Mr. Betty Wind: ‘Dan kom ik nu toe aan de strafeisen’

De langste straffen mogelijk in het Nederlandse strafrechtsysteem zijn vrijdag geëist door het Openbaar Ministerie in het grote liquidatieproces Passage, dat al meer dan 4 jaar aan de gang is in de Bunker te Osdorp. De zes verdachten Jesse Remmers, Dino Soerel, Ali Akgün, Fred Ros, Siegfried Saez en Mohammed Rasnabe hoorden kort na het middaguur ieder levenslang tegen zich eisen. Het liefst ziet het OM deze 6 vermeende leden van een criminele organisatie, die als oogmerk het plegen van liquidaties zou hebben, nooit meer in de samenleving terugkeren.

Tegen de overige verdachten zijn straffen geëist, variërend van 15 jaar voor Sjaak Burger, 12 jaar voor Pinny Song, 8 jaar voor Nanpaul de B., tot vrijspraak voor Freek S. Tegen kroongetuige Peter La Serpe eiste het OM zoals afgesproken in zijn deal 8 jaar, een halve strafeis in ruil voor zijn verklaringen tegen deze hele groep.

Het was al vroeg druk bij de Bunker. De Nederlandse pers was in grote getale aanwezig om de eisen aan te horen die het OM in petto had voor de verdachten. Alleen de verdachten Dino Soerel en Jesse Remmers waren op komen dagen op deze belangrijke dag voor zowel hen als het openbaar ministerie. De advocaten waren er wel bijna allemaal. Toen het gordijn omhoog ging, zag de zaal zwart gekleurd van de vele toga’s. Ik telde er 9: Mrs. Nico Meijering, Marnix van der Werf, Sander Janssen, Robert Malewicz, Stein Franken, Jan Hein Kuijpers, Leon van Kleef, Menno van Gaalen en de heer P.J. Silvis.

De aanwezigen op de tribune, die ook weer eens redelijk gevuld was dit keer, moesten uiteindelijk nog aardig wat geduld hebben voor Mr. Betty Wind de eisen bekend maakte. Eerst droeg Mr. Michiel van IJzendoorn het requisitoir voor ivm Art. 140 – ‘De criminele organisatie’. Het OM zegt ruimschoots voldoende bewijs te hebben gevonden om tot een bewezenverklaring te komen dat er sprake is van zo’n organisatie die is gericht op het plegen van moorden.Verder besprak Mr. Betty Wind de Holleeder-weglatingen. Dat ging over de rechtmatigheid van het weglaten van toch wel, zeker uit oogpunt van de verdediging belangrijke passages over Willem Holleeder in de verklaringen van Peter La Serpe.

Na enen kon het voordragen van het slotbetoog eindelijk beginnen. Meteen daarna volgden de eisen.

Mr. Betty Wind: Dan kom ik nu toe aan de strafeisen.

Lees hier integraal het SLOTBETOOG en de EISEN

De verdediging zei niet onder de indruk te zijn en deze eisen wel te hebben voorzien. Nu ligt de bal echter bij hen. Er zullen aankomende maanden heel wat pleidooien volgen in Passage. Als het goed is bijt Mr. Jan Hein Kuijpers in samenwerking met zijn confrère Mark Nillesen de spits af namens zijn cliënt Moppie Rasnabe. De eerste dag van de pleidooien is op 4 juni.

Later kom ik nog wel terug op deze dag van de strafeisen. U heeft nu even genoeg te lezen.

Bondtehond bij het liquidatieproces

Geplaatst in Liquidatie proces | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

OvJ: ‘Dit drama is niets anders dan een professioneel en koelbloedig uitgevoerde liquidatie’

De zittingen van vorige – en deze week in het Amsterdamse liquidatieproces Passage zijn ware marathonzittingen waarmee het openbaar ministerie langzaam maar zeker toewerkt richting de voorlopige finale die plaats zal vinden op vrijdag 25 mei: De strafeisen tegen alle verdachten. De meeste requisitoir-dagen zijn erg lang geweest tot nu toe. Alleen dinsdag was het proces eindelijk weer iets vroeger klaar na behandeling van de dossiers Perugia, Nicht, Neef 1 en Neef 2


Dag 4: 22 mei 2012 

Onderzoek Perugia: slachtoffer Thomas van der Bijl
Onderzoek Nicht: slachtoffer Atilla Önder
Onderzoek Neef 1: slachtoffer Leendert Bosnie
Onderzoek Neef 2: slachtoffer August Adjoeba

De officieren van justitie wisselen elkaar af waarbij iedere officier steeds een “eigen” deeldossier voor zijn/haar rekening neemt. Mr. Betty Wind nam deze week op maandag deeldossier ‘Agenda’ (de liquidatie van Kees Houtman) voor haar rekening, Mr. Hans Oppe dinsdag ‘Perugia’ (de liquidatie van Thomas van der Bijl) Deze twee moordzaken hebben veel met elkaar gemeen.

De liquidaties van Kees Houtman en Thomas van der Bijl zijn sowieso nauw met elkaar verbonden. Niet alleen vanwege dezelfde verdachten die voorkomen in deze onderzoeken. De twee bevriende mannen zouden beiden op dezelfde dodenlijst hebben gestaan volgens kroongetuige Peter La Serpe. Deze denkbeeldige/mondelinge moordlijst zou opgehaald zijn door Jesse Remmers bij een horecazaak in Rotterdam terwijl La Serpe in de buurt wachtte.

Om u een idee te geven van de zaak Houtman, zal ik hier de inleiding van het requisitoir plaatsen. Vindt het OM vast niet erg voor een keer. Het requisitoir in de zaak van Thomas van der Bijl werd vandaag gevolgd door de enkele broers en zusters en twee vrienden van Thomas van der Bijl. De broer van Thomas van der Bijl, Jopie van der Bijl, heb ik nog even gesproken. Aardige vent, maar nog steeds erg boos. Begrijpelijk. Al de familieleden en twee vrienden mochten achter in de beveiligde zaal plaatsnemen. Er waren ook veel OM-leden en politiemensen in de zaal en op de tribune aanwezig.

Alleen Dino Soerel en Jesse Remmers en zaten zoals gewoonlijk vooraan met aan hun zijde respectievelijk de raadslieden Mr. Nico Meijering en Mrs Sander Janssen en Robert Malewicz. Ook Mr. Marnix van der Werf was aanwezig ivm zijn (afwezige) cliënt Sjaak Burger.

Officier van justitie Mr. Betty Wind las het requisitoir dat voor haar op een hoog tafeltje lag staande voor:

PASSAGE REQUISITOIR 21 MEI 2012 AGENDA: KEES HOUTMAN
A INLEIDING

1. Korte schets van de gebeurtenissen en van het slachtoffer
OvJ Mr. Betty Wind: Op woensdag 2 november 2005, iets voor acht uur ’s avonds, verlaat Kees Houtman zijn woning op de Johan Braakensiekhof nr.21 in Amsterdam Osdorp en stapt voor de deur in zijn Mercedes. Op dat moment klinken schoten. Houtman wordt diverse keren geraakt. Zwaargewond weet Houtman nog uit de auto te komen en zijn huis te bereiken. Terwijl er nog wordt geschoten, openen vrouw en 14-jarige dochter de voordeur. In de hal valt hij neer. Hij overlijdt ter plaatse.

 

Dit drama is niets anders dan een professioneel en koelbloedig uitgevoerde liquidatie. Onder de ogen van zijn vrouw en dochter wordt Kees Houtman zonder genade neergeschoten. Zij zijn vanachter het keukenraam getuige van dit gruwelijke tafereel. Voor zijn familie is het een zeer traumatische gebeurtenis die ze misschien nooit meer helemaal te boven komt. Het is schrijnend hoezeer het gezin nog iedere dag onder de gebeurtenissen lijdt.

Kees Houtman was op het moment dat hij werd vermoord 45 jaar oud. Hij was getrouwd met Maria Houtman en had twee kinderen. Een zoon die ten tijde van de moord 17 jaar oud was en een dochter die op dat moment 14 was. Hij was geen onbekende in het criminele milieu. Hij was een goede vriend van de eveneens vermoorde Thomas van der Bijl en van Atilla Önder. Hij groeide op in de Kinkerbuurt in Amsterdam en was in zijn jeugd bevriend met een aantal grote namen uit het criminele milieu. Ook Willem Holleeder kende hij al uit die tijd en zij behoorden samen tot een criminele groep. Sinds 2004 had Houtman een groot probleem met Holleeder en diens kompanen. Holleeder en de zijnen persten Houtman in dat jaar af. Zowel Holleeder als anderen uit zijn groep zijn daarvoor (in de zaak Kolbak) veroordeeld. Ook nadat Houtman een miljoen euro aan zijn afpersers had betaald, bleef er volgens verschillende getuigen druk op hem uitgeoefend worden. Het laatste jaar van zijn leven werd overheerst door de angst geliquideerd te worden. Hoe terecht die angst is, blijkt op 2 november 2005.

1.2 De verdachten
Op basis van uitgebreid onderzoek en de verklaringen van La Serpe zijn de volgende verdachten in beeld gekomen en aangehouden:
Peter la Serpe en Jesse Remmers. Aan hen is het medeplegen van de moord ten laste gelegd.
Ali Akgün en Dino Soerel. Zij worden vervolgd voor het medeplegen van uitlokking van de moord.
Sjaak Burger ten slotte wordt primair medeplichtigheid aan de moord verweten, omdat hij het moordwapen, een pistool van het merk Glock .45, met munitie heeft geleverd en betrokken is geweest bij het ophalen van het Kalashnikovgeweer met patronen bij Peter van Dijk.

Subsidiair zijn hem voorbereidingshandelingen ten laste gelegd door – kort gezegd – genoemde wapens en munitie voorhanden te hebben. Burger is separaat (parketnummer 13/529176-06) ten laste gelegd dat hij het pistool en het geweer heeft overgedragen (art. 31 WWM), maar de rechtbank heeft het OM in dat laatste feit al niet-ontvankelijk verklaard omdat daarmee sprake was van het dubbel ten laste leggen van hetzelfde feitencomplex. Aan dit onderdeel van de tenlastelegging zullen we dan ook geen aandacht meer besteden. Naast deze verdachten zijn onder meer Peter van Dijk en Willem Holleeder verdachten in deze zaak, maar die staan nu niet terecht.

2. Het eerste onderzoek.
Bij 112 komen even voor 20.00 uur op 2 november 2005 verschillende meldingen binnen over een schietpartij op de Johan Braakensiekhof. De politie en het ambulancepersoneel zijn zeer snel ter plaatse, de eerste wagen is er om 6 minuten voor 8. Ze treffen Houtman dood aan in de hal van zijn woning. De recherche start direct een uitgebreid onderzoek. De Mercedes van Houtman staat voor de deur bij het toegangshek en het bestuurdersportier staat open. (foto 4 en 1 Zie daarvoor de beslissing van de rechtbank dd : 9 maart 2009, pvTTZ, blz 80 en 81

In de ruit van het bestuurdersportier en binnen in de auto, is een aantal kogelinslagen zichtbaar. (foto 11) Op de hoofdsteun van de bestuurdersstoel zit een veeg bloed. Op de oprit is een bloedspat zichtbaar en op de stoep voor de voordeur zijn meerdere bloedvlekken. Rondom het slachtoffer in de hal ligt veel bloed.

Op en bij de stoep bij de Mercedes liggen negen hulzen. (foto 8) In de Mercedes treft de politie een aantal kogels aan. Inclusief de kogels die in het lichaam en de kleding van Houtman worden aangetroffen zijn dat er acht. Een kennelijk afgevuurde negende kogel is nooit gevonden. Op straat naast de auto ligt een pistool van het merk Glock, kaliber 9 mm. (foto 9) In de Mercedes, bij de pedalen, ligt een bij dit wapen horende patroonhouder. (foto 17) Onderzoek wijst uit dat dit wapen toebehoorde aan Houtman en dat dit niet het moordwapen is. De aangetroffen hulzen en patronen passen niet bij dit wapen en met dit wapen blijkt in het geheel niet te zijn geschoten.

 
 

Achter de Mercedes staat een Fiat Doblo; de auto’s staan met de achterkant naar elkaar toe. (foto 33) In die Doblo zijn kogelinslagen en doorschoten zichtbaar en de recherche vindt in die Doblo enkele kogelfragmenten. (foto 21) Wat verder, in de richting van de steeg die naar de Funke Küpperstraat loopt, ligt een kogeldeel. (foto 50 en 49) In de Doblo, in het muurtje voor de woning van Houtman en rondom de voordeur van de woning treft de recherche kogelinslagen aan. (foto 46 en 35) De forensisch rechercheurs stellen vast dat Houtman, zittend op de bestuurdersstoel van zijn auto, van dichtbij is beschoten en dat ook nog vanaf een andere plek is geschoten waarbij in elk geval de Doblo, het muurtje en de woning van Houtman zijn geraakt door kogels. Ik toon u verderop in dit requisitoir meer foto’s.

2.1 Het sectierapport
Er is sectie verricht op het stoffelijke overschot, waarvan een sectierapport is opgesteld. De patholoog treft één kogel aan in het lichaam van Houtman. De verwondingen in het lichaam van Houtman, die de dood hebben veroorzaakt, passen volgens de patholoog bij doorschieting met zeven tot negen patronen. Het exacte aantal kan de patholoog niet vaststellen, omdat één kogel twee keer door het lichaam kan zijn gegaan, bijvoorbeeld eerst door de hand en vervolgens door een ander deel van het lichaam. Het NFI stelt vast dat bij in ieder geval één 2

Genoemde fotonummers zijn telkens de nummers van de foto’s in de aan het dossier toegevoegde fotomap.3 Dsk. blz. 29-56 (000174) kogelverwonding sprake is geweest van een korte schootsafstand (tussen 25 cm en twee meter).

2.2 Buurtonderzoek
Diezelfde avond en de volgende dag vindt uitgebreid buurtonderzoek plaats. De politie hoort vele buren als getuige. Veel mensen hebben knallen gehoord, maar er blijken er slechts een paar te zijn die iets hebben gezien. Ook Maria Houtman legt die avond en de volgende dag een verklaring af. Zij wijst direct naar Holleeder als verantwoordelijke voor dit drama. Zijn naam durft ze daarbij overigens niet te noemen. Ze duidt hem aan als “De Bierkoning”, een verwijzing naar de Heinekenontvoering. Op haar verklaringen kom ik verderop nog uitgebreid terug.

2.3 Kogels en hulzen
Over op de PD aangetroffen kogels, kogeldelen en hulzen rapporteert het NFI dat de (negen) hulzen die bij de Mercedes zijn aangetroffen afkomstig zijn van pistoolpatronen van het kaliber .45 ACP, die zeer waarschijnlijk verschoten zijn uit één en hetzelfde wapen, vermoedelijk een semi automatisch pistool van het merk Glock, kaliber .45. De acht bij en in de Mercedes en in het lichaam van Houtman aangetroffen kogels zijn eveneens zeer waarschijnlijk van het kaliber .45 en de sporen in de kogels passen eveneens bij een Glock .45. Dat is overigens een bijzonder type, omdat pistolen van het merk Glock meestal 9 mm pistolen zijn.

De in de Doblo en in de richting van de steeg aangetroffen kogelfragmenten en het kogeldeel zijn van het kaliber 7,62×39, type lichtspoormunitie en zijn – aldus het NFI – waarschijnlijk verschoten met een wapen van het type Kalashnikov of een afgeleide daarvan. In 2005 vindt de politie dus wel een aantal kogelfragmenten en een kogeldeel, maar geen hulzen die passen bij een Kalashnikov. Hoewel de politie direct een groot gebied als plaats delict aanmerkt, dat gebied afzet en nauwkeurig onderzoekt, blijkt later, op basis van nieuwe informatie, dat het onderzochte gebied zich ook had moeten uitstrekken tot de tuin van de overburen. Die tuin grenst aan de steeg en in die tuin vond de politie veel later, toen ze op basis van nieuwe informatie opnieuw zocht, alsnog zes Kalashnikovhulzen. Daarover straks meer.

2.4 Getuigen
Er zijn in de dagen en weken na de moord vele getuigen uit de omgeving van Houtman gehoord. Al snel wordt duidelijk dat nagenoeg niemand bereid is volledig te vertellen wat hij weet. Er heerst angst en wellicht hebben sommige getuigen ook andere redenen om niet het achterste van hun tong te laten zien.

2.5 Tapgesprekken
Naar aanleiding van CIE-informatie en een verklaring van de overbuurvrouw, getuige Scholten, worden de telefoons van Burger en Remmers in de periode van eind januari 2006 tot maart 2006 getapt. Burger en Remmers voeren vele telefoongesprekken met elkaar en spreken in versluierde taal. Duidelijkheid over de moord op Houtman leveren die gesprekken op dat moment niet op. Het onderzoek in 2005 en 2006 loopt vast. Als op 20 april 2006 Thomas van der Bijl wordt geliquideerd, richt de recherche de aandacht op dat onderzoek. Er is een sterk vermoeden dat de beide liquidaties met elkaar samenhangen. De recherche behaalt in de zaak Van der Bijl hele goede resultaten, maar meer duidelijkheid over de moord op Houtman levert ook dat onderzoek op dat moment niet op. Wel is er in 2005 en 2006 veel materiaal verzameld dat wij nu als bewijs in de zaak Houtman naar voren brengen en dat eveneens van belang is om de betrouwbaarheid van latere getuigenverklaringen te toetsen.

3. Aanleiding voor de doorstart van het onderzoek: de verklaringen van La Serpe Aanleiding voor het vervolgonderzoek in de zaak Houtman zijn de verklaringen van La Serpe. In zijn kluisverklaring 2 van november 2006, exact een jaar na de moord, bekent hij samen met Remmers de moord te hebben gepleegd. De opdracht daartoe was volgens La Serpe afkomstig van Soerel en Akgün. Burger en Van Dijk leverden de gebruikte wapens. Veel later, in oktober 2011, werd duidelijk dat La Serpe al in zijn kluisverklaringen ook over de rol van Holleeder heeft gesproken. Ik zal nu eerst de verklaring van La Serpe op hoofdlijnen weergeven. Verderop zal ik dat meer in detail doen.

3.1 De verklaringen van La Serpe op hoofdlijnen
Naast de technische details die La Serpe geeft, vertelt hij over de aanloop tot de moord, hoe hij Ali Akgün eind 2004 heeft ontmoet en de naam van Soerel voor het eerst hoort, dat sprake is van een dodenlijst die afkomstig is van Akgün en Soerel en die Remmers en Ros omstreeks (eind) 2002 ter uitvoering hebben aangenomen. Ros speelt in de zaak Houtman verder geen rol. Hij zat gedetineerd in de periode rond deze moord en er zijn geen aanwijzingen dat hij met deze zaak concrete bemoeienissen heeft gehad..

3.1.1 De opdracht
In het najaar van 2005 heeft Remmers een afspraak met Akgün en Soerel in een horecazaak in Rotterdam. La Serpe brengt Remmers daar naar toe. La Serpe wacht op Remmers die terugkomt met de mededeling dat hij “drie nieuwe namen heeft gekregen”, wat wil zeggen dat er drie nieuwe slachtoffers geliquideerd moeten worden. Namen van slachtoffers werden nooit genoemd, maar later begrijpt La Serpe dat het om Houtman, Van der Bijl en Hillegers gaat.

Voor het plegen van de moord op Houtman wordt 130.000 euro in het vooruitzicht gesteld. Voor de andere twee elk 100.000 euro. Remmers vertelt aan La Serpe dat hij de volgende dag om 13.00 uur een afspraak in Diemen heeft met Soerel waar hij nadere informatie over de te liquideren personen zal krijgen. La Serpe rijdt Remmers ook naar díe afspraak. La Serpe wacht in de auto en Remmers komt terug met concrete informatie over het beoogde slachtoffer Houtman. Als gezegd werden volgens La Serpe nooit namen van slachtoffers genoemd en de naam van Houtman heeft La Serpe dan ook nooit vernomen voordat de media na de moord daarover gingen berichten. Hij denkt dat Remmers die naam ook niet kende. Soerel geeft Remmers in Diemen een adres en een signalement van het beoogde slachtoffer en het type en de kleur van de auto waarin hij rijdt. Waarom Houtman vermoord moet worden, weten ze niet. Volgens La Serpe is het “not done” om naar zulke informatie te vragen. Vanaf die dag in Diemen starten La Serpe en Remmers met hun voorverkenningen en voorbereidingen. Ze gaan een aantal keren kijken bij de woning van Houtman zonder wapens en verkennen de buurt en mogelijke vluchtroutes. Vervolgens gaan ze een aantal keren bewapend klaarliggen in de tuin van de buren op nummer 23.

3.1.2 De rol van Holleeder

Over het contact tussen Holleeder en Remmers zegt La Serpe dat Remmers hem heeft verteld dat hij op een gegeven moment via iemand anders was benaderd door Mieremet met het verzoek Holleeder te liquideren. In plaats van op dat verzoek in te gaan was Remmers naar Holleeder gegaan en had hem ingelicht. Zo was het contact ontstaan. Over de aard van het contact vertelt La Serpe dat zij geheimen deelden, mogelijk over de moord op Cor van Hout.

Op enig moment tussen het moment van het verkrijgen van de opdracht voor de moord op Houtman met de nadere informatie en de uitvoering van de liquidatie hebben Remmers en La Serpe een toevallige ontmoeting met Holleeder. Ter zitting verklaart La Serpe dat hij Holleeder toen hoorde zeggen: “Osdorp eerst“. La Serpe maakt daaruit op dat Holleeder wil dat die moord eerst wordt gepleegd. In zijn kluisverklaring heeft hij ook al verteld over deze ontmoeting. Toen verklaarde hij dat Holleeder had gezegd: “Als deze goed gaat, heb ik er nog een voor jullie”. Die woorden staan La Serpe jaren later, ter zitting, niet meer bij. Feitelijk doet het er ook niet zo veel toe welke van de twee uitspraken Holleeder heeft gedaan. Beide opmerkingen getuigen ervan dat er naast de opdracht voor Houtman ten minste nog één andere opdracht is.

3.1.3 De wapens
Burger heeft, aldus La Serpe, de gebruikte Glock met munitie geleverd. Dat is een bijzonder type, omdat het een kaliber .45-wapen is. De Kalashnikov met een groot aantal patronen hebben La Serpe, Remmers, Burger en een broertje van Remmers opgehaald bij Van Dijk in Limburg. Beide wapens worden in de weken voor de moord geleverd. La Serpe en Remmers testen de wapens vervolgens ergens in de polder richting Vinkeveen, waar ze een aantal proefschoten lossen. Daardoor raakt de Glock-munitie bijna op en levert Burger nieuwe patronen voor dat wapen.

3.1.4 De liquidatie

Over de avond van de moord verklaart La Serpe dat hij en Remmers gewapend in de bosjes in de tuin van de buren van Houtman zitten. Rond kwart voor acht zien ze een bestelauto aan komen, waar een man uitkomt die de woning van Houtman inloopt. ‘Dat was ‘m’, zegt Remmers. Ze besluiten af te wachten of het beoogde slachtoffer weer naar buiten komt. Korte tijd later komt Houtman inderdaad uit zijn woning. Als hij in zijn Mercedes stapt, gaat Remmers op hem af en schiet van korte afstand met de Glock op Houtman. La Serpe schiet op de plaats delict een aantal salvo’s met de Kalashnikov. Hij ziet lichtflitsen. Hij vermoedt dat er teruggeschoten wordt, maar hij weet niet zeker of dat ook zo is. Ze rennen door het steegje naar de Funke Küpperstraat waar de vluchtauto staat. Via de Lelylaan en de Ring A10 rijden ze naar een parkeerplaats aan de Europaboulevard, dicht bij de flat waar Akgün woont. Remmers gaat naar Akgün om hem te vertellen wat er is gebeurd en geld te halen. Remmers zegt dat La Serpe onderweg naar huis de wapens in de Amstel moet gooien.

3.1.5 Na de moord
La Serpe stapt over in een andere auto en rijdt naar de Amstel. Ergens tussen Amsterdam en Ouderkerk aan de Amstel gooit hij een AH-tas in het water waarin onder meer de gebruikte Kalashnikov en een grote hoeveelheid munitie zit. De tas moet volgens La Serpe dicht bij de kant liggen, omdat hij te zwaar was om ver weg te gooien. De Glock en de daarbij horende patroonhouder heeft La Serpe vanaf dezelfde plek veel verder in het water gegooid. Kort na zijn kluisverklaring wijst hij de CIE de plek bij de Amstel aan waar hij de spullen heeft weggegooid.

 

Na het weggooien van de spullen rijdt La Serpe door naar zijn verblijfadres in Wilnis. Tussen ongeveer 21.00 uur en 21.30 uur die avond belt Remmers La Serpe en zegt dat hij naar hem toekomt. Als Remmers er is, lopen ze een stukje op straat waarbij Remmers hem vertelt dat het slachtoffer dood is en dat hij van Akgün 5.000 euro heeft gekregen. Later die avond belt Remmers La Serpe en vraagt hem naar Club Ria’s, een bordeel aan de Overtoom in Amsterdam, te komen. La Serpe gaat en tot een uur of vijf in de ochtend verblijven ze in die club. Enkele dagen later ontvangen La Serpe en Remmers bij de flat van een broertje van Remmers de betaling voor de moord, elk 65.000 euro. Dit geld is, zo vermoedt La Serpe, afkomstig van Soerel.

3.2 Daderwetenschap

La Serpe geeft een jaar na de moord in zijn kluisverklaring een groot aantal details. Direct valt op dat hij beschikt over daderwetenschap. Zo noemt hij als gebruikte wapens een Glock .45, wat, als gezegd, een nogal bijzonder type wapen is, en een Kalashnikov. Hij verklaart dat Remmers van dichtbij met de Glock op Houtman heeft geschoten toen Houtman in zijn auto stapte en dat hijzelf met de Kalashnikov heeft geschoten.

Deze informatie komt overeen met de bevindingen op de plaats delict en met de onderzoeksresultaten van het NFI. Met name de informatie over de gebruikte wapens en munitie is op dat moment absoluut nog niet bekend gemaakt en informatie daarover kunnen we dus aanmerken als echte daderwetenschap. Direct nadat de rechter-commissaris de voorgenomen overeenkomst heeft getoetst en de verklaringen van La Serpe tactisch bruikbaar worden, dus zodra dat mogelijk is, gaan duikers van het arrestatieteam de Amstel in op zoek naar de tas met de Kalashnikov en de munitie en naar de Glock. Exact op de door La Serpe aangewezen plek vinden de duikers de tas met de door La Serpe aangegeven inhoud. De Glock en de patroonhouder worden ondanks uitgebreid zoeken nooit gevonden.

4.Het belang van de verklaringen van La Serpe La Serpe is na zijn kluisverklaring nog vele, vele malen ondervraagd over deze zaak. Door de RC bij de toetsing van de overeenkomst, door de politie en door de rechtbank ter zitting, maar ook al in een vroeg stadium en daarna nog vele malen door de raadslieden van de medeverdachten bij de RC. Bij die dagenlange verhoren is hij tot in het kleinste detail, tot achter de komma ondervraagd. Daarbij is hij uitermate kritisch bejegend en zijn dezelfde onderwerpen telkens weer herhaald. De verklaringen van La Serpe zijn onmiskenbaar van groot belang in de zaak Houtman. Ze vormen bepaald niet het enige, maar wel het belangrijkste bewijsmiddel in deze zaak. Tussen zijn verklaringen en de overige onderzoeksresultaten zijn vele overeenkomsten.

 

Maar op onderdelen roepen zijn verklaringen ook vragen op. Soms lijken er opvallende verschillen te zijn. Mede om die reden heeft de verdediging, met name in de zaak Houtman, de betrouwbaarheid van zijn verklaringen op vele manieren betwist. Er is zelfs gesteld dat La Serpe een moord heeft bekend die hij niet heeft gepleegd. Alle reden dus om die verklaringen gedetailleerd op een rijtje te zetten.
OvJ Mr. Wind: Daar zal ik zo mee beginnen.
Tot zover de inleiding van het requisitoir ‘Agenda’…

*

Ik zal ook nog flarden uit andere requisitoiren terughalen, maar ik moet even kijken hoe ik dat kan aanpakken. Voor je goed en wel kunt beginnen, krijg je weer twee procesdagen, zit ik me net te bedenken. Vrijdag zal het wel weer druk zijn in de Bunker als de eisen vallen. Wordt een spannende dag voor veel bij het liquidatieproces betrokken personen, zeker voor de verdachten.

Bondtehond bij het liquidatieproces

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Mr. Betty Wind: ‘Deze verklaringen kunnen worden gebruikt voor het bewijs’

Een van de grootste vraagstukken in het liquidatieproces is wel de afwezigheid van deeldossier Boedha (onderzoek liquidatie Gerrie Bethlehem op 9 April 2002) Over de voeging van dit dossier betreffende de liquidatie van Gerrie Bethlehem, ook wel ‘Vieze Gerrit’ genoemd, of ‘Gerrie Boedha’ vanwege zijn voorliefde voor Boedha-beeldjes, is echt heel vaak gedebatteerd tijdens de behandeling van Passage. Maar liefst 5 getuigen zijn op zitting gehoord en 1 bij de rechter-commissaris over de gebeurtenissen rondom de moord op de destijds in Spanje woonachtige Nederlandse hasjhandelaar en alle vingers wezen steeds richting één dader. Niet Jesse Remmers, maar: kroongetuige Peter La Serpe zelf.

                                                              De in 2008 afgebrandde loods in IJselstein waar Gerrie Bethlehem
………………………………………………..vermoedelijk is doodgeschoten en waar nu een lege plek resteert.

Volgens de verdediging, die buiten Jesse Remmers zelf met 5 van deze tegen-getuigen op kwam draven tijdens het liquidatieproces, had het dossiers Bethlehem zeker gevoegd moeten worden. Het zou aantonen dat La Serpe niet maar 1 voltooid levensdelict onder zijn naam heeft staan maar meerdere en dus zou de kroongetuige gelogen hebben, wat inhoudt dat La Serpe onbetrouwbaar is als kroongetuige en dat maakt dat de deal ongeldig verklaard zou moeten worden. En als de deal van tafel is, wat heeft het openbaar ministerie dan nog in handen om hun cliënten te kunnen veroordelen?

Er werd op de eerste dag van het requisitoir dan ook zeer lang ingegaan op de betrouwbaarheid van Peter La Serpe. In het vorige verslag zagen we al dat La Serpe terecht staat voor 3 liquidatie- zaken, waarvan 1 voltooide: De liquidatie van Kees Houtman.

Guiseppe ‘Peter’ La Serpe (11-10-1964)
Agenda (Kees Houtman)  Moord
Oma (George van Dijk) Poging uitlokking moord / sub. Medeplichtigheid poging uitlokking moord
Perugia (Thomas vd Bijl) 1. Poging moord (met Jesse R.) 2. Voorbereidingshandelingen moord

Deze 3 recentere zaken zullen nog aan bod komen aankomende dagen in de Bunker te Osdorp. Maandag a.s. één van de belang- rijkste, in elk geval één van de meest besproken dossiers tijdens Passage, de liquidatie van Kees Houtman. Dat is tevens de enige zaak waarbij La Serpe heeft toegegeven daadwerkelijk zelf de trekker te hebben overgehaald.

Zoals gezegd, dossier Bethlehem is een dossier waarvan de verdediging vindt dat het absoluut gevoegd had moeten worden. Het moet dan ook wel teleurstellend en frustrerend zijn voor de advocaten van de verdachten dat ondanks de vele getuigen die anders verklaren dan La Serpe dit hoofdpijndossier niet toegevoegd is aan Passage. Het OM verzocht afwijzing vanwege ‘onderzoeksbelangen’ zo betoogde men telkens. De rechtbank wees dit verzoek van het OM toe en wees voeging van de zaak Bethlehem af. Een wapen in handen van de verdediging lijkt zo vooralsnog onschadelijk voor de kroongetuige in het liquidatieproces te zijn gemaakt, in ieder geval tot dit stadium in Passage. Ik zeg ‘lijkt’, want hoe de rechters daar straks over denken na de pleidooien is echter nog koffiedik kijken. Tussentijdse waardeoordelen over de betrouwbaarheid van de getuigenissen van door de verdediging aangebrachte getuigen zijn bewust niet gegeven. Wat dat betreft houden de rechters de spanning er nogal in.

Het openbaar ministerie ging waarschijnlijk daarom relatief lang in op dit onderzoek tijdens de twee deelrequisitoiren over de betrouwbaarheid van de verklaringen van La Serpe. (3A en 3B) Stuk voor stuk besprak Mr. Betty Wind de getuigen: F1 + F3, NN1-Hollowpoint (codenamen anonieme bedreigde getuigen), Peter ‘Peerke’ S. (2e keer op zitting ), Rob de W. ( 2e keer, 3e keer) en natuurlijk Jesse Remmers zelf. Naast de aanslag op Ariën Kaale sr., de gewurgde prostituee in foeteshouding, de Arsenaal-ontmoeting met Peter R. de Vries en Holleeder en de door La Serpe verloren ring ( 2e keer + 3e keer ) was de beschuldiging dat kroongetuige Peter La Serpe eigenhandig Gerrie Bethlehem zou hebben doodgeschoten (zie rompverklaringen F1 + F3) wel de meest serieuze aanval op de betrouwbaarheid van La Serpe zijn geweest.

OvJ Mr. Wind: Volgens LaSerpe moet de rechtbank er serieus rekening mee houden dat Jesse zich verantwoordelijk voelt dat alles zo is misgelopen en zich verplicht voelen iets te doen om de zaak onderuit te halen en het probleem voor alle verdachten op te lossen en dat het criminele milieu waar het om gaat geen middel zal worden geschuwd en dat het een illusie s om te denken dat aangedragen getuigen naar waarheid verklaren. Getuigen die zelf actief zijn in het criminele milieu en die er aan zouden bijdragen dat de verdachten worden veroordeeld, zouden in dat criminele milieu geen cent meer kunnen verdienen.

Over de gewurgde prostituee die in foetushouding zou zijn begraven in een tas kon Mr. Wind kort zijn. Er is in Nederland geen zaak gevonden die past bij deze verklaring, het verhaal van Jesse kan niet kloppen volgens het OM.
Opvallend: Een indicatie dat het verhaal van Remmers niet zou kloppen ziet de officier van justitie mede in het feit dat Remmers foetus-houding verkeerd uitspreekt (voetus-houding) en La Serpe, die we hebben leren kennen als een welbespraakt persoon, spreekt het altijd goed uit, namelijk zoals het hoort: foetus-houding (veutus-houding). En als La Serpe dit verteld zou hebben aan Remmers, zou deze het woord dus vast ook goed hebben uitgesproken… Het is verder in het proces niet meer ter sprake geweest en hiermee sloot Mr. Wind dit onderwerp af.

De andere beschuldigingen werden uitvoeriger besproken. De beschuldigingen door Jesse Remmers, F1, F3, NN1, Rob de W. en Peter ‘Peerke’ S. passeerden opnieuw de revue. Gedetailleerd ontleedde de officier van justitie de getuigenverklaringen. Ik kan hier echter op dit moment niet al te gedetailleerd op ingaan wegens tijdgebrek. Daarnaast zijn deze getuigen voor een groot deel al uit en te na besproken in eerdere verslagen. Hoe de rechtbank straks naar de uitleg van het OM zal kijken, zal later blijken. We krijgen straks eerst nog de pleidooien en ook met de ongetwijfeld gigantische pleidooien zal me wat vaker moeten beperken tot de hoofdlijnen en de belangrijkste conclusies. Een van de andere redenen is dat ik besloten heb op sommige momenten wel wat uitgebreider verslag te doen en zal dus keuzes moet maken om het bijwonen van het liquidatieproces vol te kunnen houden tot het einde. Deze week zijn er 4 lange dagen en dan is het onmogelijk om ook nog ‘s avonds uren te zitten schrijven, hoe graag ik ook zou willen. Het leven naast het liquidatieproces gaat natuurlijk ook nog gewoon door.

Over deze getuigen gesproken. Ik vond het opmerkelijk afgelopen vrijdag te lezen dat het min of meer als een nieuwsfeit wordt gebracht op de voorpagina van de wakkerste krant van Nederland dat de onderwereld forse bedragen zou hebben betaald om de verklaringen van Peter La Serpe ‘onderuit te halen’. Er staat dan nog wel bij dat het gesuggereerd wordt door de raadsman van La Serpe, Mr. Jan Peter van Schaik, echter als je de achtergronden kent, vraag je je af hoe ze dit verzinnen. Nou ja “verzinnen”, dat is bij wijze van spreken, het staat ook maar mooi zwart op wit in het genoemde requisitoir. Anders zou je bijgod niet weten waar men ineens zulke “wijsheid” vandaan haalde. De advocaat van La Serpe komt daar nu mee, terwijl tot dusverre die suggestie alleen werd gedaan door cliënt La Serpe zelf. Tenminste, tijdens openbare zittingen waar ik bij was. En dat is wel een beetje logisch dat de kroongetuige daar mee komt. Het gaat immers om zijn geloofwaardigheid die aangevallen wordt. Wat kan hij anders zeggen?

Kennelijk is er tijdens de zittingen achter gesloten deuren met F1 en F3 besproken wat er dan wel gekocht zou zijn en voor hoeveel exact. Om precies te zijn, volgens het requisitoir van OM zou er ’60 euro per uur betaald zijn aan F3 en 600 euro per dag aan F1. Die 600 euro kreeg F1 ook als het om een dagdeel of enkele uren ging’. Verder hebben beide getuigen ‘niet eens bij benadering kunnen aangeven welke bedragen zij in totaal hebben ontvangen. En wie de kosten draagt, is geen antwoord op gekomen’, aldus Mr. Betty Wind.

De journalist van het bewuste artikel, John van den Heuvel, zag ik maandag overigens een uurtje in de Bunker. Van den Heuvel is er eigenlijk nooit zo lang. Wellicht was hij er maandag om de requisitoiren op te halen bij persvoorlichter? De andere journalisten kregen die papieren pas uitgereikt nadat de officieren van justitie klaar waren met voordragen per deel-requisitoir. Maar goed, John is waarschijnlijk druk en ‘das zijn goed recht’ waarschijnlijk, zal ik maar zeggen. Als je contacten hebt bij politie en justitie/OM vanwege je oude baan… Daar is op zichzelf denk ik niet zoveel mis mee, maar voor de voorpagina van een van de meestgelezen kranten van Nederland zou ik persoonlijk oppassen met al te suggestieve mededelingen van nou net deze vooringenomen partij. Je weet toch hoe dat werkt. Voor je het weet is het ook weer “de waarheid en niets dan de waarheid” op de bouw en in kantoren van Nederland. Één troost voor die “onderwereld”: geen chocoladeletters dit keer… Overigens denk ik wel dat er veel meer journalisten zijn die niet weten wat er allemaal heeft gespeeld rondom deze 5 getuigen.

Maar ik was dus bij dat “kopstuk van de Amsterdamse onderwereld” die “koopgetuigen” zou hebben aangebracht gebleven. Volgens mij ligt het iets anders. Beter praat je dan zelf even met zo’n man die nou weer een veeg uit de pan krijgt. Sinds een jaar of twee heb ik zelf regelmatig telefonisch contact gehad met de vader van Jesse Remmers, Greg Remmers. Ik kan me nog goed herinneren dat Remmers me in een eerste gesprek met beleefde stem bedankte voor de uitgeprintte rechtbankverslagen die ik hem regelmatig stuurde naar zijn cel. Dat had iemand uit zijn directe omgeving mij ooit eens gevraagd, kort nadat hij vast kwam te zitten. Diegene: “Zo blijft de vader van Jesse ook nog in zijn cel zonder internet toch een beetje op de hoogte van gebeurtenissen met zijn zoon tijdens Passage. Hij leest altijd jouw verslagen”. Een trouwe lezer had ik dus blijkbaar al vóór hij vast kwam te zitten.

Voor zijn arrestatie was de beruchte Greg Remmers zelf ook regelmatig te vinden op de tribune en tijdens een van die gelegenheden raakten we in gesprek. Het bleek dat we ooit in een ver verleden eens naast elkaar hadden gestaan in zo’n peperdure winkel binnen justitie-hotel “De Houten Lepel”, om het zo maar even te noemen. (Een goede misdaadverslaggever heeft ooit zelf eens een poosje achter de tralies doorgebracht, zeg ik altijd maar… Hè Koen?…) Maar goed, ik vertelde Remmers toen tot in detail over de ontmoeting 23 jaar eerder. Die kon ik alleen weten als ik die dag ook daadwerkelijk op die plek aanwezig was. Dat was dus het “bewijs”. Het was wel grappig om te kunnen vertellen hoe Greg Remmers bijna een kwart eeuw geleden die dag zijn haar droeg.

Er ontstonden in de jaren daarna enkele intressante, meestal telefonische gesprekken met de altijd even sympathieke Remmers, waar ik natuurlijk niet meer tot in detail op in zal/kan gaan op dit moment, maar één ding staat me nog vers in mijn geheugen en zal ik nu het actueel is wel benoemen. Het was kort na die dag bij de Bunker en vrij kort na zijn arrestatie in verband met Tamanaco, die Italiaanse coke-zaak waarin hij verdachte was. Enkele zittingen in verband met die zaak heb ik toendertijd ook vanwege het raakvlak ‘verdachte zoon Jesse – vader Greg van de verdachte Jesse’ een tijdje met meer dan gemiddelde belangstelling gevolgd en bezocht.

Vader Greg Remmers zei mij eens in zo’n gesprek dat hij het gevoel had dat er spelletjes werden gespeeld om hem van het toneel te doen laten verdwijnen. ‘Ik ben kennelijk een “pain in the ass” voor justitie. Het is ook ‘oud zeer’ wat er nog zit en nu wordt er zo’n spelletje gespeeld. Men wil mij maar al te graag van het toneel hebben. Ik liep te vaak bij die Bunker hè…’.

En over de anonieme getuigen: ‘Weet je wat het is, Eric, Jesse is wel mijn kind hè, mijn eigen vlees en bloed waar we het over hebben. Je doet er toch alles aan wat je kunt doen om je kind te helpen? En niet alleen mijn kind hè, maar ook de anderen, die andere jongens net zo goed. Het is me nogal niet wat, dat die Peter zo slecht praat over Jesse, en dat van horen zeggen… Er klopt niks van. En wat ie nu bij mijn zoon doet, doet ie ook bij anderen. Dat kan toch niet… Ik mag mijn eigen kind toch helpen?… Maar wel binnen het recht he, geen gekochte getuigen, niks… Niks van dat, maar als ik een centje mee kan helpen, dan doe je dat toch als vader? Daar is helemaal niks geheims aan’.

En dat laatste klopt. Ondanks het feit dat iedereen weet dat telefoonlijnen vanuit de bajes natuurlijk zeker getapt worden, nam Greg Remmers volgens mij nooit een blad voor zijn mond en is er nooit een groot geheim van gemaakt dat hij als vader van Jesse Remmers persoonlijk eens getuigen naar het kantoor van advocaat Nico Meijering heeft gebracht, vervolgens weer weg is gegaan bij het kantoor en ze later weer heeft opgehaald om deze personen weer netjes thuis te brengen.

En dat Remmers wellicht ooit onkostenvergoedingen uit eigen zak zou hebben betaald, dat kan ook allemaal best zo zijn, daar blijf ik verder vanaf, simpelweg omdat ik het niet eens weet, maar al zou dat zo zijn, zijn die getuigen daarmee dan “met forse bedragen door de onderwereld gekochte getuigen” zoals nu beweerd wordt door Mr. Van Schaik in het bewuste artikel in De Telegraaf ? Mij lijkt dat schromelijk overdreven, zeker nu we weten wat La Serpe vangt. In het kader van ‘equality of arms’ lijkt mij dit zelfs gerechtvaardigd. Het roept op z’n minst vragen op. Is dit niet de omgekeerde wereld die Van Schaik nu schetst? Nu de verdediging z’n werk goed doet, heet het ‘grenzen overschreden’? Gekochte verklaringen? Hadden we die niet eerder gehoord?

Terug naar het requisitoir. OvJ Mr. Betty Wind besprak dus stuk voor stuk alle getuigen. De verklaringen van Jesse Remmers, voor zover hij zich niet heeft beroepen op zijn zwijgrecht, zijn al uit en te na besproken op zitting en daar wordt door het OM geen geloof aan gehecht. De analyse van de verklaringen van de 5 andere getuigen zou daar geen verandering in brengen en zijn evenmin geloofwaardig, aldus Mr. Wind.

Conclusie (aan einde requisitoir)
Mr. Betty Wind: Beweringen van de verdediging dat La Serpe zou hebben gelogen over de zaak Bethlehem en over andere zaken konden uiteindelijk niet hard gemaakt worden. Pogingen om La Serpe de moord op Bethlehem en de aanslag op Kaale in de schoenen te schuiven, hem als persoon te diskwalificeren en hem aldus weg te zetten als leugenachtige en onbetrouwbare getuige, zijn mislukt. Er is geen reden om aan te nemen dat La Serpe over die zaken niet naar waarheid heeft verklaard. Naar ons oordeel zijn de verklaringen van La Serpe betrouwbaar gebleken. Deze verklaringen kunnen worden gebruikt voor het bewijs.

*

Wellicht ten overvloede: In mijn vorige verslag kondigde ik aan dat ik nog een verslag zou schrijven over de voorgedragen requisitoiren in de deeldossiers Tanta, Opa en Cobra. Dat gaat ook wel gebeuren, maar om diverse reden kwam ik daar echter voor en/of tijdens dit weekend niet meer aan toe. De dossiers zijn wel al uitgebreid besproken op zitting en terug te lezen op dit webblog. Onder meer om die reden stel ik het voorlopig even uit. Het zijn al erg lange, drukke dagen. Het kost me al vrij veel energie, wat op zich niet zo erg is, maar het moet wel gezond blijven, laat ik het zo maar even zeggen. Die houdt u tegoed. Wel mijn excuses, dat ik op mijn toezegging terug moet komen.

Ik loop dus iets achter. Vandaag was een belangrijke dag: Het requisitoir in de zaak Kees Houtman. Kom ik zeker op terug, maar alles op z’n tijd. Dank u voor uw begrip.

Morgen verder met o.a. het requisitoir in de zaak Thomas van der Bijl.
Dag 4: 22 mei 2012
Onderzoek Perugia: slachtoffer Thomas van der Bijl
Onderzoek Nicht: slachtoffer Atilla Önder
Onderzoek Neef 1: slachtoffer Leendert Bosnie
Onderzoek Neef 2: slachtoffer August Adjoeba

Bondtehond

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

OM: ‘Waarom staan wij hier met deze zaak?’

Na enkele jaren van inhoudelijke behandeling was het maandag    14 mei dan zover. Het openbaar ministerie kon eindelijk een begin maken met het requisitoir dat zo’n 6 dagen in beslag zal nemen. Aansluitend op de laatste dag, om precies te zijn op 25 mei, worden de strafeisen bekend gemaakt. Op deze eerste dag van het requisitoir waren er meer journalisten aanwezig dan anders en de rechtszaal van de Bunker zat sinds tijden weer eens afgeladen vol procesdeelnemers en andere direct bij het proces betrokkenen.

De meeste raadslieden waren aanwezig, alle officieren van justitie en achterin de rechtszaal zaten ook een aantal OM- en TGB-leden. Zelfs hoofdofficier Mr. Theo Hofstee was aanwezig, en ook herkende ik Mr. Sander de Haas, die eerder eens getuigde op zitting. Van de verdachten waren alleen Jesse Remmers, Dino Soerel en Nampaul de B. aanwezig en natuurlijk ook kroongetuige en tevens verdachte Peter La Serpe.
De rechters, onder leiding van voorzitter Mr. Frits Lauwaars, hadden zich voorgenomen zo min mogelijk met de zitting te bemoeien, aldus Lauwaars. Hij gaf meteen het woord aan officier van justitie Mr. Betty Wind.

Het OM had het requisitoir van maandag verdeeld in 5 delen:
Deel 1: De introductie;
Deel 2: De overeenkomst met La Serpe;
Deel 2 (bijlage): Het standpunt van het OM (zoals verwoord ter zitting van 19 maart 2012); Deel 3a: De betrouwbaarheid van de verklaringen van La Serpe.
A: De bevindingen van het OM en de bevestigingen van de verklaringen;
Deel 3b: De betrouwbaarheid van de verklaringen van La Serpe.
B: De beschuldigingen aan het adres van La Serpe.

Mr. Wind leidde de introductie van het requisitoir in met een citaat afkomstig uit de slachtofferverklaring van de ouders van de in 1993 bij de Ouderkerkerplas vermoordde Joegoslaaf Sonny Hadziselimovic, een verklaring die zij eerder ter zitting hebben afgelegd, ruim 16 jaar na zijn dood. Het verdriet van de ouders is nog altijd intens aanwezig. Zo ook bij Maria Houtman, de weduwe van Kees Houtman, die afgelopen vrijdag belde met de officier om haar sucses te wensen met een stem vol van emoties. Ook de broers en zussen van Thomas van der Bijl zijn nog iedere dag bezig met het verlies van hun broer. Dochter April van der Bijl probeert een goede vrolijke moeder te zijn voor haar kinderen, maar dat is moeilijk, zelfs op hun verjaardagen, omdat Opa er niet is… Een greep uit de mededelingen van nabestaanden. De toon was daarmee gezet, volgens de verdediging.

Ovj Mr. Wind: Een ieder die zich afvraagt waarom we ons druk zouden moeten maken om afrekeningen in het criminele milieu, moet zich realiseren dat dit ook een aspect van die afrekeningen is. De slachtoffers laten intens verdrietige ouders, broers en zussen, echtgenotes en kinderen achter.

In de introductie vertelde officier Mr. Wind dat Passage een bijzondere zaak is. Niet alleen door de lange duur van dit proces, maar ook omdat er belangrijke vragen beantwoord moeten worden over het gebruik van de kroongetuige. Het is het eerste proces na de nieuwe wettelijke kroongetuigeregeling. Er zal door de rechtbank jurisprudentie worden geschreven, die bepalend zal zijn in volgende zaken.

Ovj Mr. Wind: Het requisitoir gaat over tien liquidatiezaken: vijf voltooide liquidaties met zeven dodelijke slachtoffers en vijf pogingen of voorbereidingen van liquidaties. Het gaat ook over wapenhandel, over een criminele organisatie gericht op liquidaties en wapendelicten, over witwassen en over het bezit van valse paspoorten. Er staan elf verdachten terecht op verdenking van deze feiten.

Het requisitoir is opgebouwd uit deelonderwerpen. Vandaag laten wij een aantal algemene thema’s de revue passeren. Dat zijn thema’s die van belang zijn voor alle of voor meerdere zaken en verdachten. In de komende dagen zullen de verschillende deelonderzoeken worden behandeld. Het programma zal ik u zo tonen. Pas op de zesde en laatste dag zullen we toekomen aan het formuleren van de eis tegen de verdachten.
Het openbaar ministerie liet vervolgens het programma zien op beeldschermen in de Bunker-rechtszaal.

Lees hier: De indeling van het requisitoir

In de algemene inleiding stelt Ovj Mr. Wind een aantal vragen die bij velen zullen zijn opgekomen. Vragen die vandaag aan de orde zullen komen en waar het OM in deze inleiding en in andere requisitoir-onderdelen antwoord op zal geven.
Waarom staan wij hier met deze zaak? Waarom is er zo een langdurig en kostbaar opsporingsonderzoek verricht? Waarom duurt dit proces zo verschrikkelijk lang? Waarom moeten daar vijf officieren van justitie, vier rechters, twee griffiers en zo veel advocaten aan te pas komen? Waarom is dit proces zo complex? Gaat het eigenlijk nog wel over die liquidaties? Waarom zijn al die zaken en al die verdachten tegelijk voor de rechter gebracht? Is het wel een goed idee om in zee te gaan met een kroongetuige? Heeft die kroongetuige nu wel of niet de waarheid verteld? Wat is dat voor een gedoe met die anonieme getuigen die achter gesloten deuren worden gehoord?

(Overigens, niet dat ik die antwoorden van het OM hier allemaal kan reproduceren in één verslag, helaas, daar is het requisitoir eenvoudigweg te uitgebreid voor. – red.)

Om deze vragen te beantwoorden begon officier Mr. Wind met een terugblik op de historie. De voorgeschiedenis is dat Nederland, in het bijzonder Amsterdam, de afgelopen 30 jaar is geconfronteerd met een lange reeks afrekeningen in het criminele milieu, met een trieste piek in 2005. Er vonden in ruim een week vier liquidaties plaats. Het ging om de liquidaties van Cees Houtman, John Mieremet, Evert Hingst en George van Kleef. De gebeurtenissen in de eerste novemberdagen van 2005 brachten zelfs de Minister er toe vragen te stellen aan het Parket Amsterdam.

Ondanks grondig en soms langdurig opsporingsonderzoek was het zo dat de politie bij de lange reeks liquidaties in de achterliggende jaren in vrijwel alle gevallen niet voldoende materiaal kon verzamelen om verdachten veroordeeld te kunnen krijgen.

OvJ. Mr. Betty Wind (samengevat): De oorzaken van dit gebrek zijn divers:
- Van veel van de slachtoffers kan gesteld worden dat zij zelf actief waren in het criminele milieu, waarbij zij met verschillende criminele tegenspelers van doen hadden en met even zovele in conflict konden raken over grote (uiteindelijk veelal financiële) belangen. Er zijn soms zo veel mogelijke onderzoeksrichtingen dat de opsporing stagneert.

- De afrekeningen in het criminele milieu worden doorgaans zo professioneel uitgevoerd dat op de plaats delict nauwelijks bruikbare sporen achter blijven. Er worden zelden foutjes gemaakt.

- Het is bijna vanzelfsprekend dat de zeldzame getuigen die werkelijk iets zinvols kunnen verklaren over de toedracht dat meestal niet willen. Hetzij uit loyaliteit met de dader, hetzij uit angst voor represailles, hetzij omdat ze daarmee zelf strafvervolging riskeren of vanwege een combinatie van deze factoren. Wat ook nog wel eens meespeelt is dat de kring rond een slachtoffer meer geneigd is ‘het probleem zelf op te lossen’ of zelf voor vergelding te zorgen dan met de politie te praten en het aan hen over te laten. Niet zelden weet men in die kring heel goed uit welke hoek het komt, maar deelt men die informatie niet met politie en justitie.

- Ten slotte is het milieu waarbinnen opsporing moet plaatsvinden vaak uitstekend op de hoogte van de mogelijkheden en beperkingen van de Nederlandse opsporingsbevoegdheden. Daarom leveren reguliere opsporingsmiddelen als telefoontaps, observaties, onderzoeken naar historisch telecomverkeer of financiële bevragingen vrijwel nooit iets wezenlijks voor de opsporing op. Verdergaande bevoegdheden zoals stelselmatige informatie-inwinning of infiltratie lijken uitgesloten in het hoog professionele milieu waar het om gaat. De kring waar het om gaat is veelal zo ‘gesloten als een oester’. Informatie en communicatie worden afgeschermd. En voordat iemand zodanig wordt vertrouwd dat hij dicht bij een verdachte persoon of groep kan komen, zal hij veelal eerst, zoals dat heet, ‘zelf vuile handen gemaakt moeten hebben’. Dat het niet lukte zaken “op te lossen” is niet alleen onbevredigend voor de politie en Openbaar Ministerie en uitermate teleurstellend voor nabestaanden, maar ook maatschappelijk ongewenst. Was de tijdsgeest in het verleden lange tijd zo geweest dat het ook niet zo erg was dat liquidatiezaken niet werden opgelost, daar is in het afgelopen decennium verandering in gekomen. Liquidatie vonden soms plaats te midden van onschuldig publiek, waarbij het vaak een godswonder was dat er niet meer onschuldige slachtoffers waren gevallen. Gaandeweg onstond het beeld van een politie- en justitie-apparaat dat machteloos was in deze zaken. De verantwoordelijken konden ongestraft hun conflicten oplossen en verwierven gaandeweg meer en meer de status van onaantastbaarheid. Daar kwam nog bij dat einde van de jaren ’90 politieke aandacht kwam voor het fenomeen dat (de top van) “de onderwereld” verweven leek te gaan raken of geraakt was met “de bovenwereld”, met name in de vastgoedsector. Deze combinatie van factoren werd breed gezien als maatschappelijk zeer onwenselijk. De tijd was rijp om op grotere schaal politiecapaciteit in te zetten voor criminele afrekeningen en dat is ook gebeurd.

Maar zaken willen oplossen geeft nog geen garantie, dat dat ook lukt. De hiervoor genoemde oorzaken die in de weg stonden aan goede resultaten neem je, ook met een groot en professioneel politieteam dat de tijd krijgt, niet zo maar weg. Ik kan dan ook stellen dat het feit dat La Serpe zich meldde bijzonder welkom was. Zijn bereidheid onder voorwaarden opening van zaken te geven, bood kansen die er daarvoor niet waren. Zonder overdrijven kan ik zeggen dat het in de meeste gevallen zonder kroongetuige nooit was gelukt voldoende inzicht in de achtergronden te krijgen en verdachten kansrijk voor de rechter te brengen.

OvJ. Mr. Betty Wind: Een uitzondering vormt de zaak Van der Bijl. In deze zaak was de Amsterdamse recherche al een heel eind gekomen in de oplossing van de zaak. Het begin lag bij een foutje van de berokkenen. Op het gebruikte en weggegooide wapen werd. nadat het twee dagen in het water had gelegen, dankzij een vasthoudende forensisch rechercheur, toch nog DNA aangetroffen. Snel en grondig recherche-onderzoek daarna heeft goede resultaten opgeleverd, die inmiddels tot een aantal veroordelingen hebben geleid. De bevindingen in de zaak Van der Bijl vormden in een vroeg stadium ook een goed toetsingskader voor de betrouwbaarheid van de verklaringen van La Serpe. De tactische bevindingen in deze zaak pasten feilloos bij wat La Serpe over deze zaak vertelde. Maar La Serpe sprak ook over aspecten in deze zaak die nog niet bekend waren. Zijn verklaringen konden dus ook bijdragen aan de verdere opsporing in deze moordzaak.

Wij zijn ons er van bewust dat er ethische bezwaren kleven aan een deal met een kroongetuige, die zelf van moord wordt verdacht. Maar gedurende het opsporingsonderzoek van de afgelopen jaren zijn we er meer en meer van doordrongen geraakt dat het gebruik van kroongetuigen en andere bijzondere getuigentrajecten onontbeerlijk is voor een sucsesvolle opsporing en vervolging in zaken als deze. Domweg omdat andere opsporingsmogelijkheden in de praktijk ontoereikend zijn.
De verklaringen van La Serpe vormden de directe aanleiding voor het opstarten van het onderzoek Passage. De hoogste prioriteit lag bij het voorkomen van nog meer afrekeningen. La Serpe had niet alleen verteld over liquidaties uit het recente verleden, maar ook over op handen zijnde liquidaties waarvoor al opdrachten in het milieu waren uitgezet. Personen die volgens La Serpe op de nominatie stonden te worden vermoord waren Atilla Önder, Nedim Imaç, August Adjoeba, Leendert Bosnie en Ruud Hilligers.
Het was dus van belang dat er na het afleggen van de kluisverklaringen snel een deal werd gesloten en dat die kon worden voorgelegd aan de rechter-commissaris. Tot die tijd waren immers de verklaringen van La Serpe tactisch niet bruikbaar en kon er, behalve het CIE-matig waarschuwen van potentiële slachtoffers, helemaal niets gedaan worden om liquidaties te voorkomen. Toch heeft de fase van het advies van het CTC (Centrale Toetsings-Commissie) en de goedkeuring van het College en de Minister nog geruime tijd in beslag genomen vanwege de morele en etische dilemma’s waarover grondig nagedacht moest worden en het feit dat de kroongetuigeregeling een vrij nieuwe regeling was. Dat die fase tijd kostte, was noodzakelijk en begrijpelijk, maar heeft wel tot enige frustratie geleid. Met name toen op 20 februari 2007, kort voor de RC-toetsing, alsnog Nedim Imaç werd geliquideerd. Dat hij door de CIE was gewaarschuwd heeft zijn vroegtijdige, geweldadige dood helaas niet kunnen voorkomen.

OvJ. Mr. Betty Wind: Deze moord was voor ons een grote schok en een dramatische bevestiging van het feit dat wat La Serpe vertelde serieus genomen moest worden. Wij waren er daarmee van doordrongen dat we snel moesten schakelen en zijn, zodra dat mogelijk was, overgegaan tot aanhoudingen van de verdachten. Het opsporingsonderzoek ging eind maart 2007, direct na de RC-toetsing van start.
La Serpe heeft verklaringen afgelegd in 14 liquidatiezaken, acht voltooide liquidaties met 11 dodelijke slachtoffers en in zes gevallen van pogingen of voorbereidingshandelingen. De zaken waren zo enstig dat, nu er aanknopignspunten waren, móesten worden onderzocht. Er konden geen zaken buiten het onderzoek blijven. Maar deze zaken konden echter niet allemaal tegelijk onderzocht worden. Er moesten keuzes gemaakt worden in de prioritering van onderzoeken: welke eerst en welke later.

OvJ. Mr. Betty Wind: De keuze om zoveel zaken ineens aan de rechtbank voor te leggen, is genomen om de volgende twee redenen: (A + B) A De samenhang en verwevenheid van het geheel van zaken en verdachten.

Die samenhang en verwevenheid zit hem in dat verdachten in meerdere liquidatiezaken als verdachte naar voren komen. Jesse Remmers is, hoewel hij niet overal voor wordt vervolgd, in dertien van de veertien liquidatiezaken als verdachte aangemerkt. Hij wordt vervolgd voor zes liquidatiezaken. Ali Akgün wordt vervolgd voor vijf liquidatiezaken, Mohammed Rasnabe voor vier, Fred Ros en Peter La Serpe voor drie en Sjaak Burger en Dino Soerel voor twee. Een logische splitsing was niet mogelijk omdat de verdenkingen zien op wisselende samenstellingen van verdachten. Voor de verdachten die maar voor één zaak worden vervolgd, Siegfried Saez, Pinny Song, Nan Paul de B. en Freek S., geldt dat in hun zaken ook Remmers en Rasnabe worden vervolgd en dat er dus via die verdachten een grote samenhang is met het geheel. Afsplitsing van die zaken heeft dan ook grote nadelen en verzoeken van de verdediging tot afsplitsing zijn door de rechtbank om die reden afgewezen.

De verklaringen van La Serpe zijn niet in veertien mootjes op te delen. Het één hangt zodanig met het ander samen dat het als geheel moet worden bekeken. Ook verklaringen van andere getuigen en andere onderzoeksresultaten zijn vaak in meerdere zaken van belang en kunnen pas goed op waarde worden geschat als de rechtbank ze in totaal beschouwt.

B De omstandigheden dat met La Serpe, die over al deze zaken verklaart, een deal is gesloten.

De tweede reden die maakt dat de zaken niet separaat aan de rechtbank konden worden voorgelegd, is gelegen in de overeenkomst met La Serpe. De rechtbank kan de rechtmatigheid van de overeenkomst, de betrouwbaarheid van de verklaringen en de bruikbaarheid daarvan voor het bewijs slechts ten volle toetsen als ze het totale onderzoek zo breed mogelijk beschouwt. Het is ondenkbaar dat telkens weer een nieuwe rechterscombinatie opnieuw over deze factoren zou moeten oordelen.

Officier van justitie Mr. Wind geeft ons op een briefje dat indien alle zaken seperaat of in clusters na elkaar aangebracht zouden worden, zoals een aantal raadslieden blijkbaar had gewenst, de totale berechting vele malen langer had geduurd. Ook geeft de officier ons op een briefje dat een dergelijke aanpak het OM nog veel meer verwijten van de verdediging zou opleveren. De stelling dat het OM de zaak niet in zijn totaliteit had moeten aanbrengen, is naar het oordeel van het OM een gelegenheidsstelling. Als het OM het anders had gedaan, hadden de raadslieden vast en zeker om voeging gevraagd, aldus Wind.

OvJ. Mr. Wind: Ja, het proces duurt lang. Maar het kan dus niet anders dan zoals de zaak nu is aangebracht. De verdachten hebben de lange duur en een lange voorlopige hechtenis voor lief te nemen. De ernst van de feiten waarvan zij verdacht worden, maakt dat zonder meer gerechtvaardigd.

De cijfers op een rijtje:

  • 49 Gerechtelijke Vooronderzoeken
  • ca. 300 getuigen en 30 verdachten gehoord door de politie
  • ca. 500 getapte telefoonlijnen
  • ca. 170.000 tapgesprekken
  • ca. 168 getuigenverhoren bij de RC (vele over meerdere dagen)
  • ca. 12.200 processen-verbaal en andere processtukken
  • ca. 300 ordners dossier
  • ca. 32 zittingsdagen pro forma
  • ca. 151 zittingsdagen inhoudelijke behandeling tot nu toe
  • ca. 40 dagen verhoren van La Serpe ter zitting (ruwe schatting)
  • ca. 24 verzoeken opheffing van de voorlopige hechtenis
  • 4 wrakingsverzoeken
  • ca. 3200 pagina’s proces verbaal van terechtzitting

OvJ. Mr. Wind: Dit proces duurt lang; voor de verdachten, voor de rechtbank, voor de raadslieden, voor een aantal zeer trouwe journalisten en voor ons. 32 Pro Forma zittingsdagen, 151 inhoudelijke zittingsdagen tot nu toe en daarnaast al het tussentijdse werk aan voorbereidingen en het schrijven van teksten en tussenbeslissingen. Dat is niet niks. De rechtbank heeft vaak terecht zorgen over de voortgang geuit en heeft telkens weer het zittingsschema moeten aanpassen.

Af en toe is er sprake geweest van grote spanningen tussen verschillende procesdeelnemers, die soms niet en soms ook wel werden uitgesproken. Af en toe zelfs via de media. Soms was het begrip respect voor elkaar professionele positie ver te zoeken. Dat is ons vaak een doorn in het oog geweest en moet wat ons betreft geen trend in de Amsterdamse rechtspraktijk worden. Van professionele procesdeelnemers mag een zakelijke, professionele opstelling worden verwacht.

Een tussentijdse beschouwing.
Is het nu nodig geweest en, op dt moment bezien, de moeite waard geweest een zo grootschalig onderzoek te verrichten en een zo kostbaar en langdurig proces te voeren? Ons antwoord op die vraag is absoluut: JA.
De extreem gewelddadige groepering waar het hier om gaat, die straffeloos tegenstanders uit de weg kon ruimen, die zich in steeds verdergaande mate onaantastbaar kon gaan voelen, die een plat contact bij de politie had en die doende was zich in de vastgoedsector met de bovenwereld te vermengen en aldus steeds machtiger werd, móest een halt worden toegeroepen. Het was maatschappelijk niet langer verantwoord daar niets aan te doen. Het Openbaar Ministerie, dat tot primaire taak heeft strafbare feiten op te lossen en waar mogelijk te verhinderen, wilde de geboden kans dan ook aangrijpen.

Is het dan ook gelukt die groepering een halt toe te roepen? Tot op zekere hoogte zeker. Kort na de aanhoudingen van verdachten is er een, in de gevangenis, tussen twee zware criminelen gevoerd gesprek afgeluisterd, waarin de ene crimineel tegen de andere over de dodenlijst zegt ‘dat alles is stopgezet’. Ik durf te stellen dat er een reële kans is dat een aantal, zo niet alle potentiële slachtoffers die op de nominatie stonden, niet meer zou hebben geleefd als er niet was ingegrepen en dat de groepering mogelijk nog meer slachtoffers zou hebben gemaakt.

Is met dit onderzoek het probleem dan opgelost en het werk klaar? Nee, zeker niet. De zaken in dit proces dekken niet de hele lading. Een aantal verdachten in dit proces wordt verdacht van betrokkenheid bij meer liquidaties dan waarvoor zij nu worden vervolgd. En er zijn in en rond deze groepering personen die nog niet aangepakt konden worden. Maar wij zijn nog niet klaar. De politie en het OM gaan gewoon door en zullen de volle aandacht blijven richten op zaken als deze.

Natuurlijk is de groepering die terechtstraat niet verantwoor- delijk voor alle liquidaties van de afgelopen jaren. er zijn dus ook nog andere zaken en andere verdachten die aangepakt moeten worden. De politie en het OM zullen nooit werkloos worden in de hoek van de zware criminaliteit. Er blijven altijd nieuwe criminelen komen die in een machtsvacuüm proberen te duiken of die zelfstandig een imperium proberen op te bouwen. Een ieder die aldus meent koning in een eigen koningkrijk te moeten spelen, kan op de volle aandacht van politie en justitie rekenen. De tijd dat afrekeningen in het criminele milieu en samenleving-ontwrichtende criminaliteit geen prioriteit hadden is echt voorbij.

Maar worden alle verdachten die nu terechtstaan dan ook veroordeeld? Dat is natuurlijk de vraag. De verklaringen van La Serpe alleen zijn niet voldoende. Als alle getuigen die door de politie, de RC en ter zitting zijn gehoord, naar waarheid zouden hebben verteld wat zij weten, zou het eenvoudig zjn geweest de waarheid te achterhalen. Maar in zaken als deze moeten we het doen met de verklaringen van de enkeling die wil en durft mee te werken en met brokken van informatie. Dat is inherent aan zaken als deze. Wij zijn ook geconfronteerd met getuigen die weldoordachte leugens hebben verteld om de verdachten te helpen, zonder dat daar een vinger achter te krijgen was.

Voor een aantal verdachten zal het er om spannen. Bijna anderhalf jaar geleden heeft de rechtbank de voorlopige hechtenis van Akgün na ruim drie-en-een-half jaar opgeheven. De reden was, dat voor de feiten waarvoor de voorlopige hechtenis was bevolen, de 67a lid 3 situatie was bereikt. En onlangs heeft de rechtbank na 18 maanden de voorlopige hechtenis van Soerel opgeheven, omdat er naar het oordeel van de rechtbank tegen hem voor een deel niet voldoende ernstige bezwaren (meer) waren en overigens de 67a lid 3 situatie was bereikt. Ik kondig nu alvast aan dat wij van mening zijn dat er voldoende bewijs is om ook deze verdachten te veroordelen. Dat zullen we in de komende dagen in verschillende deelrequisitoiren toelichten.

Mr. Wind kwam nog even terug op de nabestaanden van de slachtoffers. Er is de afgelopen jaren relatief weinig aandacht besteed aan het leed van de nabestaanden van geliquideerde personen. Aan hen wil de officier van justitie aan het slot van deze inleiding nog enkele woorden wijden.

OvJ. Mr. Betty Wind: Voor veel nabestaanden geldt dat hun leven kapot is gemaakt. Dat geldt niet alleen voor de nabestaanden van wie recent een dierbare is vermoord. Het geldt evenzeer voor de nabestaanden die daarmee al in 1993 zijn geconfronteerd. U bent op zitting getuige geweest van het nog allesovereheersende hartverscheurende verdriet van de ouders van Sonny Hadziselimovic. Een aantal nabestaanden is andere zaken kon het niet aan de zitting bij te wonen. Dat wil niet zeggen dat hun verdriet over is. Integendeel. Dat verdriet is bij deze mensen, en denk met name ook aan de kinderen van de slachtoffers, nog dagelijks aanwezig en een aantal kampt als gevolg van het gebeurde met psychische problemen. Over het leed van al deze nabestaanden en over alle potentiële slachtoffers is een verhaal te vertellen. daar zullen we in de verschillende deelonderzoeken telkens aandacht aan besteden.

Tot zover het (begrijpelijke) verdriet van de nabestaanden…. De requisitoiren in de deelonderzoeken Tanta, Opa en Cobra zijn maandag reeds behandeld. Daar kom ik nog op terug met een verslag.

De officier benoemde tot slot van haar inleiding en vanuit haar standpunt de koelbloedigheid van de verdachten die gedurende dit proces niet getuigd hebben van enig medeleven of inlevingsvermogen. Hun opstelling zou volledig zijn bepaald door eigenbelang.

Mr. Wind: Opdrachtgevers en uitvoerders hebben in alle gevallen getuigd van een totaal gebrek aan respect voor het leven en een volledige desintresse in het leed dat aan de nabestaanden werd berokkend. Zij hebben uitsluitend eigen belangen voor ogen gehad. Oninvoelbaar en schokkend.

Dit laatste is natuurlijk wel invoelbaar dat een officier van justitie belast met deze zaken dit zegt. Niet veel mensen zullen de ogen sluiten voor het verdriet van nabestaanden. Maar wat kun je verwachten van ontkennende, dus in hun eigen ogen en die van hun verdediging, niet verantwoordelijke verdachten? Hoe moeten zij zich dán gedragen? Dat blijft natuurlijk altijd moeilijk zoiets.

Voor het OM is het bewijs rond, voor de verdachten en verdediging allerminst. En daar gaat dit proces ook over…

*

De betrouwbaarheid van de verklaringen van La Serpe is reeds vele zittingen over gedebatteerd. Het OM is van oordeel dat de verklaringen van La Serpe als betrouwbaar beoordeeld kunnen worden en gebruikt kunnen worden voor het bewijs in de diverse tenlastegelegde zaken.

*

Wordt binnenkort vervolgd met een verslag van de requisitoiren in de deelonderzoeken Tanta, Opa en Cobra.

Bondtehond bij het Liquidatieproces 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Indeling requisitoir Passage

Op 14 mei 2012 startte het Openbaar Ministerie met het requisitoir in het liquidatieproces Passage. Er zijn zes dagen voor uitgetrokken. Op vrijdag 25 mei 2012 zal het Openbaar Ministerie haar strafeisen formuleren.

Het programma op de zes dagen is als volgt:
Indeling van het requisitoir:
Dag 1: 14 mei 2012

Algemene onderwerpen die vandaag aan de orde komen:

  • 1- Een algemene inleiding met een toelichting op het opsporingsonderzoek
  • 2- De overeenkomst met La Serpe
  • 3 De betrouwbaarheid van de verklaringen van La Serpe:
  • A de bevindingen van het openbaar ministerie en de bevestigingen van de verklaringen
  • B de beschuldigingen aan het adres van La Serpe
  • De bewijswaarde van anonieme bedreigde getuigen en kroongetuigen
  • Zwijgende verdachten en de bruikbaarheid in de bewijsconstructie

Verschillende deelonderzoeken:
Dag 2: 15 mei 2012
De “1993-zaken”

Onderzoek Tanta: slachtoffers George Ilic en Sonny Hadziselimovic
Onderzoek Opa: slachtoffers Tonnie van Maurik
Onderzoek Cobra: slachtoffers Henie Shamell en Anne de Witte

Met een presentatie telecomgegevens en ander beeld materiaal.

Dag 3: 21 mei 2012

Algemene bewijsrechtelijke thema’s:
- De bewijswaarde van anonieme bedreigde getuigen en kroongetuigen
- Zwijgende verdachten en de bruikbaarheid in de bewijsconstructie
- Het gebruik van schakelbewijs

(De Holleeder-weglatingen zullen maandag ook worden voorgedragen. De rechtbank verzocht dit omdat de rechters tot die conclusie waren gekomen tijdens de eerste pauze: omdat die weglatingenook onderdeel uitmaken van het pleidooi.)

Onderzoek Agenda: slachtoffer Cees Houtman Met een presentatie van de 3D-animatie, beelden van schietproeven en ander beeldmateriaal.

Dag 4: 22 mei 2012

Onderzoek Perugia: slachtoffer Thomas van der Bijl
Onderzoek Nicht: slachtoffer Atilla Önder
Onderzoek Neef 1: slachtoffer Leendert Bosnie
Onderzoek Neef 2: slachtoffer August Adjoeba

Dag 5: 24 mei 2012

Onderzoek Indiana: slachtoffer Tony Vaz
Onderzoek Oma: slachtoffer George van Dijk
Onderzoek Bilbao en wapenhandel
Onderzoek Laundry: witwasonderzoek en bezit valse paspoorten Dino Soerel

Dag 6: 25 mei 2012 140:

Criminele organisatie
De eisen: strafeisen en motivering

Bron: Arrondissementsparket Amsterdam

Bondtehond bij het Liquidatieproces
 

Geplaatst in Liquidatie proces | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Voorzitter Passage-rechtbank Mr. Lauwaars: ‘Dat waren de beslissingen van de rechtbank’

De inhoudelijke feitenbehandeling van liquidatieproces Passage is dinsdagmiddag 17 april in de gerechtsbunker in Amsterdam-Osdorp formeel afgesloten door de rechtbank. Vanaf 14 mei begint aan het openbaar ministerie aan het requisitoir. Het requisitoir zal 6 dagen in beslag nemen. Daarna volgen de pleidooien van de advocaten. Het vonnis van de rechtbank wordt pas na de zomer verwacht. Het OM zal zijn visie op het bewijs uiteenzetten en zal per verdachte de straffen eisen. Er klonken dinsdag woorden als ‘Dit is een historisch moment’. Officier van justitie Betty Wind zei zelfs: ‘Ik weet niet of dit gebouw een vlag heeft, maar als dat zo is, mag hij van mij uit.’

De laatste inhoudelijke behandeling van strafzaken werd gevuld met een reeks aanvullende vragen aan kroongetuige La Serpe nadat hij maandagochtend aangaf weer te zullen verklaren na een geruime tijd geweigerd te hebben verder te verklaren. De nieuwe problemen die waren gerezen over zijn afspraken met justitie over zijn bescherming leken als sneeuw voor de zon verdwenen.

Dat de kroongetuige vorige week alsnog mee is gaan werken, heeft te maken met ‘dreigementen van het OM’. La Serpe ‘staat met zijn rug tegen de muur’, aldus zijn civiele advocaat Richard Korver. De advocaat bevestigde dat er nog steeds geen definitieve beschermingsovereenkomst is gesloten met La Serpe over het lot wat La Serpe en zijn aanverwante(n) te wachten staat in de toekomst.

De kroongetuige zei het zelf al eens tijdens een debat daarover in de rechtszaal: ‘Eigenlijk zijn we aan het bakkeleien over iets wat er nog niet eens is’. Dit naar aanleiding van een verzoek van advocaat Mr. Sander Janssen om desnoods te financiële afspraken in de berschermingsovereenkomst te laten toetsen door de rechter-commissaris. Het intresseert de advocaten niet welk huis, wat voor hond, welk bankstel, waar ter wereld en ook niet wat voor bedrijf La Serpe op gaat bouwen na zijn detentie en wanneer ook het eventuele Hoger beroep achter de rug is. Nee, het gaat puur en alleen om de juiste hoogte van het bedrag en op welke wijze La Serpe financiëel wordt beloond voor het afleggen van zijn verklaringen. Maar de advocaten kónden die uitgekleede versie, dus de van geheime details ontdane overeenkomst, zoals Mr. Janssen eerder opperde, niet eens inzien omdat er alleen nog maar een ‘overeenkomst op hoofdlijnen’ bestaat, aldus La Serpe. Dat was alleen nog maar een concept en had hij tot nu toe afgewezen, dus bestond het niet.

Is dat iets waar de kroongetuige nu geen enorme spijt van heeft? Hoe sterk is je onderhandelingspositie als je de verklaringen waar het het openbaar ministerie om te doen was, al hebt aflgelegd voor de inkt op je beveiligingscontract amper droog is, laat staan dat het getekend is? Hoe slim ben je dan? Nou kan ik me wel voorstellen dat je op basis van goed vertrouwen in staat bent iets te doen wat je beter niet had kunnen doen, daar zijn wel meer mensen ooit de boot mee ingegaan, incluis mezelf, maar dat lost zich ooit wel op, echter tegen een organisatie als het openbaar ministerie doe je in zo’n kwestbare positie als La Serpe nu zit weinig meer achteraf. Je kunt dreigen, hoogspringen, laagspringen, maar je trekt als eenling aan het koste end. Na zijn grote woorden van 29 maart jl. klonk La Serpe maandag jl. eerder als een mak lammetje dat richting de slachtbank liep, dan als de strijdlustige afperser van de Staat die uit is op financiëel gewin, zoals hij keer op keer wel overkwam tijdens dit 4-jarige proces. En zo is ie ook vaak zat genoemd door advocaten.

Aan de verdediging heeft het in ieder geval niet gelegen gezien alle pogingen om helderheid en inzicht te krijgen in de financiële aspecten rondom de beschermingsovereenkomst met het TGB en de toelaatbaarheid daarvan. Dat die pogingen zelfs na de NOS-berichtgeving over de 1,4 miljoen vruchteloos bleven, is dus niet zo zeer te wijten aan de verdediging als wel aan de kennelijke onaantastbare geheimhoudingsplicht waar het zaaks- en TGB-OM steeds mee schermden tijdens het proces. Mr. Sander Janssen heeft een wetenschappelijke verhandeling aangekondigd die hij tijdens zijn pleidooi naar voren zal brengen. In de laatste fase van het proces werden er sowieso nauwelijks nog onderzoekswensen en/of verzoeken toegestaan omdat de rechtbank sinds 13 december strenge criterium hanteerde. De rechtbank verwees telkens naar een tussenbesslissing van 27 april 2010voorzitter Mr. Lauwaars zei dan dat deze beslissing nog steeds van kracht was.

In tegenstelling tot wat ik in mijn vorige verslag min of meer beloofde, heb ik besloten de gespreksverslagen, voor zover ik deze laatste gesprekken heb kunnen noteren, voor nu even te laten voor wat ze zijn. Ik heb reeds vele uren aan gesprekken en vele uren van debat, verhoren en getuigenissen gepubliceerd en dat was zelfs nog maar een fractie van hetgeen ik heb gehoord, gezien en ook buiten de zittingszaal heb meegekregen van dit grote en onverminderd spannende liquidatieproces in de Bunker te Osdorp. Wel zal ik hieronder de waarschijnlijk allerlaatste tussenbeslissing van de rechtbank die ik grotendeels heb kunnen noteren samenvatten. De verzoeken van de verdediging zijn gedaan tijdens de laatste zittingen, onder andere deze door Mr. Sander Janssen na de 1,4 miljoen-berichten van de NOS waar de andere raadslieden zich bij aansloten.

Passage leek 29 maart in veler ogen af te stuiven op een regelrechte blamage voor het openbaar ministerie. La Serpe heeft er tijdens de vele incidenten-La Serpe geen doekjes omheen gewonden en beschuldigde de officieren van het zaaks-OM, maar voornamelijk TGB-officieren van ontoelaatbare toezeggingen en andere onoorbare zaken. Als het aan La Serpe lag, zou het OM zelfs niet-ontvankelijk verklaard worden indien de rechtbank zou komen te weten wat zich precies heeft afgespeeld achter de schermen. Hij doelde met name op besprekingen tussen hem en TGBers waar La Serpe stiekem opnames van had gemaakt, wel 7 uur in totaal. Je zou zeggen dat een rechtbank na zo’n uitspraak van de meest omstreden kroongetuige van Nederland op z’n minst de inhoud van díe opnames zou willen weten. Niet voor niets dat de verdediging daar nog eens op hamerde tijdens de laatste zittingen. De rechtbank hamerde echter anders.

Hier volgt de de uitspraak van de rechtbank van wellicht de allerlaatste tussenbeslissing in het grote liquidatieproces Passage. Rechtbankvoorzitter Mr. Lauwaars las de beslissing maandagmiddag voor.
(Samenvatting) Mr. Lauwaars: De 1,4 miljoen

De verdediging van de verdachten Remmers, Akgün en Burger heeft tijdens de zittingen van 22 en 29 maart 2012 de rechtbank verzocht nader onderzoek te gelasten naar de afspraken die zijn gemaakt over de financiële afhandeling van de rol van La Serpe als getuige in deze zaak. Dit nav het NOS-bericht van 18 maart 2012 waarin is gezegd dat La Serpe in de hoofdlijnenovereenkomst van 2 juli 2009 een bedrag van 1,4 miljoen euro voor na zijn detentie is toegezegd. Dit bedrag bestaat aldus de NOS uit een renteloze lening van 6 ton voor bewoning en het bedrijf, met een aflossingsverplichting na 25 jaar. De overige 8 ton wordt in 10 jaar uitgekeerd ter vergoeding voor beveiliging en het verwerven van een garantie-inkomen. Voorts omvat de NOS berichtgeving dat La Serpe in december 2010 een schadevergoeding van 2,3 miljoen euro heeft geëist van de Staat. (lees de details zoals vermeld in het NOS-bericht)

Het openbaar ministerie heeft gevorderd dat de verzoeken worden afgewezen. Het heeft betoogd kort samengevat dat de Staat geen getuigen koopt en dat de financiële regeling past binnen de beleidsvrijheid die het heeft binnen de inrichting van de getuigenbescherming en dat in ieder geval zwaarwegende aanwijzingen van ontoelaatbare toezeggingen zoals vereist voor nader onderzoek geen sprake is.

Na aanvankelijke terughoudendheid heeft het OM op 10 april 2012 oa door een onder ambtseed opgemaakt proces verbaal van de officieren van justie De Haas, Verwiel en Maan meer openheid gegeven over de gang van zaken over de aspecten van de getuigenbescherming van La Serpe. Het openbaar ministerie heeft betoogd dat het niet verantwoord is om meer informatie in de openbaarheid te brengen dan in hiervoor genoemd PV en op zitting gedaan is.

De rechtbank overweegt als volgt: De rechtbank stelt voorop dat het juridische toetsingskader voor verzoeken als de onderhavige zoals dat is neegelegd in de tussenbeslissing van 27 april 2010 nog onverkort van kracht is met dien verstande dat de rechtbank nader van oordeel is dat ook de toelaatbaarheid van toezeggingen die zijn gedaan na het sluiten van de OM-deal eventueel ter beoordeling aan de rechtbank zijn omdat daarmee feitelijk de voortduring van de verklaringsbereidheid van de getuigen worden veiliggesteld. Voorts geldt dat nader onderzoek ook nog in dit stadium van het proces aangewezen kan zijn omdat in geval van zwaarwegende aanwijzingen van ontoelaatbare financiële toezeggingen met het achterwege laten van dat onderzoek het recht op een eerlijk proces van de medeverdachten in het geding komt te staan.

In genoemde tussenbeslissing heeft de rechtbank onder meer de volgende kernoverwegingen opgenomen die zij hier voor de duidelijkheid herhaald:
1 – Het getuigenbeschermingstraject is een van de OM-deal afgezonderd traject, waarvan de toetsing berust bij het College van Procureurs-Generaal en/of de Minister van Justitie.
2 – De inhoud van het getuigenbeschermingstraject valt in beginsel buiten toetsing door de rechtbank.
3- Dit kan anders zijn bijvoorbeeld als er onder het mom van getuigenbeschermings- maatregelen een ontoelaatbare toezegging in het kader van de OM-deal is gedaan.
4- Om dat te onderzoeken moeten er zwaarwegende aanwijzingen zijn.
5 – De rechtbank kan de omvang van het getuigenbeschermingsprogramma slecht marginaal toetsen, gezien de zeer ruime beoordelingsvrijheid van het openbaar minsterie bij het inrichten daarvan.
6 – De regelgeving biedt ook nauwelijks concrete aanknopingspunten voor een zinvolle rechterlijke toetsing. Er is slechts in opgenomen dat er geen financiële beloningen mogen worden gegeven, permanente voorzieningen zijn uitgesloten en dat de maatregelen in beginsel niet zijn bedoeld om in het volledige levensonderhoud van de getuige te voozien.
7 – Een zinvolle toetsing kan voorts nauwelijks plaatsvinden zonder kennis te nemen van het totaal van maatregelen en de redenen die tot het gekozen pakket voor zover al bekend hebben geleid en het onderwerp getuigenbescherming verzet zich uiteraard tegen een dergelijke kennisname van de overeenkomst tijdens het proces en verzet zich dus des te meer tegen een openbare behandeling hiervan.
8 – Onder een ontoelaatbare financiële toezegging moet worden verstaan een excessief geachte dan wel volstrekt niet te onderbouwen voorziening of toezegging hiertoe, waartoe geen redelijk handelend officier van justitie met oog op de gerechtvaardigde veiligheidsbelangen van de kroongetuige had kunnen komen.
9 – Daar komt bij dat ook een verstrekkende financiële voorziening, bedoeld om de getuige zo snel mogelijk economisch zelfstandig te laten worden, onder omstandigheden, binnen redelijke grenzen van getuigenbescherming kan vallen en in een dergelijk geval geen verboden beloning is voor het afleggen van verklaringen.
10 – Bij de beoordeling van verzoeken in dit kader dient het veiligheidsbelang van de getuige, evenals het belang van het getuigenbeschermingstraject in zijn algemeenheid en het daarmee gepaard gaande opsporingsbelang, een zwaarwegende rol te spelen.

Dit is allemaal geen nieuws voor deze beschikking, het stond al in de beschikking van 27 april 2010. Even voor de duidelijkheid. De rechtbank constateert dat het OM de feiten uit de NOS-berichtgeving heeft bevestigd, noch ontkend, maar wel nieuwe feitelijke informatie heeft verschaft over wat tot nu toe is voorgevallen en is overeengekomen in het kader van de getuigenbescherming van La Serpe. In het bijzonder ook wat de in de onderhandelingen gelezen peilpunten zijn.

In genoemd proces-verbaal van Verwiel, De Haas en Maan staat het volgende gerelateerde over zogenaamde hoofdlijnenovereenkomst op 2 juni 2009.
In deze overeenkomst zijn in maart 2009 door het college van procureurs-generaal vastgestelde financiële kaders gehanteerd. In deze overeenkomst wordt voorzien in een financiële ondersteuning, deels in de vorm van een lening die gefaseerd plaatsvind over een periode van tien jaar en gebonden is aan voorwaarden teneinde te verzekeren dat de gelden besteed worden aan genoemde doelen als beveiliging, wonen, werken en leven. Bij het vaststellen van deze ondersteuning is rekening gehouden met een zeer hoog dreigingsniveau en de lange duur waar beschermingsmaatregelen noodzakelijk zijn. Deze overeenkomst was op hoofdlijnen gesloten omdat afhankelijk van onzekere toekomstige factoren een deel van de voorwaarden zoals die waaronder financiële ondersteuning uitgekeerd zou kunnen worden en overige afspraken nader uitgewerkt dienden te worden.

Nadien is door de staat, zowel in juli 2009 als in januari 2012 aan de getuige een uitwerking van deze hoofdlijnenovereenkomst voorgelegd waarbij de Staat genoemde kaders van het College is blijven hanteren. Deze uitwerking ziet toe op nadere hantering van de verstrekkingsvoorwaarden waaronder een financiële ondersteuning door de Staat tot de mogelijkheden zou behoren. Zo worden de leningen enkel verstrekt indienen zover, ook kwa omvang, dat naar oordeel van de Staat niet onredelijk is met oog op de benodigde investeringen en indien de voorgenomen investeringen en activiteiten als rechtmatig kunnen worden aangemerkt.

Daarnaast verschaft de getuige aan de Staat alle naar het oordeel van de Staat relevante gegevens ter beoordeling of aan de hiervoor genoemde criteria is voldaan. Daartoe zal de getuige in elk geval een concreet en onderbouwd voorstel aan de Staat dienen over te leggen. De Staat behoud zich de mogelijkheid voor de eventueel benodigde koopsom(men) rechtstreeks aan de verkopers te voldoen.


Indien de getuige binnen 3 jaar na het uitzitten van zijn detentie geen beroep heeft gedaan op de eventueel te verstrekken leningen zullen deze komen te vervallen. Behalve de leningdelen is er een financiële voorziening die bestaat uit een inkomenscomponenen een veiligheidskostencomponent. De getuige is terzake belastingplichtig. Of uiteindelijk geheel of gedeeltelijk tot uitkering van de gemaximeerde financiële voorziening wordt overgegaan, is afhankelijk van gestelde voorwaarden en gedragsverplichtingen.


Het is uitgesloten dat de Staat een meerjarige financiële voorziening voor de getuige zal treffen indien er geen overeenstemming bereikt kan worden over controle op besteding daarvan. Indien de getuige dergelijke controle blijft weigeren, zal de Staatovergaan tot een eenzijdige en uiterst beperkte invulling van de zorgplicht jegens getuige.

Er is tot op heden, aldus het proces-verbaal, geen overeenstemming bereikt omtrent de nadere uitwerking van de hoofdlijnenovereenkomst omdat de getuige niet kan of wil aanvaarden dat de Staat aan te treffen veiligheidsmaatregelen ook gedragvoorwaarden stelt. Over de eis van La Serpe van 2,3 miljoen euro is tot slot verwoord in het proces-verbaal dat La Serpe dit bedrag heeft gevorderd in rechte, maar nadien weer heeft ingetrokken zonder dat hier namens de Staat op was gereageerd.

Dan kom ik toe aan het oordeel van de rechtbank: De rechtbank gaat uit van de juistheid van de in het proces-verbaal genoemde feiten. Deze zijn door La Serpe ook niet gemotiveerd betwist. De rechtbank constateert dat daarmee het NOS-bericht voor een belangrijk deel defacto is bevestigd, namelijk voor zover er melding wordt gemaakt voor het aan La Serpe in 2009 toegezegde financiële voorziening, welke voorziening is verdeeld in een lening voor woning en bedrijf, alsmede een lening voor 10 jaar in verband met inkomen en beveiliging.

Nu is hier door het OM ook nadere toelichting op gegeven. Met die nadere toelichting zijn naar het oordeel van de rechtbank de vragen die het NOS-bericht logischerwijs opriep over de voorwaarden waarop gelden ter beschikking worden gesteld en de controle op de besteding daarvan, vragen die ook door de verdediging zijn gesteld, genoegzaam door het OM beantwoord. De rechtbank concludeert dat tegen de achtergrond van de hiervoor aangehaalde kernoverwegingen uit de tussenbeslissing van april 2010 het NOS-bericht in samenhang met nadien verstrekte informatie geen zwaarwegende aanwijzingen opleveren dat het OM ontoelaatbare financiële toezeggingen bedoeld zoals in de tussenbeslissing aan La Serpe zou hebben gedaan voor diens nadere verklaren. Dat door het OM geen uitsluitsel is gegeven over een aantal andere onderdelen van het NOS-bericht, zoals bijvoorbeeld de exacte geldbedragen die met de getuigenbescherming gemoeid zijn en of die al dan niet rentedragend zijn voor een lening maakt dit niet anders.

Het betoog van Mr. Janssen dat door de Staat in de hoofdlijnenovereenkomst aanvaardde uitgangspunt dat de getuige na vrijkomst uit detentie zelf in zijn veiligheid kan voorzien op zichzelf al onrechtmatig is, kan bij pleidooi verder uitgediept worden maar noopt niet tot gevraagd nader onderzoek. Dit alles maakt dat nader onderzoek in het belang van medeverdachten niet is aangewezen. De rechtbank wijst dan ook de verzoeken van de verdediging af.

De voorzitter zei dat de rechtbank had gemeend deze tussenbeslissing zo uitgebreidt en gedetailleerd te moeten motiveren omdat er nogal wat ophef over is geweest in de media en de rechtbank daar ook zelf op gewezen heeft tijdens een eerdere openbare zitting.

Dan puntsgewijs de motivering en de beslissing over de verzoeken. Van Mr. Janssen over het horen van De Haas over de side-deal, betreffende de gratietoezegging. Dat wordt, mijnheer Janssen, aan de strenge criteria getoetst afgewezen. De standpunten over dit onderwerp zijn tot nog toe wel duidelijking geworden.


De verzoeken van meneer La Serpe van 29 maart 2012, daar komt de rechtbank nu aan toe.
Meneer La Serpe, u heeft lang gewacht met de verzoeken en thans gelden de strenge criterium. Ik voeg daar nog bij dat wij u daar ook voor gewaarschuwd hebben. U wist daarvan, zeg maar. Dat maakt onder andere dat strengere eisen worden gesteld aan de motivering van de onderzoekswensen.


La Serpe heeft op zitting aangegeven dat zijn verzoeken mede waren ingegeven om zijn positie in de civiele procedure tegen het TGB met stukken te verbeteren. Bovendien heeft hij geen repliek gevoerd en dus niet gereageerd op het antwoord van het OM dat heeft gesteld dat La Serpe valse beschuldigingen heeft geuit. Desgevraagd heeft La Serpe verklaard dat waar hij sprak van beïnvloeding hij niet doelde op de inhoud van zijn verklaringen in de strafzaken over liquidaties. Het totaal van de verzoeken van La Serpe is vaag, onsamenhangend en onvoldoende onderbouwd en daarom worden de verzoeken afgewezen.


De verzoeken van Mr. Meijering en de wens tot het horen van La Serpe als getuige naar aanleiding van zijn verklaring van 29 maart. Dat wordt ook getoetst aan het nieuwe criterium, want het verzoek is gedaan in verband met de mogelijke …… gevolgen. (woord niet goed verstaan, iemand hoeste op de tribune) Dan zegt de rechtbank, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, naar aanleiding van het verzoek La Serpe alsmede het gegeven dat de thema’s die La Serpe heeft aangesneden in zijn stuk van 29 maart al vele malen eerder voorwerp van onderzoek zijn geweest, geeft wat La Serpe op 29 maart heeft aangevoerd onvoldoende aanleiding de getuige daarover vragen te stellen. De verzoeken worden afgewezen.


Dat waren de beslissingen van de rechtbank.


Bondtehond bij het liquidatieproces

Geplaatst in Liquidatie proces | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Kroongetuige Peter La Serpe: ‘Ik heb over liquidaties geen enkele onwaarheid verklaard’

Het liquidatieproces wordt er in de laatste fase niet overzichte- lijker op. Neem zo’n dag als maandag in de Bunker. Allereerst was daar ineens weer aanwezig de oud-raadsman van kroongetuige Peter La Serpe, Mr. Jan Peter van Schaik. Eerder had de advocaat de verdediging neergelegd van zijn cliënt omdat hij van mening was dat hij niet in staat zou zijn de verdediging van La Serpe goed te voeren. La Serpe voelde zich zo gemuilkorfd door het TGB (Team Getuigen Bescherming), dat hij samen met zijn advocaat de conclusie had moeten trekken dat deze niet in staat was zijn eigen strafrechtelijke verdediging op een eerlijke manier te kunnen voeren. Die beslissing werd toen mede genomen op advies van zijn civiele advocaat Richard Korver.

 
De rechter noemde het heel prettig dat Mr.Van Schaik terug was teruggekeerd op zijn plek naast La Serpe in het gepanserde getuigenhokje en heette hem van harte welkom. De raadsman bedankt de rechter en grapte dat hij het gevoel had alsof hij nooit was weggeweest.

Vervolgens vroeg Peter La Serpe even aandacht van de rechter omdat hij wat wilde zeggen. De kroongetuige gaf aan geen repliek te zullen geven op de eerste reactie van zowel verdediging als OM na zijn verklaring van 29 maart en het daarop volgende debat waarbij hij tevens 30 verzoeken indiende bij de rechtbank. Daarnaast gaf La Serpe aan bereid te zijn vanaf nu weer alle vragen te beantwoorden. Deze beslissing was volgens de tot voor kort nog zo geplaagde kroongetuige nogal ad hoc genomen, vanmorgen eigenlijk pas beweerde hij. De rechter vond dat goed om te horen, maar niettemin wilde de rechtbank eerst verder met de andere geplande agendapunten.

Het eerste agendapunt van deze Passage-zittingsdag was een slachtofferverklaring van de dochter van Thomas van der Bijl, mevrouw April van der Bijl. Het betrof een aanvulling op haar eerdere slachtofferverklaring uit 2009 die zij had voorgedragen tijdens de behandeling van de moordzaak waarbij Dwight Saro en Remy Habes tot respectievelijk 13 en 14 jaar werden veroordeeld voor de moord op Thomas van der Bijl in café de Hallen. Zij was vandaag niet in staat zelf aanwezig te zijn en had om die reden gevraagd of het OM de verklaring wilde voordragen in de rechtbank, en dan met name in de zaken Remmers, Soerel, Ros, Akgün en Burger. Officier van justitie Mr. Hans Oppe las eerst de slachtofferverklaring voor uit 2009 en vervolgens de aanvulling daarop met een verzoek tot schadevergoeding, de zogenaamde ‘shockschade’. Het gevraagde bedrag is 10.000 euro.

(Hier volgt een samenvatting van de slachtofferverklaring van April van der Bijl uit 2009 en de aanvulling van vandaag met de vordering tot shockschade die zij ook toelicht.)
De verklaring uit 2009 was een emotionele verklaring waarbij de dochter van Thomas van der Bijl omschreef hoe erg zij haar vader mist en hoe de pijn en het verdriet haar maar blijft achtervolgen. Ze leeft met een angstsyndroom, durft niet meer alleen thuis te zijn en is soms te bang en te moe om tegen haar angsten te vechten. April omschrijft haar vader als een eerlijke, lieve en hardwerkende man, die zij het liefst in haar herinneringen heeft als de papa die vaak in zijn vuile werkkleren met klompen liep, gewoon zoals hij was. Iemand die altijd voor iedereen klaarstond. Ze is zwaar getraumatiseerd, en loopt onder behandeling bij een psychiater. Ze vraagt: ‘Weet u hoe erg het is om zo te moeten gaan slapen? Het is een hel’.

Na de dood van haar vader durfde ze haar vader niet te zien. Nooit was zij zo met de dood geconfronteerd. Ze zat bij zijn kist maar kon niet kijken hoe hij daar lag en als ze wel even keek, kon ze niet ademen door de paniek die door haar heenging. De dag voor zijn begrafenis wilde ze ook een schroef in haar vader z’n kist draaien, maar dat lukte niet. Ze had er werkelijk geen kracht voor en trilde over haar hele lijf. Ze weet niet eens wie het toen voor haar gedaan heeft. Ze kan niet accepteren dat hem dit is aangedaan. Ze denkt niet dat dit gevoel ooit zal verdwijnen en altijd een deel zal blijven van haar leven. Ze was net zwanger toen het gebeurde. Door het verdriet en gemis werd ze depressief terwijl de kleine Thomas in haar buik groeide. De kostwinning kwam geheel voor rekening van haar man Marco. Die droeg de zwaartste lasten want Marco moest 7 dagen per week werken omdat April niet in staat was bij te dragen. Ze zat diep in de put en tranen bleven steeds maar komen. Ze moest medicijnen slikken en had totaal geen energie en kracht meer. Tot op de dag van vandaag slikt ze nog medicijnen omdat ze de dood van haar vader nog steeds niet kan verwerken.

In de toelichting van vandaag kijkt zij terug op haar slachtoffer- verklaring uit 2009 en zegt dat het er niet makkelijker op geworden is. Ze kan nog steeds niet tegen het verdriet. Ze is opnieuw begonnen aan therapie en kan nog niet naar het graf van haar vader omdat er van alles door haar heengaat en ze er slechter vandaan komt dan dat ze erheen gaat. Ze vermeld erbij dat ze niet aanwezig zal zijn omdat ze bij de zitting van de moordenaars ook al aanwezig was, gesproken had en shockschade had geëist. Dit keer heeft ze ervoor gekozen het de officier op te laten lezen. April bedankt de officier ervoor dat ze zo goed is geholpen. De shockschade-eis bedraagt 10.000 euro.

April van der Bijl zegt: ‘Ja, wat moet je vragen? Ze konden ook 60.000 neerleggen om mijn vader te vermoorden. Ik vind dit een heel redelijk bedrag. Ik wil deze vordering indienen ten aanzien van alle verdachten die terechtstaan als verdachten in de zaak van Thomas van der Bijl. Dank u voor uw tijd. April van der Bijl’.

Ovj Mr. Hans Oppe vertelde dat naast deze verklaring en de vordering ter grootte van 10.000 shockschade er nog een rapport is bijgevoegd van de GGZ.

De rechtbank bedankte de officier en ging verder met de behandeling van een vordering wijziging tenlastelegging in de zaak Thomas van der Bijl, een stuk dat het OM in wilde brengen bij de rechtbank. Mr. Nico Meijering maakte als enige raadsman bezwaar tegen de vordering omdat hij van mening is dat de zaak Van der Bijl bestaat uit een onvoltooid feitencomplex met Remmers en La Serpe en een voltooid feitencomplex met Ros, Habes en Saro. Volgens Meijering wijst de toevoeging erop dat het OM nu het onvoltooide feitencomplex wil binnenhalen in het voltooide feitencomplex. Reden voor de raadsman om te verzoeken de vordering af te wijzen.

Volgens officier van justitie Mr. Hans Oppe die deze stelling bestrijdt, is het zuiver, enkel en allleen een toevoeging. Naast de meneer Ros wordt nu ’de heer Jesse Remmers en/of één of meer anderen’ toegevoegd aan de tenlastelegging. Het feit verandert daarmee niet, het feitencomplex blijft hetzelfde, er wordt alleen een schakel, een persoon,  in de zin van meneer Remmers en/of één en meer anderen, aan het tweede feit op de tenlastelegging toegevoegd. Mr. Oppe deelt dus de mening van Meijering niet, want in die zin zoals de raadsman stelt veranderd het feitencomplex volgens de officier niet.

Rechter: U persisteert?
Mr. Meijering: Ik persisteer.

De rechtbank zou zich erover buigen tijdens het eerstvolgende schorsingsmoment en besliste later op de dag na een beraad dat de vordering wijziging tenlastelegging wel wordt toegestaan.

Het volgende agendapunt was de behandeling van de problematiek rond La Serpe. De rechter vroeg of La Serpe bij zijn standpunt bleef geen repliek te willen voeren. Dat bleef La Serpe, maar hij wilde dat zijn raadsman het toelichtte. Mr. Jan Peter van Schaik antwoordde dat het de keuze is van La Serpe er niet op terug te willen komen en dat hij persisteert bij zijn verzoeken.

Rechter: Vrij vertaald zegt u eigenlijk, ik blijf nog steeds bij mijn verhaal en ik wil nog steeds dat u dat onderzoek gaat doen, maar ik wil nu niet reageren verder op stellingen en de visie van het OM. Dat is uw antwoord?
Mr. Jan Peter van Schaik: Dat is correct.
Rechter: En waarom u dat niet doet, kunt u nu niet uitleggen.
Mr. Van Schaik: Exact.

Rechter: Goed, en dan zegt u, vervolgens ben ik ook weer bereid om te verklaren. En dan vraag ik daar maar na, u zegt de verklaringsbereidheid had u in het verleden opgeschort, daarmee bedoelt te verklaren waartoe u volgens de OM-deal bent verplicht? Begrijp ik dat zo goed?

La Serpe: Dat begrijpt u goed, maar ik kan me zo voorstellen dat mijn verklaring van 29 maar ook een hoop vragen oproept. Meneer Meijering heeft vorige keer een hoop vragen gesteld, ik kan ze allemaal niet meer terughalen, maar in ieder geval er zijn een hoop vragen en na mijn verklaring van 29 maart, ik weet niet in hoeverre ik daartoe verplicht ben, maar ik ben bereid deze te beantwoorden en wat meer duidelijkheid te geven.

Rechter: Goed. Het is best ingewikkeld, maar het was op verzoek van de heer Meijering om u te horen naar aanleiding van die 29 maart-stukken. Daar moet de rechtbank nog over nadenken.

La Serpe: Maar ik moet zeggen, ik heb het er vanmorgen nog even met meneer Van Schaik over gehad, ik voel, even sec genomen, geen enkele verplichting om er iets over te zeggen. Alleen ik begrijp wel dat als ik iets zeg dat dat meteen in de dossiers van de andere verdachten terechtkomt. Gewoon om duidelijkheid te geven en om niet meer problemen te creëren, ben ik bereid vragen te beantwoorden. Al moet ik wel zeggen, dan moet ik natuurlijk niet mezelf schaden.

Rechter: Nee, op zich is dat duidelijk, maar ik wil eerst het onderwerp van geen repliek willen voeren aan de orde stellen. Ik kijk even naar het openbaar ministerie of die daar iets over wil zeggen of opmerken of vragen aan meneer La Serpe in dat verband als verdachte in zijn zaak, waarbij hij nog wel steeds volhard in de stukken van 29 maart en de verzoeken die zijn gedaan, of dat u zegt daar willen we wel iets over opmerken of vragen, dan zouden we daar nu gelegenheid voor willen geven. En dan kijken we daarna wel weer verder hoe het zit met uw eventuele getuigenissen en dergelijke. Mevrouw Wind?

Ovj Mr. Betty Wind: Wij persisteren wat wij op 10 april naar aanleiding van het betoog van La Serpe naar voren hebben gebracht en nu hij daar verder bij blijft en er geen toelichting op wil geven, vragen wij uw rechtbank daar bij deze stand van zaken een beslissing op te willen nemen, waarbij ons standpunt is dat alle verzoeken moeten worden afgewezen.

Rechter: Dus wat dat betreft is het debat maar één ronde geweest, zegt u, en op basis van die ene ronde met verzoeken moet de rechtbank nu een beslissing nemen. Maar heeft u nog vragen aan meneer La Serpe over zijn zaak en naar aanleiding van de thema’s die zijn gepasseerd?

Mr. Wind: Nee, over die thema’s niet. We hebben daar uitgebreid op gereageerd op 10 april. Over andere punten wel.

Rechter: U zegt over andere punten wel. Waar doelt u dan op?
Mr. Wind: Zaaksinhoudelijk.
Rechter: Omdat hij nu aangeeft weer verklaringsbereid te zijn? Klopt het dat u in elk geval nog één vraag op schrift had gesteld en doelt u daar dan op?
Mr. Wind: Ja, en we willen nog eens goed naar zaken gaan kijken, mede naar aanleiding van uitspraken die hij heeft gedaan in de zaak van Soerel. Daar zouden we graag op een later moment nog gelegenheid voor willen hebben, hetzij vandaag, hetzij op een later moment.
Rechter: Als ik het me goed herinner, was ook meneer Soerel nog met vragen blijven zitten?…
(Soerel schudt)
Rechter: Ja. Voor we dan even kort gaan onderbreken nog even een paar vragen aan u meneer La Serpe in verband met uw 29 maart-stuk. Ik begrijp van u dat u zegt ik sta er nog steeds achter?
La Serpe: Klopt.
Rechter: En daar blijft u bij?
La Serpe: Daar blijf ik bij.

Rechter: Dan kwam even heel concreet een vraag in me op, heeft u daar ook een verklaring op zitting over afgelegd?
La Serpe: Ik zal u vertellen, de reden waarom ik er vragen over wil beantwoorden, ondanks dat ik geen repliek voer natuurlijk, is ook omdat dat soort dingen, daar zijn vragen over natuurlijk, om daar meer duidelijkheid over te geven. Ik moet even kijken hoe ik dat gezegd heb, want sommige dingen raakt natuurlijk TGB enorm. En ik zit al eh…al bijzonder diep in de problemen, huhuhuhuhu, om het zo even te zeggen. Ik wil even kijken hoe ik dat gezegd heb.

Rechter: Ja, ik wil u op zich ruimte geven om uw stuk nog even na te kijken, maar als ik u vraag in algemene zin of u daar bij blijft, moet u ook in staat zijn dat los van uw stukken te kunnen beantwoorden.

La Serpe (Serpiaans-modus): Ja, nee, maar even los van de stukken, ik moet wel even uitkijken hoe ik dat zeg. Als ik over de inhoud…  uh, ik heb in een stuk gezegd, laat ik het zo zeggen, uh… nou omvat ik mischien niet alles tegelijk hoor, mijn aanverwant is een hele grote factor in dat geheel. Uh… dat uhh…. de situatie waar hij in verkeerd, uh… heeft een enorme invloed op mij in negatieve zin. En daar bedoel ik mee, uh… dus uh…uh… nou uh… de wijze waarop hij wordt behandeld, waarop met hem wordt omgegaan, laat ik het zo zeggen, ik heb sterk de indruk dat dat wordt gedaan om uh… ik heb de overtuiging om uh… mij te beïnvloeden hier in de rechtbank. En daar bedoel ik mee, dus met andere woorden, om me niet tegen het OM te keren of uh, TGB uit de wind te houden, of uh allemaal uh…. ja, ik kan over dat stukje, dat is een beetje het vervelende, dat zei ik vorige keer ook al, over dat stuk uh, uh, uh, dan moet ik mijn veiligheid en de veiligheid van mijn aanverwante opgeven om daar inhoudelijk iets over te kunnen zeggen.
Rechter: Ja, maar ik dacht dat mijn vraag op zich heel simpel was.
La Serpe: Ja sorry, het antwoord is ingewikkeld.

Rechter: U heeft verklaringen afgelegd op zitting, over de liquidaties, het tenlastegelegde deelonderzoek naar de feiten. Dan is mijn vraag: Zijn die verklaringen die u…
La Serpe: Alle verklaringen over liquidaties, dus alles wat ik gezegd heb over liquidaties, zijn juist.
Rechter: Daar staat u nog steeds achter?
La Serpe: Alles wat ik verteld heb over liquidaties, alles, is juist. Alles is correct.
Rechter: Dus daar waar u in dat stuk opneemt dat verklaringen zijn beïnvloed, bedoeld u niet te zeggen dat u onwaarheden heeft verklaard?
La Serpe: Ik heb over liquidaties geen enkele onwaarheid verklaard.
Rechter: Dus daar staat u nog steeds achter?
La Serpe: Nog steeds. Over dat beïnvloeden. Op het moment dat iemand mij beïnvloed, of probeert te beïnvloeden, laat ik het zo zeggen, op het moment dat het door beïnvloeding is, wil dat nog niet zeggen dat ik de waarheid niet gesproken heb.
Rechter: Nee maar, daar hoeven we verder niet over in discussie, uw antwoord is helder, maar meneer Meijering had ook al aangegeven, heeft men geprobeerd u te beïnvloeden, of zijn uw verklaringen ook daadwerkelijk anders uitgevallen dan u zonder die beïnvloeding had verklaard.
La Serpe: Uh, nee eh…
Rechter: Zitten er veranderingen in uw verklaringen door invloeden van buiten? Als ik het goed begrijp is uw antwoord nu: Nee.

La Serpe: Al mijn verklaringen met betrekking tot liquidaties zijn juist, alleen u kunt zich voorstellen op een moment dat ik angst heb, of omdat er druk uitgeoefend wordt, laat ik het zo zeggen, op een ander gebied, terwijl ik hier in de rechtbank een verklaring af wil leggen en ik trek daarna mijn verklaring terug, dan zie ik dat als beïnvloeding van mij als getuige.
Rechter: En waar denkt u dan aan?
La Serpe: Bijvoorbeeld, er is een gespreksverslag van Mr. Korver geweest, ik denk dat dat redelijk duidelijk was, over hoe ik mijn positie als uh uh, hoe u daar beïnvloed bent zeg maar om in ieder geval mijn verklaring op dat moment niet af te leggen, zeg maar.
Rechter: Maar dan heeft u het meer over om te gaan verklaren, of om iets niet te vertellen?
La Serpe: Uiteraard.
Rechter: Maar alles wat u heeft verklaard, daar staat u nog steeds achter?

La Serpe: Alles wat ik heb verklaard met betrekking tot liquidaties sta ik nog steeds achter. Maar op het moment, ja er is natuurlijk een verschil, ik ben in strijd met… nou dit OM valt op zich nog wel mee, maar in ieder geval met het TGB-OM, ik ben in strijd met de advocaten zeg maar, maar ik heb een belang in de toekomst zeg maar. Er zijn een hele hoop aspecten waar ik rekening mee moet houden, dus op een gegeven moment, als ik denk hé luister eens, dat een hele hoop dingen wel gaan samenlopen, voor mij in ieder geval, als aan de andere kant mij, ik noem maar wat, veiligheid ontzegd wordt, enigzins probeer ik het in abstracte zin, als mij veiligheid ontzegd wordt, voor mij is het één traject natuurlijk. Op het moment dat ik me hier onveilig maak en er wordt mij veiligheid ontzegd, op het moment dat ik dan zeg, ik noem maar wat, dan stop ik met getuigen en daar wordt dan invloed uitgeoefend op uh… op mijn aanverwant waardoor ik niet kan stoppen met getuigen, ja, dan wordt ik beïnvloed.

Rechter: Ja, nou, het is in ieder geval duidelijk wat u eronder verstaat. Toch nog even om het helemaal helder te krijgen. U zegt: ‘wat ik heb gezegd, daar sta ik nog steeds achter, dat was allemaal naar waarheid, en er is niet nog meer, dat u niet helemaal volledig bent geweest over liquidaties? Dat u tot op de dag van vandaag nog achterhoudt, zoals we dat ook hebben gezien over de rol van de heer Holleeder hier op een gegeven moment ter sprake kwam. Is er nog…
La Serpe: Er is niet nog een verklaring.
Rechter: Nee, er is niet nog meer. Dat is duidelijk. Nou, dan nog heel even, u persisteert wel in uw verzoeken? Nou zijn er een aantal verzoeken die zien op die beïnvloeding, want u wilt bijvoorbeeld dat mensen van de CIE gehoord worden, die Henk en Karel, wat zouden die… wat zou de rechtbank nou moeten onderzoeken, in welk kader, als u tegelijkertijd zegt, ja maar uiteindelijk wat ik heb verteld, dat was gewoon de waarheid?
La Serpe: Mag ik u vragen daar na de pauze antwoord op te geven?
Rechter: U wilt er even over nadenken?
La Serpe: Ik wil het er even met mijn advocaat over hebben. Ik heb nog geen contact gehad met hem, behalve over de telefoon even, eh…
Rechter: Nee, dat mag uiteraard. Dat is prima. Nee, maar denk er goed over na, want u wilt er dus kennelijk vragen over stellen, wat zou u ze dan willen gaan vragen?
La Serpe: Eh…eh..
Rechter: Nou, denkt u er maar even over na.
La Serpe: Nou precies, dat is de vraag.

Mr. Nico Meijering vroeg even een moment.
Rechter: Ja?
Mr. Meijering: Ik wilde graag een paar opmerkingen maken, al is het maar even om het op een rijtje te zetten en mogelijk kunt u dat ook meenemen in de raadkamer. Ik had al eerder even aangegeven dat de verdediging mogelijk bij een aantal verzoeken van La Serpe wenst aan te sluiten. Ik neem aan dat die kans nog gaat komen?
Rechter: Nou, ik probeer het in ieder geval zo gestuctureerd mogelijk te doen. Na de pauze zal ik me inderdaad tot u wenden met wat uw enige verzoek tot nu toe was, om meneer La Serpe als getuige te horen en afhankelijk daarvan had u mogelijk nog andere verzoeken, maar dat komt dan straks.

Mr. Meijering: En ik hoor zojuist ook dat aan de orde is gekomen, kijk in een strafzaak, en zo zult u dat waarschijnlijk ook zien, zie ik altijd een materiële waarheid en een formele waarheid. De materiële waarheid waar u zojuist enkele vragen over heeft gesteld en waar meneer ook antwoord op heeft gegeven. Daarnaast heb je de formele waarheid waarmee ik doel op de wijze waarop de materiële waarheid is gevonden. Dat betreft bijvoorbeeld dus beïnvloeding, dat betreft bijvoorbeeld ook het thema wat ook door de heer La Serpe is aangesneden, of voor, of na kluisverklaringen ook nog zaaksinhoudelijk is doorgesproken, of tijdens een lunch nog zaaksinhoudelijk is doorgesproken, of er sprake is geweest van het verstrekken van daderinformatie, nou daar heeft meneer zich al over uitgelaten en daar zou ik wat vragen over willen stellen.

En wat ik nu net beluisterde bij meneer La Serpe is wel enigzins verwarrend, hij zegt ‘ik wil geen tweede termijn’, of ‘ik bedank voor dat tweede termijn’ (repliek – red.) en anderzijds heeft hij gezegd, ik wil wel uw vraag beantwoorden, waarmee in reageer op wat het OM heeft gezegd, dus eigenlijk wel een tweede termijn. Dat is wat ik net zo’n beetje beluisterde in wat hij gezegd heeft. Dus aan de hand van vragen wil ik, ik meneer La Serpe, duidelijk maken van hoe ik daar op kijk. Dat is wat ik beluisterd heb.

Rechter: Ja. Als verdachte in zijn eigen strafzaak kiest hij voor dit pad en we gaan dat gewoon laten afrollen….
La Serpe: Mag ik ook even..
Rechter: Nee, u moet ook anderen even… eh… en dan zien we vervolgens wel wat de reflectie is in de strafzaak van uw cliënt. En dan gaan we vervolgens naar de positie van de medeverdachten. We moeten het nu een beetje uit elkaar houden, anders wordt het een beetje chaotisch wellicht. We gaan nu pauzeren. Dan gaan meneer La Serpe en meneer Van Schaik even overleggen over wat we zojuist hebben besproken en kan de rechtbank even nadenken over de vordering tenlastelegging (zie boven) en komen we na de pauze vanzelf weer bij u terecht. Ja?
(tot zover)

*

De gebeurtenissen tijdens de zittingen vanaf de zitting van 29 maart lopen nogal door elkaar heen en zijn niet in één verslag samen te vatten. Ik kom zo spoedig mogelijk in een volgend verslag terug op onder meer de vragen en verzoeken van de verdediging naar aanleiding van die zitting, maar ook de 1,4 miljoen-problematiek en de beslissing van de rechtbank over de verzoeken van de verdediging in verband met deze perikelen rondom kroongetuige La Serpe.

Wordt dus vervolgd.

Het OM begint 14 mei met het requisitoir. Tot die tijd zijn er geen zittingen meer. Ook daarover in mijn volgende verslag meer.

Bondtehond bij het liquidatieproces

Geplaatst in Liquidatie proces | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen