‘Sreten ‘Joca’ Jocic – Opkomst en ondergang van de Joego-maffiabaas’

Sinds gisteren is het langverwachte boek ‘Sreten ‘Joca’ Jocic – Opkomst en ondergang van de Joego-maffiabaas’ verkrijgbaar in de boekhandel. Een echte aanrader. Bondtehond had het boek al vrij vlot in bezit. Mede omdat ik auteur Devid Ilievski twee keer heb mogen ontmoeten. Zelfs heb ik een bescheiden bijdrage mogen leveren aan het onderzoek van Devid, door hem in contact te brengen met Rodney G., een van de personages uit zijn boek. Rodney G. werd ooit verdacht van deelname aan de Dagobert-bende en in een zaak waarbij officier van justitie Koos Plooy doelwit zou zijn van een aanslag. Zowel Joca Jocic als Rodney G. waren verdachten in deze bizarre zaak. Beide (ex-)criminelen zaten destijds in de EBI te Vught. Daarover leest u in hoofdstuk 10 : Plan Plooy. Zeer interessant om te lezen voor de die-hard crimewatchers.

Fragment blz 130:
Rodney G. vertelt: ‘Volgens mij zat Sreten in cel 6 en ik in 5. We zaten in ieder geval ook naast elkaar,’ liet Rodney weten. ‘Merkwaardig was dat in het advies van de EBI voor mijn EBI–plaatsing de bedreiging van Plooij als een van de redenen genoemd werd. Dus kennelijk werd het wel gebruikt om mij te plaatsen in de EBI, maar was er voor vervolging geen bewijs.’ Na de zomer van 2003 werd G. van de Penitentiaire Inrichting Over–Amstel overgeplaatst naar Vught en leerde hij de andere verdachte in deze zaak kennen. ‘Sreten was de meest interessante gedetineerde die ik ben tegengekomen. En ik ben totaal (netto) achttien jaar gedetineerd geweest, dus heb veel medegedetineerden gehad.’

*

Ondanks de drukte rondom de verschijningsdatum van zijn boek waar de auteur jaren aan heeft gewerkt wilde Devid Ilievski voor Bondtehond nog wel wat vraagjes beantwoorden:

Bondtehond: Devid, we hebben elkaar nu twee keer ontmoet en ik heb jou leren kennen als een hardwerkende man met een sympathieke persoonlijkheid. Vanwaar jou interesse voor het milieu van de georganiseerde misdaad?

Devid: Van kleins af aan heb ik een interesse in criminaliteit gehad. Een van de eerste boeken die ik las was de Heinekenontvoering. Ik vond dat als 14-jarige een prachtig verhaal. Bepaalde aspecten van die wereld spreken bij mij tot de verbeelding. Het risico dat genomen wordt om aan geld te komen, het geweld en de spanning die daarmee gepaard gaat, is fascinerend. En dat komt vooral doordat moraliteit geen enkele rol speelt.

En vanwaar je interesse voor een persoon als de beruchte Joca Jocic?
Sinds 2005 schreef ik voor verschillende mannenbladen als Panorama, Nieuwe Revu en Aktueel over misdaad. Ik kwam er toen achter dat er veel over Jocic werd geschreven, maar dat het veel van hetzelfde was. Hij zou in 2000 achter de moordaanslagen op Jan Femer en Sam Klepper zitten en drie jaar later zou hij plannen hebben gehad om officier van justitie Koos Plooij om te leggen. Hoewel hij volgens justitie en de media achter tientallen liquidaties zou zitten, waren er alleen maar twee veroordelingen van hem bekend. Ik dacht: als hij werkelijk zo groot en gevaarlijk is als justitie doet vermoeden, dan moet hij meer op zijn kerfstok hebben. Met die gedachte ging ik op onderzoek uit.
Je hebt een Servische moeder en Macedonische vader. Denk je dat dat in je voordeel heeft meegespeeld dat Joca jouw wilde ontvangen?
Ik denk het wel. Hij refereerde er in ons eerste gesprek ook meerdere keren naar. Zo van ‘jij komt hier vandaan’. En: “De Servische mentaliteit hoef ik jou niet uit te leggen.” Maar ja, hij kwam er ook wel achter dat het mij te doen was om mijn werk als journalist. Ik wilde een zo genuanceerd mogelijk beeld geven van hem. Mijn Servische roots zijn daarin van ondergeschikt belang.
Hoe gingen die besprekingen vooraf ongeveer, via advocaten? Beschrijf dat eens globaal?
In het begin van 2012 stuurde ik hem een handgeschreven brief in het Servisch waarin ik aangaf een boek over hem te hebben geschreven dat binnenkort zou verschijnen. Mocht hij me willen ontmoeten, dan stond ik daar uiteraard voor open. Een paar maanden later belde ik met een van zijn advocaten en kwam via hem in contact met Jocics vrouw. Zij vertelde dat de onderzoeksrechter toestemming zou moeten geven voor mijn bezoek, omdat Jocic op dat moment (en nu overigens nog steeds) verdachte was in een andere moordzaak. Hij zou achter de dubbele moordaanslag op een Kroatische journalist en een collega zitten, die in 2008 in Zagreb bij een autobom om het leven kwamen. Na enkele schriftelijke verzoeken gaf de Servische onderzoeksrechter – tegen elke verwachting in – toestemming voor mijn bezoek.
Joca staat niet bekend als een persoon die de media opzoekt. Integendeel zelfs. Waarom denk je dat Joca voor jou een uitzondering heeft gemaakt?
Hij zit nu een elfjarige celstraf uit voor een dubbele moord in 1995 in Belgrado. De bewijslast in deze strafzaak is vrij summier en is uiteindelijk tot stand gekomen door inmenging van de Nederlandse justitie. De verklaringen van Zoran Djordjevic, een Joegoslavische crimineel die is opgenomen in een Nederlands getuigenbeschermingsprogramma,vormen het overgrote deel van de bewijslast. Jocic zag in mij de aangewezen persoon om de onbetrouwbaarheid van die kroongetuige aan te tonen, omdat ik onder andere beide talen spreek.
Uiteindelijk zit je daar dan voor die haast tot mythische proporties opgeblazen criminele persoonlijkheid. Wat was je eerste gedachte?
Dat hij met verve de rol van Tony Sopranos in de misdaadserie The Sopranos zou kunnen vertolken.
Hoe vond Joca dat jij een boek over hem had geschreven?
Hij was zichtbaar vereerd.
Had je de indruk dat er een gebroken man voor je zat?
Nee, helemaal niet. Hij maakte een zeer vastberaden, strijdvaardige en scherpe indruk.
Joca Jocic heeft een lange gevangenisstraf voor de boeg en mogelijk nog meer straf in het vooruitzicht. Heb je enig idee hoe hij daar tegenaan kijkt?
Nee. Maar hij is wel een crimineel die makkelijk kan zitten. Sommige criminelen houden het in de bak heel slecht uit, maar dat geldt niet voor hem. Je ziet aan hem dat hij van het leven houdt, wat dat betreft is hij een
optimist.
Sreten ‘Joca’ Jocic, Opkomst en ondergang van de Joego-maffiabaas ligt sinds 23 mei in de boekhandel. Halen dus!
Uitgeverij Nieuw Amsterdam
176 blz.
14,95 euro.

BESTEL HIER:

MWSnap398

Geplaatst in Crime | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Mr. Nico Meijering: ‘Maar… ze hebben dus op een bankje moeten slapen’

Proces Briard ligt voorlopig weer even stil. Woensdag bleek dat getuige Remko van Lent maandag 8 april naar de verkeerde rechtbank was gegaan. Het was de rechtbank opgevallen dat op de oproeping niets vermeld stond over de locatie waar de zittingen zouden plaatsvinden: nl. de Bunker in Osdorp. En dus niet de beveiligde rechtbank in Rotterdam, zoals voorzitter Mr. Jacco Janssen al zag afgelopen week. Volgens de officier wist men ten tijde van de oproep nog niet dat de zittingen verplaatst zouden worden. En hoe moet de getuige dan begrijpen dat hij in Amsterdam moest verschijnen?, wilde de voorzitter weten. Kennelijk dachten het zaaks-OM, dan wel het TGB-OM, dat de getuige toch niet zou komen.

Harrie Stoeltie en Bram Moszkowicz in Briard

Tijdens de zitting las Mr. Mark Teurlings, de advocaat van de vrouw van Donald Groen, enkele Tweets voor in de rechtszaal die net op Twitter waren gezet door Vrij Nederland-misdaadverslaggever Harry Lensink:

Mr. Teurlings: Ik geef het u mee!

(hard gelach op de tribune)

De soap rondom de zg. ‘kerngetuigen’ Remko van Lent en zijn vrouw Jessica bleek dus weer een nieuwe wending te krijgen. De voorzitter merkte op: Ik ben toch heel modern, maar dit is voor het eerst dat ik via een Twitter… eh sorry, via een Tweet feiten en omstandigheden tot mij krijg.

(weer gelach op de tribune)

De rechtbank ging erover in beraad. Ook over een binnengekomen PV van de CRC (coördinerend rechter-commissaris) over het contact van voormalig rechter-commissaris Stemker Köster die nu nog als enige contact onderhoudt via email met de getuigen. (buiten misdaad – verslaggever Harry Lensink dan, maar Lensink is geen officieel contactpersoon van de rechtbank)

Die emailwisseling riep vragen op bij de verdediging. Men verzocht eerder of deze als stukken zouden kunnen worden gevoegd, maar dat mocht niet van de CRC de heer Mul. Niemand mag de emails lezen vanwege het veelgebruikte argument dat er informatie in zou staan die de veiligheid van Van Lent en Van Boven zou raken. Er stond zelfs in het PV dat mogelijk de veiligheid van de RC in gevaar zou kunnen komen als de emails gevoegd zouden worden.

Voorzitter Mr. Janssen: We zijn toen naar het kabinet van de CRC, de heer Mul, gegaan en die zei dat we de email niet zouden krijgen.

Mr. Els van Nieuwenhuizen las in de PV dat de voormalig RC gewoon door is gegaan met onderhandelen en dat hij een cursus zou hebben gevolgd om zijn eigen veiligheid te waarborgen. ‘En nu neemt hij besluiten, terwijl deze rechtbank de leiding heeft in het onderzoek Briard?’, aldus Mr. Van Nieuwenhuizen. Ze vond het maar een vreemd idee dat een niet meer in functie zijnde RC onderhandelingen kan doen (lees: zo’n beslissing kan nemen over wel/niet laten lezen van emails) in een zaak waar deze rechtbank de leiding heeft.

Mr. Van Nieuwenhuizen: Het is toch niet mogelijk dat een RC die niet meer in functie is, dat die doorgaat met onderhandelingen terwijl het uw zaak is, waar u de leiding heeft? Het is toch gek dat hij doorgaat met handelingen waar niet om gevraagd wordt? Het kan toch niet zo zijn dat een niet meer functionerende RC dan doorgaat?

Voorzitter Mr. Janssen: Dat denk ik niet. Wat ik wel denk is dat mevrouw Van der Kolk (huidige zaaks-RC) contact op zal moeten nemen met de gewezen zaaks-RC om het lijntje op te pakken.

Mr. Nieuwenhuizen: Om het lijntje over te nemen!

Mr. Janssen: Ja, zo bedoel ik het…

De kerngetuigen Remko van Lent en Jessica van Boven hadden via de RC waarmee ze corresponderen via email laten weten wel bereid te zijn via een video-verbinding te willen getuigen. De mitsen en maaren kwam de getuigen echter op kritiek van de verdediging te staan aan het adres van de rechtbank. Van Lent stelde kennelijk voorwaarden over wie en wat er gefilmd zou mogen worden en vanuit welke hoek de camera zou moeten komen te staan. Dat schoot enkele raadslieden in het verkeerde keelgat. Het laatste woord is hier nog niet over gesproken. Wordt dus vervolgd…

Intussen waren er nog enkele Tweets binnengekomen van Harry Lensink en ook deze werden door Mr. Teurlings voorgelezen aan de rechtbank.

Mr. Teurlings: Staat u mij toe. Overigens niet om bommetjes te leggen, de bommetjes komen van buiten, maar het geeft aan hoe zeer de heer Van Lent er buiten mee bezig is.

Voorzitter Janssen: U bent inmiddels ook aan het Twitteren geslagen?

Mr. Teurlings: Ik heb er één geretweet.

Mr. Meijering: Doe nog even die van dat bankje. Dat is wel heel erg als je dat hoort.

Mr. Janssen: Nou ja, doe maar wel…

Het waren de volgende Tweets:

Mr. Teurlings: Dat is dus wat Harry Lensink heeft getweet.

Mr. Meijering: Maar… ze hebben dus op een bankje moeten slapen…

Voorzitter Mr. Janssen: Er staan wel bankjes op de Postemalaan…

Mr. Teurlings: En dan niet doorrijden naar Amsterdam. Dat heb ik nog wel aan Harry Lensink gevraagd: ‘Hoe zit dat, waarom reden ze dan niet door?’

Mr. Meijering: En als ik even mag reageren. Als ik dan het PV zie van de CRC… Zie hier het voorland van de “beschermde kroongetuige”, voor zover we daar niet al lang en breed in beland zijn hoor, maar we worden natuurlijk al lang en breed geterroriseerd door dit soort getuigen en vooral alle beschermingsmaatregelen die zo ongelooflijk noodzakelijk zouden moeten zijn, want wat mijn cliënt betreft is er geen enkele rede om hier te beveiligen en dat allemaal zo te regelen. Maar ja, dat gaat allemaal langs ons heen en dat betekent uiteindelijk als het openbaar ministerie zegt: ‘Oei oei oei, het is allemaal zo… het moet allemaal beschermd worden’. U wordt daar ook helemaal door verlamd, de CRC wordt daar ook weer door verlamd, en wat is dan de conclusie? Het is dat ‘het proces’ geterroriseerd wordt door dit soort praktijken en dit soort “vrienden”-verhoren. De getuigen houden ons allen in gijzeling.

Nog heel even. Als je dit nou ziet. Dit is een rechter-commissaris (leest voor): ‘Ondergetekende voegt eraan toe, en dat is geheel op eigen titel, dat de modaliteit van een poging tot aanvullend verhoor bepaalde integriteits-, veiligheid- en/of andere risico’s met zich mee kunnen brengen waarvoor de rechtbank als organisatie en werkgever van de zaaks-RC niet wenst in te staan’.

Mr. Meijering: Dit is toch… Hoe leg je dit uit? Aan wie, aan wie leg je dit uit? De integriteit… de modaliteit… waar gaat dit over? Er moet gewoon een getuige komen en dan ben je in dit soort situaties terecht gekomen. Ik vind het ook inmiddels… te dol.

Voorzitter Mr. Janssen: U koppelt hieraan ‘dol’ en uw confrère koppelt daaraan: we willen dat gewoon hebben dat PV, nou ja PV… die email, eh…maar de kern van dit verbaal is: U krijgt het nog niet. Ehm… het punt is een beetje, we kunnen niet verstrekken wat er niet is.

De verdediging bleef echter bij het standpunt dat de email(s) gevoegd moeten worden. Desnoods moet die tekst dan maar zwart, of van hun part oranje, gemaakt worden. De vraag aan de rechtbank was nu dus om toch nog een verzoek uit te vaardigen die email te voegen.

De rechtbank gaf tot slot aan aan dat het belangrijk is de lijntjes zo kort mogelijk te houden de aankomende dagen omdat er steeds meer vragen rijzen bij de verdediging, niemand nog weet hoe dingen zich zullen ontwikkelen en dat ontwikkelingen nogal snel kunnen gaan in deze zaak. De voorzitter zou de griffier laten vragen om een aanspreekpunt te vragen, ook telefonisch, waar partijen, met name de verdediging, is te bereiken in voorkomend geval er ontwikkelingen zijn.

*

‘s Middags deed Mr. Bram Moszkowicz een opheffingsverzoek-voorlopige hechtenis aan de rechtbank voor zijn cliënt Harrie Stoeltie. De raadsman hield een vlammend pleidooi van een kleine drie kwartier en vroeg primair schorsing van de voorlopige hechtenis voor onbepaalde tijd.

Officier van Justitie Mr. Greetje Bos vond in haar reactie dat het verzoek moest worden afgewezen omdat er nog forse verdenkingen liggen tegen de heer Stoeltie.

Mr. Moszkowicz zei daarop: Mevrouw de officier zegt, en dat was te voorzien, er liggen nog forse verdenkingen. Dat klopt. Er is alleen geen fors bewijs. Er is flinterdun bewijs. Dus: Ja, forse verdenkingen. Nee, bewijs!

De raadsman had ook nog een voorstel aan de rechtbank voor deze in beraad ging: Als u het nou koppelt aan de komst van de heer Van Lent, dan kan ik daar goed mee leven.

En zo geschiedde.

De beslissing van de rechtbank was nl. als volgt (samengevat):

Voorzitter Mr. Janssen: Van Lent en Van Boven komen op zitting. Althans dat bevelen wij en dat is uiterlijk 1 juni. Bij de veiligheidsmaatregelen is RC Van der Kolk betrokken. Zij gaat over de reis hier naartoe en de vergoeding. Indien de getuigen niet voor 1 juni worden gehoord, zal de rechtbank overgaan tot schorsing van de heer Stoeltie.

Richting Harrie Stoeltie: Simpel: Per is juni zal u worden geschorst als Van Lent niet komt opdagen.

Na afloop omhelste Harrie Stoeltie zijn raadsman Bram Moszkowicz vanwege deze bescheiden zege en zwaaide even met een grijns richting wat vrienden/kennissen op de publieke tribune.

Voor Mr. Moszkowicz was dit misschien wel (voorlopig?) zijn laatste optreden in de rechtszaal, mocht de uitspraak in Hoger Beroep maandag as. leiden tot schorsing of schrapping van het tableau.

Bij deze wens ik hem veel geluk en sterkte toe de komende dagen!

Wanneer het proces Briard precies verdergaat is nog niet bekend. Daarover volgt later bericht. Mogelijk pas na verlof van de rechtbank dat gepland staat voor begin mei.

Bondtehond bij het liquidatieproces ‘Briard’

Geplaatst in Proces Briard | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Mr. Bram Moszkowicz: ‘Het lijkt wel een koehandel!’

Het woensdag aangekondigde verhoor van TGB-officier Mr. Marjolein Verwiel in de Bunker liep niet helemaal op rolletjes en zal woensdag worden hervat. Deze zittingsdag werd gekenmerkt door het ruime aantal keren dat de rechtbank in beraad ging. De TGB-er had plaatsgenomen op het “getuigenbankje”, in de Bunker niet meer dan een stoel aan een tafel links voor in de rechtszaal. Ze zou het liefst onherkenbaar worden vermomd, zo verzocht het TGB-OM. Volgens de zaaks-officier had dat niet zoveel om handen als de verdediging kennelijk verwachtte, nadat een verdachte en enkele van de raadslieden protesteerden.

(samenvatting)

Mr. Mark Teurlings had gehoord van confrère Mr. Inez Weski dat mevrouw Verwiel wel vaker in het openbaar tijdens een cursus had opgetreden zonder vermomming. Hij vond dat de vordering daarom moest worden afgewezen.

Verdachte Donald Groen merkte droogjes op: Voorzitter, als mevrouw Verwiel onherkenbaar in beeld mag, mag ik dan ook een snor en een baard?

Voorzitter Mr. Janssen: U mag van mij u snor en uw baard laten staan.

Donald Groen: Nee maar, mag ik dan ook onherkenbaar zijn?

Voorzitter: Ik begrijp wat u zegt… ja. Maar ik kan daar geen antwoord op geven… behalve dan wat ik al zei.

Mr. Nico Meijering: Ik sluit mij graag aan bij de andere sprekers. Op het moment dat nu ook al de TGB-offcieren onherkenbaar gaan worden, dan ben ik bang dat we misschien wel krijgen dat je straks ook de zaaksofficieren onherkenbaar in de rechtszaal gaat krijgen en misschien wel de rechters… Ik vind dus dat we de vordering af moeten wijzen.

Mr. Els van Nieuwenhuizen: Ik stem niet mee in de vordering.

Officier van justitie: Om even te relativeren, mevrouw Verwiel komt hier niet in een Boerka. Daar zouden wij ook op tegen zijn. Ze heeft alleen wat andere make-up en een andere kleur haar. Er zitten hier ook mensen op de tribune die niet tot de groep professionelen hoort als bij zo’n cursus waar mevrouw Weski over het over heeft.

Mr. Bram Moszkowicz: Als ik dit argument hoor, zou ik willen voorstellen de deuren te sluiten, want dan valt dat argument dat zij zich dan in dat hok zou mogen verschuilen weg. Ik kies ervoor om mevrouw in de ogen te kunnen kijken.

Voorzitter: Nee nee, ze komt wel gewoon in de zaal zitten.

Mr. Moszkowicz: Oh, ik dacht dat ze in dat hok zou komen te zitten.

Voorzitter: Nee hoor. Laten we eerst maar even in beraad gaan.

Na dit eerste korte beraad besloot de rechtbank(voorzitter): ‘Dan gaan we nu verder met mevrouw Verwiel. We zullen het verzoek toewijzen. We vinden met name dat wat de officier zei, dat wat ze over dat punt naar voren bracht, omdat Mr. Verwiel een TGB-officier is, dat het wel kan. Dus dat gaan we straks doen’.

De voorzitter had voor het verhoor eerst nog een mededeling over afwezige (kroon-)getuige Remko van Lent. De getuige die in conflict is met TGB en nog steeds ergens op een geheime locatie verblijft, had contact gezocht per email met (naar ik begreep voormalig) RC Stemker Köster, en die had weer contact met de zaaks-RC van ‘Briard’ mevrouw Van der Kolk. Daarover heeft de rechtbank een Proces-Verbaal ontvangen van de coördinerend RC van de rechtbank Rotterdam de heer Mull. Van Lent had aan de RC gevraagd ‘of hij privé met de zittingsrechters kon spreken’ en daarbij aangegeven dat ‘het van belang voor hem is dat dat buiten het zaaks-OM om kan’. De RC had gezegd dat dat niet kan vanwege de onverenigbaarheid met de beginselen van strafvordering. De RC heeft wel toegezegd een bericht te zullen terugsturen waarin hij zegt dat hij mee zal werken aan een oplossing die wel wettelijk is toegestaan en recht doet aan de belangen van de verdachten.

Hoe verder? Later, na de middagpauze kwam daarop een antwoord van de voorzitter Mr. Janssen, die ook even diep zuchtte: De getuige Van Lent heeft dit voorstel in beraad en heeft in dit verband de zaaks-RC laten weten: ‘Ik zal daarop uiterlijk aanstaande zondag reageren. De zaaks-RC zal door mijn tussenkomst zo spoedig mogelijk reageren’.

Dat ontlokte Mr. Bram Moszkowicz de uitspraak: Krijgt u daar nou zelf ook niet genoeg van, voorzitter? Dat is een retorische vraag. Dit is toch een kwestie van gijzelen en de boel marchanderen? Het lijkt wel een koehandel! Sorry, ik wil dat toch ook voor het PV wel even hebben gezegd. Dan heb ik het maar gezegd. Dat staat wat beter. Ik wordt er echt misselijk van. We zijn hier al twee jaar mee bezig. En nu wil hij bedenktijd tot zondag?

Voorzitter: Ja…

Mr. Moszkowicz: Het wordt tijd dat er wat gaat gebeuren, vind ik.

Voorzitter: Jaha…

Mr. Moszkowicz: Ja, nee, ik doel dan eigenlijk op de voorlopige hechtenis. En ik wil daar…. ja sorry, ik hoop dat u mij dat toestaat, ik zal daarna mijn mond weer houden, maar ik wil daar toch wel een verzoek aan koppelen.

Later vroeg de raadsman van Harrie Stoeltie aan de voorzitter om 3 kwartier ‘in te ruimen’ voor aanstaande woensdag om een opheffingsverzoek voorlopige hechtenis te kunnen doen voor zijn cliënt. Dat was goed wat de voorzitter betrof.

De procesdag werd dus grotendeels besteed aan het getuigenverhoor van TGB-officier Mr. Marjolein Verwiel. Zoals gezegd verliep dat op momenten behoorlijk stroef, aangezien TGB-ers zich zoals gewoonlijk regelmatig (kunnen) beroepen op hun zwijgrecht ivm de veiligheidsaspecten rondom het traject van getuigenbescherming. De overeenkomst met getuigen Van Lent en Van Boven is weliswaar opgezegd, maar er is nog wel de zorgplicht van de Staat, die blijft hoe dan ook intact. Dat houdt in dat de officier op ogenschijnlijk simpele vraagjes geen antwoord kon geven omdat men nog steeds zorgdraagt voor de veiligheid van de getuige. Al zegt de getuige zelf anders…

Het contact met het TGB verloopt zoals bekend al sinds 2012 zeer slecht. Misdaadverslaggevers Marian Husken en Harry Lensink hebben daar destijds verschillende artikelen over geschreven in Vrij Nederland: Artikel I + Artikel II. Dat was kort nadat Remko van Lent en partner Jessica van Boven contact met hen hadden gezocht middels deze ‘noodbrief‘.

De advocaten en rechters onderwierpen Mr. Verwiel aan een pittig verhoor. Daaruit bleek gedurende de verloop van het gesprek dat getuige Van Lent als een onbetrouwbare onderhandelingspartner wordt gekwalificeerd door het TGB. Van Lent reageert niet op oproepen, kwam met eisen die onbespreekbaar waren, omdat die op geen enkele manier gerelateerd waren aan veiligheid, aldus Verwiel, en hij gaf geen gehoor aan oproepen door de arbiter nadat de getuige reeds verscheidene arbitrage-procedures had opgestart vanwege het conflict dat Van Lent zegt te hebben met TGB.

Waar het conflict over gaat kon Mr. Verwiel niet zeggen. Maar dat is nou precies waar de advocaten achter wilden komen en wat er zoal is ondernomen om het conflict bij te leggen of om de getuige op zitting te krijgen. Volgens Mr. Verwiel zijn er meerdere pogingen ondernomen, voor het laatst in december 2012. Mr. Nico Meijering vroeg of er daarna nog pogingen zijn ondernomen, waar ontkennend op werd geantwoord. En waarom dan wel niet? Volgens Mr. Verwiel omdat duidelijk was dat pogingen op niets uit zouden lopen en dat zoiets waarschijnlijk op wederom een heilloze poging uit zou lopen

Mr. Nico Meijering: Ik heb begrepen (onder meer uit de publicaties in Vrij Nederland) dat hij wel graag wil komen, maar dat de Staat zijn afspraken niet nakomt. Er zouden kosten vergoed worden om hier naartoe te komen. Kortom, je ziet dat hij wel hier naartoe wil komen.

Mr. Verwiel vertelde (onder meer) dat het een aantal keer is voorgekomen, als men van het TGB dacht dat het voor elkaar was en dat Van Lent eindelijk leek te zullen komen, dat Van Lent toch weer zijn eisen bijstelde en dat het toch weer op niets uitliep. ‘Eisen die niet gerelateerd zijn aan getuigenbescherming en daar zijn wij niet voor’, aldus Verwiel.

(later)

Mr. Meijering: Ik had begrepen dat de heer Van Lent op een gegeven moment is gaan refereren aan het Passage-proces, met name aan hetgeen gebeurd is met de heer La Serpe. Moet ik het ook zo zien dat hij eisen heeft gesteld van: en dan moet ik een paar ton voor dit, en een paar ton om mijn eigen veiligheid te regelen, een paar ton voor bewoning en om wat te kunnen kopen, een paar ton om een bedrijf te kunnen opbouwen en een jaarlijkse toelage om zijn eigen veiligheid te kunnen regelen?

Mr. Verwiel: Nee, meneer Van Lent was al failliet op het moment van de overeenkomst en in het convenant was een bepaling opgenomen dat wanneer een faillissement zou ontstaan dat over betalingen die niet te relateren zouden zijn aan veiligheid met de curator contact zou moeten worden opgenomen. En de heer van Lent was al in een vroeg stadium failliet. Natuurlijk is hem medegedeeld dat hij zijn leven weer zou kunnen opstarten en dat er voor levensonderhoud betaald zou worden. Maar meneer van Lent kent het convenant en weet dus heel goed hoe de vork in de steel zit.

Voorzitter Janssen: Even concreter, we weten dat in de zaak met meneer Soerel en anderen, waar meneer Meijering het over heeft, een bedrag is betaald dat aan de forse kant was voor de rechtbank. En de vraag van de heer Meijering is nu: Is er iets soortgelijks afgesproken met meneer Van Lent?

Mr. Verwiel: Nee. Als dat al aan de orde zou zijn, dan zou dat vanwege de verplichtingen die hij heeft naar allerlei schuldeisers niet zomaar kunnen.

Voorzitter Janssen: Ja, tenzij het is voor zijn veiligheid, zou je dan denken.

Mr. Verwiel: Ja, maar dan is dat zeker iets wat eerst met de curator besproken zou moeten worden.

Voorzitter: Dus eigenlijk zorgt u in natura voor zijn veiligheid?

Mr. Verwiel: Ja, nu dus intussen niet meer, maar dat is natuurlijk wel… Ja, dat klopt. In beginsel zorgen wij dat meneer en mevrouw kleren aan kunnen trekken.

Voorzitter: En eten…

Mr. Verwiel: En eten.

Voorzitter: U zorgt voor geld voor eten en dat soort dingen.

Mr. Verwiel: Ja.

Tot zover. De middag werd nog grotendeels besteed aan het ondervragen van mevrouw Verwiel.

De rechtbankvoorzitter vond op een gegeven moment echter dat de scherpte er een beetje af begon te raken bij de rechtbank en dat is toch wel nodig in deze zaak. Ook dacht de rechtbank dat het misschien wel goed is dat de raadslieden en de officieren zich zouden herbezinnen welke vragen er nog gesteld moeten gaan worden. Dat kan beter nadat de getuige zondag heeft gereageerd en de email van de RC die men verwacht in verband daarmee binnen is.

Woensdag gaat het Briard-proces verder.

Bondtehond bij het liquidatieproces ‘Briard’

Geplaatst in Proces Briard | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Rechtbank: ‘Alle overige verzoeken van de verdachte Donald Groen worden afgewezen’

Een zeer korte zitting woensdagochtend in het Briard-proces. De rechtbank maakte de tussenbeslissing bekend inzake de onderzoeks- wensen die de advocaten van de verdachten maandag indienden. De verdediging had verzocht een groot aantal getuigen te horen. Mrs. Nico Meijering en Leon van Kleef, de advocaten van Donald ‘Don’ Groen, alleen al zo’n 32 (!) getuigen. De meeste getuigen werden vanmorgen echter afgewezen door de rechtbank. Dit (natuurlijk) tot ongenoegen van beide raadslieden die de zaak van Donald Groen pas laat op zich namen. Welke stappen nu door hen zullen worden gezet, zijn vooralsnog onbekend. Toen ik de Bunker verliet zou er in ieder geval nog overleg gepleegd worden met de voorzitter.

Briard in de Bunker

De rechtbankvoorzitter Mr. J. H. Janssen van de Rotterdamse rechtbank die de zaak in de Osdorpse Bunker-rechtbank behandelt, besliste wel dat TGB-officier van justitie mr. Marjolein Verwiel naar de bunker moet komen om helderheid te verschaffen waarom het nog steeds niet is gelukt de zogenaamde ‘kerngetuigen’, Remko van Lent en Jessica van Boven, in de rechtszaal te laten komen om te getuigen. Zij hebben tot nu toe de belangrijkste belastende verklaringen afgelegd en de verdediging wil hen daar over kunnen horen op zitting.

TGB-officier Mr. Verwiel is belast met het getuigenbescherming, echter gedurende het onderzoek kregen Van Lent en zijn partner een conflict met het TGB dat tot op heden nog voortduurt. De getuigen- beschermingsmaatregelen werden daarom beëindigd. Het Openbaar Ministerie heeft er volgens de rechtbank te weinig aan gedaan deze kerngetuigen op zitting te krijgen, aldus voorzitter mr. Janssen.

Lees hier integraal de beslissing van vanmorgen:

RECHTBANK ROTTERDAM

Straf team 1

Datum uitspraak: 10 april 2013

Beslissingen in onderzoek ‘Briard’

Rechtbankvoorzitter mr. J.H. Janssen:

‘Vooropgesteld wordt dat de verdachte Donald G. zijn procespositie en/of zijn proceshouding vanaf oktober 2011 heeft bepaald in samenspraak met mr. Moszkowicz. Door deze raadsman zijn veel verzoeken gedaan en door de rechtbank zijn veel van deze verzoeken toegewezen. Met instemming van deze raadsman en ook die van alle andere procespartijen is de inhoudelijke behandeling van de zaak Briard geappointeerd en is deze behandeling afgelopen maandag aangevangen.

Bij deze stand van zaken ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of er ruimte is voor toewijzing van verzoeken die thans door de nieuwe raadslieden van de verdachte Donald G. zijn gedaan. Het antwoord op die vraag is dat die ruimte slechts bestaat indien uit nieuwe feiten en omstandigheden de noodzaak tot het doen van dat gevraagde nadere onderzoek is gebleken. Een dergelijke nieuwe omstandigheid is niet dat de verdachte nieuwe raadslieden heeft gekozen, noch zijn – mogelijk mede hierdoor – veranderde proceshouding.

Het is in de eerste plaats deze achtergrond waartegen de rechtbank de gedane verzoeken heeft beoordeeld. Toepassing van dit criterium leidt tot toewijzing van de gevraagde getuigen Pellekooren en Sanders in de zaak van de verdachten Donald G. en F. K.

Daarnaast bestaat, gelet op hetgeen in het Briard onderzoek reeds eerder is gebeurd en beslist en de omstandigheid dat de getuigen Van Lent en Van Boven (hierna: de kerngetuigen) op 8 april 2013 niet zijn verschenen om te worden gehoord, een ander/aanvullend kader waarbinnen de rechtbank de ingediende onderzoekswensen heeft geplaatst en beoordeeld, hetgeen in alle zaken in het onderzoek Briard leidt tot de navolgende vaststelling van feiten en de daarop volgende beslissingen.

Op de zitting van 9 januari 2012 heeft de rechtbank beslist dat de kerngetuigen dienden te worden gehoord en heeft zij de stukken in handen gesteld van de rechter-commissaris. De rechtercommissaris heeft gedurende maanden zeer vele inspanningen verricht om tot een verhoor te komen. Die inspanningen hebben evenwel niet tot meer resultaat geleid dan tot een één op één gesprek met Van Lent en een kort verhoor met Van Boven (zie o.m. verslag rechter- commissaris d.d. 14 december 2012).

De rechtbank heeft in samenwerking met de TGB-officier van justitie mr. Marjolein Verwiel in het weekend volgend op 28 September 2012 getracht tot een verhoor te komen toen bleek dat de kerngetuigen mogelijkerwijs in Nederland zouden gaan verblijven (een en ander zoals onder meer beschreven in de brief van de voorzitter van 18 februari 2013 en zoals op de zittingen van 14 februari 2013 en 8 april 2013 is uiteengezet).

Op de zitting van 1 oktober 2012 heeft de rechtbank vastgesteld dat ten aanzien van de kerngetuigen zich niet een situatie voordeed als bedoeld in artikel 288 lid 1 aanhef en onder a Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) en heeft zij bevolen dat de kerngetuigen voor een volgende zitting opnieuw moesten worden opgeroepen.

Op de zitting van 13 december 2012, in de zaken van de verdachten Donald G. en Harry S., heeft de officier van justitie de rechtbank medegedeeld dat de kerngetuigen weliswaar waren opgeroepen, maar dat de oproepingen de beide getuigen niet hadden bereikt.

Op de zitting van 14 februari 2013, in de zaken van de verdachten Donald G. en Harry S., heeft de rechtbank opnieuw bevolen dat de kerngetuigen tegen de nadere inhoudelijke behandeling dienden te worden opgeroepen.

Op de zitting van 9 april 2013 heeft de rechtbank een proces-verbaal ontvangen, opgemaakt door de TGB-officier van justitie, mr. Marjolein Verwiel, waaruit in ieder geval niet blijkt dat de oproepingen de kerngetuigen hebben bereikt.

Deze gang van zaken overziend, stelt de rechtbank vast dat de rechter-commissaris en de rechtbank (in voorkomende gevallen met medewerking van de TGB-officier van justitie) datgene hebben gedaan dat redelijkerwijs binnen hun mogelijkheden en bevoegdheden lag, om te bewerkstelligen dat de getuigen, in tegenwoordigheid van de verdediging, zouden kunnen worden gehoord. Dát kan van het handelen van het openbaar ministerie, sinds de zitting van 1 oktober 2012, in geen geval worden gezegd. Gelet op het belang van de verklaringen van de kerngetuigen had van het openbaar ministerie een grotere inspanning mogen worden verwacht om deze getuigen op zitting te krijgen dan louter aan de wettelijke oproepingseisen te trachten te voldoen. Dit laatste heeft tot gevolg dat thans nog immer niet kan worden geoordeeld dat ten aanzien van de kerngetuigen zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 288 lid 1 aanhef en onder a Sv.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank thans de oproeping van TGB-officier van justitie mr. Marjolein Verwiel bevelen. Zij zal zo spoedig mogelijk dienen te worden bevraagd over de gang van zaken rondom de oproeping van de kerngetuigen sinds 1 oktober 2012. Voorts zal in ieder geval met haar worden besproken wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn om de kerngetuigen binnen de kortst mogelijke termijn ter zitting te doen verschijnen teneinde te worden gehoord.

In het licht van het voorgaande zal de officier van justitie worden gevraagd zo spoedig mogelijk een proces-verbaal te doen opstellen omtrent de verdenkingen die kennelijk zijn gerezen tegen de getuige Van Lent. Dit proces-verbaal zal tevens, voor zover de opportuniteit dit toelaat, een zakelijke weergave dienen te bevatten van wat het onderzoek tegen deze Van Lent inhoudt en wanneer een mogelijke vervolgingsbeslissing te verwachten valt.

Indien de rechtbank na het verhoor van TGB-officier van justitie mr. Verwiel tot de conclusie komt dat verdere oproeping van de kerngetuigen zinloos is en aldus zich de situatie als bedoeld in artikel 288 lid 1 aanhef en onder a Sv voordoet zal de rechtbank de navolgende onderzoekswensen honoreren als formele compensatie voor het feit dat de kerngetuigen niet kunnen worden ondervraagd, maar dan ook alleen in dat kader:

  • horen van TGB-officier van justitie Mr. Verwiel;
  • horen van de leider van het onderzoek Briard;
  • horen van de zes verbalisanten: RN-C02,  MN-C02,  W.M. Douma,  K. Alserda,  J. van Ee en B. Kamstra.
  • toevoegen aan het dossier van de niet ingebrachte verklaringen van getuige Van Lent waarbij de passages die betrekking hebben op een mogelijk ander onderzoek onleesbaar zouden kunnen worden gemaakt.

Alle overige verzoeken van de verdachte Donald G. worden afgewezen.

In het voorgaande liggen de toe- en afwijzende beslissingen op de verzoeken van de andere raadslieden besloten.’

Vrijdag 9:30 verder met het verhoor van mr. Marjolein Verwiel.

Bondtehond bij het liquidatieproces ‘Briard’

Geplaatst in Proces Briard | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Nico Meijering: ‘Cliënt denkt dat er een bonnetje openstaat’

De inhoudelijke behandeling van de zaak Briard is maandag van start gegaan in de Bunker te Osdorp. Even wat anders dan Passage… De zaak omvat een reeks afpersingen waarvan Donald Groen, Harrie Stoeltie en Michel Groen de hoofdverdachten zijn. Het betreft enkele afpersingen van o.a. de drugshandelaren Ferenc J. en Erik B., enkele antiekhandelaren in de wereld van de antiek(e klokken) en (kroon)getuige Remko van Lent met zijn vriendin Jessica van B., gedurende een periode van een slordige 6 jaar. De laatste twee verblijven op een onbekende locatie na conflicten met het TGB (Team Getuigen Bescherming). Mogelijk ergens in het buitenland.

DonaldGroen

De zitting begon reeds om 9:00. De bunker rechtszaal was als vanouds weer eens gevuld met zwarte toga’s aan zijde van de aanwezige verdachten en zaten verspreid door de hele zaal. Van achter gezien zat links vooraan Donald Groen met aan weerszijden zijn advocaten Mrs Nico Meijering en Leon van Kleef, rechts zat Harrie Stoeltie met naast zich Mr. Bram Moszkowicz. Verder aanwezig, voor zover ik kon zien waren Mrs. Mark Teurlings, Els van Nieuwenhuizen, Van Straten, Van Stratum, Verbeek en Van Heijningen (voornamen mij (nog) onbekend) aan zijde van hun cliënten.

Het is volgens de verdediging duidelijk dat het venijn zit in de afpersingen, aldus Mr. Nico Meijering, die samen met zijn confrère Mr. Leon van Kleef de nieuwe advocaat van Donald Groen is, hoewel de overige tenlaste gelegde feiten, onder meer witwassen, niet gebagatelliseerd moeten worden. Het is ook duidelijk dat aan de afpersingsfeiten het zwaarst getild wordt door het OM. Het onderzoek Briard richt zich primair op hun cliënt.

We zien dat het dossier inmiddels het beeld is gaan uitstralen van een beestachtig, niets en niemand ontziende persoon die gedurende jaren grootschalig slachtoffers is gaan afpersen. Donald Groen wordt neergezet als een afperser waaraan eerder voor afpersing veroordeelde verdachten een spreekwoordelijk puntje zouden kunnen zuigen. Hij zou niet onderdoen voor personen als Willem Holleeder (in Kolbak) en Itzhak Meiri.

Er is volgens de verdediging echter wel een wezenlijk verschil dat in afpersingszaken gemaakt kan worden. Om het verschil maar simpel te duiden: een slachtoffer kan zijn eigen geld afgeperst worden, maar kan ook afgeperst worden van geld dat rechtens zijn (vermeende) afperser toekomt. Dat laatste mag ook niet, maar ligt toch aanzienlijk anders dan de andere variant.

Donald Groen zou volgens het dossier zich schuldig maken aan “een zeer geraffineerde werkwijze betreffende het afpersen van personen”. Er zou sprake zijn “van een opeenstapeling van misleiding, manipulatie, intimidatie en dreiging met geweld” en van “een bewuste werkwijze”. Er zou betrokkenheid zijn van meerdere verdachten die “lijken elk op eigen wijze een significante rol te spelen bij de afpersingen”. Volgens het verbaal “lijkt het gerechtvaardigd om te spreken van een bepaalde roldifferentiatie” van betrokkenen. De modus operandi zouden “in verschillende fasen” kunnen worden onderverdeeld. Er zou eerst “een bepaald probleem gecreëerd” worden, “of een feitelijk bestaand probleem worden aangegrepen. Vervolgens krijgt het slachtoffer’hulp’aangeboden voor een oplossing voor deze problemen in de vorm van bemiddeling”. Er zou verder sprake zijn van een “procesmatig en vaak cyclisch verloop” van de afpersingen.

Mr. Nico Meijering: Als we het allemaal zo lezen is hier aldus sprake van een jarenlang opererende gesmeerde organisatie – met cliënt als hoofdverdachte of misschien wel leider – die op geraffineerde wijze het land afpersend onveilig heeft gemaakt, telkens weer met dezelfde modus operandi bestaande uit verschillende fasen: contact- of aanloopfase; bemiddelingsfase; drukopbouw en escalatie. De organisatie bestaat volgens de recherche uit contactmakers, vertrouwenspersonen, bemiddelaars, controleurs, agressors en regisseur(s). Het is een analyse van de feiten die – indien die door uw rechtbank in vonnis zou worden overgenomen – welliswaar niet tot straffen zou kunnen leiden zoals hiervoor aangehaald in de zaken tegen Holleeder en M., maar toch serieuze consequenties voor cliënt tot gevolg zouden kunnen hebben.

De vraag is echter of de recherche en het OM ook zelf daadwerkelijk geloof hechten, althans nog steeds geloof hechten aan het bestaan van een dergelijk geraffineerd en gesmeerd opererende organisatie. Zou er misschien een totaal andere analyse moeten passen bij de feiten zoals die in het dossier zijn opgetekend en zouden recherche en OM daar zelf in essentie ook meer en meer in zijn gaan geloven?

Wij denken dan aan de analyse dat in het geheel geen sprake is geweest van vooropgezette, uitgedachte gesmeerde wijzen van afpersen, maar van meerdere incidenten waarbij sprake was van normaal tot stand gekomen verplichtingen van derden aan betrokkenen, en dat vanwege niet nakoming de spanningen zijn opgelopen en nu en dan uitgedraaid zijn op onvriendelijke bejegening en een enkele keer ruw gedrag zoals vernieling (T.), tot een schop onder de kont (Van Lent).

Dat de recherche en het OM zelf ook minder lijken te geloven in de analyse van een gesmeerd lopende afpersingsorganisatie, moge in de eerste plaats reeds blijken uit het feit dat bijvoorbeeld deelname of leidinggeven aan een criminele afpersingsorganisatie niet tenlastegelegd is (in tegenstelling tot bijvoorbeeld genoemde Kolbakzaak). Maar het blijkt ook wel overigens uit het dossier.

(samengevat) Cliënt heeft met ons gesproken en heeft ons kunnen overtuigen dat hij zijn visie op de zaak kan geven en daarover te zullen verklaren. Cliënt zal zelf op zitting over feiten en beschuldigingen verklaren en vragen beantwoorden.

De rechtbankvoorzitter onderbrak de raadsman en vroeg of Donald Groen eerst zelf kon aangeven waarom hij van raadsman was gewisseld. Dat kon.

Donald Groen: U wilt weten waarom ik van advocaat ben gewisseld?
Voorzitter: Jawel.
Donald Groen: Ik heb de volgende punten opgeschreven:

- Mijn ex-advocaat is maar 2 keer 1,5 uur op bezoek geweest;
- Ik heb vragen gesteld die nooit zijn gesteld in de rechtszaal;
- Er zijn getuigen niet opgeroepen;
- Er is mij nooit wat gevraagd over de zaak;
- Mensen van het kantoor vertelden dat Bram ook niets over de zaak wilden horen;
- Mijn aantekeningen zijn niet besproken;
- In de gevangenis wilde Bram ook niet over mijn dossier praten;
- Achteraf was mijn vertrouwen misplaatst.
Voorzitter: Dank u wel.

De verdediging van Donald Groen ging vervolgens meteen verder met bespreking van de visie van hun cliënt.

Mr. Meijering: Cliënt kan zich niet aan de indruk onttrekken dat er ergens een zogenoemd justitieel ‘bonnetje’ tegen hem openstaat. Een bonnetje naar aanleiding van het feit dat cliënt in het verleden in beeld is gekomen bij, en met (vermeend) “grote namen” die figureren en figureerden in het zogenaamde milieu. Mogelijk dat daardoor de analyse van de in het dossier opgetekende feiten danig is opgeklopt.

Zuiverder zou het echter zijn om te rekenen met het feit dat cliënt -die tegen de 50 loopt- in het geheel geen antecedenten heeft en al jaren een eigen bedrijf runt. Het is de vraag of dat past bij het beeld dat in het dossier omtrent cliënt wordt opgeroepen. En of het beeld van de miljoenenafpersing gedurende jaren wel past bij wat de recherche aan vermogen -voor zover daarvan gesproken kan worden- tot cliënt heeft kunnen terugbrengen.

De verdediging ging vervolgens in op de visie van hun cliënt op de verschillende zaaksdossiers.

Samengevat waren dat de volgende:

De zaak Van Lent;

De zaak B. en J.;

Cliënt: handelaar in, en restaurateur van Antieke klokken

De zaak Toebosch;

De zaak Lolkes de Beer;

De zaak Degenaar;

De kwestie Vadertje Tijd;

De zaak witwassen Nieuw-Buinen;

De zaak witwassen Epoque;

De zaak beïnvloeding getuigen.

Kom daar nog zeker op terug. Aankomende week gaat de rechtbank de verdachten horen op zitting. Ongetwijfeld komen zaken dan inhoudelijk aan de orde.

De verdediging had meteen al een hele reeks onderzoekswensen. Ik zal me vandaag beperken tot het pleidooi van Mr. Meijering en zijn onderzoekswensen, hoewel de andere advocaten natuurlijk ook aan het woord zijn geweest met ieder een aantal eigen wensen en/of verzoeken. Echter Meijering en Van Kleef kwamen voor vandaag met het meest uitgebreide pleidooi en aanverwante verzoeken/wensen. Een aantal advocaten hielden de middag reeds rondom het middaguur voor gezien.

De kroongetuige kwam ook ruimschoots aan de orde in het pleidooi.

De kerngetuige is Remko van Lent, aldus Mr. Meijering, aangezien zijn partner Jessica van B., hoewel er met haar ook een deal is gesloten, als een de-auditu getuige, oftewel ‘een van horen zeggen van Van Lent-getuige’, kan worden gekwalificeerd.

De grote vraag is (samengevat) of Van Lent nou geen mega-belang heeft om onder zijn schuldeisers uit te komen waar hij al gauw zo’n 9 miljoen aan schulden heeft openstaan, onder meer bij de fiscus zo’n 550.000 euro en zo’n 8,1 miljoen aan concurrerende crediteuren. Van Lent zit dus dik in de schulden en dan hebben we het alleen over de schulden die zichtbaar zijn geworden. In de Quote had een curator het zelfs over ‘tussen de 10 en de 20 miljoen euro’.

Kortom: Het roept het beeld op van een persoon die een megabelang had om te kunnen verdwijnen, om zijn schepen achter zich te verbranden en zonder schulden een nieuw leven op te bouwen. En dat kon alleen in het buitenland. Maar dat gaat niet zomaar. Dat kost geld, heel veel geld. Echter crediteuren kunnen hun debiteur ook in het buitenland achterhalen en aldaar procederen om hun geld te krijgen. Er was slechts één uitweg: met behulp van de Staat een verzorgd beschermingsprogramma met een nieuwe identiteit. Niemand anders kan een dergelijk nieuwe leven regelen en verzorgen, aldus Meijering.

Tot slot verzocht de verdediging een hele reeks getuigen te horen en hadden de raadslieden van Donald Groen aansluitend de onderzoekswensen. Ook daar kom ik nog wel op terug.

Later in de week……

Bondtehond bij het Liquidatieproces  ‘Briard’

Geplaatst in Proces Briard | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Advocaat Jesse Remmers: ‘De tweede ronde kan beginnen’

De advocaat van Jesse Remmers, Mr. Sander Janssen, is sinds 2002 advocaat bij Cleerdin & Hamer Advocaten in Amsterdam. Hij heeft een volledig strafrechtelijke praktijk bestaande uit ondermeer zware geweldzaken, fraude, georganiseerde (drugs-) criminaliteit en economische delicten. Mr. Janssen is partner van de maatschap van het kantoor sinds 1 januari 2009. Voordat mr. Janssen advocaat werd, was hij werkzaam als docent Strafrecht aan de Universiteit Leiden. In zogenaamde Postacademische Opleidingen geeft mr. Janssen in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam les aan andere advocaten. De laatste jaren heeft hij met name bekendheid gekregen als advocaat van hoofdverdachte Jesse Remmers in het Amsterdamse liquidatieproces Passage.

SanderJanssen.RobertMalewicz.JesseRemmers

Mr. Sander Janssen komt in zijn column op de misdaad-website Crimescene.PRO terug op de uitspraak van afgelopen dinsdag en blikt alvast vooruit naar een tweede ronde liquidatieproces. Passage II in aantocht? Als het aan Janssen ligt wel. Samen met confrère Mr. Robert Maliwicz bereidt hij zich op voor een volgende termijn nadat hun client Jesse tot een levenslange gevangenisstraf is veroordeeld. De teleurstelling is groot, maar Jesse, Mr. Janssen en Mr. Maliwicz zijn strijdbaarder dan ooit.

Lees: DE TWEEDE RONDE

Mr. Sander Janssen: Op 29 januari 2013 is er na vele jaren een einde gekomen aan de eerste ronde van het Passage-proces. De rechtbank heeft vonnis gewezen in de zaken van alle verdachten, en beslissingen genomen over de zeer vele door de verdediging gevoerde verweren.

Het vonnis wat mijn cliënt Jesse R. beslaat meer dan 200 pagina’s en ziet behalve op de verschillende aan Jesse ten laste gelegde feiten, op de rechtmatigheid van de overeenkomst met La Serpe, de zorgvuldigheid van het optreden van het Openbaar Ministerie, en de eerlijkheid van het proces als geheel.

Ik zal niet verhullen dat ik teleurgesteld ben over de inhoud van het vonnis. Dit niet alleen omdat Jesse door de rechtbank veroordeeld is voor de feiten waarvoor hij werd vervolgd en de door het Openbaar Ministerie gevraagde levenslange gevangenisstraf opgelegd heeft gekregen, maar ook over de manier waarop dat is gebeurd.

Zowel waar het de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie betreft, als bij de bewijsconstructie van de verschillende feiten heeft de rechtbank beslissingen genomen die ik moeilijk kan begrijpen, zeker in het licht van al hetgeen door de verdediging in de zaak van R. door mij en mijn kantoorgenoot mr. Malewicz én door de advocaten van enkele medeverdachten is aangevoerd.

Nu zijn advocaten natuurlijk in het algemeen ontevreden wanneer zij ongelijk krijgen en de Rechtbank natuurlijk anders tegen bepaalde zaken aankijken, maar zeker in een proces zo omvangrijk en complex als dit, waarin zo uitvoerig pleidooi is gevoerd, had ik gehoopt en verwacht dat de rechtbank op zijn minst duidelijk zou uitleggen waarom zij er anders tegen aan kijken.

Die uitleg is op een aantal cruciale punten moeilijk te begrijpen of zelfs uitgebleven. Het vonnis is dermate omvangrijk en complex, dat dit zich niet leent voor een bespreking in een korte column als deze.

Ik zal de beslissing van de rechtbank over de rechtmatigheid van de overeenkomst met La Serpe, waar in een pleidooi van ruim 250 pagina’s uitvoerig over werd geconcludeerd dat die overeenkomst niet rechtmatig was, hier verder laten voor wat het is, en mij beperken tot één voorbeeld van de bewijsbeslissing, in de zaak Agenda oftewel de moord op Kees Houtman.

Net als in veel andere zaken wordt het bewijs in deze zaak voor een zeer groot deel gebaseerd op de verklaringen van de kroongetuige La Serpe. Over die kroongetuige heeft de rechtbank in het vonnis vastgesteld, dat hij mogelijk gelogen heeft over zijn betrokkenheid bij de moord op Bethlehem.

Dit nu de rechtbank de door de verdediging ingebrachte anonieme getuigen F1 en F3 en de diverse andere aangevoerde bewijsmiddelen voldoende redengevend vond om er rekening mee te houden dat La Serpe op dit punt zou hebben gelogen.

Ook houdt de rechtbank er naar eigen zeggen rekening mee, dat La Serpe niet de waarheid heeft gesproken over de gang van zaken bij de liquidatie op Kees Houtman, en dat hij, anders dan hij verklaart, mogelijk zelf degene is geweest die Houtman met een Glock heeft doodgeschoten.

Ondanks dat de rechtbank er dus rekening mee houdt dat La Serpe op deze cruciale punten heeft gelogen, wordt zijn verklaring niet van het bewijs uitgesloten. Wel stelt de rechtbank vast, dat de verdachten waaronder Jesse slechts aan de hand van de verklaringen van La Serpe kunnen worden veroordeeld, wanneer er behalve die verklaring van La Serpe ander bewijs is dat ziet op het daderschap van de verdachten bij het strafbare feit.

Lees verder bij Crimescene.PRO

Geplaatst in Liquidatie proces | Tags: , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

UITSPRAAK Liquidatieproces: Vreugde naast groot verdriet

Het grote Amsterdamse liquidatieproces Passage is vandaag beëindigd met de langverwachte uitspraak. Gevangenisstraffen die variëren van een half jaartje voor Dino Soerel tot levenslang voor Jesse Remmers, Moppie Rasnabe en Siegfried Saez vielen deze verdachten dinsdagmiddag ten deel in de Bunker te Osdorp. De andere verdachten kregen celstraffen van dertig, twaalf, tien, acht, zes, drieënhalf en anderhalf jaar opgelegd. De rechtbank hield de spanning er nog behoorlijk lang in en laste voor het uitspreken van de straffen eerst een middagpauze in. Niemand had tijdens deze pauze nog enig idee welke richting het op zou gaan.

De rechters maakten ter inleiding de taakverdeling bekend bij aanvang van de zitting en lazen eerst wat feitelijkheden op, zoals: dat het proces ging over 8 moorden en 6 pogingen daartoe en dat het proces werd gevoerd met 5 officieren van justitie, 17 advocaten, 3 rechters, 1 reserve-rechter en 2 griffiers. Voorzitter Mr. Lauwaars bedankte de reserve-rechter Mr. R.H. Mulderije, omdat het wel erg veel van de rechter moet hebben gevergd om zo lang bij een proces te zitten zonder dat hij zich daadwerkelijk kon mengen in de rechtsgang terwijl hij wel duizenden pagina’s dossier heeft moeten meelezen. Natuurlijk heeft het proces van iedere betrokkenen veel gevergd, maar dit wilde de voorzitter wel graag gezegd hebben.

Na de middagpauze gingen de rechters om de beurt in op de verschillende zaken en stelde de jongste rechter eerst drie vragen waar de rechtbank nader op in zou gaan, nl:

Valt de OM-deal binnen de grenzen van het recht?

Zijn de toezeggingen rechtmatig geweest?

Is het OM voldoende magistratelijk en transparant geweest?

(Hier kom ik ooit later nog uitgebreider op terug…)

Nu volsta ik met hetgeen mij het meeste opviel aan de motivering(en) van de rechtbank: In een aantal gevallen werden bovenstaande vragen ontkennend beantwoord, echter verbond de rechtbank hier lang niet in alle gevallen gevolgen aan die je dan zou verwachten….

Hier volgen nu de uitspraken.

Te beginnen met: De vrijspraken:

Dino Soerel: VRIJSPRAAK voor liquidaties / opdracht geven liquidaties
Dino Soerel werd vrijgesproken van de moorden op Thomas van der Bijl en Kees Houtman.

Wel krijgt hij een half jaar cel vanwege witwassen van 25.000 crimineel geld en het in bezit hebben van valse paspoorten. Die straf heeft hij echter al uitgezeten in zijn voorarrest.

Ali Akgün: VRIJSPRAAK voor liquidaties / opdracht geven liquidaties
De rechtbank sprak Ali Akgün vrij van de liquidaties van Thomas van der Bijl en Kees Houtman.

Akgün krijgt wel anderhalf jaar cel wegens gewoonte-witwassen, maar blijft op vrije voeten omdat hij zijn straf al heeft uitgezeten in voorarrest. Akgün leefde op grote voet van illegale inkomsten, aldus de rechtbank.

Levenslange gevangenisstraffen:

Jesse Remmers: LEVENSLANG Vonnis Jesse Remmers.
Volgens de rechtbank is bewezen dat hij betrokken was bij zes moorden in crimineel verband, gepleegd tussen 1993 en 2006. Hij is tevens veroordeeld voor twee moordpogingen. Jesse Remmers pleegde de moorden alleen voor geld en aanzien in het criminele circuit. Jesse ontkent en lijkt onverbeterlijk. Mede ter bescherming van de maatschappij krijgt Jesse levenslang van de rechtbank.

Mohammed ‘Moppie’ Rasnabe: LEVENSLANG
De rechtbank acht bewezen dat Rasnabe verantwoordelijk is voor vijf moorden (allen gepleegd in 1993) en een poging tot moord. De slachtoffers waren op één na allen bekenden van hem. Volgens de rechtbank heeft Rasnabe zijn leven gewijd aan het plegen van zware feiten. Hij werd gekenmerkt door de categorisch wijze van ontkennen en de respectloze houding richting de slachtoffers. dat laatste rekent de rechtbank hem zwaar aan.

Siegfried Saez: LEVENSLANG
De rechtbank acht bewezen dat hij Henie Shamel en Anne de Witte in Antwerpen in 1993 heeft doodgeschoten samen met vriend Danny Rampenburg. Hij nam volgens de rechtbank op de koop toe dat er een tweede slachtoffer viel, naast het beoogde doelwit Hennie Shamel. Het motief zou zijn dat Henk Rommy zijn schuld niet wilde aflossen die hij had aan Shamel. (“Liquideren is goedkoper dan betalen”) Saez werd in 2009 reeds veroordeeld tot 17 jaar voor de liquidatie van Ukkie de Pool langs de A4. De rechtbank noemde Saez een onverbeterlijke zware crimineel.

Tijdelijke gevangenisstraffen:


Fred Ros: 30 JAAR

De rechtbank acht bewezen dat hij 2 liquidaties heeft proberen aan te sturen en achter 1 geslaagde liquidatie zit, de moord op Thomas van der Bijl. Het ging in alle gevallen om zakelijke criminele afrekeningen in het criminele milieu. De rechtbank noemde het erg laakbaar dat hij 1 onschuldige vriend en 2 andere relatief onbekende jongens in het milieu heeft willen aansturen en hen daarbij zwaar onder druk heeft gezet door hen te dreigen met grof geweld. Ros heeft de feiten categorisch ontkend en heeft er geen enkel vertrouwen in dat hij zich transformeert tot een nette burger.

Chay Pin Song: 12 JAAR
De enige vrouw in het gezelschap, Pinny Song, had als prostituee een relatie met de doodgeschoten Amsterdamse sportschoolhouder Tonny van Maurik in 1993. Na problemen in de relationele sfeer, zou zij uiteindelijk de opdracht hebben verstrekt Van Maurik dood te laten schieten. De rechtbank acht dat bewezen en legt haar 12 aar gevangenisstraf op. De rechtbank beveelde gevangenneming.

Nanpaul de B.: 10 JAAR
De rechtbank acht bewezen dat hij in 1993 betrokken was bij de moord op sportschoolhouder Tonny van Maurik. Daarvoor moet hij tien jaar de cel in. Het OM eiste 8 jaar, maar de rechtbank ging daar dus 2 jaar boven zitten met de opgelegde gevangenisstraf. In tegenstelling tot anderen, vindt de rechtbank het duidelijk dat De B. wel spijt heeft van zijn daad en daar hevig onder lijdt, in zoverre zelfs dat hij psychische klachten heeft overgehouden aan die moord waarbij hij één van de schutters moet zijn geweest. Er was DNA aangetroffen op een peuk bij de plaats-delict. De rechtbank beveelde gevangenneming.

Freek S. : 6 JAAR
Vanwege gebrek aan bewijs had het Openbaar Ministerie vrijspraak voor S. gevraagd, maar de rechter acht toch bewezen dat hij betrokken was bij de moord op de sportschoolhouder Tonny van Maurik in 1993. De rechtbank ziet bewijzen, o.a. in de telecomgegevens, dat S. chauffeur moet zijn geweest op de avond van de liquidatie. Freek S. moet daarvoor zes jaar de cel in. Men acht het onwaarschijnlijk dat S. zijn (destijds zeer zeldzame) mobiele telefoon had uitgeleend aan Remmers. De rechtbank beveelde gevangenneming.

Sjaak Burger: 42 MAANDEN
Sjaak Burger is vrijgesproken van betrokkenheid bij liquidaties. Wel zou hij de eigenaar zijn geweest van de partij wapens die werden aangetroffen in de villa van Katja Schuurman in Vinkeveen. De rechtbank achtte bewezen dat Sjaak Burger zich schuldig heeft gemaakt aan de voorbereiding tot wapenhandel. Rekening wordt gehouden met het feit dat Burger eerder is veroordeeld voor doodslag. Ook Sjaak heeft deze straf reeds uitgezeten in voorlopige hechtenis.

(Kroongetuige)
Peter La Serpe: 8 JAAR

De kroongetuige in het liquidatieproces krijgt acht jaar celstraf. De rechtbank volgt hiermee de eis van het Openbaar Ministerie. La Serpe legde belastende verklaringen af in ruil voor een lagere straf.

Hij zocht zijn bestaan volgens de rechtbank in het criminele milieu. Daarin was La Serpe nietsontziend. Hij pleegde overvallen en werd daarvoor vastgezet in de bajes. Daar leerde hij Jesse Remmers kennen. Dat leidde tot samenwerking met Jesse Remmers waarbij Kees Houtman uiteindelijk werd vermoord en er pogingen werden gedaan anderen te liquideren.

*

Niet mis dus de straffen die gevallen zijn vandaag. Waren ze te verwachten? Nee. Dat zou al te makkelijk zijn om dat nu te zeggen. Degene die dat zeggen of zeiden waren niet of nauwelijks aanwezig bij zittingen, viel me op vandaag. Er werd me vanmiddag door een journaliste gevraagd: “Jij hebt wel zo’n beetje de meeste zittingen meegemaakt van alle journalisten hier, dus aan jou kan ik waarschijnlijk wel het beste vragen: Wat denk jij eigenlijk, zullen er veroordelingen vallen vandaag?”

Ik moest ontkennend antwoorden. Ik wist het gewoon niet. In sommige gevallen had ik natuurlijk wel een voorgevoel, maar wellicht dat ik juist door het bijwonen van zoveel zittingen door de bomen het bos niet goed meer kon zien. Uiteraard heb ik net als zoveel mensen enkele veroordelingen wel zien aankomen, maar ik hield daarnaast ook wel degelijk rekening met de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wanneer de deal met La Serpe wellicht van tafel zou worden geveegd door de rechtbank.

Welke veroordeling mij het meeste verbaast is die van de enige vrouwelijke verdachte: Pinny Song. Persoonlijk verwachtte ik vrijspraak voor deze verdachte, die ik heb leren kennen als een zeer sympathieke dame. Ook haar zoons en man, die vaak aanwezig waren bij zittingen en waarmee ik regelmatig sprak tijdens pauzes, waren overtuigd van de goede afloop. Voor hen moet het dubbel hard zijn aangekomen, nu hun moeder/vrouw toch is veroordeeld, ondanks het feit dat notabene kroongetuige La Serpe op zitting Henk Rommy aanwees als mogelijke opdrachtgever en er ook andere berichten (geruchten of niet?) zijn, bijvoorbeeld dat Joegoslaven achter een aantal liquidaties zouden zitten, onder andere die van Tonny van Maurik. Dit laatste verhaal doet namelijk al lang de rondte in het milieu. Dus eigenlijk had ik ook niet zo heel veel twijfel. Ze was ook vrijgelaten uit voorarrest. Kennelijk was er niet zoveel tegen Song. En dan wordt nu juist zo’n verdachte ter zitting weer gevangen genomen… Het roept dan wel meteen een vraag op bij mij: Wat is er inmiddels gebeurd dat de rechtbank intussen toch anders heeft doen beslissen?

De vrijspraak van Dino Soerel en Ali Akgün heb ik min of meer wel zien aankomen. Niet in de laatste plaats door de gigantische pleidooien van Mr. Nico Meijering, waarmee de raadsman echt wel hout leek te snijden. Beter gezegd: hoe hij de ernstige beschuldigingen tegen zijn cliënten fileerde en ontdeed van het kleinste graatjes, om het maar even in beeldspraak te houden. Nee, ik vond de beschuldigingen van La Serpe al vanaf dag 1 vrij magertjes klinken. Maar goed, om nou maar niet meteen alle verdachten na te gaan lopen, zal ik het maar bij deze drie verdachten houden.

In de wachtkamer merkte iemand tijdens de momenten vlak na de zitting treffend op: “Het is wel een heel vreemde gewaarwording. Al die blijde en dankbare gezichten van familieleden wiens geliefde is vrijgesproken naast juist diep bedroefde gezichten van familieleden die hun geliefde lange tijd zullen moeten gaan missen….”

Al met al een zeer spannend einde van een zeer spannend proces, waar het laatste woord zeker nog niet over is gesproken. Dat geef ik u op een briefje.

Bondtehond bij het liquidatieproces

Geplaatst in Liquidatie proces | Tags: , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen