voorzitter: Ja, maar u moet toch even mijn vraag af laten maken, dan kunt u daarna adviseren. Ehm, ik heb het gisteren in iets andere woorden gezegd, maar als iemand in een strafrechtelijke procedure met modder naar u gooit, dan kun je teruggooien, je kunt gaan zwijgen, je kunt dingen verzinnen, maar je kunt ook dingen zeggen die in uw beleving waarheid zijn, die u heeft gezien, ondervonden, het is opmerkelijk dat u ervoor kiest dat niet te doen?
Soerel: Ja, ik heb u dat gisteren ook uitgelegd. Ik heb ervoor gekozen om mijn onschuld aan te tonen met de feiten uit het dossier. Ik vind het dan een beetje flauw dat het OM het een beetje zo presenteert in het dossier, nee ik heb wel meer er omheen uitgelegd, uit eigen wetenschap, laat ik het zo zeggen, en daarnaast is mijn houding altijd geweest, in deze rechtszaak, maar ook in andere rechtszaken, dat ik niet over anderen… het ging dan nu specifiek over Holleeder… ja… dat doe ik niet. Dat doe ik niet nu en dat heb ik ook niet in het verleden gedaan.
Voorzitter: Maar stel je nu eens voor. Ik ga iets veronderstellen. Dat eh… in de zaak Van der Bijl of Houtman de suggestie komt dat u daar wat mee te maken heeft. Aan de andere kant hebben we Holleeder, die misschien uw naam misbruikt. Laten we er eens veronderstellenderwijs vanuit gaan dat u iets over Holleeder zou kunnen verklaren in die dossiers, waarom kiest u er dan voor om dat niet te doen?
Soerel: Ja ik..eh… ik denk dat ik in herhaling van antwoorden terugval…
Voorzitter: Ja, u merkt wel, ik probeer het te begrijpen. Ik hoor wel wat u zegt…
Soerel: Ja ik begrijp voor mezelf wel waarom ik iets niet doe. Kennelijk kan ik dat moeilijk overbrengen.
Voorzitter: Ik kijk even naar uw raadsman, die wil iets aan u zeggen.
Meijering: Nou, ik zou meneer willen adviseren het hierbij te laten.
Voorzitter: Oh… dat is wel jammer.
Meijering: Ja.
Voorzitter: Want ik hou altijd van gedachtewisselingen, maar als het dan…..
Meijering: Eh..nee maar, u weet, u kent mij inmiddels ook, het is een zeldzaamheid volgens mij, maar in dit geval adviseer ik mijn cliënt.
Voorzitter: Heeft dat ermee te maken dat u even zou willen overleggen of zegt u: helemaal niet? Want anders onderbreek ik even, als dat het is.
Meijering: Ja, misschien kunnen we wel even onderbreken.
Voorzitter: Ja, zullen we dat even doen?
Meijering: Graag.

De voorzitter besloot meteen een pauze te houden van 15 minuten, echter na de onderbreking besloten Soerel en zijn raadsman het hier verder bij te houden. Daarop sloot de voorzitter de zitting af.

Op maandag 29 juni om 12:30 zal het Hof de beslissing bekend maken.

Bondtehond bij het liquidatieproces

Dit bericht werd geplaatst in Liquidatie proces en getagged met , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s